
Dag 16
AANWIJZINGEN OVER DE MESSIAS
„Maar toen Jakob hoorde dat er
graan in Egypte was, stuurde hij onze vaderen daarheen
voor de eerste keer. Bij het tweede bezoek
maakte Jozef zich bekend aan zijn broers, en
werd Jozefs familie aan de farao onthuld.”
—Handelingen 7:12–13
De preek van Stefanus is een reactie op de beschuldiging dat hij zich tegen Mozes/de Wet zou uitspreken (Handelingen 6:11, 13). Stefanus’ verdediging van het Messiaanse karakter van Jezus komt rechtstreeks voort uit een profetisch patroon binnen de Thora zelf! De verhalen over Jozef en Mozes vertellen ons dat degenen die God zendt om Israël te redden, altijd worden afgewezen wanneer ze voor het eerst verschijnen (Handelingen 7:9, 27-29). In deze context biedt Stefans verwijzing naar Jozef die zich aan zijn broers openbaarde bij het „tweede bezoek“ daarom een subtiele, maar ongelooflijk hoopvolle hint dat Israël op een dag Jezus zal herkennen wanneer Hij voor de tweede keer terugkomt! Net zoals de Thora voor Stefanus dient als belangrijke getuigenis dat Jezus de Messias is, zo dient de Thora ook als belangrijke getuigenis tegen een theologie die volhoudt dat Israël terzijde is gezet vanwege het afwijzen van de Messias toen Hij de eerste keer kwam! „Toen kon Jozef zich niet meer beheersen in het bijzijn van allen die bij hem stonden, en hij riep: ‘Laat iedereen bij mij weggaan.’ Er was dus niemand bij hem toen Jozef zich bekendmaakte aan zijn broers” (Gen. 45:1).
