www.wimjongman.nl

(homepagina)


MYSTERIE VAN RAGNAROK EN DE TWEEDE KOMST (DEEL 15): Waar wijst het Loofhuttenfeest in 2025 op?

19 juli 2022 - door SkyWatch Editor

()

Deel 1 - Deel 2 - Deel 3 - Deel 4 - Deel 5 - Deel 6 - Deel 7 - Deel 8 - Deel 9 - Deel 10 - Deel 11
Deel 12
- Deel 13 - Deel 14 - Deel 15 - Deel 16 - Deel 17 - Deel 18 - Deel 19 - Deel 20 - Deel 21
Deel 22 - Deel 23 - Deel 24 - Deel 25 - Deel 26 - Deel 27 - Deel 28 - Deel 29 - Deel 30 - Deel 31

Loofhuttenfeest

Schriftverwijzing

En de Here sprak tot Mozes, zeggende: Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: De vijftiende dag van deze zevende maand zal voor de Here het Loofhuttenfeest zijn, zeven dagen lang.

Op de eersten dag zal een heilige samenroeping zijn; gij zult daarin geen dienstbaar werk doen.

Zeven dagen zult gij de Here een vuuroffer offeren; op de achtste dag zal voor u een heilige samenroeping zijn; en gij zult de Here een vuuroffer offeren; het is een plechtige samenkomst; en gij zult daarin geen dienstbaar werk doen.

Dit zijn de feesten des Heren, die gij tot heilige samenroepingen zult uitroepen, om den Heer een vuuroffer te offeren, een brandoffer, en een spijsoffer, een offerande, en drankoffers, alles op zijn dag:

Naast de sabbatten des Heren, en naast uw gaven, en naast al uw geloften, en naast al uw vrije giften, die gij den Here geeft.

Ook zult gij op de vijftiende dag der zevende maand, wanneer gij de vrucht des lands verzameld hebt, voor de Heere een feest houden, zeven dagen; op de eerste dag zal een sabbat zijn, en op de achtste dag zal een sabbat zijn.

En gij zult u op de eerste dag nemen de takken van goede bomen, takken van palmbomen, en de takken van dikke bomen, en wilgen van de beek; en gij zult u zeven dagen verblijden voor het aangezicht des Heren, uw God.

En gij zult het zeven dagen in het jaar voor de Here tot een feest houden. Het zal een inzetting zijn voor eeuwig in uw geslachten; gij zult het vieren in de zevende maand.

Gij zult zeven dagen in hutten wonen; allen, die Israëlieten geboren zijn, zullen in hutten wonen: Opdat uw geslachten zullen weten, dat Ik de kinderen Israëls in tenten heb doen wonen, toen Ik hen uit Egypteland heb gevoerd: Ik ben de Here, uw God.

En Mozes verklaarde aan de kinderen Israëls de feesten des Heren. (Leviticus 23:33-44)

Observaties en Profetische Implicaties

Het Loofhuttenfeest vindt plaats op de vijftiende dag van Tisjri en valt aan het einde van het oogstseizoen. Het wordt ook wel het Loofhuttenfeest genoemd, het Feest van de Onderkomens, of zelfs het Feest van de Inwoning, omdat tijdens dit feest de mensen verbleven in tijdelijke onderkomens of "hutten," gemaakt van de takken van "citroen, mirte, palm en wilg."[i] Dit was een viering van de laatste oogst van het jaar, een tijd voor de arbeiders om een seizoen van rust in te gaan. Herinnert u zich dat eerder werd gezegd dat dit feest de afsluiting was van het religieuze seizoen; het was het zevende feest, en zeven is Gods getal van voltooiing. Voor deze waarneming werd Gods volk opgeroepen een sabbatdag te nemen. Daarna moesten zij zeven dagen lang elke dag vuuroffers brengen voor de Here, gevolgd door een achtste dag, die weer een rustdag was. (Plaatsing van deze twee sabbatten op Tisjri 15 en 22).

