www.wimjongman.nl

(homepagina)

DE BOODSCHAPPER: DEEL 9 - Het mysterie van de matzahs

8 december 2020 - door SkyWatch Editor

Deel 1 - Deel 2 - Deel 3 - Deel 4 - Deel 5 - Deel 6 - Deel 7 - Deel 8 - Deel 9 - Deel 10 - Deel 11 - Deel 12 - Deel 13 - Deel 14 - Deel 15 - Deel 16 - Deel 17 - Deel 18 - Deel 19 - Deel 20 - Deel 21 - Deel 22 - Deel 23 - Deel 24 - Deel 25 - Deel 26 - Deel 27 - Deel 28 - Deel 29 - Deel 30 - Deel 31 - Deel 32 - Deel 33

Want Ik zeg u dat Ik daar zeker niet meer van zal eten, totdat het vervuld is in het Koninkrijk van God.

Zoals gezegd in het laatste artikel worden drie stukken matzah naar de feesttafel gebracht en aan de vader van het huishouden overhandigd. Ze zijn verpakt in perfect, sneeuwwit linnen. Sommigen beweren dat deze vanwege de patriarchen zijn (Abraham, Izaäk, Jakob), maar de meest populaire verklaring is dat ze zijn genoemd naar drie stammen van Israël zoals ze na de Babylonische ballingschap zijn verdeeld: Kohen, Levi, en Yisrael. De vergelijking tussen deze stammen met God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest is opmerkelijk. We zullen kort uitleggen hoe dat is, zodat de lezers kunnen begrijpen hoe intens de relatie is tussen Christus en het afikomen-gebruik.

Mozes' broer Aäron werd gekozen om de hogepriester te zijn, dus zijn nakomelingen waren de Kohenim (priesters), en het was uit deze bloedlijn dat de Kohen-stam op het hoogste niveau in de tempel bleef dienen. De Kohen Gadol ("hogepriester") was de meest heilige en vrome man in heel Israël die onderworpen was aan de strengste wetten van zuiverheid. Hij droeg de acht tempelkleren, waarvan één de hoshen (priesterborstschild) was. Aan de buitenkant van de hoshen waren de twaalf stenen, elk met de naam van een van de oorspronkelijke stammen van Israël. Aan de binnenkant, achter de stenen, stond de Urim VeTumim, wat "licht en waarheid" betekent, een stuk perkamentpapier met de onuitsprekelijke heilige naam van God (het Tetragrammaton-"YHWH") erop geschreven.

Als men de drie matzahs met de Drieëenheid in gedachten zou beschouwen, dan heeft de Kohen een "Vader" gevoel als de Ene die de geestelijke leider is over al Zijn mensen wiens namen op Zijn hart zijn geschreven, die de essentie is van alles waar de heilige tempel voor staat belichaamt en handhaaft als de ultieme Kohen Gadol, die letterlijk de onuitsprekelijke Heilige Naam Yahweh op Zijn borst draagt. Houd dat even in je achterhoofd als we verder gaan naar de tweede matzah, de Levi.

Toen Mozes niet zo snel was als de Israëlieten wilden dat hij van de berg Sinaï zou komen, vond het gouden kalfdebacle plaats en de Levieten weigerden er deel van uit te maken. Hiervoor werden ze "afgezonderd voor de Heer" en "gezegend" in een exclusieve positie van intimiteit met de Vader (Exodus 32:26-29). De Levieten waren priesters van de tempel, trokken als leraren (rabbijnen) van de Torah door het land (hun unieke reis is in overeenstemming met het feit dat ze nooit land kregen om te cultiveren zoals de andere stammen), en ze stonden bekend als de grootste dienaren van de rest van hun volk. Literatuur samengesteld door schriftgeleerden, historici en Joodse wijzen erkennen dat de Levieten zeer toegewijd zijn geweest aan God, en dat ze collectief "een universeel ideaal vertegenwoordigen voor mensen met een zuiver geloof, die bereid zijn om de wereld te verlaten en een leven van innerlijke rust en opperste wijsheid te cultiveren"[i].

