www.wimjongman.nl

(homepagina)


TOP GEHEIM - Deel 29: Puerta de Hayu Marca ("Poort van de Goden"), Göbekli Tepe, en andere oude sterrenpoorten

15 april 2021 - door Tom Horn

()

Deel 1 - Deel 2 - Deel 3 - Deel 4 - Deel 5 - Deel 6 - Deel 7 - Deel 8 - Deel 9 - Deel 10 - Deel 11
Deel 12 - Deel 13 - Deel 14 - Deel 15 - Deel 16 - Deel 17 - Deel 18 - Deel 19 - Deel 20 - Deel 21
Deel 22 - Deel 23 - Deel 24 - Deel 25 - Deel 26 - Deel 27 - Deel 28 - Deel 29 - Deel 30 - Deel 31
Deel 32 - Deel 33

Vlak voor de oevers van het Titicacameer in Peru ligt een merkwaardig wonder dat elke verklaring tart. In een gebied dat bij de Peruaanse Indianen bekend staat als "De Stad van de Goden", ligt in een perfect vierkant van drieëntwintig voet [7m], de Puerta de Haya Marca - de "Poort van de Goden" - een absoluut bizar stempel ingebed in de zijkant van een vlakke, natuurlijke rotsformatie aan de grens met Bolivia. Aan de binnenkant van het plein, in het midden onderaan, bevindt zich een andere verzonken afdruk in de rots (van iets minder dan 2 meter hoog), die, van een afstand, op een soort sleutelgat lijkt.

Bij nadere inspectie lijkt het "sleutelgat" meer op een deur, en in het midden ervan bevindt zich een kleine, ronde deuk in de achterwand. De plaatselijke legende vertelt dat de Amaru Meru (soms "Amaru Muru"), de Inca-priester van de "Tempel van de Zeven Stralen", de bergen in vluchtte voor de Spaanse Conquistadores die gekomen waren om de Inca-stammen te beroven en te plunderen. Hij had een kleine schijf bij zich, de "Sleutel van de Goden van de Zeven Stralen". Eenmaal op veilige afstand van de tempel, voerde de Amaru Meru een ritueel uit met zijn medepriesters, waarbij hij de kleine schijf gebruikte om een poort te openen in de platte rots, waardoor hij volledig verdween. (Sommige versies van dit verhaal beweren dat de Amaru Meru vluchtte, samen met enkele bekende priesters van de Tempel van de Zeven Stralen. Anderen zeggen dat hij alleen vluchtte, de doorgang ontdekte terwijl hij zich verborg, en dat hij sjamanen tegenkwam die de doorgang bewaakten, en dat deze sjamanen vervolgens instemden om met hem een portaalritueel uit te voeren toen zij de schijf zagen die hij vasthield. Hoe dan ook, beide versies van het verhaal suggereren dat de doorgang een reusachtig beeld was dat in de bergen was uitgehouwen lang voordat de priester de tempel ontvluchtte). Volgens de legende veranderde deze gebeurtenis deze vaste rots in een "stargate". Volgens de plaatselijke overlevering was deze priester de eerste van andere "koningen" die naar de aarde kwamen vanuit hemelse plaatsen die specifiek geassocieerd worden met de Pleiaden (Apollo) en Orion (Osiris).

Volgens andere folklore van de Indianen is de plaats "een poort naar het land van de Goden" waarlangs in hun oude verleden grote helden aankwamen en weer vertrokken met een "sleutel" die de mysterieuze doorgang kon openen. In sommige bewerkingen hadden deze oude mannen deze wereld verlaten om te midden van andere interdimensionale helden een nieuw leven te beginnen, waarbij ze af en toe terugkeerden om "het land van het koninkrijk te inspecteren."[i]

Niemand weet wie dit deurvormige wonder heeft gemaakt. Er zijn veel theorieën over de oorsprong, en er zijn evenveel archeologen die beweren dat de plek slechts een verlaten bouwproject van de Inca's is, terwijl er archeologen zijn die redenen hebben om aan te nemen dat de plek dateert van voor de Inca-bezetting - en sommigen merken op dat het houtsnijwerk in de deuropening niet typerend is voor het sporadische ontwerp van de Inca's. Omdat de vindplaats wordt beschouwd als een oude archeologische vindplaats, en omdat hij wordt beschermd door de Peruaanse regering, hebben er nog geen verdere opgravingen plaatsgevonden die de geheimen en de oorsprong ervan zouden kunnen onthullen.[ii] Tot op heden is er echter, net als bij de Göbekli Tepe vindplaats die we ook kort zullen bespreken, nooit enig bewijs gevonden voor een vroegere/oude nederzetting in de buurt.