Naast de viering van het einde van de oogst van een bepaald jaar - waarin men God erkende om in hun lichamelijke behoeften te voorzien - was dit een tijd om Zijn voortdurende, betrouwbare voorzienigheid te gedenken. Daarom werd de mensen bevolen om zeven dagen lang in hutten te wonen: een herinnering aan de tijd dat God hun tijdelijke woningen had gegeven om te bewonen toen Hij hen uit het land Egypte had bevrijd. Hij had hun manna gegeven om te eten (Exodus 16:4), een wolkkolom overdag en een vuurkolom om 's nachts hun weg te verlichten (Exodus 13:21), en wetten om te volgen (Exodus 20). Hij had hen uiteindelijk zelfs naar het Beloofde Land geleid - ondanks hun ongehoorzaamheid (Jozua 1:4). Door het bouwen en bewonen van deze tijdelijke onderkomens voor dit feest, laat Gods volk zien dat zij nog steeds op Hem leunen voor al hun behoeften, zowel lichamelijk als geestelijk. Evenzo laten zij zien dat zij erkennen dat wij nog steeds een nomadisch en tijdelijk bestaan leiden, en niet één waarin wij wonen als in ons vaste huis. Dit versterkt ons bewustzijn dat de vertraging in het bereiken van ons permanente thuis te wijten is aan onze eigen ongehoorzaamheid, gebrek aan geloof, of zelfs afgoderij - net zoals het geval was voor de Israëlieten in die tijd (Deuteronomium 1:35). Maar de hedendaagse waarneming van het Feest van Loofhutten bevestigt dat wij slechts een bestaan van tijdelijkheid en omzwervingen leiden totdat wij volledig leren op Hem te vertrouwen en dat zelfs wanneer tijden zoals deze in ons leven voorkomen, God in onze behoeften zal voorzien en ons naar een permanente woning zal brengen als wij ons vertrouwen op Hem stellen. Dit is wat Deuteronomium 1:33 zegt: Hij "[gaat] u voor, om u een plaats te zoeken, om uw tenten op te slaan, des nachts in vuur, om ...[u te tonen] langs welke weg gij moet gaan, en des daags in een wolk."

Het belangrijkste is dat de korte duur van het verblijf in de hut tijdens dit feest Gods volk eraan herinnert dat deze wereld niet ons thuis is; Hij heeft een permanent thuis voor ons op een toekomstige plaats. Wij moeten deze ruimte bewonen terwijl wij uitzien naar een ander huis in de hemel:

Door geloof gehoorzaamde Abraham toen hij geroepen werd om uit te gaan naar de plaats die hij als erfdeel zou ontvangen; en hij ging uit, niet wetende waarheen hij zou gaan.

Door het geloof woonde hij in het land der belofte als in een vreemd land, in tenten met Izaäk en Jakob, de erfgenamen met hem van dezelfde belofte.

Want hij wachtte op de stad, die fundamenten heeft, haar bouwer en maker is God. (Hebreeën 11:8-10)

Terwijl Gods volk hier op aarde als nomaden en verstotenen leeft, hebben wij de zekerheid dat onze situatie net zo tijdelijk is als de hutjes waarin de Israëlieten verbleven tijdens hun reis naar het Beloofde Land. Jezus Zelf heeft ons een thuis gegarandeerd waar we werkelijk thuishoren - ons eeuwige thuis:

In het huis van mijn Vader zijn vele [kamers-tenten]; indien het niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om u een plaats te bereiden.

En als Ik heenga en u een plaats bereid, zal Ik wederkomen en u tot Mij nemen, opdat waar Ik ben, ook gij zult zijn. (Johannes 14:2-3)

Toen Jezus deze woorden sprak, zouden Zijn Hebreeuwse volgelingen onmiddellijk het verband hebben gezien tussen het Loofhuttenfeest en Zijn Wederkomst (of de Opname), want het jaarlijkse feest was een van de gelegenheden waarbij de Israëlieten een pelgrimstocht moesten maken naar de tabernakel in de woestijn en later naar de tempel in Jeruzalem om voor God te verschijnen. Dit is de gebeurtenis die op aarde zal plaatsvinden precies drie en een half jaar voordat Apophis-Wormwood op deze planeet neerstort. Is dit louter toeval, of wijst dit mogelijkerwijs - zoals sommigen geloven - op een opname die voorafgaat aan de verdrukking?

Bovendien, gezien het feit dat Jezus het Tabernakel van de Here God was, die naar de aarde kwam in het vlees, en omdat Hij de Heilige Geest, die in onze lichamen woont, bij ons achterliet (Johannes 14:16, 1 Korintiërs 6:19); ieder van ons is ook een gedeeltelijke vervulling van dit feest. Immers, wij zijn nu de tempels (tabernakels) van de Geest. De geestelijke symboliek is inspirerend en geruststellend. Maar Jezus ging tijdens Zijn aardse leven op een zeer vrijmoedige, uitgesproken en letterlijke manier met dit feest om.

Uitgieten van het water

Toen Jezus op aarde rondliep, vond op de laatste dag van het Loofhuttenfeest, ook wel Hoshanah Rabbah ("De Dag van het Grote Hosanna") genoemd, het ritueel van het water-uitgieten plaats.[ii] Dit was een smeekbede aan God om de Messias te zenden om hen te redden/verlossen. Het uitgieten van water was ook een daad van geloof, omdat het regenseizoen nog niet was aangebroken. Dit offer bracht dus het geloof tot uitdrukking dat God in de komende maanden voldoende regen zou zenden. Op een dieper niveau was het een smeekbede voor de komende Messias en de levensreddende verlossing die Hij met zich mee zou brengen. Het ritueel bestond eruit dat een priester een gouden vat gebruikte om water te halen uit de poel van Siloam, dat hij vervolgens aan de hogepriester in de tempel gaf. De inhoud werd dan leeggegoten in een bekken dat onder het altaar stond om de komst van de Messias aan te geven.

