www.wimjongman.nl

(homepagina)


De mensenrechtenindustrie heeft een favoriet soort slachtoffer

door Pierre Rehov - 13 september 2026

Een VN-onderzoeksmissie concludeerde in februari 2026 dat de massale executies, groepsverkrachtingen en opzettelijke uithongering in Soedan de kenmerken van genocide droegen, en dat genocidale opzet de enige redelijke conclusie was die uit het bewijsmateriaal kon worden getrokken. De uitkomst? Communiqués! Geen enkele Amerikaanse campus is bezaaid met Soedanese kampementen. Geen enkele internationale campagne eist dat bedrijven hun onschuld ten aanzien van Khartoem bewijzen. Afgebeeld: soldaten van de Soedanese strijdkrachten nemen deel aan een parade op 17 augustus 2026 in de stad Gedaref in het oosten van Soedan. (Foto door AFP via Getty Images - zie de bronpagina)

Het favoriete slachtoffer van de mensenrechtenindustrie is het politiek bruikbare slachtoffer: het slachtoffer wiens lijden kan worden gekoppeld aan een tegenstander – een aangewezen „schurk“ – bij voorkeur een die westerse activisten al weten te haten, onder druk te zetten en waartegen ze actie kunnen voeren.

Dat is de reden waarom Palestijnse slachtoffers, wanneer Israël kan worden afgeschilderd als vermeende dader van misstanden, een buitengewone golf van verontwaardiging teweegbrengen, terwijl Soedanese slachtoffers van genocide, Afghaanse vrouwen onder het Taliban-regime, Iraanse demonstranten die door hun eigen regime zijn vermoord, of vervolgde christenen in Nigeria dat grotendeels niet doen.

De hiërarchie wordt niet bepaald door de ernst van het leed; ze wordt bepaald door de politieke bruikbaarheid van het slachtoffer en, nog belangrijker, door de identiteit van de ‘schurk’ die deze misdaden zogenaamd begaat.

Er zijn slachtoffers die een achterban krijgen. Hun gezichten verschijnen op spandoeken, hun namen worden hardop voorgelezen tijdens demonstraties, acteurs op rode lopers dragen hun symbolen, studenten bezetten universiteitsgebouwen namens hen, en instellingen ontdekken een dringende morele verplichting om verklaringen af te geven. Dan zijn er slachtoffers die meestal in eenzaamheid sterven, kort geteld door de organisaties die worden betaald om ze te tellen en door niemand anders opgemerkt.

Soedan behoort tot de tweede groep. De oorlog die in april 2023 uitbrak tussen het Soedanese leger en de Rapid Support Forces heeft geleid tot wat het VN-vluchtelingenagentschap de grootste ontheemding en humanitaire crisis ter wereld noemt, waarbij bijna dertien miljoen mensen uit hun huizen zijn verdreven. Al een jaar geleden, eind oktober 2025, trok de RSF na een belegering van achttien maanden El Fasher binnen en doodde de inwoners zo grondig dat onderzoekers van Yale de bloedvlekken op satellietbeelden konden identificeren. Een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties concludeerde in februari 2026 dat de massale executies, groepsverkrachtingen en het opzettelijk uithongeren van de Zaghawa- en Fur-gemeenschappen de kenmerken van genocide droegen, en dat genocidale opzet de enige redelijke conclusie was die uit het bewijsmateriaal kon worden getrokken.

De bevinding leidde tot… persberichten! Geen enkele Amerikaanse campus is bezaaid met Soedanese kampementen. Geen enkele internationale campagne eist dat bedrijven hun onschuld bewijzen met betrekking tot Khartoem, of de wapenleveranties aan Soedanese krijgsheren die door de Amerikaanse inlichtingendiensten zijn vastgesteld. Darfur draagt nu het label ‘genocide’, toegekend door de Verenigde Naties zelf – en geen enkele achterban.

De vergelijking met Gaza is geen wedstrijd tussen lijken. Palestijnse burgers verdienen het medeleven dat aan burgers overal toekomt. Wat wel nader onderzocht moet worden, is de propagandamachine van de oorlog. Binnen enkele maanden na 7 oktober 2023 hadden kampementen, bezettingen van gebouwen en massale arrestaties zich verspreid van Columbia naar Yale, naar de New York University en verder door heel Europa. In september 2025 zorgde een belofte om alle samenwerking met Israëlische festivals, bioscopen en productiebedrijven te weigeren voor meer dan 5000 handtekeningen van filmprofessionals, waaronder enkele van de grootste namen uit de sector.