(Een interessant weetje is dat de mysterieuze Poort van de Goden zich in de nabijheid bevindt van het "Stenen Woud" van het Markawasi [Marcahuasi] plateau in het Andesgebergte. Het Stenen Woud is een schat aan eigenaardigheden, met gigantische houtsnijwerken en beeldhouwwerken die sterk lijken op menselijke gezichten en hoofden [en ook veel dieren], waarvan vele gemakkelijk kunnen worden geïnterpreteerd als vertegenwoordigers van verschillende oude wereldculturen. Waaronder een beeldhouwwerk dat het Gezicht op Mars weerspiegelt. Een ander beeld, het beroemde "Monument van de Mensheid" in Markawasi, wordt zo genoemd vanwege de "vier verschillende rassen van de mensheid die op dit 85 voet [25m] hoge monument te vinden zijn"[iii]. Het is bijzonder fascinerend dat vier verschillende rassen van mensen zouden worden gebeeldhouwd uit dezelfde rots zo dicht bij de poort die volgens de legende het portaal werd voor "oude helden" die de toegang hadden om alle "rassen van de mensheid" die zij wensten, in één keer te zien. Er lijken niet veel verklaringen voorhanden te zijn waarom een oude beschaving zo vertrouwd zou zijn met andere mensenrassen - en ze belangrijk genoeg zou vinden om ze in reusachtige stenen te kerven - en dat alles binnen hetzelfde tijdsbestek en op dezelfde plaats. Maar toch, ervan uitgaande dat de portaal-theorieën, het interdimensionaal reizen, en het kerven als een manier om zo'n gebeurtenis te "documenteren" steekhoudend zijn, is het de moeite van het opmerken waard).

Tot op de dag van vandaag doen geruchten de ronde dat er vaak nog licht kan worden waargenomen achter, of uitstralen door, de schijfvormige deuk in de Poort van de Goden. Veel van de plaatselijke bewoners "weigeren er in de buurt te komen."[iv] Sommigen leggen grote afstanden af om de handen op de achterwand of het binnenframe van de kleine deur te leggen, "een gevoel van energie stroomt [door hen]" bij het contact, "evenals vreemde ervaringen zoals visioenen van sterren, vuurkolommen, en de geluiden van ongewone ritmische muziek."[v]

Niet ver van deze poort is een andere opmerkelijke "poort", zoals men zegt, bekend als de Poort van de Zon.

Tiahuanaco en de Poort van de Zon

De poort van Tiahuanaco (vaak gespeld als Tiwanaku), in de buurt van La Paz in Bolivia (en net als de Poort van de Goden, dichtbij het Titicacameer gelegen) is een raadselachtige ontdekking op vele punten. Om te beginnen roept zij dezelfde vragen op als Baalbek en Göbekli Tepe met betrekking tot het hoe en het wie van haar megalithische omvang en deskundige samenstelling. De poort is 9,8 voet hoog, 13 voet breed [3x4m] en weegt ongeveer 10 ton. Hoewel de poort op een bepaald moment in de geschiedenis in tweeën is gesplitst, was hij oorspronkelijk gemaakt van één enkele steen. Veel bronnen online zeggen dat deze steen zou kunnen dateren van rond 12000 v. Chr.[vi]

Maar het iconische stuk van de Poort van de Zon is lang niet de grootste steen die verplaatst is op de omringende archeologische plek, een gebied waarvan gezegd wordt dat het een "zuurstofarme" en "onherbergzame" dertienduizend voet hoge plek is, waar monolieten van tweehonderd ton staan in de structuren op zo'n tien mijl [16km] afstand van de groeve.[vii] Deze ruïnes zijn uniek in hun vooruitstrevende geometrische ontwerp, waarvan de technieken pas in de laatste honderd jaar door onze moderne bouwers zijn aangeleerd.

ViewZone-journalist Dan Eden documenteert:

Sommige van de stenen vertonen sporen van gereedschappen die met geen enkele bekende antieke technologie gemaakt kunnen zijn...

[En veel later in het artikel:] Er is in de hele oude wereld geen technologie bekend die stenen van zo'n enorm gewicht en formaat zou hebben kunnen vervoeren. De Andesbewoners van 500 na Christus, met hun eenvoudige rieten boten, zouden ze zeker niet hebben kunnen verplaatsen. Zelfs vandaag de dag, met alle moderne vooruitgang in techniek en wiskunde, zouden we zo'n bouwwerk niet kunnen maken.