Ondertussen bliezen priesters in de buurt op sjofars, terwijl toeschouwers met palmbladeren zwaaiden en de lof zongen van de Allerhoogste God. Deze tradities zijn ontleend aan Jesaja 12:3 en 44:3: "Daarom zult gij met vreugde water putten uit de bronnen der zaligheid"; "Want Ik zal water gieten op hem die dorst heeft, en watervloed op de droge grond: Ik zal mijn geest uitgieten over uw zaad, en mijn zegen over uw nakomelingen."

Hoewel het feest zelf een toekomstgerichte strekking heeft, is reeds vermeld dat Jezus (en deze traditie in het bijzonder) in Zijn eigen leven op aarde hoerover heeft gesproken. Het was op Hoshanah Rabbah dat "Jezus opstond en riep, zeggende: Indien iemand dorst heeft, die kome tot Mij en drinke. Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift gezegd heeft, uit zijn binnenste zullen stromen van levend water vloeien" (Johannes 7:37-38). Met andere woorden, terwijl de mensen in de tempel water uitgoten in een smeekbede aan God om de zegen van regen te geven in de komende seizoenen en om de verlossende Messias te zenden, stond Jezus temidden van hen en legde uit dat het antwoord op hun gebeden al was gekomen. Dit was Zijn manier om te zeggen dat, terwijl het water van deze aarde (zelfs dat uit de poel van Siloam) tijdelijk en vergankelijk was, het Zijne het ware Water des Levens was dat voor altijd zou bevredigen.

Helaas zien we in het volgende vers dat slechts enkelen Jezus' boodschap echt hoorden: "Maar dit sprak Hij van de Geest, die zij, die in Hem geloven, ontvangen zouden; want de Heilige Geest was nog niet gegeven, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was" (Johannes 7:39). Van degenen die het begrepen, begonnen velen profetische afstammingen en geboorteoorsprong te vergelijken met wat zij van Hem wisten, in een poging Zijn ware identiteit te onderscheiden. Jezus nam later (dat wil zeggen, later op dezelfde dag op de Hebreeuwse kalender, maar wat volgens moderne Gregoriaanse dagtellingen als de middag van de volgende dag zou worden beschouwd) ook een ander uniek aspect van de elementen van dit feest voor zijn rekening.

De verlichting van de Tempel

Een ander element dat met dit feest verbonden was, was de verlichting van de tempel. Omdat de mensen van heinde en verre een pelgrimstocht naar Jeruzalem maakten en dan in tijdelijke kraampjes verbleven die ter plaatse waren gebouwd voor de week van dit feest, werd het hele gebied verlicht met tienduizenden brandende fakkels, die de stad verlichtten. De tempel was gevuld met gouden, gloeiende lantaarnpalen, en andere verlichting bevond zich overal in de stad. Al deze stralen betekenden het Licht van de komende Messias (Jesaja 49:6). De gloed zorgde voor een sfeer die bekend werd als de "verlichting van de tempel". Ook droeg de hele stad het licht van de fakkels van grote aantallen binnenkomende reizigers. Na een nacht tussen deze brandende fakkels te hebben doorgebracht, zei Jezus tegen de mensen om Hem heen: "Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, zal niet in de duisternis wandelen, maar het licht des levens hebben" (Johannes 8:12). Veel van de lezers van vandaag zien de betekenis van Jezus' uitspraken over het zijn van het water en het licht over het hoofd, omdat zij de implicaties ervan niet opvangen in de culturele setting van het feest. Hierdoor missen zij vaak dat Jezus in wezen tussen de bevolking stond en hun vertelde dat Hij het antwoord was waarnaar zij zochten - de koele drank om alle dorst te lessen en de glans die hen nooit in de duisternis zou verlaten.

KIJK NAAR DEEL VIER IN DE RAGNAROCK TELEVISIESPECIAL: DR. THOMAS HORN GEEFT DE MEEST VOLLEDIGE DETAILS TOT NU TOE VAN ZIJN EINDTIJD-VISIOEN VAN VERNIETIGING MET BETREKKING TOT DE ASTEROÏDE APOPHIS!

