De aspiraties van Erdogan
26-08-2026, door Yaris Strijker
Manzikert, Erdoğan en de symboliek van het ‘sterke Turkije’
Vandaag op 26 augustus 2026 herdenkt Turkije de 955ste verjaardag van de Slag bij Manzikert (Malazgirt). Op 26 augustus 1071 versloeg de Seltsjoekse sultan Alp Arslan daar het Byzantijnse leger. In de Turkse nationale geschiedschrijving geldt deze overwinning als het moment waarop de “poorten van Anatolië” voor de Turken werden geopend. De slag vormt daardoor een belangrijk onderdeel van het historische verhaal dat de Seltsjoeken, het Ottomaanse Rijk en het moderne Turkije met elkaar verbindt. Ook in zijn officiële boodschap voor de verjaardag hiervan presenteert president Recep Tayyip Erdoğan de geest van 1071 als inspiratiebron voor het huidige Turkije.
Gisteren hield Erdoğan in Ahlat een opvallende herdenkingstoespraak. Daarin gebruikte hij sterk religieus en militair-historisch taalgebruik. Hij sprak over de “heilige sfeer van de verovering”, martelaren en strijders en verklaarde dat de geest die vanuit Manzikert over Anatolië en vervolgens over drie continenten werd verspreid, “vandaag opnieuw hier” aanwezig is.
Opvallend was vooral zijn verwijzing naar Jeruzalem. Erdoğan zei: “Jeruzalem en Istanbul werden veroverd met het geloof dat in Ahlat gestalte kreeg.” Vervolgens verbond hij de historische symboliek met het heden. Hij verklaarde dat wanneer anderen “een rekening” hebben, Turkije eveneens “een rekening en een plan” heeft. Volgens Erdoğan zullen de “bloedhandelaren”, degenen die van terrorisme profiteren en de “genocideplegers” die de regio willen destabiliseren uiteindelijk verliezen. Hij besloot dat de dageraad van een “groot en sterk Turkije” is aangebroken.
Gezien Erdoğans huidige confrontatie met Israël kan deze passage als een zware politieke waarschuwing aan Israël worden gelezen. Tegelijk is het belangrijk precies te blijven: in de officiële tekst zegt Erdoğan niet letterlijk dat zijn “plan” bestaat uit het militair verslaan van Israël en het veroveren van Jeruzalem. Zijn uitspraak over de verovering van Jeruzalem staat in de verleden tijd. De combinatie van Jeruzalem, historische veroveringen, vijanden die zullen verliezen en een eigen Turks “plan” geeft de toespraak echter onmiskenbaar een krachtige geopolitieke en religieus-historische lading. Dit past in een breder patroon onder Erdoğan. Sinds zijn aantreden heeft hij Seltsjoekse en Ottomaanse symboliek veel nadrukkelijker onderdeel gemaakt van de identiteit van de Turkse staat. Zijn enorme presidentiële complex in Ankara, zijn nadruk op islamitische en Ottomaanse geschiedenis en zijn veelvuldige verwijzingen naar veroveringen passen bij zijn voorstelling van Turkije als een beschavingsmacht met een historische missie.
Daarom wordt al langer gespeculeerd dat Erdoğan zichzelf uiteindelijk een positie als een soort moderne sultan of kalief zou willen geven. Daarvoor bestaat echter geen overtuigend bewijs, en de bewering dat hij zich specifiek tot “twaalfde kalief” zou willen uitroepen kan niet als vastgesteld feit worden gepresenteerd. Wat wél duidelijk zichtbaar is, is dat Erdoğan zichzelf steeds nadrukkelijker neerzet als leider van een herrezen, machtig en islamitisch georiënteerd Turkije, waarbij de continuïteit met de Seltsjoekse en Ottomaanse geschiedenis centraal staat.