In tegenstelling tot eerder genoemde vindplaatsen, is er hier genoeg bewijs van vestiging, middelen, intelligentie en planning, dat de vraag "wie" een geheel nieuw tegengesteld extreem wordt. Terwijl wij ons afvragen hoe neolithische, nomadische, rondtrekkende korenploegen de bouwwerken van Göbekli Tepe, die wij verderop in dit artikel bespreken, zouden kunnen begrijpen, vragen wij ons bij de site van Tiahuanaco af hoe een mensenras, dat in sommige opzichten intelligenter blijkt te zijn dan wij vandaag, mogelijkerwijs zou kunnen hebben geleefd zo'n tienduizend tot zestienduizend jaar voordat Christus op aarde rondliep. Hoewel archeologen en historici het erover eens zijn dat deze plek werd gebouwd door "Tiahuanacans", is er geen eenvoudige verklaring voor wat voor soort mensen - of ras - zij precies waren. Door hun geavanceerde intelligentie onderscheidden zij zich van andere oude beschavingen en het is dan ook geen verrassing dat veel mensen hen in verband brengen met buitenaardsen.

Buitenaardse connecties werden voor het eerst gesuggereerd door Eric von Daniken, en zijn bestendigd door ontdekkingen van de klaarblijkelijk geavanceerde kennis die de ingenieurs van de Tiahuanacan schenen te bezitten - duizenden jaren eerder dan andere culturen.

Analyse van deze cultuur heeft aangetoond dat de oude Tiahuanacan-wetenschappers wisten dat de aarde een wereldbol was die om zijn as draaide en zij berekenden exact de tijdstippen van verduisteringen, zelfs die welke niet zichtbaar waren in Tiahuanaco maar wel in het tegenovergestelde halfrond.

Wetenschappers hebben ook vastgesteld dat de Tiahuanacanen de cirkel wiskundig verdeelden in 264 graden (in plaats van 360 zoals door de Babyloniërs werd ingezet); zij bepaalden de juiste verhouding van pi (22/7), en zij konden kwadraten berekenen (en dus vierkantswortels).[x]

Maar ondanks de sprakeloosheid die zo'n onweerlegbare geestkracht, verborgen in de heuvels van de zon, zou veroorzaken, inspireert het aangeboren verlangen in de menselijke natuur om het onoplosbare op te lossen velen tot speculaties:

Er zijn veel theorieën geopperd over de bouwkunst van Tiwanaku. Een daarvan is dat zij een luk'a gebruikten, een standaardmeting van ongeveer zestig centimeter. Een ander argument is dat van de Pythagoreïsche Ratio. Dit idee pleit voor rechthoekige driehoeken in een verhouding van vijf tot vier tot drie die in de poorten zijn gebruikt om alle delen te meten. Tenslotte stellen Protzen en Nair [auteurs van "On Reconstructing Tiwanaku Architecture," in The Journal of the Society of Architectural Historians dat Tiwanaku een systeem had voor individuele elementen afhankelijk van context en compositie. Dit blijkt uit de bouw van gelijksoortige poorten, variërend van kleine tot monumentale afmetingen, wat bewijst dat schaalfactoren geen invloed hadden op de verhoudingen. Met elk toegevoegd element werden de individuele stukken verschoven om bij elkaar te passen.[xi]

Ongeacht de methoden die voor het bouwen werden gebruikt, is er absoluut geen bewijs dat deze cultuur had geëxperimenteerd tot de vindingrijkheid die wij vandaag de dag zien. Het is alsof zij vanaf de eerste poging instinctief precies wisten hoe zij hun bouwkunst moesten uitvoeren, in plaats van enige evolutionaire vaardigheidsfasen te vertonen.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de wereld versteld stond van hun vermogen om te overleven en voedsel en planten te bewaren in een voor vegetatie vijandige atmosfeer en klimaat. Toen hun geheim uiteindelijk werd ontdekt, bleek het slimmer dan wat veel landbouwgemeenschappen vandaag de dag kunnen organiseren. Kanalen werden op precies de juiste diepte in rasters rond de planten in de grond aangebracht; wanneer de zon op de kanalen scheen, warmde het water zodanig op dat het na zonsondergang 's nachts langzaam afkoelde, waarbij de warmte werd afgevoerd in een stoom of nevel die de planten als een deken omhulde, terwijl de omringende lucht nooit tot onder het vriespunt daalde, wat typisch is voor dit gebied. En alsof deze strategie op zichzelf nog niet geraffineerd genoeg was, deed deze tactiek ook dienst als een vroeg irrigatiesysteem.

Als een ander intrigerend punt vertelt de plek uitstekende verhalen en toont indrukwekkende religieuze implicaties in zijn kunstwerken. De godheid in het midden en op de top van de Poort van de Zon is door sommige historici en archeologen geïdentificeerd als de god Viracocha, die het "ras van reuzen" schiep.