Zacharia 14:1-19 vertelt ons dat Jezus bij Zijn wederkomst zal verschijnen in macht en heerlijkheid; de bergen zullen zich verdelen; levende wateren zullen uit Jeruzalem stromen; Hij "zal koning zijn over de gehele aarde"; zij die tegen Jeruzalem opkwamen zullen omkomen; en alle mensen zullen het "loofhuttenfeest" eren, opdat de Here hen niet zal treffen met droogte, pest en hongersnood. Deze passage illustreert dat dit een belangrijk feest is voor God. Het wordt echter symbolisch gevierd in Jeruzalem, en de uitdrukking "tabernakel der tabernakels" geeft aan dat de laatste waarneming van deze viering is ter herdenking van de uiteindelijke tabernakel: het Nieuwe Jeruzalem.

Aldus legt deze passage een profetische correlatie met het bruiloftsmaal van het Lam. Wanneer Jezus komt om in heerlijkheid te heersen en om oorlog te voeren met hen die Hem tegenwerkten, zullen wij voor deze gebeurtenis worden uitgenodigd. Zij die binnen Jeruzalem zijn zullen samen feestvieren op dit feest, terwijl zij die tegen Gods legers waren, buiten de poorten zullen omkomen:

En ik hoorde als een stem van een grote schare, en als de stem van vele wateren, en als de stem van machtige donderslagen, zeggende: Halleluja; want de Here God almachtig, regeert.

Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem eer bewijzen, want de bruiloft van het Lam is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereed gemaakt.

En haar werd vergund, dat zij gekleed zou gaan in fijn linnen, schoon en wit; want het fijne linnen is de gerechtigheid der heiligen. (Openbaring 19:6-8)

22 Tisjri, de grote sabbat

22 Tisjri (de achtste dag/tweede sabbat van het Loofhuttenfeest) wordt in acht genomen als een bijzonder "heilige samenkomst" (Leviticus 23:36). De glorieuze status van deze datum is in de Joodse traditie bijzonder verheven, zelfs boven de voorafgaande dagen van het feest. In de profetie wordt deze dag beschouwd als een speciale, ultieme sabbat. Dit vertegenwoordigt de tijd dat God ons zal verwelkomen in een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Hij zal een nieuw Jeruzalem bouwen dat een permanent bouwwerk is. In de vervulling van de profetische achtste dag van het Loofhuttenfeest, zullen wij de Ultieme Sabbat binnengaan in een sublieme nieuwe wereld met de Heer die ons liefheeft. Hij zal onze God zijn en wij zullen Zijn volk zijn. Hij zal persoonlijk de tranen van onze ogen afwissen en ons vertellen dat alle pijn tot het verleden behoort. Hij zal het enige Licht zijn dat we nodig hebben, het enige thuis waar we ooit naar zouden kunnen verlangen. En op die grote dag, zal Hij verklaren dat "het volbracht is":

En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan, en er was geen zee meer.

En ik Johannes zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit de hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is.

En ik hoorde een grote stem uit de hemel zeggen: Zie, de tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God zelf zal bij hen zijn, en hun God zijn.

En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch verdriet, noch geschrei, noch pijn zal er meer zijn; want de vorige dingen zijn voorbijgegaan.

En Hij, Die op de troon zat, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zeide tot mij: Schrijf, want deze woorden zijn waar en getrouw.

En Hij zei tot mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het begin en het einde. Ik zal den dorstige geven uit de fontein van het water des levens vrijelijk ....

En ik zag daarin geen tempel, want de Here, de Almachtige God, en het Lam zijn er de tempel van.

En de stad had geen behoefte aan de zon, noch aan de maan, om daarin te schijnen; want de heerlijkheid Gods heeft haar verlicht, en het Lam is haar licht. (Openbaring 21:1-6 en 22-23)

Een correlatie in tijd?

In Genesis 22 stelde God Abraham op de proef door hem op te dragen Izaäk naar het land Moria te brengen en hem als brandoffer aan de Here te offeren. De reis duurde drie dagen, en op het laatste moment gaf God een ram om in plaats daarvan te offeren. Maar vanwege Abrahams volledige gehoorzaamheid aan God werd hem beloofd dat zijn zaad vermenigvuldigd zou worden als de sterren aan de hemel.

Voor hen die dit verhaal nog niet hebben gehoord, is het de moeite waard op te merken dat God dit niet deed om mensenoffers aan te moedigen, maar om Abrahams gehoorzaamheid te testen (vers 1); Abraham wist dat God voor een plaatsvervanger zou zorgen (vers 8); en in het ergste geval zou God Izaäk weer tot leven wekken (Hebreeën 11:19). Dit incident werd door God gebruikt om Abraham een les te leren die tegen zijn eigen ervaring en heidense religieuze omgeving inging: God is groot genoeg om Zijn eigen offer te brengen en zou dus nooit een menselijk offer eisen. Zie het commentaar van auteur Carl Gibbs hierover hieronder:

In de culturele omgeving moet de lezer begrijpen dat het gebruikelijk was onder heidense aanbidders om hun eerstgeboren zonen als mensenoffers aan te bieden. Dergelijke offers waren gebruikelijk in Abrahams tijd. Het was zeker een gebod dat Abraham zou begrijpen. Tegelijkertijd was het niet Gods bedoeling om hem de verdienste van mensenoffers te leren, maar om hem te leren dat alleen Hij een offer voor zonden kon brengen. Abraham kon alleen zijn geloof offeren.

