www.wimjongman.nl

(homepagina)


MYSTERIE VAN RAGNAROK EN DE TWEEDE KOMST (DEEL 7): Mysterie van de matzahs

30 juni 2022 - door SkyWatch Editor

()

Deel 1 - Deel 2 - Deel 3 - Deel 4 - Deel 5 - Deel 6 - Deel 7 - Deel 8 - Deel 9 - Deel 10 - Deel 11
Deel 12
- Deel 13 - Deel 14 - Deel 15 - Deel 16 - Deel 17 - Deel 18 - Deel 19 - Deel 20 - Deel 21
Deel 22 - Deel 23 - Deel 24 - Deel 25 - Deel 26 - Deel 27 - Deel 28 - Deel 29 - Deel 30 - Deel 31

Zoals in de vorige inzending vermeld, worden er drie stukken matzah naar de feesttafel gebracht en aan de vader van het huishouden overhandigd. Ze zijn gewikkeld in een perfect, sneeuwwit linnen. Sommigen beweren dat deze voor de aartsvaders zijn (Abraham, Izaäk, Jakob), maar de meest populaire verklaring is dat ze genoemd zijn naar de drie stammen van Israël zoals het verdeeld was na de Babylonische ballingschap: Kohen, Levi, en Yisrael. De vergelijking tussen deze stammen en God de Vader, God de Zoon, en God de Heilige Geest is opmerkelijk. Wij zullen kort uitleggen hoe dat komt, zodat de lezers kunnen begrijpen hoe intens de relatie is tussen Christus en het afikomen-gebruik.

Mozes' broer Aäron werd gekozen tot hogepriester, zodat zijn nakomelingen de Kohenim (priesters) waren, en het was uit deze bloedlijn dat de Kohen stam bleef dienen op het hoogste niveau in de tempel. De Kohen Gadol ("hogepriester") was de heiligste en vroomste man in heel Israël, onderworpen aan de strengste reinheidswetten. Hij droeg de acht tempelgewaden, waarvan de hoshen (priesterlijke borstplaat) er één was. Aan de buitenkant van de hoshen zaten twaalf stenen, elk met de naam van een van de oorspronkelijke stammen van Israël. Aan de binnenkant, achter de stenen, bevond zich de Urim VeTumim, wat "licht en waarheid" betekent, een stuk perkament met de onuitsprekelijke Heilige Naam van God (het Tetragrammaton-"YHWH") erop geschreven.

Als men de drie matzahs zou beschouwen met de Drie-eenheid in gedachten, dan heeft de Kohen iets van een "Vader", iemand die de spirituele leider is over al Zijn mensen, wiens namen op Zijn hart zijn geschreven, die de essentie belichaamt en handhaaft van alles waar de heilige tempel voor staat, zoals de ultieme Kohen Gadol, die letterlijk de onuitsprekelijke Heilige Naam Yahweh op Zijn borst draagt. Hou dat even in je achterhoofd als we verder gaan met de tweede matzah, de Levi.

Toen Mozes niet zo snel terug was als de Israëlieten wilden dat hij was in het afdalen van de Sinaïberg, vond het gouden kalf debacle plaats, en de Levieten weigerden er ook maar enig deel van uit te maken. Daarom werden zij "apart gezet voor de Here" en "gezegend" in een exclusieve positie van intimiteit met de Vader (Exodus 32:26-29). De Levieten waren priesters van de tempel, reisden als leraren (rabbijnen) van de Torah (hun unieke reis sluit aan bij het feit dat zij nooit land hadden gekregen om te bewerken zoals de andere stammen), en zij stonden bekend als de grootste dienaren van de rest van hun volk. Literatuur samengesteld door geleerden, historici en Joodse wijzen erkennen dat de Levieten buitengewoon toegewijd waren aan God, en collectief "een universeel ideaal vertegenwoordigden voor mensen van zuiver geloof, bereid om de wereld te verlaten en een leven te cultiveren van innerlijke rust en opperste wijsheid."[i]