Aaron was een Leviet, en daarom zijn alle Kohenim Levieten, maar niet alle Levieten zijn Kohenim: "Levieten worden verondersteld de directe patriarchische afstammelingen van Levi te zijn, terwijl de Kohanim Levieten zijn die rechtstreeks, via hun vaders, van Aaron afstammen."[ii] Dit is waarom, hoewel de twee in zekere zin "één" zijn, Levieten als een aparte categorie van stam worden beschouwd, apart van de Kohenim. Vergelijk: Jezus is God, net zoals de Vader God is, maar de Vader is niet Jezus en Jezus is niet de Vader. Jezus is een "afstammeling" van de Vader, hoewel de twee "één" zijn.

De vergelijking van Jezus, de Zoon van God en tweede lid van de Drie-eenheid, met de Levi-matzah is vrij duidelijk: net als de Levieten en het gouden kalf weigerde Jezus, toen hij in de verleiding kwam, iemand of iets anders dan de Vader te aanbidden (Matteüs 4:10). Hij was meer toegewijd aan en intiem met de Vader dan welke entiteit dan ook in de geschiedenis van de eeuwige kosmos (Johannes 17), aangezien Hij en de Vader "één" zijn (Johannes 10:30). De Schrift schetst Hem herhaaldelijk als priester en hogepriester (verwijzingen zijn in het hele boek van de Hebreeën wijdverbreid). Niemand zou zich afvragen of Hij de absolute rabbi (of rabboni) was, zoals Hij gewoonlijk werd genoemd toen Hij rondtrok en reisde om te dienen en te onderwijzen; Johannes 3:2, een van de vele voorbeelden, verwijst openhartig naar Jezus als "een leraar die van God komt". Net als de Levieten onderwees Hij de mensen om Hem heen en toonde Hij dienstbaarheid als een van de hoogste prioriteiten (Johannes 13:4-17, Marcus 10:45). En natuurlijk is Hij het "universele ideaal voor mensen met een zuiver geloof."

Dan blijft over de derde matzah, de Yisrael. Iedereen van Israël die geen Levi of Kohen was, en dus niet in de tempel werkte, werd beschouwd als Yisraël - de "gemeente" zoals die soms wordt genoemd. Met andere woorden, Yisrael vertegenwoordigde alle stammen samen, onverdeeld, zonder vriendjespolitiek: 100 procent gelijk in belang voor en "één met" Kohenim en Leviim, maar zeer veelzijdig en flexibel in dienst van en voor God.

Op dezelfde manier werkt het Lichaam van Christus met vele 'delen': verschillende mensen van verschillende 'stammen' over de hele wereld die samenwerken voor de universele Kerk, onpartijdig ten opzichte van achtergronden, rassenscheidingen, sociale statussen, enzovoorts. Veelzijdigheid en flexibiliteit in dienst van God is van vitaal belang. Hoe wordt dit bereikt? Door het derde lid van de Drie-eenheid, de Heilige Geest, de gever van de gaven (1 Korintiërs 12,8-10, Romeinen 12,6-8). Hij inspireert persoonlijke dienstbaarheid aan God op vele manieren en aan elke gelovige. Met de Heilige Geest is de "verdeling van stammen" (om in gelijkwaardige termen te spreken) irrelevant, omdat we allemaal één gemeente zijn die het Lichaam van Christus wordt genoemd. Op zich zou dit genoeg zijn om een redelijke vergelijking te maken met de Heilige Geest als degene die de Yisrael-matzah vertegenwoordigt, maar er is meer aan de hand dan alleen dit. De timing rond de Opstanding, Hemelvaart en Pinksterdag speelt ook een ongewone rol in het afikomengebruik. De rol van de Heilige Geest als de Yisrael-matzah gaat daarin verder.

De volgende details zijn echt ongelooflijk.

De "Belofte van de Vader"-prijs

Dus, zodra de Kohen, Levi en Yisrael matzah-stukken naar de tafel worden gebracht in wit linnen, neemt de vader van het huishouden alleen het middelste (Jezus/Levi) stuk vast, zegent het, en breekt het dan in tweeën. De kleinere helft wordt weer in het midden van de twee andere matzah-stukken geplaatst, terwijl de grotere helft, die nu de afikomen worden genoemd, in een aparte witte linnen omslag wordt geplaatst en ergens in het huis wordt verborgen.

Onthoud dit: Het lichaam van Jezus werd gebroken, in zijn eigen witte linnen begrafenis geplaatst (Marcus 15:46, Johannes 20:5), en verborgen in een donkere graftombe.

