www.wimjongman.nl

(homepagina)


Bericht van Amit Segal

Maandag 22 juni 2026

Vicepresident JD Vance noemt de gesprekken in Genève “historisch” en wijst op het ongekende niveau van rechtstreeks contact tussen Amerikaanse en Iraanse leiders. Historisch zijn ze inderdaad — zelden stonden beide partijen dicht genoeg bij elkaar om Iran Washington letterlijk in het gezicht te laten spugen. Na achttien uur van “intensieve” besprekingen eindigde de tweede grote onderhandelingsronde tussen de VS en Iran in Genève dit jaar met een zelfverzekerd Iran en een Verenigde Staten die nauwelijks iets tastbaars konden laten zien.

Gisteren gingen er berichten rond dat de onderhandelingen al waren ontspoord nadat Trump de Iraniërs had gewaarschuwd Hezbollah in toom te houden, anders zouden zij opnieuw worden aangevallen, en ditmaal “harder”. Als reactie liep de Iraanse delegatie weg en dreigde zij de gesprekken te boycotten tenzij Trump zijn excuses zou aanbieden en Israël zich volledig uit Zuid-Libanon zou terugtrekken. Geen van beide gebeurde. In plaats daarvan vonden bemiddelaars een uitweg door een “Comité op Hoog Niveau” op te richten dat verdere technische gesprekken moet begeleiden, evenals een gezamenlijke “de-conflictiecel” met deelname van Libanon om militaire operaties te monitoren en stop te zetten.

Wat betekent dit voor Israël? De maximalistische houding van Iran is ingegeven door noodzaak: het regime moet kracht uitstralen naar een steeds verder verdeelde harde achterban in eigen land, terwijl het tegelijkertijd Hezbollah moet geruststellen dat het zijn belangrijkste bondgenoot en afschrikkingsmiddel niet in de steek laat. Maar deze houding is ook bewust gekozen omdat zij winst oplevert. Artikel 13 van het Memorandum van Overeenstemming bepaalt dat gesprekken over een definitieve nucleaire overeenkomst pas beginnen nadat de VS de artikelen 1, 4, 5, 10 en 11 heeft uitgevoerd: een staakt-het-vuren op alle fronten, inclusief Libanon, het opheffen van de zeeblokkade, het heropenen van de Straat van Hormuz, vrijstellingen van oliesancties en het vrijgeven van bevroren tegoeden. Het systeem is dus zo ontworpen dat hoe langer Teheran Libanon als obstakel kan gebruiken, des te meer bevroren tegoeden het terugkrijgt en des te meer olie het kan exporteren — nog voordat het enige concessie doet aan zijn nucleaire programma. Veelzeggend genoeg richtte de Iraanse onderhandelingsdelegatie zich uitsluitend op deze punten; Iraanse media merkten op dat geen enkel lid van het “nucleaire comité” zelfs maar naar Genève was afgereisd.

Hoewel de signalen gemengd zijn, moeten we daarom niet aannemen dat de VS het Israëlische standpunt over Zuid-Libanon heeft laten varen. Gezien wat Iran kon winnen met deze maximale eis, was het onvermijdelijk dat die zou worden gesteld. Uiteindelijk zou Teheran genoegen kunnen nemen met een halve overwinning in Libanon — het stopzetten van de actieve verzwakking van Hezbollah in plaats van een volledige Israëlische terugtrekking af te dwingen — in ruil voor een grotere overwinning op economisch of nucleair gebied.

Ondertussen lijkt Trumps idee om de strijd tegen Hezbollah aan Syrië over te dragen nooit serieus op tafel te hebben gelegen. In een interview met Fox News zei hij gisteren teleurgesteld te zijn dat Israël “Hezbollah niet kan uitschakelen”. “Ze kunnen niets doen zonder gebouwen neer te halen,” voegde hij eraan toe. Over de Syriërs sprak hij lovend als zijnde nauwkeuriger: “Ik ben er dichtbij om het aan Syrië over te dragen.”

De Syrische president Ahmed al-Sharaa reageerde beleefd maar beslist afwijzend op dat voorstel. Volgens hem waren Trumps opmerkingen verkeerd begrepen. Trump stelde geen Syrische invasie van Libanon voor, aldus al-Sharaa, maar wees slechts op Syriës rol in het zoeken naar “een veilige en vreedzame oplossing”. Eerlijk gezegd verdient de voormalige jihadist lof voor zijn terughoudendheid — een Amerikaans aanbod om Libanon binnen te trekken zou bij beide Assad-voorgangers waarschijnlijk het water in de mond hebben doen lopen.