Het volgende is een uittreksel van de Wikipedia-pagina over de god Viracocha (let op de overeenkomsten tussen de Viracocha mythe en die van het verhaal van Genesis):

Volgens een mythe opgetekend door Juan de Betanzos, steeg Viracocha op uit het Titicacameer (of soms uit de grot van Paqariq Tampu) tijdens de tijd van duisternis om licht voort te brengen. Hij maakte de zon, de maan en de sterren. Hij maakte de mensheid door in stenen te ademen, maar zijn eerste schepping waren hersenloze reuzen die hem niet bevielen. Dus vernietigde hij die met een zondvloed en maakte een nieuwe, betere uit kleinere stenen. Viracocha verdween uiteindelijk over de Stille Oceaan (door over het water te lopen), en keerde nooit meer terug. Hij zwierf over de aarde, vermomd als bedelaar, en leerde zijn nieuwe schepsels de basisbeginselen van de beschaving, en verrichtte talloze wonderen. Hij weende toen hij de benarde toestand zag van de wezens die hij had geschapen. Men dacht dat Viracocha weer zou verschijnen in tijden van nood. Pedro Sarmiento de Gamboa merkte op dat Viracocha werd beschreven als "een man van gemiddelde lengte, blank en gekleed in een wit gewaad als een albe die om het middel werd vastgemaakt, en dat hij een staf en een boek in zijn handen droeg."[xii]

Een beschrijving/uitleg van de afbeelding van de godheid Viracocha geeft inzicht in wat er op de Poort van de Zon kan zijn gekerfd:

Viracocha was een van de belangrijkste goden in het Inca pantheon en werd gezien als de schepper van alle dingen, of de substantie waaruit alle dingen zijn ontstaan, en was nauw verbonden met de zee. Viracocha [zou] het universum, de zon, maan en sterren, de tijd (door de zon het bevel te geven over de hemel te bewegen) en de beschaving zelf hebben geschapen. Viracocha werd vereerd als god van de zon en van de stormen. Hij werd afgebeeld met de zon als kroon, met bliksemschichten in zijn handen, en tranen die als regen uit zijn ogen kwamen.

Göbekli Tepe

Misschien wel een van de meest besproken locaties op aarde vandaag de dag zijn de Göbekli Tepe structuren in Turkije, net ten noorden van de Syrische grens. Er moet echter worden opgemerkt dat deze plaats, met zoveel discussie als zij oproept, tot nu toe veel minder plausibele theorieën over mensenhanden heeft opgeleverd dan zelfs die van Baalbek, die wij in dit hoofdstuk zullen noemen.

Göbekli Tepe is uniek ten opzichte van andere archeologische vindplaatsen omdat de oudste en diepste laag van de opgegraven structuur dateert uit het Pre-Pottery Neolithic A (of "PPNA"; 8000-7000 v. Chr.;[xiv] hoewel radiokoolstof datering suggereert dat deze eerste laag zo oud zou kunnen zijn als 9600 v. Chr.), maar het is de thuisbasis van bijna tweehonderd T-vormige pilaren (volgens geofysisch onderzoek; ze zijn op het moment van dit schrijven nog niet allemaal opgegraven), die tot twintig voet (zes meter) hoog staan en tot twintig ton wegen. (Merk ook op dat er een steen is in de nabijgelegen steengroeve die vijftig ton weegt.) Veel van de pilaren hebben aan één kant versierde gravures met dieren - zowel dociele als roofdieren, insecten, reptielen, vogels, enz. - maar niet verrassend in verband met neolithische grotschilderingen en zeer weinig mensachtige vormen. De grootste zuilen staan in het centrum van mysterieuze cirkels die uit kleinere zuilen en stenen bestaan. Het contrast van zulke prachtige stenen die gedateerd worden binnen het PPNA tijdperk trekt serieuze aandacht van archeologen en historici vanwege de implicaties die deze combinatie heeft op alles wat we weten over de ontwikkeling van de vroege menselijke beschaving, wat deze plek aan zijn faam verbindt.

MYSTERIES VAN HET BOEK VAN HENOCH

WAAROM CHRISTENEN NU AANDACHT MOETEN SCHENKEN AAN WAT HET ZEGT OVER EINDTIJDPOORTEN... EN DEGENEN DIE ER DOOR HEEN ZULLEN KOMEN!