De herdenking van Manzikert in 2026 is daarvan een treffend voorbeeld: 1071 wordt niet alleen herdacht als geschiedenis, maar door Erdoğan gebruikt als symbool voor de ambities van het Turkije van vandaag.
We zijn gewaarschuwd.
Machtsverschuiving in Syrië brengt Turkse invloed dichter bij Israël
De Koerdische commandant Mazloum Abdi heeft aangekondigd dat de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) worden ontbonden en geïntegreerd in de Syrische staatsinstellingen. Daarmee verdwijnt een van de belangrijkste zelfstandige machtsblokken in Syrië. De SDF beheerste jarenlang grote delen van Noordoost-Syrië en was de belangrijkste Amerikaanse partner op de grond in de strijd tegen Islamitische Staat.
De Koerden geven hun militaire autonomie echter niet zonder tegenprestatie op. In ruil voor integratie moeten Koerdische politieke, culturele en taalkundige rechten binnen de Syrische staat worden erkend en krijgen voormalige SDF-structuren en strijders een plaats binnen de nieuwe staatsinstellingen. De grote vraag is uiteraard hoe duurzaam Damascus deze afspraken zal respecteren.
Voor de Syrische president Ahmed al-Sharaa, voorheen bekend als Abu Mohammad al-Julani, is de overeenkomst een grote overwinning. Damascus krijgt steeds meer controle over het land terug.
Ook de Turkse president Recep Tayyip Erdoğan bereikt hiermee een belangrijk strategisch doel. De militaire kern van de SDF werd gevormd door de YPG (Koerdische Volksbeschermingseenheden), een Syrisch-Koerdische strijdmacht. Turkije beschouwt de YPG als nauw verbonden met de PKK (Koerdische Arbeiderspartij), een Koerdische organisatie uit Turkije die sinds de jaren tachtig een gewapende strijd voert tegen de Turkse staat. De PKK wordt door Turkije, de VS en de EU als terroristische organisatie aangemerkt.
Ankara probeert daarom al jaren te voorkomen dat langs zijn zuidgrens een zelfstandige, bewapende Koerdische machtsstructuur blijft bestaan. Met het verdwijnen van de SDF als onafhankelijke strijdmacht komt dat doel binnen bereik.
De aandacht verschuift nu naar de Druzen in As-Suwayda. Hun geestelijk leider Hikmat al-Hijri weigert vooralsnog zijn gewapende machtspositie aan Damascus over te dragen. Daarmee vormen de Druzen een van de belangrijkste resterende obstakels voor al-Sharaa’s streven Syrië weer volledig onder centraal gezag te brengen.
Voor Israël is dat van groot strategisch belang. Als ook de Druzen militair worden verslagen of onder druk hun zelfstandige positie opgeven, kan Damascus zijn effectieve gezag verder uitbreiden in Zuid-Syrië. Daarmee zou ook de invloed van het nauw met al-Sharaa samenwerkende Turkije dichter bij Israëls directe veiligheidszone komen.
Dat krijgt extra betekenis door Erdoğans steeds scherpere retoriek tegenover Israël. Tijdens de recente herdenking van de Slag bij Manzikert verwees hij opnieuw naar Jeruzalem, historische veroveringen en de opkomst van een “groot en sterk Turkije”. Dat bewijst niet dat Turkije een militaire confrontatie met Israël voorbereidt, maar tegen de achtergrond van eerdere uitspraken van Erdoğan maakt het de veranderende machtsverhoudingen in Syrië voor Israël des te relevanter.
De ontbinding van de SDF gaat daarom over veel meer dan de Koerden. Al-Sharaa versterkt Syrië, Erdoğan ziet een belangrijk strategisch doel gerealiseerd en de Druzen vormen een van de laatste buffers tegen verdere centralisering van Zuid-Syrië. Als ook die buffer verdwijnt, komen de invloedssferen van Syrië, Turkije en Israël gevaarlijk dicht bij elkaar te liggen.
Via WhatsApp
