www.wimjongman.nl

(homepagina)


De Arabische reactie op de oorlog tegen Iran

En de taboe-waarheden waar het Westen nog steeds niet mee kan omgaan.

12 maart 2026 door Avi Abelow

()

Westerse democratieën verkeren in ernstige moeilijkheden – niet omdat ze zwak zijn, maar omdat ze nog steeds weigeren de aard van de oorlog die tegen hen wordt gevoerd te begrijpen.

Al decennialang houden westerse elites vol dat conflicten waarbij de moslimwereld betrokken is, voornamelijk te maken hebben met politiek, economie, koloniale grieven, armoede of sociale onrechtvaardigheid. Ze hebben de jihad weggeredeneerd als een reactie op omstandigheden is in plaats van een uiting van geloof. Maar een groot deel van de moslimwereld ziet het conflict helemaal niet op die manier. Zij zien het als een religieus, beschavings- en existentieel conflict.

Zolang het Westen die realiteit niet begrijpt, zal men het Midden-Oosten verkeerd blijven interpreteren, de jihadistische bewegingen verkeerd blijven interpreteren, de radicalisering binnen zijn eigen samenlevingen verkeerd blijven interpreteren en de eigen toekomst in gevaar brengen.

Dat misverstand speelt momenteel ook een rol in de oorlog met Iran. De vraag die westerse analisten zich zouden moeten stellen is eenvoudig: als Iran ook Arabische moslimlanden aanvalt, waarom sluiten die landen zich dan niet aan bij de oorlog om het regime in Teheran omver te werpen? De agressie van Iran is niet alleen gericht tegen Israël. Arabische staten hebben jarenlang toegekeken terwijl Teheran de regio bedreigde met raketten, proxies, sabotage en terreur. En vandaag de dag schiet het Iraanse regime raketten af op hun olie-infrastructuur, luchthavens, steden, scheepvaartroutes en interne stabiliteit. En toch, ondanks dat alles, sluiten Saoedi-Arabië, de VAE, Qatar, Bahrein, Koeweit en andere landen zich niet publiekelijk aan bij Israël en de Verenigde Staten in een campagne om het islamitische regime omver te werpen.

Voor westerse waarnemers lijkt dit irrationeel.

Het is niet irrationeel. Het is islamitisch.

Het Midden-Oosten functioneert niet volgens de seculiere aannames van het westerse buitenlandse beleid, en dat is precies waar zoveel westerse analisten de fout in gaan. Moslimregeringen zijn zeer terughoudend om zich publiekelijk aan te sluiten bij niet-moslims tegen een andere moslimmacht. Westerse strategen zijn geneigd te geloven dat staten alleen handelen op basis van belangen, maar in het Midden-Oosten is religie geen decoratief detail. Het is vaak de centrale organiserende kracht. Soennitische en sjiitische regimes kunnen elkaar afslachten, zoals we hebben gezien in Syrië, Jemen, Irak en Libanon, maar zelfs wanneer moslimstaten bittere vijanden zijn, blijft er een enorme weerstand bestaan om openlijk de kant van de joden of het christelijke Westen te kiezen tegen een moslimstaat. Dat is niet alleen een politiek probleem. Het is een legitimiteitsprobleem. Een heerser die wordt gezien als iemand die zich aansluit bij het kamp van de ongelovigen tegen medemoslims, riskeert binnenlandse tegenstand, onrust onder geestelijken en het stempel van verrader van de islam. Arabische regimes kunnen dus stilletjes samenwerken, inlichtingen delen of hopen dat Israël en Amerika het werk voor hen doen. In het openbaar blijven ze echter zwijgen.

Er is nog een andere realiteit die het Westen weigert onder ogen te zien: veel soennitische Arabische regimes zijn nog steeds bang dat Israël zich zal ontpoppen als de dominante regionale macht. Ja, soennitische en sjiitische machten bevechten elkaar genadeloos. Ja, veel Arabische regeringen zijn banger voor Iran dan voor Israël. Maar dat betekent niet dat ze zich comfortabel voelen bij een Midden-Oosten waarin de Joodse staat de beslissende militaire en strategische macht in de regio wordt. Westerse beleidsmakers denken dat gedeelde belangen oudere religieuze en beschavingsrealiteiten uitwissen. Dat is niet zo. Voor velen in de moslimwereld blijft het idee dat een niet-moslimstaat – vooral een Joodse – de belangrijkste macht in de regio zou worden, diep vernederend en volstrekt onaanvaardbaar.

Israël vormt voor hen geen imperiale bedreiging. Het probeert niet Mekka te veroveren of de Golf te domineren. In feite is Israël de enige regionale macht met de militaire, inlichtingen- en technologische capaciteiten om de regio te helpen stabiliseren tegen het terreurimperium van Iran. Maar dat is precies het punt.

Een verzwakt Iran is één ding. Een opkomend Israël is iets anders. En dus houden Arabische regeringen zich op de vlakte. Ze geven misschien de voorkeur aan een verzwakt Iran, maar ze staan niet te popelen om mee te werken aan een Midden-Oosten waarin Israël duidelijk aan de top van de strategische hiërarchie staat.

De belangrijkste reden is echter angst; angst dat Amerika opnieuw de oorlog zal stoppen voordat hetgeen gedaan moet worden, is voltooid.