Vóór de moderne landbouwnederzettingen, die de lege gronden creëerden die wij vandaag zien, zou dit gebied een ideale plant/dier bron zijn geweest voor de nomadische jagers/verzamelaars van de Pre-Pottery tijdperken. De Duitse toparcheoloog Klaus Schmidt, die meer dan tien jaar van zijn leven heeft gewijd aan de mysteries van Göbekli Tepe, heeft kunnen uitsluiten dat de top zelf ooit een permanente woonplaats is geweest voor vroege bewoners. Dat zou volgens Schmidt suggereren dat deze elfduizend jaar oude locatie - die zesduizend jaar voor Stonehenge zou liggen - een plaats van aanbidding was; de "eerste door mensen gebouwde heilige plaats;"[xv] "de eerste 'kathedraal op een heuvel' van de mensheid."[xvi]

Omdat momenteel slechts ongeveer 5 procent van de site is opgegraven (ongeveer een hectare), kunnen er nog vele geheimen onder de grond verborgen liggen. Maar ondanks de minimale onthulling die tot nu toe heeft plaatsgevonden, is er een goede reden voor deze wereldwijde aandacht voor deze heuvel.

Volgens Smithsonian Magazine: "Geleerden hebben lang geloofd dat pas nadat mensen geleerd hadden om landbouw te bedrijven en in vaste gemeenschappen te leven, zij de tijd, organisatie en middelen hadden om tempels te bouwen en ingewikkelde sociale structuren te ondersteunen. "Maar zonder bewijs van vestiging ("geen kookhaarden, huizen of afvalkuilen, en geen van de vruchtbaarheidsbeeldjes van klei die nabijgelegen vindplaatsen van ongeveer dezelfde ouderdom bezaaien"[xviii] onder andere), zou de enige menselijke verklaring voor deze monumentale complexen het bouwen, stapelen, tillen, vormen, en conceptualiseren van deze pilaren toeschrijven aan de reizigers van die tijd. Omdat de site is gedateerd op PPNA, moeten we geloven dat hij is gemaakt door mensen zonder zelfs maar de "tijd, organisatie en middelen" om een pot van klei te bouwen. En dan hebben we het nog niet eens over het feit dat deze nomaden uit de tijd van vóór de sedentaire samenleving, gezien hun voortdurende verhuis- en overlevingsstijl, deze taken 's nachts hadden moeten volbrengen, dus deze theorie wordt door de meeste archeologen niet eens serieus genomen. "Schmidt zegt dat de monumenten niet gebouwd kunnen zijn door haveloze groepen jager-verzamelaars. Om ringen van zeven ton wegende stenen pilaren uit te hakken, op te richten en te begraven, zouden er honderden arbeiders nodig zijn geweest, die allemaal gevoed en gehuisvest moesten worden."[xix]

Laag II, bestaande uit structuren in, op en rond Laag III, wordt gedateerd in het PPNB-tijdperk, en omvat de installatie van kleine raamloze kamers en kleinere T-vormige pilaren. Laag I is de jongste van de lagen, bevindt zich op het hoogste gedeelte van de heuvel (het grondniveau vóór de opgraving) en bevat alleen losgekomen sedimenten van erosie, verzameld sinds de heuvel opzettelijk was opgevuld (ca. 8000 v. Chr., de Steentijd, volgens koolstofdatering; reden voor opzettelijke opvulling is onbekend), alsmede andere kleine stenen werktuigen en kalksteen fragmenten van het afval dat werd gebruikt om de heuvel op te vullen. National Geographic legt de lagen uit op een manier die, misschien, gemakkelijker te begrijpen is: "Verbijsterend genoeg werden de mensen in Göbekli Tepe steeds slechter in het bouwen van tempels. De vroegste ringen [Laag III] zijn de grootste en meest verfijnde, zowel technisch als artistiek. Naarmate de tijd verstreek, werden de pilaren [in Laag II] kleiner, eenvoudiger, en werden ze met steeds minder zorg gemonteerd. Uiteindelijk lijkt de inspanning te zijn gestrand in 8200 v. Chr. [toen de site weer werd opgevuld; Laag I]. Göbekli Tepe was een en al val en geen stijging."[xx]