In deze tekst is de waarheid die geleerd wordt: gehoorzaamheid aan God, niet een menselijk offer. In feite onderscheidt het verhaal zich als een verontschuldiging tegen de heidense praktijk om een god gunstig te stemmen met een offer, want het leert dat God het offer brengt, niet de mensheid.

Om terug te komen op de parallellen tussen dit verslag en dat van Jezus' kruisiging: gedurende een tussentijd van drie dagen werd een geestelijk werk van voorzienigheid verricht. Maar de tijdlijn is ook een merkwaardig element om te onderzoeken.

Bijbelgeleerden plaatsen de datum van Abrahams reis met Izaäk op ongeveer tweeduizend jaar na de schepping (het derde millennium naderend) en tweeduizend jaar vóór Christus: tussen 2100-1770 v.Chr. Vergelijkbare geleerden (en historische documenten) plaatsen de tijd van Jezus op aarde op 6 v.Chr.- 2033 n.Chr., tweeduizend jaar na de pelgrimstocht van Abraham en Izaäk en tweeduizend jaar verwijderd van onze huidige tijd (het vijfde millennium ingaand). (Om zeker te zijn, er zijn velen die de datum van de Schepping, of zelfs de Scheppingstheorie, ter discussie stellen, maar laten we dat punt voor dit moment terzijde schuiven, aangezien onze getallen-correlatie betrekking heeft op de tijd zoals die wordt gerefereerd vanaf het tijdperk van de eerste bijbelgetrouwe mens, namelijk Adam). De manier waarop deze getallen samenvallen geeft aan dat na de eerste tweeduizend jaar in Zijn interactie met de mensheid, God Zijn verbond met Israël oprichtte. Tweeduizend jaar daarna richtte Hij de Gemeente op en een Nieuw Verbond dat heidenen in de kudde uitnodigde. En nu, hier zitten we, tweeduizend jaar later (het zevende millennium naderend), wachtend op Zijn volgende stap...

Het lijkt erop dat elke groep ook zijn weerslag heeft gevonden in de feestseizoenen (zoals is gezegd). Het lenteseizoen heeft betrekking op het volk Israël: zij wier verbond met God plaatsvond rond het tweeduizendste jaar. Het zomerfeestseizoen - met Pinksteren gevierd - heeft betrekking op de niet-Joodse Gemeente, die tweeduizend jaar na het Abrahamitische verbond werd gevormd. Als we de hoek om gaan bij het volgende tweeduizendste jaar (dat vanaf de kruisiging loopt van de Apophis-Wormwood/Alsem data van 2029-2033), zal het interessant zijn om te zien of het derde feestseizoen - dat wat een toekomstgerichte, profetische tijd van manifestatie bevat - in vervulling gaat.

Het is een interessante en opwindende tijd om in te leven en gebeurtenissen te zien ontvouwen. Nu we het relatieve jaar 6000 naderen (en daarmee het zevende millennium binnengaan), naderen we wat heel goed de opening van het derde feestseizoen zou kunnen zijn: de profetische feesten. Tot nu toe kunnen we zien dat God een chronologisch patroon gebruikt dat, als het in het vastgestelde tempo wordt voortgezet, ons op een rij kan zetten voor gebeurtenissen in de eindtijd. Het zou kunnen zijn dat Hij spoedig Zijn Koninkrijk hier op aarde zal vestigen om voor een Millennium te regeren met allen die Hij de Zijnen noemt. Het lijkt misschien een sensationalistische verklaring, maar geloof het of niet, er zijn autoriteiten, zelfs in de oudheid, die geloofden dat deze gedachte aannemelijk was.

De leer van de kerkvaders over de Opname

Naar de kerkvaders wordt vaak verwezen en zij worden herinnerd als oudere mannen die de Schrift verdeelden, bespraken en interpreteerden. Velen schreven brieven, doctrinaire verhandelingen en theologische leerstellingen over hun analyse van God's Woord. Hoewel het voor mensen vandaag de dag gemakkelijk is om de interpretatie van de Schrift als vanzelfsprekend te beschouwen, werden veel van deze mannen terechtgesteld voor hun overtuigingen, hun werk, en hun koppige weigering om datgene waar zij theologisch voor stonden, aan de kaak te stellen. Zij deden dus geen achteloze uitspraken, maar de dingen die zij zeiden en onderwezen waren het product van een extreme overtuiging. Verrassend genoeg dachten veel van deze mannen dat het begin van het zevende millennium de eindtijd zou inluiden. Deze opvatting is ontleend aan de manier waarop zij een aantal sleutelpassages interpreteerden, die hier worden opgesomd:

