Het boek Jubileeën

Onderverdeling van de drie delen onder de kleinkinderen van Noach. Onder de kinderen van Cham: 1. Van Sem: 2-6. Van Jafeth: 7-13. De eed afgelegd door Noachs zonen: 14-15.

Hoofdstuk 9

  1. En Cham verdeelde het onder zijn zonen, en het eerste deel kwam voor Cush naar het oosten, en ten westen van hem voor Mizraim, en ten westen van hem voor Put, en ten westen van hem [en ten westen daarvan] tot de zee voor Kanaän.
  2. En Sem verdeelde het ook onder zijn zonen, en het eerste deel kwam voort voor Cham en zijn zonen, naar het oosten van de rivier Tigris tot het nadert het oosten, het hele land van India, en aan de Rode Zee aan de kust, en de wateren van Dedan, en alle bergen van Mebri en Ela, en het hele land van Susan en alles wat is aan de kant van Pharnak aan de Rode Zee en de rivier Tina.
  3. En voor Assur kwam voort het tweede deel, het hele land van Assur en Ninevé en Sinar tot de grens van India, en het loopt op en slingert over de rivier.
  4. En voor Arfachsad kwam voort het derde deel, het hele land van de regio van de Chaldeeërs ten oosten van de Eufraat, grenzend aan de Rode Zee, en alle wateren van de woestijn dicht bij de zeetong die kijkt naar Egypte, het hele land van Libanon en Sanir en Amana naar de grens van de Eufraat.
  5. En voor Aram kwam er voort het vierde deel, al het land van Mesopotamië tussen de Tigris en de Eufraat ten noorden van de Chaldeeën tot de grens van de bergen van Assur en het land van Arara.
  6. En er kwam voort voor Lud het vijfde gedeelte, de bergen van Assur en alles dat ertoe behoort, totdat het de Grote Zee bereikt, en totdat het ten oosten van Assur zijn broeder bereikt.
  7. En Jafeth verdeelde ook het land van zijn erfenis onder zijn zonen.
  8. En het eerste deel kwam voort voor Gomer naar het oosten toe, van de noordzijde naar de rivier Tina; en in het noorden kwam er voort voor Magog alle binnenste delen van het noorden tot het reikt tot aan de zee van Me'at.
  9. En voor Madai kwam als zijn deel voort dat hij van het westelijke van zijn twee broers tot aan de eilanden, tot aan de kusten van de eilanden zou bezitten.
  10. En voor Javan kwam voort het vierde gedeelte, elk eiland en de eilanden die tot aan de grens van Lud komen.
  11. En voor Tubal kwam voort het vijfde gedeelte in het midden van de tong die nadert naar de grens van het gedeelte van Lud naar de tweede tong, naar het gebied voorbij de tweede tong tot aan de derde tong.
  12. En voor Mesech kwam voort het zesde deel, alle regio's voorbij de derde tong totdat het reikt aan het oosten van Gadir.
  13. En voor Tiras kwam voort het zevende gedeelte, vier grote eilanden in het midden van de zee, die reiken tot het gedeelte van Cham [en de eilanden van Kamaturi kwamen uit door loting voor de zonen van Arfachsad als zijn erfenis].
  14. En aldus verdeelden de zonen van Noach het aan hun zonen in het bijzijn van Noach hun vader, en hij verbond hen allen door een eed, en een vloek uitschrijvend op ieder die probeerde het gedeelte te grijpen dat niet door zijn lot aan hem was toegevallen.
  15. En zij zeiden allen: 'Zo zij het, zo zij het,' voor zichzelf en hun zonen voor eeuwig voor al hun generaties tot aan de dag der oordelen, waarop de Here God hen zal oordelen met een zwaard en met vuur voor alle onreinheid van hun afwijkingen, waarmee zij de aarde hebben gevuld, met overtreding en onreinheid en ontucht en zonde.

Hoofdstuk 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8

Bron: Jubilees 9

Bron: From The Apocrypha and Pseudepigrapha of the Old Testament by R.H. Charles, Oxford: Clarendon Press, 1913
Scanned and Edited by Joshua Williams, Northwest Nazarene College