Een van de belangrijkste theorieën over het doel van Göbekli Tepe is dat de zuilen en cirkels bedoeld waren als bedevaartsoord, en om de overledenen te verwelkomen als laatste rustplaats. Dit wordt ondersteund door het houtsnijwerk, voornamelijk roofdieren; sommigen suggereren dat het vroege handwerk werd gemaakt om boze geesten te verdrijven van het knoeien met de lichamen van verloren geliefden. Omdat gieren vaak voorkomen tussen de oude kunstwerken - evenals fragmenten van menselijke botten die in het gebied zijn gevonden - wijst dit op de mogelijkheid van vroege luchtbegrafenissen, waarbij de reizigers de resten van hun geliefden bij de pilaren achterlieten zodat de aasvogels ze konden verstrooien. Er werden ook beenderen van geslachte dieren gevonden, ondanks het ontbreken van woongebouwen of kookconstructies, die suggereren dat de gelovigen een korte maaltijd deelden (elders of bovengronds bereid buiten de cirkels) voor hun vertrek van de heuvel. Dat lijkt een logisch "waarom" voor de vergelijking, maar wat onbeantwoord blijft is "hoe". Zelfs als religie of begraven de oorspronkelijke bedoeling van de plaats was, hoe zouden deze pilaren dan zijn opgericht door mensen die niet over de middelen, huisvesting, tijd en intelligentie beschikten om dat te doen?

Een aantal deelnemers aan het debat fluistert dat dit wel eens een van de eerste landbouwinitiatieven ter wereld zou kunnen zijn geweest, voortkomend uit wanhoop, in plaats van vindingrijkheid en planning. Als dit waar zou zijn, zou het verhaal, zoals door archeologen wordt verondersteld, zich als volgt ontvouwen: Neolithische jagers/verzamelaars gingen op weg om een heilige plaats te creëren. Zij vonden een steengroeve en begonnen megalieten van meerdere tonnen op te graven met vuurstenen schilfers (schilferige stenen ter grootte van een handpalm met scherpe randen, die door de vroege kolonisten voor verschillende doeleinden werden gebruikt en vaak leken op pijlpunten van obsidiaan of iets dergelijks, maar dan veel lichter van kleur). Al snel raakten hun middelen uitgeput toen zij zich realiseerden dat hun bouwplaats veel langer zou duren dan gepland, dus begonnen zij tarwe te verzamelen van de omliggende velden om te overleven, wat langzamerhand de eerste gedomesticeerde tarweboerderij werd. Terwijl zij doorgingen met het opgraven van de stenen en het bouwen van hun heilige plaats, leerden zij tegelijkertijd over planten en oogsten, de kennis die zij opdeden meer gebaseerd op gelukkige toevalligheden en de pure wil om te overleven dan op planning. Zij bleven hun intelligentie gebruiken voor het doel om op één plaats te blijven, hun toewijding aan de heilige plaats dwong hen tot een nieuwe manier van leven, en de jagers/verzamelaars werden uiteindelijk de eerste boeren/ kolonisten.[xxi]

Een andere, meer geloofwaardige versie van dit verhaal werd bedacht door Schmidt:

Zulke geleerden suggereren dat de neolithische revolutie, d.w.z. het begin van de graanteelt, hier plaatsvond. Schmidt geloofde, net als anderen, dat mobiele groepen in het gebied gedwongen waren met elkaar samen te werken om de vroege concentraties van wild graan te beschermen tegen wilde dieren (kuddes gazellen en wilde ezels). Wilde granen werden wellicht intensiever dan vroeger voor het levensonderhoud gebruikt en werden misschien opzettelijk gecultiveerd. Dit zou hebben geleid tot een vroege sociale organisatie van verschillende groepen in het gebied van Göbekli Tepe. Volgens Schmidt begon het Neolithicum dus niet op kleine schaal in de vorm van individuele gevallen van tuinbouw, maar ontwikkelde het zich snel in de vorm van "een grootschalige sociale organisatie."[xxii]