Na de maaltijd gaan de kinderen op zoek naar de afikomen. Eenmaal gevonden is het gebruikelijk dat het kind het matzah-stuk alleen aan zijn of haar vader teruggeeft in ruil voor een prijs. De weigering om de afikomen over te geven totdat er een prijs is overeengekomen wordt een "losprijs" genoemd; de prijs wordt genoemd - en we citeren - "De Belofte van de Vader."

Vergeet niet: Door het offer van het zondeloze, 'ongezuurde' gebroken lichaam van de Heiland (en het 'kostbare bloed'; 1 Petrus 1:18-19), betaalde Hij een 'losprijs voor velen' (Matteüs 20:28, Marcus 10:45). Eigenlijk betaalde Hij een 'losprijs voor allen' (1 Timoteüs 2:6). Eigenlijk betaalde Hij een losprijs voor mensen van "elke stam" (Openbaring 5:9). De hele Bijbel wijst naar, en toont de vervulling van, Jezus Christus als de Beloofde Messias, gezonden van de Vader. Jezus is letterlijk "De Belofte van de Vader" wiens afikomen-lichaam ons allemaal heeft vrijgekocht, "losgeld" heeft gegeven.

Nu neemt de vader van het huishouden de afikomen en breekt ze in evenveel stukken als er mensen zijn verzameld, en ieder neemt deel aan het stuk ter nagedachtenis aan het paaslam waarvan het bloed werd vergoten om hun zonden te bedekken.

KIJK! HEB JE EEN "DREMPELCONVENANT" MET GOD? JE EEUWIGHEID HANGT ERVAN AF!

Herinner je: Jezus droeg ons op om samen het brood te breken en deel te nemen ter nagedachtenis aan Hem, het Lam waarvan het bloed werd vergoten om onze zonden te verwijderen.

Sommige orthodoxe Joodse schriftgeleerden hebben door de jaren heen geprobeerd uit te leggen hoe al deze correlatie slechts toeval is. Zij proberen, vanuit elke hoek, manieren aan te wijzen waarom de afikomen niet op de Messias zou lijken, maar ondanks hun grootste inspanningen blijven de mensen, begrijpelijkerwijs, denken dat de overeenkomsten te groot zijn om te negeren. Een van de meest voorkomende argumenten is dat het paaslam en het ongezuurde brood letterlijk gegeten moeten worden, en de Messias werd en is dat duidelijk niet. Maar het feit dat Jezus zichzelf persoonlijk symboliseerde als het ongezuurde brood en de wijn, met de woorden "eten" en "drinken" als verwijzing naar Zijn lichaam, annuleert dat geval en pleit zelfs voor meer aandacht voor de afikomen als vertegenwoordiger van de Messias. Niettemin, wat daarna komt, brengt het naar een ander niveau...

Precies veertig dagen vanaf de afikomen van het kind geeft de vader van het kind de afgesproken prijs. Een extra tien dagen later (vijftig dagen in totaal vanaf Pesach) wordt het Pinksterfeest (of "Weken"; Hebreeuwse Shavuot) in acht genomen. Het Pinksterfeest/wekenfeest is voor een deel een viering van de dag dat de Israëlieten de allesoverheersende Torah van de Vader kregen, "toen God Israël tot één volk in de Wet maakte"[iii] (Meer hierover later).

Denk eraan: Precies veertig dagen na de opstanding geeft Jezus de apostelen een nieuw geschenk en zegt hen woordelijk "te wachten op de belofte van de Vader" (Handelingen 1:4). Nog eens tien dagen later (vijftig dagen in totaal vanaf de Opstanding) vond de Pentacost plaats (Grieks woord voor "vijftigste"). De Pinksterdag was de dag waarop de vroege Kerk de allesoverheersende Heilige Geest van de Vader kreeg, toen God de Kerk in gelijke mate tot één volk maakte in de richting van de Grote Opdracht van het Evangelie (Handelingen 2). (En zo komt de derde matzah, Yisrael, de Heilige Geest, tot stand door de bevrijding van de belofte van de Vader!)

Als de communie-achtige deelname aan de laatste matzah voorbij is, eet of drinkt niemand meer iets anders; de Pesach-maaltijd is voorbij. Toen Jezus zijn hoofd boog aan het kruis, erkende Hij specifiek dat het verlossingswerk van zijn zondeloze, gebroken, "ongezuurde" afikomen-lichaam "voltooid" was (Johannes 19:30). Toch betekent "voltooid" hier niet alleen dat er iets voorbij is; het is van het Griekse tetelestai, dat "volledig betaald" betekent.