Aaron was een Leviet, en daarom zijn alle Kohenim Levieten, maar niet alle Levieten zijn Kohenim: "Leviim worden verondersteld de directe patrilineaire afstammelingen van Levi te zijn, terwijl Kohaniem Leviim zijn die rechtstreeks, via hun vaders, van Aaron afstammen."[ii] Dit is de reden waarom, hoewel de twee in zekere zin "één" zijn, Levieten worden beschouwd als een aparte categorie van stam dan de Kohenim. Vergelijk: Jezus is God, net zoals de Vader God is, maar de Vader is niet Jezus en Jezus is niet de Vader. Jezus is een "afstammeling" van de Vader, hoewel de twee "één" zijn.

De vergelijking van Jezus, de Zoon van God en tweede lid van de Drie-eenheid, met de Levi matzah is vrij duidelijk: Net als de Levieten en het gouden kalf, weigerde Jezus, toen Hij in verzoeking werd gebracht, iemand of iets anders dan de Vader te aanbidden (Matteüs 4:10). Hij was meer toegewijd aan en intiemer met de Vader dan enig ander wezen in de geschiedenis van de eeuwige kosmos (Johannes 17), omdat Hij en de Vader "één" zijn (Johannes 10:30). De Schrift schetst Hem herhaaldelijk als priester en Hogepriester (verwijzingen zijn legio in het hele boek Hebreeën). Niemand zal betwijfelen of Hij de absolute Rabbi (of Rabboni) was, zoals Hij gewoonlijk genoemd werd toen Hij rondreisde en reisde om te dienen en te onderwijzen; Johannes 3:2, één van de vele voorbeelden, verwijst openhartig naar Jezus als "een leraar die van God gekomen is". Net als de Levieten onderwees en demonstreerde Hij zowel dienstbaarheid aan de mensen om Hem heen als een van de hoogste prioriteiten (Johannes 13:4-17, Marcus 10:45). En natuurlijk, Hij staat als het "universele ideaal voor mensen van zuiver geloof."

Dan blijft de derde matzah over, de Yisrael. Iedereen van Israël die geen Levi of Kohen was, en die dus niet in de tempel werkte, werd beschouwd als Yisrael - de "gemeente" zoals het soms wordt genoemd. Met andere woorden, Yisrael vertegenwoordigde alle stammen tezamen, onverdeeld, zonder vriendjespolitiek: 100 procent gelijk in belangrijkheid aan en "één met" Kohenim en Leviim, maar zeer veelzijdig en flexibel in dienst aan en voor God.

Op dezelfde manier werkt het Lichaam van Christus met veel "delen": verschillende mensen van verschillende "stammen" over de hele wereld die samenwerken voor de universele Kerk, onpartijdig naar achtergronden, raciale scheidslijnen, sociale statussen, enzovoort. Veelzijdigheid en flexibiliteit in de dienst aan God is van vitaal belang. Hoe wordt dit bereikt? Door het derde lid van de Drie-eenheid, de Heilige Geest, de gever van gaven (1 Korintiërs 12,8-10, Romeinen 12,6-8). Hij inspireert tot persoonlijke dienst aan God op vele manieren en aan elke gelovige. Met de Heilige Geest is de "verdeling van stammen" (om in gelijkwaardige termen te spreken) irrelevant, omdat wij allen één gemeente zijn die het Lichaam van Christus wordt genoemd. Op zichzelf zou dit voldoende zijn voor een redelijke vergelijking van de Heilige Geest als Degene die de Yisrael matzah voorstelt, maar er is meer aan de hand dan alleen dit. De timing rond de Opstanding, Hemelvaart, en de Pinksterdag speelt ook een ongewone rol in het afikomen gebruik. De rol van de Heilige Geest als de Yisrael matzah gaat daardoor verder.

De volgende details zijn echt ongelooflijk.