  • "Want duizend jaren zijn in Uw ogen als gisteren, wanneer zij voorbij zijn, en als een wacht in de nacht" (Psalm 90:4).
  • "Maar, geliefden, laat u dit niet ontgaan, dat één dag bij de Here is als duizend jaren, en duizend jaren als één dag" (2 Petrus 3:8).
  • "En op de zevende dag beëindigde God Zijn werk, dat Hij gemaakt had; en Hij rustte op de zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had. En God zegende de zevende dag en heiligde die, omdat Hij op die dag gerust had van al Zijn werk, dat God geschapen en gemaakt had" (Genesis 2:2-3).

De heilige Barnabas, (AD eerste eeuw, ca. 70-130) onderwees dat de wederkomst van Christus zeer wel geplaatst kon worden in de vroege fasen van het zevende millennium. De lezer heeft waarschijnlijk al de logica achter deze conclusie verbonden op grond van de bovengenoemde Schriftplaatsen: Aangezien een dag voor de Here is als duizend jaar, zou dit betekenen dat God van plan is op de zevende dag de Ultieme Sabbat en rust in te luiden.[iv] Barnabus onderwees dat het zesde millennium het einde zou betekenen van het tijdperk van deze aarde zoals wij dat kennen, en dat het zevende millennium het Koninkrijk van Christus zou inluiden:

"Hij voleindigde in zes dagen." Dit houdt in dat de Here alle dingen in zesduizend jaar zal voleindigen, want een dag is bij Hem duizend jaar.... Daarom, mijn kinderen, zullen in zes dagen, dat wil zeggen in zesduizend jaar, alle dingen voleindigd worden. "En Hij rustte op de zevende dag." Dit betekent: wanneer Zijn Zoon, komende [weder], de tijd van de goddeloze mens zal vernietigen, en de goddelozen zal oordelen, en de zon, en de maan, en de sterren zal veranderen, dan zal Hij waarlijk rusten op de zevende dag.[v]

Ireneaus (AD 130-202) onderwees op soortgelijke wijze:

Want in zoveel dagen als deze wereld gemaakt is, in zoveel duizend jaren zal zij geëindigd zijn. En om deze reden zegt de Schrift: Zo werden de hemel en de aarde voleindigd, en al hun versierselen. En God voleindigde op de zesde dag de werken, die Hij gemaakt had; en God rustte op de zevende dag van al Zijn werken (Genesis 2:2). Dit is een verslag van de dingen die vroeger geschapen zijn, zoals het ook een profetie is van wat komen gaat. Want de dag des Heren is als duizend jaren; (2 Petrus 3:8) en in zes dagen werden de geschapen dingen voltooid; het is dus duidelijk, dat zij zullen eindigen in het zesde duizend jaar. (Tegen Ketterijen, 5.28)[vi]

Hippolytus (cir. 170-236) versterkte deze opvatting van de vroege kerkvaders en deelde zijn overtuiging dat de Ultieme Sabbat zou plaatsvinden tijdens het zevende millennium:

Want de eerste verschijning van onze Heer in het vlees vond plaats in Bethlehem, onder Augustus, in het jaar 5500; en Hij leed in het drieëndertigste jaar. En 6000 jaar moeten worden volbracht, opdat de Sabbat kan komen, de rust, de heilige dag "waarop God rustte van al Zijn werken". Want de sabbat is het type en embleem van het toekomstige koninkrijk der heiligen, wanneer zij "met Christus zullen heersen", wanneer Hij uit de hemel komt, zoals Johannes zegt in zijn Apocalyps: want "een dag bij de Here is als duizend jaren." Daar God dus in zes dagen alle dingen gemaakt heeft, volgt daaruit, dat 6000 jaren vervuld moeten zijn. En zij zijn nog niet vervuld, zoals Johannes zegt: "vijf zijn gevallen; één is," dat is, de zesde; "de andere is nog niet gekomen."[vii]

Victorinus, (AD 240) zei:

Satan zal gebonden zijn totdat de duizend jaren voleindigd zijn; dat wil zeggen, na de zesde dag. (Commentaar op Openbaring 20.1-3)[viii]

Beter nog verbond Methodius (AD 290) dit mogelijke aftellen van zesduizend jaar met het laatste feestseizoen toen hij schreef:

In het zevende millennium zullen wij onsterfelijk zijn en werkelijk het Loofhuttenfeest vieren. (Tien Maagden 9.1)[ix]

Veel andere kerkvaders huldigden de opvatting dat het zevende millennium de Ultieme Sabbat zou inluiden; waarin de Heer duizend jaar op aarde zou regeren. Andere kerkvaders die deze opvattingen huldigden, waren (maar zeker niet beperkt tot) Commodianus, AD 240, en Lactantius, AD 304.