Afghanistan stelt deze stelling nog verder op de proef.

Vijf jaar nadat de Taliban naar Kabul terugkeerden, meldde UNESCO onlangs dat 2,4 miljoen Afghaanse meisjes worden uitgesloten van voortgezet onderwijs. Afghanistan blijft het enige land dat meisjes en vrouwen formeel verbiedt om verder te studeren dan de basisschool. Meer dan zeventig decreten hebben hun levensruimte ingeperkt, en sinds september 2025 mogen Afghaanse vrouwen zelfs de gebouwen van de Verenigde Naties niet meer betreden, noch hun huis verlaten vaker dan één of twee keer per maand.

Het westerse feminisme heeft decennialang volgehouden dat vrouwenrechten universeel zijn. Afghanistan is de zuiverste test die er voor deze bewering bestaat: een gehele vrouwelijke bevolking die bij decreet is uitgesloten van onderwijs, werk en het openbare leven, en zelfs van enige aanwezigheid in het openbaar – een toestand die VN-deskundigen genderapartheid noemen. Er staat geen permanent kampement buiten Harvard dat vrijheid voor Afghaanse vrouwen eist, er is geen divestmentbeweging in de mode geraakt, geen enkel symbool heeft de rode loper bereikt. UN Women waarschuwt dat de onderdrukking genormaliseerd wordt en meldt een financieringstekort van vijftig procent voor haar werk in Afghanistan dit jaar. De vrouwen blijven waar ze waren; het publiek is vertrokken.

Iran heeft elke resterende twijfel weggenomen. Protesten die eind december 2025 begonnen, verspreidden zich naar elke provincie, en op 8 en 9 januari 2026 reageerden de veiligheidstroepen met geweren en jachtgeweren die vanaf daken en vanaf de laadbakken van vrachtwagens werden afgevuurd. Amnesty International beschrijft de massale onwettige moorden als van een ongekende omvang. Alleen al dit jaar werden meer dan 52.000 mannen, vrouwen en kinderen afgeslacht, gepaard gaande met een totale internetblokkade en tienduizenden arrestaties. De speciale rapporteur van de VN voor Iran schatte het dodental op meer dan vijfduizend.

Het regime had het record al in handen. Amnesty International documenteerde in 2025 2159 executies in Iran, meer dan het dubbele van het voorgaande jaar, en ongeveer vier vijfde van alle wereldwijd geregistreerde executies – het hoogste nationale cijfer sinds 1981. Onder de ter dood veroordeelden bevonden zich ten minste 48 vrouwen, het grootste aantal in twee decennia. De reactie van het Westen op het bloedbad van januari in Iran bestond uit bijeenkomsten van de diaspora en een veroordeling ondertekend door 800 filmprofessionals. De sector die vijfduizend handtekeningen tegen Israëlische filmfestivals wist te verzamelen, kwam tot achthonderd tegen een regering die zojuist in achtenveertig uur tijd duizenden van haar eigen burgers had neergeschoten, en dat werd ook zo vermeld in haar eigen vakpers.

Iraanse studenten keerden in februari terug naar de campussen in Teheran, Mashhad en Isfahan met foto’s van klasgenoten die in januari waren omgekomen; veel studenten worden hiervoor nog steeds gearresteerden van de universiteit gestuurd . De Amerikaanse studenten die gebouwen bezetten voor Gaza riskeerden niets ergers dan een tuchtprocedure, en boden de Iraanse demonstranten niets.

In november 2025 ontvoerden gewapende mannen 303 kinderen en 12 leraren van de katholieke St. Mary’s-school in Papiri, Nigeria – een ontvoering die groter was dan die van de 276 meisjes die in 2014 in Chibok, Nigeria, werden ontvoerd, toen een hashtag de wereld rondging en een Amerikaanse first lady zelfs werd gefotografeerd terwijl ze een bordje vasthield! De kinderen uit Papiri kwamen een maand later na onderhandelingen over losgeld weer thuis, zonder dat er ook maar enige campagne voor hen was gevoerd. De Amerikaanse Commissie voor Internationale Religieuze Vrijheid, die al zeventien jaar lang aan Washington vraagt om Nigeria te behandelen als een land dat bijzondere aandacht verdient, telt bijna 53.000 burgers die daar sinds 2009 zijn omgekomen bij gerichte gewelddadigheden. Vervolgde christenen vormen een marketingprobleem: het christendom wordt in de westerse verbeelding gezien als een historische macht in plaats van als een huidige kwetsbaarheid.