De "Belofte van de Vader"-prijs

Dus, zodra de Kohen, Levi, en Yisrael matzah stukken in wit linnen naar de tafel zijn gebracht, neemt de vader van het huishouden alleen het middelste (Jezus/Levi) stuk vast, zegent het, en breekt het dan in tweeën. De kleinere helft wordt teruggelegd in het midden van de twee andere matzah-stukken, terwijl de grotere helft, die nu de afikomen wordt genoemd, in een aparte witlinnen wikkel wordt gelegd en ergens donker in het huis wordt verborgen.

Denk eraan: Jezus' lichaam werd gebroken, in zijn eigen witte begrafenislinnen gelegd (Marcus 15:46, Johannes 20:5), en in een donker graf weggeborgen.

Na de maaltijd gaan de kinderen op zoek naar de afikomen. Als het gevonden is, is het gebruikelijk dat het kind het matzah-stuk alleen teruggeeft aan zijn of haar vader in ruil voor een prijs. De weigering om de afikomen af te geven totdat een prijs is overeengekomen, wordt een "losprijs" genoemd; de prijs wordt genoemd - en wij citeren - "De belofte van de Vader."

Onthoud: Door het offer van het gebroken lichaam van de zondeloze, "ongezuurde" Heiland (en het "kostbare bloed"; 1 Petrus 1:18-19), betaalde Hij een "losprijs voor velen" (Mattheüs 20:28, Markus 10:45). Eigenlijk betaalde Hij een "losprijs voor allen" (1 Timoteüs 2:6). In werkelijkheid betaalde Hij een losprijs voor mensen van "elke stam" (Openbaring 5:9). De hele Bijbel wijst in de richting van, en toont de vervulling van, Jezus Christus als de beloofde Messias, gezonden door de Vader. Jezus is letterlijk "de belofte van de Vader", wiens afikomen lichaam ons allen "vrijgekocht" heeft.

Nu neemt de vader van het huishouden de afikomen en breekt het in zoveel stukken als er mensen bijeen zijn, en ieder neemt een stuk ter herinnering aan het paaslam, wiens bloed werd vergoten om hun zonden te bedekken.

DR. THOMAS HORN GEEFT DE MEEST VOLLEDIGE DETAILS TOT NU TOE VAN ZIJN EINDTIJD VISIOEN VAN VERNIETIGING MET BETREKKING TOT DE INKOMENDE ASTEROÏDE APOPHIS!

Onthoud: Jezus heeft ons opgedragen samen brood te breken en te eten ter herinnering aan Hem, het Lam wiens bloed werd vergoten om onze zonden weg te nemen.

Sommige orthodoxe Joodse geleerden hebben door de jaren heen geprobeerd uit te leggen dat al deze correlatie louter toeval is. Zij proberen, vanuit elke hoek, manieren aan te wijzen waarop de afikomen niet op de Messias lijkt, maar ondanks hun grootste inspanningen blijven mensen, begrijpelijkerwijs, denken dat de overeenkomsten te groot zijn om te negeren. Een van de meest gehoorde argumenten is dat het paaslam en het ongezuurde brood letterlijk gegeten moeten worden, en de Messias was/is dat natuurlijk niet. Maar het feit dat Jezus Zichzelf persoonlijk symboliseerde als het ongezuurde brood en de wijn, door de woorden "eet" en "drink" te gebruiken in verband met Zijn lichaam, doet deze zaak teniet en pleit zelfs voor meer aandacht voor het afikomen als vertegenwoordiger van de Messias. Niettemin, wat daarna komt brengt het naar een nog hoger niveau...

Precies veertig dagen na de afikomen-koopsom van het kind, geeft de vader van het kind het overeengekomen geschenk. Nog eens tien dagen later (vijftig dagen in totaal vanaf Pesach), wordt het Pinksterfeest (of "Weken"; Hebreeuws Shavuot) gevierd. Het Pinksterfeest/wekenfeest is voor een deel een viering van de dag waarop de Israëlieten de alles leidende Torah van de Vader kregen, "toen God Israël tot één volk in de Wet maakte."[iii] (Hierover later meer.)