Het Midden-Oosten heeft gezien hoe de Verenigde Staten conflicten aangingen en vervolgens dan de wil verloren om ze af te maken. Irak. Afghanistan. Rode lijnen die werden afgekondigd en vervolgens werden losgelaten. Toezeggingen die werden gedaan en vervolgens werden afgezwakt. Of die terugtrekkingen vanuit Amerikaans binnenlands perspectief gerechtvaardigd waren, doet niet ter zake. Wat de regionale regeringen hebben geleerd, is simpel: Amerika mag dan wel de strijd beginnen, maar maakt het misschien niet af. Dat is het nachtmerriescenario voor elk Arabisch regime dat nu zijn volgende stap berekent. Als ze zich openlijk aansluiten bij de oorlog tegen Iran en vervolgens toegeven aan de druk van de media, diplomatieke druk of vermoeidheid van de elite voordat het regime instort, zullen die Arabische staten blootgesteld worden aan een gewond maar overlevend Iraans regime dat uit is op wraak.

Dat is geen theoretische zorg; het is een zeer ernstig, ontnuchterend, realistisch en gevaarlijk scenario.

Hun berekening is brutaal pragmatisch: beter nu de klappen opvangen dan zich openlijk aansluiten bij de oorlog en later alleen het hoofd bieden aan een woedend overlevend regime.

Dit is de grotere les die Amerikanen moeten begrijpen. Het omverwerpen van het islamitische regime in Iran gaat niet alleen over Israël, en het gaat zeker niet over de afgezaagde fantasie dat “de zionisten” Amerika in andermans oorlog willen slepen. Een post-regime Iran zou ook een grote strategische klap toebrengen aan China, Amerika's grootste militaire en economische vijand. Peking is sterk afhankelijk van Iraanse energie, Iraanse steun en Iraanse bruikbaarheid als antiwesters knooppunt in het Midden-Oosten. Teheran helpt China om de sancties te ondermijnen, zijn regionale invloed uit te breiden en een anti-Amerikaanse as op te bouwen langs belangrijke transit- en energiecorridors. De ineenstorting van het islamitische regime zou niet alleen het jihadistische terrorisme verzwakken, maar ook China een van zijn meest waardevolle steunpunten in de regio ontnemen.

Met andere woorden, het omverwerpen van het regime in Teheran is geen gunst aan Israël. Het is America First.

Maar de diepere kwestie gaat verder dan Iran. Het Westen weigert nog steeds te begrijpen dat een groot deel van de jihadistische oorlog tegen het Westen niet in wezen gaat over grenzen, economie of grieven. Dat is slechts de verpakking. De kern is religieus en beschavingsgerelateerd. Zowel soennitische als sjiitische jihadisten begrijpen dit heel goed. Ze spreken de taal van de mensenrechten wanneer dat hen helpt. Ze beroepen zich op slachtofferschap wanneer dat nuttig is. Ze maken misbruik van democratische vrijheden, multiculturele schuldgevoelens, wettelijke bescherming, lafheid van de media en verwarring onder de elite. Maar hun doel op lange termijn is niet coëxistentie.

Het is onderwerping.

Terwijl de westerse elite blijft discussiëren over terminologie, verspreidt de jihadistische ideologie zich verder over Europa en Noord-Amerika – stad voor stad, instelling voor instelling, school voor school en in toenemende mate kantoor voor kantoor – en maakt daarbij misbruik van open samenlevingen die nog steeds niet de morele helderheid hebben om de dreiging te onderkennen.

De vrije wereld kan het zich niet veroorloven om zo naïef te blijven. Deze oorlog kan niet halverwege worden gestopt. Stoppen voordat het islamitische regime is ingestort, zou het slechtst mogelijke resultaat opleveren: een gewond maar overlevend Iraans regime, doodsbange Arabische staten die opnieuw tot onderwerping worden gedwongen, hernieuwde Iraanse expansie in de regio, een sterker China in zijn strategische strijd met de Verenigde Staten en een wereldwijde jihadistische beweging die aangemoedigd wordt door weer een blijk van westerse zwakte.

Dat is geen de-escalatie. Dat is overgave op termijn.

De oorlog mag pas eindigen als het islamitische regime is omvergeworpen en vervangen. Alles wat minder is, garandeert dat dezelfde dreiging terugkeert, bloederiger, brutaler en beter gepositioneerd. Totdat dat gebeurt, zal een groot deel van de Arabische en moslimwereld precies blijven doen wat het nu doet: de klappen incasseren, stil blijven en afwachten of Amerika uiteindelijk de wil heeft om de klus te klaren.

[Opmerking mijnerzijds: Iran zal op de een of andere manier in staat blijven om oorlog te voeren, samen met andere naties, gezien de Ezechiël 38 profetie.]

Avi Abelow, presentator van de dagelijkse videopodcast The Pulse of Israel en CEO van de 12Tribe Films Foundation, die media-inhoud produceert waarin het bijbelse, historische en strategische belang van Israël voor het Joodse volk en de wereld wordt benadrukt. Hij is de winnaar van de “Lion of Zion Award” van het Ari Fuld Project voor 2025.

Bron: The Arab Response to the War on Iran | Frontpage Mag