We weten dat menselijke domesticatie op een bepaald moment in de geschiedenis moest hebben plaatsgevonden, dus waarom niet daar en toen? Nogmaals, de theorie zou kunnen kloppen, en is zelfs ondersteund door recente DNA-analyse die de moderne gedomesticeerde tarwe strengen verbindt met de wilde tarwe strengen van de Karaca Dağ berg, slechts 20 mijl van Göbekli Tepe, bewijs dat de moderne tarwe waarschijnlijk afkomstig zou kunnen zijn van tarwe domesticatie experimenten net als die in Schmidt's theorie.[xxiii] Toch, hoe verder we in dit verhaal komen, des te meer vragen komen er naar boven. Hoe kon er een vroeg landbouwinitiatief zijn geweest zonder een nabijgelegen nederzetting (de nabijgelegen steden werden pas eeuwen later gebouwd)? Voor deze stenen van tien tot vijftig ton waren naar schatting vijfhonderd mannen nodig om ze vanuit de groeve een kwart mijl naar de pilaren en cirkels te trekken. Zoals Archaeology Magazine het stelt: "Hoe bereikten de mensen uit het Stenen Tijdperk het niveau van organisatie dat nodig was om dit te doen?" Het artikel zegt verder dat sommige archeologen speculeren dat "een eliteklasse van religieuze leiders toezicht hield op het werk en later de rituelen controleerde die op de plaats plaatsvonden."[xxiv] Waren dit de reptielachtigen uit Genesis 6, de Wachters die als "vliegende genieën" zijn neergedaald? Ik vraag dit omdat de zogenaamde Pre-Pottery Neolithische typen die in Göbekli Tepe zouden hebben bestaan op migratieafstand van de oude stad Jericho, en ongeveer op hetzelfde moment dat het massale bouwproject in Turkije aan de gang was (Göbekli Tepe is een archeologische vindplaats in de Zuidoost Anatolische regio van Turkije), begon de Pre-Pottery Neolithische A cultuur op de beroemde bijbelse vindplaats Jericho met iets overhaastigs dat veelzeggend zou kunnen zijn. De jager-verzamelaars die daar in lemen hutten en tenten hadden geleefd en de seizoenen volgden waarheen die hen leidden, hielden plotseling op met migreren en begonnen zelf aan een grootschalig bouwproject - en dat was zuiver defensief. Al snel reageerde een volk dat tot dan toe gewoon zou zijn weggelopen voor een superieur leger, alsof het iets zag dat het niet kon ontlopen: de noodzaak om hun nederzetting te omringen met een enorme muur van 3 meter dik en bijna een 0,8 km lang rond de binnenste stad. Als onderdeel van de muur bouwden ze ook een gigantische stenen uitkijktoren met een diameter van 10 meter en ongeveer even hoog. De muur was omgeven door een soort gracht, uitgehouwen uit massief gesteente en gevuld met modder. De gracht was ongeveer 2,7 meter diep en 8 meter breed, met nog een muur buiten die omtrek. Het doel van de gracht was om de mogelijkheden van de vijand te beperken om bij de muur te komen met klimuitrusting (of, waarschijnlijker, om iets tegen te houden dat over de muur kon springen, zoals reuzen). Natuurlijk ben ik hier aan het theoretiseren, maar het is duidelijk dat de inwoners van wat later de stad Jericho zou worden, plotseling met iets werden geconfronteerd, en wel op hetzelfde moment dat het apocriefe Boek van Henoch melding maakt van slangachtige Wachters - de onsterfelijken die wij bestuderen - die neerdaalden in de dagen van Jared en gemuteerde levensvormen schiepen die Nephilim werden genoemd.

Maar terwijl deze mysterieuze, door portalen reizende entiteiten in het hele Midden-Oosten onder het oordeel van God kwamen, begroef men in Göbekli Tepe de bouwplaats haastig onder tonnen en tonnen aarde, om onduidelijke redenen. Was het opdat deze site na de zondvloed (die was voorspeld en toen de wereld op de hoogte was) zou kunnen worden blootgelegd? Of is er iets in Turkije dat nog ontdekt moet worden dat zou kunnen verklaren waarom het, net als de Anasazi-woningen in de Verenigde Staten later, op abrupte wijze zouden worden verlaten? Iets dat zelfs gebruikt zou kunnen worden door die reuzen, waarvan voorspeld wordt dat ze zullen terugkeren, of een deel van een groot bedrog in de eindtijd? Meer nog dan Baalbek (samenvatting volgt), blijft Göbekli Tepe een mysterie. We kunnen niet met zekerheid zeggen wie, hoe, of voor welk doel het werd gebouwd; noch kunnen we zelfs maar beginnen te raden waarom het ooit werd bevolen om het weer op te vullen, of waarom elke generatie bouwers minder bekwaam en indrukwekkend werd dan de vorige, in plaats van omgekeerd, wat toch is wat de natuurlijke evolutionaire intelligentie zou suggereren. Eén ding weten we zeker: als Göbekli Tepe het resultaat is van mensenhanden, dan wordt op z'n minst alles uitgewist wat we dachten te weten over de vroege menselijke ontwikkeling, de agrarische efficiëntie van nomadische mensen en het domesticeren van nederzettingen.

VOLGENDE KEER: Het Mysterie van Baalbek

Eindnoten:

[i] “The Ancient Astronaut Theory,” http://imaginealiens.weebly.com/gate-of-the-gods.html (last accessed February 5, 2015).

[ii]John Black, “Lake Titicaca—Gate of the Gods,” Ancient Origins, January 28, 2013, http://www.ancient-origins.net/ancient-places-americas/lake-titicaca-gate-gods-003 (last accessed February 5, 2015).

[iii] New documentary release announcement, “The Mysterious Stone Monuments of Markawasi, Peru,” as seen on “The Documentary Channel,” BBC Video, http://www.bcvideo.com/markawasi.html (last accessed February 5, 2015).