Onthoud: Precies veertig dagen na de opstanding geeft Jezus de apostelen nog een geschenk en zegt hun, woordelijk, "te wachten op de belofte van de Vader" (Handelingen 1:4). Nog eens tien dagen later (vijftig dagen in totaal na de Opstanding) vond de Pinksterdag (Grieks woord voor "vijftigste") plaats. De dag van Pinksteren was de dag waarop de vroege Kerk de alles leidende Heilige Geest van de Vader kreeg, toen God de Kerk één volk maakte in gelijke mate van de Grote Opdracht van het Evangelie (Handelingen 2). (En zo komt de derde matzah, Yisrael, de Heilige Geest, rond door de levering van de belofte van de Vader)!

Zodra het communie-achtige delen van de laatste matzah voorbij is, eet of drinkt niemand meer iets; het Pesachmaal is afgelopen. Toen Jezus Zijn hoofd aan het kruis boog, erkende Hij specifiek dat het verlossende werk van Zijn zondeloze, gebroken, "ongezuurde", afikomen-lichaam "volbracht" was (Johannes 19:30). Maar "voleindigd" betekent hier niet alleen dat iets voorbij is; het komt van het Griekse tetelestai, dat "ten volle betaald" betekent.

De Joden wachtten en zochten naar hun Messias, net zoals hun kinderen vandaag de dag wachten en zoeken naar de afikomen. Jezus was, is, en zal altijd de beloofde Messias zijn, wiens lichaam voor ons werd gebroken en verborgen, maar wiens verrijzenis Hem opnieuw openbaarde. Jezus is dus de soevereine afikomen: gebroken, verborgen en geopenbaard.

Het is absoluut prachtig.

Door Jezus is de bloedverlossing betaald. Het afikomen kan voor hen die in Christus geloven niet langer betekenen "dat wat later komt," want de Messias is al gekomen, heeft de prijs betaald voor onze zonde, is opgestaan uit de dood, en opgevaren naar de hemel, waar Hij zit aan de rechterhand van de Vader. Jezus Christus is onze "herontdekte afikomen." Nu kunt u zien waarom wij vonden dat wij geen andere keus hadden dan de betekenis van dit zeldzame woord aan de orde te stellen, nadat wij de symboliek tussen het woord en Jezus hadden laten zien.

Dat betekent echter niet dat de etymologie van deze term zo gemakkelijk was als het zien van de nieuwe betekenis die Jezus eraan gaf. Zoals meestal het geval is bij etymologische zoektochten, zal een goede speurtocht naar de oorsprong onverwachte juweeltjes aan het licht brengen.

Laten we nu eens kijken naar, laten we zeggen, "de rest van het verhaal."

Etymologische nachtmerries

Het woord afikomen (of afikomen , zoals Yehuda Shurpin het in zijn artikel spelt) heeft een zeer moeilijk te traceren oorsprong. We zijn dagen bezig geweest om de knoestige doornen van verkeerde informatie en volkse etymologie over dit woord te doorzoeken voordat we alles bij elkaar konden rapen. Maar zonder de lezers te dwingen ook die vervelende reis te maken, zullen we het vereenvoudigen: Niemand weet zeker waar het vandaan komt.

