
Dag 1
NIETS IS ONMOGELIJK
BIJ GOD
“‘Want bij God is niets onmogelijk.’ En Maria zei: ‘Zie, ik ben de dienstmaagd van de Heer; het moge mij geschieden volgens uw woord.’ En de engel week van haar af.” —Lucas 1:37–38
De laatste woorden van Gabriël aan Maria vormen het slot van een gesprek dat voor haar letterlijk onmogelijk te begrijpen was geweest. Maria had de woorden van Gabriël natuurlijk al eerder gehoord als jong meisje toen ze opgroeide in de synagoge. Dit waren dezelfde woorden die tot Abraham waren gesproken toen hij het nieuws ontving dat Sara zwanger was (Gen. 18:14). Dit waren ook de woorden die Jeremia sprak toen God hem vertelde dat het land Israël opnieuw bevolkt zou worden (Jer. 32:17). Een maagd kan niet zwanger zijn. Maar aan de andere kant, oude vrouwen horen ook niet zwanger te worden. En wat dat betreft had het Joodse volk nooit mogen terugkeren naar het land Israël na de Babylonische verwoesting. De maagdelijke geboorte brengt het verhaal van Jezus niet dichter bij Griekse heidense mythen. Integendeel, het verweeft Zijn verhaal met de essentie zelf van de Joodse geschiedenis. Als de geboorte van Jezus normaal was geweest, zou dat Hem hebben uitgesloten van het deel uitmaken van het onmogelijke verhaal van Israël. En krachtens ons geloof in Jezus, of we nu Joods zijn of heiden, maakt het verhaal van ons leven nu ook deel uit van dit anders onmogelijke verhaal ! “Maar jullie zijn een uitverkoren geslacht , een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk dat God Zich tot eigendom heeft verworven , opdat jullie de grote daden mogen verkondigen van Hem die jullie uit de duisternis heeft geroepen naar Zijn wonderbaarlijke licht” (1 Petr. 2:9, nadruk toegevoegd).