MAAKT NASA DEEL UIT VAN EEN DOOFPOTAFFAIRE MET CATASTROFALE "PROFETISCHE" IMPLICATIES?! BEKIJK DE EERSTE 3 SHOWS HIERONDER!

Joodse Traditie Betreffende het brengen op Sabbat

Als het waar is dat we de tijd naderen waarop God de Ultieme Sabbat zal inleiden, kunnen sommigen geneigd zijn om te beweren (gebaseerd op wanneer zij het begin van de wereld plaatsen) dat de dag ofwel al voorbij is zonder resultaat, of dat het zo ver in de toekomst is geprojecteerd dat de afloop voorbij iemands leven ligt, waardoor de zaak irrelevant voor hen is. Het begrijpen van de sabbatinwijding helpt ons echter inzien dat er ruimte is voor variatie in de timing ervan. Omdat de vroege kalender de overgang van de ene dag naar de volgende zag bij zonsondergang, kon de feitelijke timing op een of andere manier worden afgeweken, afhankelijk van het seizoen, de kosmische uitlijning, en de locatie. Heb geduld met ons terwijl we het uitleggen.

Zoals gezegd, sommigen geloven dat de wereld momenteel meer dan zesduizend jaar oud is - en dat we snel de ingang van het zevenduizendste jaar naderen, dat veel kerkvaders rond 2030-2060 plaatsen. Interessant is dat de Joodse traditie een soortgelijke opvatting huldigt (meer hierover in een ogenblik). Velen zien het begin van het zevenduizendste jaar ook als de grandioze, Ultieme Sabbat: de duizendjarige heerschappij van Christus. Aangezien we ons momenteel in het Joodse jaar 5780 bevinden, plaatsen veel geleerden het Joodse jaar 6000 op ongeveer 2239-2240 AD op de Gregoriaanse kalender. Als deze theorie juist is, dan zou deze logica deze jaren kunnen plaatsen bij de laatste dagen dat Jezus kan wederkomen. Deze data lijken misschien zo ver weg dat we ons er geen zorgen over hoeven te maken; er wordt echter gezegd dat Hij zou kunnen besluiten eerder terug te keren, omdat we het laatste millennium ingaan. Voor sommigen zou dit slechts zo eenvoudig zijn als Jezus die Zijn "voorrecht uitoefent om vrijdagmiddag vroeg in te luiden."[x] Wat betekent dit? Dit is de variatie waarmee de sabbat vroeg kan worden ingeluid in tijden van het jaar dat wachten op zonsondergang zou betekenen dat de sabbatsrituelen pas extreem laat in de avond kunnen beginnen. In zulke gevallen voorziet de Joodse traditie, via de Talmoed, in een vroege Sjabbat.

Rabbi Baruch Davidson zegt hierover:

De Talmoed vertelt ons dat deze wereld, zoals wij die kennen, zesduizend jaar zal duren, waarbij het zevende millennium de kosmische Sjabbat zal inluiden, het Messiaanse Tijdperk. Zes dagen per week werken wij, en op de Sjabbat rusten wij en genieten wij van de vruchten van onze arbeid; hetzelfde geldt voor de millennia.[xi]

Joden werden aangespoord om driemaal daags te bidden als hun routine. Deze gebeden zijn gemodelleerd door verschillende vrome volgelingen van God in het hele Oude Testament. Het ochtendgebed werd het Shacharit gebed genoemd, het middaggebed was Mincha, en het avondgebed werd Maariv genoemd. Gewoonlijk begon de Joodse Sabbat bij zonsondergang. Wanneer de zon echter pas heel laat onderging, werden de sabbatsrituelen bemoeilijkt. Met dit in gedachten, zeiden veel synagogen het avondgebed voor de eigenlijke zonsondergang, waardoor Sjabbat begon tijdens de middag of avond dat Sjabbat werd verwacht, maar voor de eigenlijke zonsondergang.

In deze gevallen werd de timing van de Mincha gevarieerd, waardoor de Plag Haminchah (het gebed in het midden) direct gevolgd kon worden door het Maariv gebed, dat traditioneel bij het vallen van de avond plaatsvond, maar eerder uitgesproken kon worden om een vroege Sjabbat in te luiden:

Door het Minchah-gebed (middaggebed) te bidden vóór het 'Plag Haminchah,' dat 1 1/4 halachisch uur [zo dadelijk uitgelegd] vóór zonsondergang is, is het toegestaan Maariv te bidden en de Sjabbat [Sjabbat] te aanvaarden op ieder tijdstip na het Plag Haminchah.[xii]

(Een halachisch uur is niet een periode van zestig minuten zoals wij die beschouwen. Het is eerder een van de twaalf segmenten van een bepaalde dag, gelijkelijk verdeeld op basis van de zonne-activiteit op die bepaalde dag. Deze bestonden uit twaalf gelijke incrementen van zonlicht op een gegeven dag, dus een langere dag betekende langere halachische uren. Dit betekent dat de lengte van dit increment kan variëren van vijfenveertig tot vijfenzeventig minuten, afhankelijk van het seizoen en andere kosmische elementen).