De Joodse traditie-expert Dr. Ronald L Eisenberg erkent dit in zijn boek, The JPS [Jewish Publication Society of America] Guide to Jewish Traditions, wanneer hij zegt dat de "precieze betekenis onduidelijk is,"[iv] en het was verfrissend om dat zeldzame en transparante verslag te lezen. Wij (vooral Donna Howell) vonden het problematisch dat veel schrijvers over dit onderwerp ongefundeerde beweringen deden dat afikomen een aantal van de volgende betekenissen had: "dessert", "voedsel dat voor het plezier wordt gegeten", "feestvreugde", "avondvermaak", "festivalzang", "traditie na de maaltijd", enzovoort, waarbij de meeste concepten contextueel betrekking hadden op voedsel of een activiteit die een ceremonie afrondde. In bronnen geschreven door auteurs die de naam van Christus wilden verheffen, bleek steeds weer dat de betekenis zoiets was als "Iemand die gekomen is" of "Ik ben gekomen", zelfs ronduit "Messias", en het werd verklaard als een feit, verheerlijkt als een wonder. Maar hoezeer we ook in de verleiding komen om onze favoriete definitie te kiezen en daar in een studie als deze mee aan de haal te gaan, van "toetje" naar "Messias" gaan zonder bewijs of achtergrond is journalistiek onverantwoord (en maakt dezelfde fout als deze andere bronnen).

Dan is er ook nog het probleem dat velen het er niet over eens zijn of het woord eerst Grieks was en dan Hebreeuws, of eerst Hebreeuws en dan Grieks... en anderen beweren zelfs dat het oorspronkelijk Aramees was. (Geleerden schrijven over het algemeen een Griekse oorsprong toe.) Omdat het woord zo zeldzaam is in de oudheid - er is nauwelijks een spoor van zichzelf te vinden vóór de Misjna - zullen eerlijke geleerden toegeven dat we niet zeker kunnen weten welke cultuur of welk volk het woord het eerst heeft uitgesproken en wat het voor hen betekende. Wat we wel kunnen doen is kijken naar de best traceerbare afleidingen van het woord, die vergelijken met contextueel gebruik in de literatuur zo ver mogelijk terug in de tijd, en kijken hoe het plaatje een beetje opklaart.

Het lijkt het meest waarschijnlijk dat afikomen een vroege transliteratie is van het Griekse epikomen of epikomion (later getranslitereerd in afikomenos), wat in het algemeen betekent "dat wat daarna komt". Daarom kan het, wanneer het vertaald wordt uit een oude zin, dingen betekenen als "dessert" of "avondvertier", enz., omdat deze feestelijke, speciale activiteiten na iets anders komen, zoals een maaltijd of een lange werkdag. Uiteraard kan "dat wat daarna komt" ook gemakkelijk betrekking hebben op een Messiaanse vertaling van "Degene die later komt" of iets dergelijks.

Als we dit woord verder uitsplitsen, komen we uit op: het Griekse epi, dat "na", "over" of "later" betekent; komos, dat een voor-Grieks werkwoord is (Sanskriet of Proto-Indo-Europees, denken sommigen), dat waarschijnlijk "aankondigen", "verkondigen" of "verklaren" betekent; en tenslotte, ios, dat het Griekse achtervoegsel is dat eenvoudigweg "betrekking hebbend op" betekent. Het is niet moeilijk te begrijpen hoe afikomen kan worden geïnterpreteerd als een speciaal "dessert na het eten", zolang het ook "betrekking kan hebben op" een "aankondiging" of "proclamatie" (zoals het nieuws dat de verborgen afikomen waren gevonden). En gezien het feit dat de afikomen het laatste is wat gegeten wordt tijdens het Pesachmaal, kan het verband tussen "toetje" en "ongezuurd brood" toegestaan zijn in het belang van de "na-de-maaltijd" symboliek.

Voor de Joden werd "dessert" uiteindelijk de enige definitie van afikomen. Dit zou verklaren waarom hun eigen "wachten op de Messias" traditie moeilijker te herleiden is tot een punt van oorsprong dat dateert van voor Rabbi Eliezer's "houd de kinderen wakker" Talmoed instructie. In gewone huishoudens zou wat een oude ceremonie zou kunnen zijn geweest om uit te kijken naar de Messias, verloren kunnen zijn gegaan en vervangen kunnen zijn door gewoon iets anders om te eten. Verschillende wetenschappelijke bronnen hebben dit ook overwogen. Hermann Strack en Paul Billerbeck's zeer gezochte Duitse werk, Kommentar zum Neuen Testament aus Talmud und Midrasch ("Commentaar op het Nieuwe Testament vanuit de Talmoed en de Midrasj"), is het eens met deze conclusie en stelt dat de uiteindelijke "dessert" definitie "foutief" was, maar toch onwrikbaar: "De betekenis van het woord afikoman werd al vroeg vergeten. Reeds de Tosephta [een vroegere Joodse wetcompilatie dan de Misjnah of Talmoed] begrijpt het woord als 'het toetje'. Deze onjuiste uitleg hield vervolgens gedurende de gehele periode van de Joodse oudheid stand."[v]