De Joden wachtten en zochten hun Messias, net zoals hun kinderen vandaag de dag wachten en zoeken naar de afikomen. Jezus was, is en zal altijd de Beloofde Messias zijn, wiens lichaam voor ons gebroken en verborgen was, maar wiens Opstanding hem opnieuw onthulde. Jezus is dus de soevereine afikomen: gebroken, verborgen en geopenbaard.

Het is absoluut prachtig.

Door Jezus wordt de bloedverlossingstransactie betaald. De afikomen, voor hen die in Christus geloven, kan niet langer betekenen "datgene wat later komt", want de Messias is al gekomen, heeft de prijs voor onze zonde betaald, is uit de dood opgestaan en is opgevaren naar de hemel, waar Hij aan de rechterhand van de Vader zit. Jezus Christus is onze "herontdekte afikomen". Nu zie je waarom we geen andere keuze hadden dan de betekenis van dit zeldzame woord aan te spreken nadat we de symboliek tussen dat en Jezus lieten zien.

Dat betekent echter niet dat de etymologie van dit woord zo gemakkelijk was als wanneer Jezus het een nieuwe betekenis zou geven. Zoals meestal het geval is bij etymologische bezigheden, zal een goede zoektocht naar de oorsprong onverwachte juweeltjes aan het licht brengen.

Laten we het nu hebben over, laten we zeggen, "de rest van het verhaal".

Etymologische nachtmerries

Het woord afikomen (of afikoman, zoals Yehuda Shurpin het in zijn artikel spelde) heeft een moeilijk te traceren oorsprong. We hebben dagenlang doorgebracht om de knoestige doornen van verkeerde informatie en folkloristische etymologie over dit specifieke woord weg te ruimen voordat we in staat waren om het allemaal bij elkaar te brengen. Maar zonder de lezers te dwingen om ook die vervelende reis te maken, zullen we het vereenvoudigen: Niemand weet zeker waar het vandaan kwam.

Joodse traditie-expert Dr. Ronald L Eisenberg erkent het net zoveel in zijn boek, The JPS [Joodse Publication Society of America] Guide to Jewish Traditions, als hij zegt dat de "precieze betekenis onduidelijk is,"[iv] en het was verfrissend om dat zeldzame en transparante verslag te lezen. Wij (vooral Donna Howell) vonden het problematisch dat veel schrijvers over dit onderwerp ongefundeerde beweringen deden, dat afikomen een aantal van de volgende dingen betekende: "dessert", "voedsel gegeten voor het plezier", "feestvreugde", "avondvermaak", "festivalzang", "na-tafelen-traditie", enzovoort, de meeste concepten hebben betrekking op wat voedsel of een activiteit die een ceremonie oproept. In bronnen die geschreven zijn door auteurs die de Naam van Christus willen verheffen, bleek steeds weer dat de betekenis zoiets was als "Iemand die kwam" of "Ik ben gekomen", of zelfs botweg "Messias", en het werd verklaard als een feit, verheerlijkt als een mirakel. Maar hoezeer we ook in de verleiding zouden kunnen komen om onze favoriete definitie te kiezen en er mee naar voren te komen in een studie als deze, van "dessert" tot "Messias", zonder bewijs of achtergrond, is journalistiek onverantwoordelijk (en maakt dan dezelfde fout als deze andere bronnen).

Er is ook het probleem dat velen het er niet mee eens zijn of het woord eerst Grieks was, en dan Hebreeuws, of Hebreeuws eerst, en dan Grieks... en anderen beweren zelfs dat het oorspronkelijk Aramees was. (Geleerden schrijven het over het algemeen toe aan een Grieks-eerste oorsprong.) Omdat het woord zo zeldzaam is in de oudheid, zullen geleerden toegeven dat we niet zeker kunnen zijn welke cultuur of mensen het eerst de klank hebben geuit en wat het voor hen betekende. Wat we wel kunnen doen, is kijken naar de dichtstbijzijnde traceerbare woordderivaten, die vergelijken met contextueel gebruik in de literatuur zo ver mogelijk terug, en kijken hoe het beeld een beetje opheldert.