[iv]“10 Ancient Settlements that Were Abandoned for Mysterious Reasons,” Urban Ghosts Media, September 29, 2014, http://www.urbanghostsmedia.com/2014/09/10-ancient-settlements-abandoned-mysterious-reasons/4/. (last accessed February 5, 2015).

[v] “Puerta de HayuMarka, Doorway of the AmaruMeru (AmaruMuru),” Labyrinthina, http://www.labyrinthina.com/amaru.htm (last accessed February 5, 2015).

[vi]Referenced as “14,000 years old” as well as “14000 BP” regularly. As examples: Dan Eden, “The Amazing Engineering Designs of Tiahuanaco: Gateway to the Gods,” ViewZone, http://www.viewzone.com/tiax.html (last accessed February 5, 2015). (See the breakdown of the site-dating and its controversy under the heading “How old is this site?”; Rebecca Stone-Miller, Art of the Andes: From Chavin to Inca (Thames & Hudson, New York: 1996); Brian M. Fagan, The Seventy Great Mysteries of the Ancient World: Unlocking the Secrets of Past Civilizations (Thames & Hudson, New York: 2001).

[vii] Dan Eden, “Amazing Engineering Designs,” http://www.viewzone.com/tiax.html.

[viii] Ibid.

[ix]Ibid., under the heading “How old is this site?”

[x] Ibid.

[xi] “Tiwanaku,” Wikipedia: The Free Encyclopedia, under the heading “Structures,” last modified January 27, 2015, http://en.wikipedia.org/wiki/Tiwanaku#Structures (last accessed February 5, 2015).

[xii] “Viracocha,” Wikipedia: The Free Encyclopedia, under the heading “Cosmogony according to Spanish accounts,” last modified January 8, 2015, http://en.wikipedia.org/wiki/Viracocha (last accessed February 5, 2015).

[xiii] “Viracocha,” Wikipedia, http://en.wikipedia.org/wiki/Viracocha.

[xiv] For more information on these historic periods, see: “Pre-Pottery Neolithic A,” Wikipedia: The Free Encyclopedia, last modified November 26, 2014, http://en.wikipedia.org/wiki/Pre-Pottery_Neolithic_A (last accessed February 4, 2015).

[xv] Andrew Curry, “Göbekli Tepe: The World’s First Temple?: Predating Stonehenge by 6,000 Years, Turkey’s Stunning Göbekli Tepe Upends the Conventional View of the Rise of Civilization,” Smithsonian.com, November 2008, http://www.smithsonianmag.com/history/gobekli-tepe-the-worlds-first-temple-83613665/?no-ist (last accessed February 3, 2015).

[xvi] Ibid.

[xvii]Ibid., emphasis added.

[xviii] Ibid.

[xix]Ibid., emphasis added.

[xx]Charles C. Mann, “The Birth of Religion,” National Geographic Magazine, June 11, 2011, http://ngm.nationalgeographic.com/print/2011/06/gobekli-tepe/mann-text (last accessed February 4, 2015).

[xxi] This theory appears in many places throughout research. For further reading, consider: “Which Came First, Monumental Building Projects Or Farming?” Archaeo News, December 18, 2008, last accessed February 4, 2015, http://www.stonepages.com/news/archives/003061.html.

[xxii]“Göbekli Tepe,” Wikipedia, under the heading “Interpretation,” http://en.wikipedia.org/wiki/G%C3%B6bekli_Tepe#cite_ref-23. Original text German, as cited from: Klaus-Dieter Linsmeier, Eine Revolution imgroßenStil, “Interview mit Klaus Schmidt,” AbenteuerArchäologie. Kulturen, Menschen, Monumente (Spektrum der Wissenschaft, Heidelberg 2006) 2.

[xxiii]Manfred Heun et al., “Site of Einkorn Wheat Domestication Identified by DNA Fingerprinting,” Science Magazine, vol. 278, November 1997, 1312–1314; viewable here: http://www.ndsu.edu/pubweb/~mcclean/plsc731/homework/papers/huen%20et%20al%20-%20site%20of%20einkorn%20wheat%20domestication%20identified%20by%20DNA%20fingerprinting.pdf.

[xxiv] Sandra Scham, “The World’s First Temple,” Archaeology Magazine, vol. 61, November/December 2008; viewable here: http://archive.archaeology.org/0811/abstracts/turkey.html.

Bron: TOP SECRET SERIES—PART 29: Puerta de Hayu Marca (“Gate of the Gods”), Göbekli Tepe, and Other Ancient Stargates » SkyWatchTV