IS NASA DEEL VAN EEN DOOFPOT MET CATASTROFALE GEVOLGEN?! BEKIJK DELEN 1-3 HIERONDER!

We kunnen bewijzen dat het zeldzame woord teruggaat tot vóór de tijd van Christus, en de betekenis wordt vager naarmate we verder teruggaan. We weten ook dat het lange tijd verkeerd geïnterpreteerd werd als een traktatie na het eten, terwijl het eerste woord iets betekende dat veel dichter lag bij "een verkondiging die ergens in de toekomst [of "na"; "later"; etc.] plaatsvindt." Maar voor onze doeleinden van het aantonen van Christus' vervulling van het hele ongezuurde brood beeld, moeten we kijken naar twee dingen: 1) of "het zoeken naar de afikomen" een Pesach-observatie was, die ver voor de tijd van Christus was ingesteld; en, daarom, 2) of er in, of tenminste rond, de tijd van Christus een culturele verschuiving was geweest in de interpretatie ervan: een verklaring waarom, vandaag de dag, Joodse bronnen zeggen "dessert" en Christelijke bronnen zeggen "Iemand die kwam" - beide beweren het als een feit en geen van beide zinspeelt op het andere.

Dankzij een geschreven werk van David Daube, hebben we een aanwijzing. Het Griekse afikomenos komt voor in het tweede-eeuwse geschrift Peri Pascha van bisschop Melito van Sardis! En, zoals deze oude tekst getuigt, in de tweede eeuw verwees de context van de term zeer zeker naar Jezus Christus als "De Komende", "Hij die gekomen is", of meer direct, "de messias die gekomen is".[vi] Daube's collectieve werk over dit onderwerp verduidelijkt dat deze verwijzing door bisschop Melito verwijst naar "een verwachte verlosser die, symbolisch verenigd met zijn volk, hen heel maakt terwijl zij nadenken over hun verleden, en toekomstige, verlossing."[vii]

Dit feit roept de vraag op van het gezond verstand: Als de Joden niet al die tijd een Messiaans element in praktijk hadden gebracht bij het Pesachfeest dat verband hield met afikomen - met andere woorden, als ten tijde van Christus de term alleen een toetje betekende voor de Joden en er geen voorafgaande "Messias" betekenis lag achter de naam van hun feestgewoonte - waarom zouden christenen zoals bisschop Melito dat woord dan gebruiken om hun Messias te beschrijven? Waarom zouden zij hun Verlosser noemen naar het Joodse woord voor "dessert"?

Maar nog flagranter: als de Joden er alleen maar op uit waren om ouders te instrueren hoe zij hun kleintjes wakker konden houden, waarom zou hun ritueel dan zoveel op Jezus lijken, zowel in Zijn verlossende daden als in de communie die Hij Zijn discipelen opdroeg vaak te doen ter nagedachtenis aan Hem?

Niets van dit alles is logisch...tenzij de Joden eerst de gewoonte hadden, en daarna de Christenen die gewoonte voortzetten, terwijl zij tegelijkertijd Christus als de vervulling van hun verouderde ritueel aanwijzen. Maar de reactie van de Joden daarop was misschien niet al te aangenaam. De Talmoed, geschreven door Rabbi Eliezer, die honderden jaren na het document van Sardis kwam, zou wel eens een poging kunnen zijn geweest om het te versimpelen of de terloopse behandeling van dit woord nieuw leven in te blazen.