Het lijkt erop dat afikomen een vroege transliteratie is van het Griekse epikomen of epikomion (later getranslitereerd naar afikomenosos), wat in het algemeen "datgene wat erna komt" betekent. Dit is de reden waarom, wanneer vertaald vanuit een oude zingeving, het dingen kan betekenen als "dessert" of "avondvermaak", enz., omdat deze feestelijke, speciale gelegenheden komen na iets anders, zoals een maaltijd of een lange dag van werken. Uiteraard kan "dat wat erna komt" ook gemakkelijk betrekking hebben op een Messiaanse vertaling van "degene die erna komt" of iets dergelijks.

Als we dit woord verder uitsplitsen, komen we uit bij: het Griekse epi, dat "na", "over" of "later" betekent; komos, dat een pre-Grieks werkwoord is (Sanskriet of Proto-Indo-Europees, geloven sommigen), wat waarschijnlijk betekent "aankondigen", "verkondigen" of "verklaren"; en ten slotte, ios, wat het Griekse achtervoegsel is dat eenvoudigweg "met betrekking tot" betekent. Het is geen rek om te zien hoe afikomen kan worden geïnterpreteerd als een speciale "after-dinner dessert" verwennerij, zolang het maar ook "betrekking kan hebben op" een "aankondiging" of "proclamatie" (zoals het nieuws dat de verborgen afikomen waren gevonden). En gezien het feit dat de afikomen het laatste is wat gegeten wordt bij de Pesach-maaltijd, kan het traject tussen "dessert" en "ongezuurd brood" toelaatbaar zijn in het belang van de "na-de-maaltijd"-symboliek.

Voor de Joden werd "dessert" uiteindelijk de enige definitie van afikomen. Dit zou verklaren waarom hun eigen "wachten op de Messias"-traditie moeilijker te herleiden was tot een punt van oorsprong dat dateert van voor de "Talmoed"-instructie van Rabbijn Eliezer. Onder de gewone huishoudens had wat een oude ceremonie die uitkeek naar de Messias verloren kunnen gaan en vervangen kunnen worden door gewoon een ander ding om te eten. Verschillende wetenschappelijke bronnen hebben dit ook overwogen. Hermann Strack en Paul Billerbeck's veelgeraadpleegde Duitse werk, Kommentar zum Neuen Testament aus Talmud und Midrasch ("Commentaar op het Nieuwe Testament uit de Talmoed en Midrash"), is het eens met deze conclusie en stelt dat de uiteindelijke "dessert" definitie "foutief" was, maar toch onwrikbaar: "De betekenis van het woord afikoman werd al vroeg vergeten. Al in de Tosephta [eerdere Joodse wetscompilatie dan de Misjnah of de Talmoed] wordt het woord als 'het dessert' begrepen. Deze foutieve verklaring behield toen gedurende de gehele periode van de Joodse oudheid de overhand"[v].

We kunnen bewijzen dat het zeldzame woord teruggaat tot voor de tijd van Christus, en de betekenis ervan wordt vager naarmate we verder terug reizen. We weten ook dat het lange tijd verkeerd geïnterpreteerd werd om een na-de-maaltijd traktatie te betekenen, toen het eerste woord iets betekende dat veel dichter bij "een proclamatie die ergens in de toekomst [of "na"; "later"; etc.] voorkomt". Maar om de vervulling van het hele ongezuurde broodplaatje van Christus te laten zien, moeten we naar twee dingen kijken: 1) of "het zoeken naar de afikomen" een Pesach-gebruik werd dat al ruim voor de tijd van Christus was vastgesteld; en dus 2) of in, of tenminste rond de tijd van Christus, er een culturele verschuiving was geweest in de interpretatie ervan: een verklaring waarom, vandaag de dag, Joodse bronnen zeggen "dessert", en christelijke bronnen zeggen "Eén die kwam", beiden beweren dat het een feit is en geen van beide verwijzen ze naar de andere.

