www.wimjongman.nl

(homepagina)



( )

Dag 21


JONA EN DE HEIDENEN

“Ze werden heel bang en zeiden tegen elkaar: ‘Wie is deze dan, dat zelfs de wind en de zee Hem gehoorzamen?’”
—Marcus 4:41





Het verhaal waarin Jezus de storm tot bedaren brengt vertoont veel overeenkomsten met het eerste hoofdstuk van Jona. In beide passages is er (1) een afvaart per boot (Jona 1:3; Marcus 4:36); (2) een hevige storm (Jona 1:4; Marcus 4:37); (3) een boot die dreigt te zinken (Jona 1:4; Marcus 4:37); (4) een slapende hoofdpersoon (Jona 1:5; Marcus 4:38); (5) erg bang geworden zeelieden (Jona 1:5; Marcus 4:38); zeelieden die vrezen dat ze zullen omkomen (Jona 1:6, 14; zie ook 3:9; Marcus 4:38); (7) een wonderbaarlijke bedaring van de storm (Jona 1:15; Marcus 4:39); en (8) de zeelieden die op het wonder reageren met „grote vrees“ (Jona 1:16; Marcus 4:41). Ik geloof dat Marcus twee punten wil maken met deze opzettelijke vergelijking. Ten eerste: omdat Jezus degene is die de storm tot bedaren brengt in het parallelle verhaal, moet Jezus God zijn! Ten tweede: door de vraag te stellen: „Wie is deze dan?”, laten de Joodse discipelen zien dat ze totaal anders zijn dan de heidense zeelieden die met Jona op de boot zaten, die onmiddellijk beseften wie de storm tot bedaren had gebracht en Hem begonnen te aanbidden Hem te aanbidden! „Toen vreesden de mannen de Heer zeer, en zij brachten een offer aan de Heer en legden geloften af“ (Jona 1:16). Het Evangelie van Marcus bevestigt een waarheid die ik bij talloze gelegenheden heb zien uitkomen en die mij ook vele jaren geleden uitdaagde om stil te staan bij de waarheid van het evangelie: God gebruikt niet-Joodse volgelingen van Jezus om het Joodse volk jaloers te maken door hun levende kennis en levendig geloof in de Heer God van Israël! “Maar door hun overtreding is het heil tot de heidenen gekomen, om hen jaloers te maken” (Rom. 11:11b).