Ook racisme en omvang verklaren het patroon niet. Palestijnen zijn noch westers, noch dicht bij de universiteitscampussen waar hun zaak dominant werd, en de demonstranten pleiten voor niets dat de Palestijnen werkelijk zou helpen, zoals vrijheid van marteling en willekeurige arrestatie door corrupte leiders, vrijheid van meningsuiting en van de pers, en een onderwijs dat hen voorbereidt op een productief en welvarend leven.

De westerse verontwaardiging heeft een politieke economie gekregen: een succesvolle zaak heeft meer nodig dan slachtoffers. Het favoriete slachtoffer is niet degene die het meest lijdt, maar degene wiens lijden politiek kan worden ingezet. Een succesvolle zaak heeft een bruikbare „schurk“ nodig, idealiter een die al in het verhaal circuleert. Israël voldoet bijna perfect aan dat doel. Het staat aan de zijde van het Westen, is democratisch, wordt gesteund door Washington en is permanent toegankelijk voor journalisten; de politici beantwoorden vragen, de rechtbanken spreken zich uit tegen de regering, en op alles kan druk worden uitgeoefend.

Tegen de Taliban kan niets vergelijkbaars worden georganiseerd. Columbia heeft geen investeringscommissie van de Taliban om tegen te demonstreren, de Revolutionaire Garde organiseert geen cultureel uitwisselingsprogramma om te boycotten, en de Soedanese krijgsheren staan volkomen onverschillig tegenover een studentensenaat in Californië. Dictaturen zijn slechte doelwitten voor performatief activisme, omdat dictators immuun zijn voor performance. Een aanval op Israël verbindt een activist met een apparaat van campusgroeperingen, ngo’s en netwerken dat in de loop van decennia is opgebouwd, met vooraf opgestelde slogans en gestandaardiseerde woordkeuze. Een 19-jarige hoeft niets over het Midden-Oosten te weten om mee te doen. Hij heeft alleen een spandoek nodig. Soedan vereist huiswerk, en kennis over het regime in Iran zou hem dwingen toe te geven dat de vijanden van de Amerikaanse macht vaak erger zijn dan datgene waartegen zij zich verzetten.

Een sector die maar blijft praten over „intersectionaliteit“ heeft een hiërarchie van medeleven opgebouwd, waarin slachtoffers en wat het slachtoffer is aangedaan minder tellen dan wie het heeft gedaan en welk politiek verhaal eromheen kan worden gesponnen. Dit alles doet niets af aan het Palestijnse lijden, dat aan echte mensen is toegebracht. Het sluit alle anderen buiten de deur.

Consistentie is het enige wat de machinerie niet kan bieden. Een beweging die echt meent wat ze zegt over universele rechten, zou in actie komen voor gevangenen wier slavenhouders, zoals Qatar, over enorme rijkdommen beschikken. Ze zou protesteren tegen kinderhandel en orgaanroof, en Afghaanse vrouwen en Iraanse dissidenten verdedigen. Palestijnse burgers zouden worden verdedigd als burgers in plaats van als bewijsmateriaal. Zo’n beweging zou moeilijk te manipuleren zijn, onmogelijk te gelde te maken en nutteloos voor elke uitbuitende factie, wat goed genoeg verklaart waarom niemand er een heeft opgezet.

Pierre Rehov, afgestudeerd in de rechten aan de Universiteit Paris-Assas, is een Franse verslaggever, romanschrijver en documentairemaker. Hij is de auteur van zes romans, waaronder „Beyond Red Lines“, „The Third Testament“ en „Red Eden“, die uit het Frans zijn vertaald. Zijn recentste essay over de nasleep van het bloedbad van 7 oktober, „7 octobre – La riposte“, werd een bestseller in Frankrijk. Als filmmaker heeft hij 17 documentaires geproduceerd en geregisseerd, waarvan vele onder grote risico’s zijn gefilmd in oorlogsgebieden in het Midden-Oosten, en die zich richten op terrorisme, vooringenomenheid in de media en de vervolging van christenen. Zijn nieuwste documentaire, „Pogrom(s)“, belicht de context van eeuwenoude jodenhaat binnen de islamitische beschaving als de belangrijkste drijvende kracht achter het bloedbad van 7 oktober.

Vertaling door W.J. Jongman en H. Sleijster

© 2022 Gatestone Institute. Alle rechten voorbehouden. De artikelen hier afgedrukt geven niet noodzakelijkerwijs de standpunten weer van de vertalers of van Gatestone Institute.

Bron: The Human Rights Industry Has a Favorite Kind of Victim :: Gatestone Institute