Geleerden achter de Sheffield Academics "Biblical Seminar"-serie met één titel, New Testament Backgrounds, onderschrijven ook een soortgelijke theorie, en stellen dat:

Het lijkt erop dat een ritueel waarbij de afikoman betrokken was, bewaard is gebleven, maar dat in de loop der tijd de betekenis ervan, misschien zelfs opzettelijk, vervormd werd....

Hoe kon zo'n belangrijk idee verloren gaan? Het lijkt waarschijnlijk dat toen het christendom uit het jodendom voortkwam, joodse ideeën die door de volgelingen van Jezus waren overgenomen en ontwikkeld, door de joodse autoriteiten werden gebagatelliseerd of zelfs onderdrukt.[viii]

Als deze geleerden gelijk hebben, dan: De Joden onderdrukten een gebruik van hun eigen feest omdat Messiasbelijdende Joden van hun tijd - alias de eerste "Christenen" - geloofden dat het in Jezus Christus in vervulling was gegaan. Het ware beeld van een vroege, nu zo goed als verdwenen Messiaanse afikomen-ceremonie werd begraven onder religieuze bureaucratie en herschilderd als een "kinderen wakker houden-dessert". Alle onderdelen die na deze potentiële verandering bleven bestaan - het breken, verbergen, jagen, onthullen, verdelen en eten van het ongezuurde brood - zouden verwarrend worden, inconsequent voor Joodse afstammelingen die later de symboliek van elke andere stap in het Pesach zouden begrijpen. Dit ene element, dat fungeert als het begin en het einde van het feest (een positie van groot belang, dat is duidelijk), wordt gereduceerd tot een les van een geliefde rabbi die geen ander middel kon bedenken voor ouders om kinderen wakker te houden dan een nieuw ritueel dat "toevallig" parallel loopt met de dood van Christus.

Zo ging afikomen van "Messias" naar "toetje". (Zie je waarom we etymologie tot het einde moesten laten blijven?)

Mis alsjeblieft niet wat er net gebeurde... en wat het nog meer impliceert. Het is niet alleen dat een reeds lang bestaand Messiaans gebruik in Christus vervuld zou zijn. Dat voldoet waarom een boek als dit Jezus' vervulling van een feest zou laten zien, zeker, maar als al dit bewijs goed wordt begrepen door de theologen die er hun levenswerk van hebben gemaakt, dan is er hier nog iets anders dat bijna iedereen mist...

Het afikomen-ritueel was de allereerste Communie.

VOLGENDE: Het Mysterie van de afikomen werd door Christus zelf in het leven geroepen

Eindnoten:

[i] “Modern Jewish History: The Tribes Today—Kohens, Levis, & Yisraels,” Jewish Virtual Library , last accessed May 13, 2020, https://www.jewishvirtuallibrary.org/the-tribes-today-kohens-levis-and-yisraels .

[ii] Ibid.

[iii] Nadler, Sam, Messiah in the Feasts of Israel (Word of Messiah Ministries, Kindle ed., 2011), 87.

[iv] Eisenberg, Dr. R. L., The JPS Guide to Jewish Traditions (Philadelphia: Jewish Publication Society; 1st ed., 2004), 288.

[v] Strack, H. and P. Billerbeck, Kommentar zum Neuen Testament aus Talmud und Midrasch (IV.1; Munich: Beck, 1928), 73; as quoted in Evans, C. A., & Porter, S. E. New Testament Backgrounds (Sheffield, England: Sheffield Academic Press, 1997; Vol. 43), 96.

[vi] Evans, C. A., & Porter, S. E. New Testament Backgrounds (Sheffield, England: Sheffield Academic Press, 1997; Vol. 43), 96, 102.

[vii] Ibid., 96.

[viii] Evans, C. A., & Porter, S. E. New Testament Backgrounds , 96–97.

Bron: MYSTERY OF RAGNAROK AND THE SECOND COMING (PART 7):--Mystery of the matzahs » SkyWatchTV