De rituelen die de timing van de Minchah veranderen om Sjabbat vroeger op de avond te laten beginnen, zijn ingewikkeld. (Twee scholen van denken hebben eeuwenlang gedebatteerd over het toestaan van deze wijziging; sommigen correleren dit gebed met het middag-offer, terwijl anderen zich verplaatsen naar het offeren van wierook). Omdat dit buiten het bestek van dit werk valt, zullen we hier niet verder op ingaan. We willen echter wel zeggen dat we elke kant van het debat kunnen zien als criteria van vóór de opname, waaraan voldaan zal zijn tegen de tijd dat de Ultieme Sabbat wordt ingeluid. We zien snel de parallel tussen Jezus en het offer. Dat is volbracht. "Het is volbracht" (Johannes 19:30). Wanneer we zoeken naar een geestelijk verband met het reukoffer, zien we dat in Openbaring 8:4, vlak voordat de engelen de zeven bazuinen laten schallen, er een reukoffer is. Dus, tenzij men gelooft dat de Opname ver vóór deze gebeurtenissen zal plaatsvinden, is aan dit criterium voldaan, ongeacht met welke gebeurtenis de vroege Ultieme Sabbat in verband moet worden gebracht.

De implicaties van wat dergelijke principes in profetie kunnen hebben zijn fascinerend. Het zou kunnen zijn dat het verband tussen de periodes van tweeduizend jaar, de leringen van bepaalde kerkvaders en de Joodse historische traditie culmineren in een soortgelijke bewering over een nabije toekomst. En, het is interessant dat gedurende bepaalde perioden van het jaar (aangezien het begin van de Sabbat gebaseerd is op zonsondergang), de middag- en avondgebeden vroeger worden uitgesproken, zodat de Sabbat op het juiste moment van de nacht aanbreekt in plaats van op het juiste tijdstip bij zonsondergang. Met dit in gedachten is er ruimte voor variatie wat betreft de aankomst van de Ultieme Sabbat.[xiii]

Dat gezegd hebbende, plaatsen veel van de kerkvaders deze gebeurtenis dichter bij de tweeduizendste verjaardag van Christus' tijd op aarde, het tijdperk waarin wij leven. In feite plaatsen geleerden de kruisiging van Jezus tussen 29-33 na Christus, wat betekent dat de perfecte manifestatie van dit tijdvenster plaatsvindt terwijl Apophis net boven ons zal zijn, te dichtbij vliegend om gerust te zijn.

VOLGENDE: De boodschapper Apophis en de verschrikkelijke goden die met hem komen

Eindnoten:

[i] “Feast of Tabernacles: Commemorates the Forty-Year Wilderness Journey,” Feast & Holidays of the Bible (Carson, CA: Rose, 2004).

[ii] Booker, Celebrating Jesus in the Biblical Feasts , 146.

[iii] Gibbs, Carl, Principles of Biblical Interpretation: An Independent-Study Textbook, Fourth Ed. (Springfield, MO: Global University, 2016), 270.

[iv] Johnson, Ken, The End-Times by The Ancient Church Fathers (Biblefacts Ministries, 2016) 13.

[v] Parker, Andrew. Revelation: Revealing Ancient Understandings (Bloomington, IN: WestBow, 2017) 299–300.

[vi] Ibid., 121.

[vii] “Fathers of the Third Century: Hippolytus, Cyprian, Ca.” CCEL . 2020. Accessed July 22, 2020. https://www.ccel.org/ccel/schaff/anf05.iii.iv.i.x.ii.html.

[viii] Johnson, Ken, The End-Times by The Ancient Church Fathers, 14.

[ix] Ibid.

[x] Davidson, Baruch, “What Is the Significance of the Year 6000 in the Jewish Calendar?” Chabad. 2020. Accessed July 22, 2020. https://www.chabad.org/library/article_cdo/aid/607585/jewish/Significance-of-the-year-6000.htm.

[xi] Ibid.

[xii] Silberberg, Naftali, “More on Plag Haminchah.” Chabad . 2020. Accessed July 22, 2020. https://www.chabad.org/library/article_cdo/aid/144443/jewish/Plag-Hamincha.htm.

[xiii] Ibid.

Bron: MYSTERY OF RAGNAROK AND THE SECOND COMING (PART 15): What Does The Feast Of Tabernacles In 2025 Point To? » SkyWatchTV