Dankzij een geschreven werk van David Daube hebben we een voorsprong. Het Griekse afikomenos verschijnt in het tweede-eeuwse geschrift Peri Pascha van bisschop Melito van Sardis! En, zoals deze oude tekst getuigt, verwijst de context van de term in de tweede eeuw zeker naar Jezus Christus als "De Komende", "Hij die gekomen is", of directer, "de messias die gekomen is".[vi] Daube's collectieve werk over dit onderwerp verduidelijkt dat deze verwijzing van Mgr. Melito verwijst naar "een verwachte verlosser die, symbolisch verenigd met zijn volk, hen heel maakt terwijl ze nadenken over hun verleden en toekomstige verlossing."[vii]

Dit feit roept de vraag op van het gezonde verstand: Als de Joden niet de hele tijd een Messiaans element hadden beoefend op het Pesach-feest dat betrekking had op afikomen, met andere woorden, als de term ten tijde van Christus alleen maar een dessert voor de Joden zou beteken en er geen voorafgaande "Messias"-betekenis achter de naam van hun feestgebruik zat, waarom zouden Christenen zoals bisschop Melito dan dat woord gebruiken om hun Messias te omschrijven? Waarom zouden zij hun Verlosser naar het Joodse woord "dessert" vernoemen?

Maar schaamtelozer dan dat: Als de Joden er alleen maar op uit zijn om ouders te instrueren hoe ze de kleintjes wakker moeten houden, waarom zou hun ritueel dan zo op Jezus lijken, zowel in zijn verlossingshandelingen als ook in de communie die Hij zijn discipelen opdroeg om dikwijls ter nagedachtenis aan Hem te doen?

Niets van dit alles heeft zin... tenzij de Joden eerst de gewoonte hielden en de Christenen het vervolgens voortzetten, terwijl ze tegelijkertijd Christus als de vervulling van hun ouderwetse ritueel vastlegden. De reactie van de Joden daarop was echter misschien niet al te aangenaam. De Talmoed die door rabbijn Eliezer werd geschreven en die honderden jaren na het Sardis-document kwam, zou eigenlijk geprobeerd kunnen hebben om het uit te doven of om het toevallige gebruik van dit woord nieuw leven in te blazen.

Geleerden achter de Sheffield Academics' "Biblical Seminar" serie, met één titel New Testament Backgrounds, onderschrijven ook een soortgelijke theorie, waarin staat:

Het lijkt erop dat een ritueel waarbij de afikoman betrokken was, bewaard is gebleven, maar na verloop van tijd werd de betekenis ervan, misschien zelfs wel opzettelijk, vervormd...

Hoe kon zo'n belangrijk idee verloren gaan? Het lijkt waarschijnlijk dat als het christendom voortkwam uit het jodendom, de joodse ideeën die waren overgenomen en ontwikkeld door de volgelingen van Jezus werden gebagatelliseerd of zelfs onderdrukt door de Joodse autoriteiten.[viii]

Stel dat deze geleerden gelijk hebben, dan was het zo: de Joden onderdrukten een gewoonte van hun eigen feest omdat de Messiaanse Joden van hun tijd - oftewel de eerste "Christenen" - geloofden dat het in Jezus Christus in vervulling was gegaan. Het ware beeld van een vroege, nu volledig verloren gegane Messiaanse afikomen-ceremonie werd onder de religieuze bureaucratie begraven en opnieuw geschilderd als een "houd de kinderen wakker toetje". Alle onderdelen die deze potentiële verandering - het breken, verstoppen, zoeken, onthullen, verdelen en eten van het ongezuurde brood - in stand hielden, zouden verwarrend worden, niet van belang voor Joodse nakomelingen die later de symboliek van elke andere stap in het Pesach zouden begrijpen. Dit ene element, dat fungeert als het begin en het einde van het feest (een positie die duidelijk van groot belang is), wordt gereduceerd tot een leer van een geliefde rabbijn die geen ander instrument voor ouders zou kunnen bedenken om kinderen wakker te houden dan het bedenken van een nieuw ritueel dat "toevallig" met de dood van Christus overeenkomt.

Zo ging afikomen van "Messias" naar "dessert". (Ziet u waarom we de etymologie tot het einde toe hebben moeten volgen hierover?)

Mis alsjeblieft niet wat er net is gebeurd... en wat het nog meer inhoudt. Het is niet alleen dat een oude Messiaanse gewoonte in Christus zou zijn vervuld. Dat bevredigt wel waarom een boek als dit Jezus' vervulling van een feest zou laten zien, zeker, maar als al dit bewijs goed begrepen wordt door de theologen die er hun levenswerk van gemaakt hebben, dan is er hier nog iets anders dat bijna iedereen mist...

Het afikomen-ritueel was de allereerste communie.

DE VOLGENDE KEER: Het Mysterie van de afikomen werd opgericht door Christus zelf.

Bron: THE MESSENGER: PART 9--Mystery of the matzahs » SkyWatchTV