Gezien deze duidelijke afwijzing zullen Syrische troepen waarschijnlijk niet Zuid-Libanon binnentrekken, en het was vanaf het begin al een absurd idee. Toch is het beeld van voormalige Al-Qaidastrijders die tegenover Hezbollah komen te staan te vermakelijk om te negeren. Er schuilt bovendien historische ironie in. Syrië heeft namelijk de beste staat van dienst als het gaat om het ontwapenen van Libanese milities. Als machtsmakelaar achter het Taif-akkoord van 1989, dat een einde maakte aan de burgeroorlog, zag Damascus toe op de ontbinding van vrijwel alle gewapende groeperingen in het land — behalve Hezbollah. Die organisatie werd bewust ontzien omdat Syrië haar niet als militie zag, maar als een “verzetsbeweging” die terecht tegen Israël vocht. Even leek het erop alsof Syrië ruim dertig jaar later alsnog moest afmaken waar het toen aan begonnen was.

Dat het Syrische regime nauwkeuriger zou zijn, is echter de echte grap. Het klopt dat het geen gebouwen meer zou platbombarderen — Israël vernietigde die mogelijkheid grotendeels door de Syrische luchtmacht in 2024 uit te schakelen — maar de Alawieten en Druzen kunnen getuigen van wat het regime onder “precisie” verstaat wanneer het om minderheden gaat.

Ook op andere dossiers kwam Iran opnieuw als winnaar uit de bus, vooral omdat er zo weinig concreet werd vastgelegd. Amerikaanse onderhandelaars drongen aan op harde garanties voor de vrije doorvaart door de Straat van Hormuz. De huidige tussentijdse overeenkomst van zestig dagen staat commerciële scheepvaart ongehinderd toe, maar in de huidige conceptteksten zit een achterdeur: zij verbieden Iran niet expliciet om in de toekomst tol te heffen op doorvarende schepen. Dat is een leemte die Washington waarschijnlijk probeert te dichten.

In ruil voor voorlopige toezeggingen streefde Iran zijn belangrijkste doel na: onmiddellijke financiële verlichting nog vóór het bindende nucleaire concessies doet. Volgens Iraanse staatsmedia stelden de delegaties bepalingen op voor “tijdelijke vrijstellingen van sancties op olie en olieproducten”. Dat zou Iran in staat stellen zijn olie legaal op de wereldmarkt te verkopen en miljarden dollars aan bevroren tegoeden vrij te maken, waaronder fondsen die bij Qatarese banken worden aangehouden, om zo de economie te ondersteunen. Het regimegelieerde persbureau Fars meldde dat Iran nog steeds verwacht dat de Verenigde Staten op korte termijn 12 miljard dollar aan Iraanse tegoeden zullen vrijgeven, waaronder een geplande “testaankoop” van 500 miljoen dollar uit Iraanse fondsen in Qatar.

Het meest positieve resultaat vanuit Amerikaans perspectief was de overeenstemming over een “routekaart” naar een definitieve overeenkomst binnen zestig dagen. Persoonlijk ben ik daar sceptisch over. Een routekaart is een tijdschema, geen overeenstemming van standpunten. Beide partijen hebben deze onderhandelingsronde juist laten zien dat zij dezelfde tekst totaal verschillend interpreteren. Een termijn van zestig dagen verandert daar niets aan. Het garandeert slechts dat we over zestig dagen opnieuw naar hetzelfde interpretatiegeschil kijken, terwijl één van de partijen geen enkele belangstelling heeft om de deadline daadwerkelijk te halen.

Na afloop van de onderhandelingen sprak de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araghchi van “grote vooruitgang”, terwijl de bemiddelaars de gesprekken “bemoedigend” noemden. Washington kwam met de gebruikelijke reactie na onderhandelingen met Iran: vage, optimistische formuleringen die een duidelijk gebrek aan enthousiasme moeten verhullen.

In Genève beantwoordde Vance een vraag op typisch Joodse wijze — met een wedervraag. “De vraag die nu voor ons ligt is hoeveel meer we samen kunnen bereiken. Kunnen we een nieuwe bladzijde omslaan?” zei hij tegen verslaggevers.

Als je het mij vraagt, is het antwoord nee. Iran voelt zich sterk door wat het als overwinningen ziet en heeft weinig behoefte om meer dan de kleinste concessies te doen. Naarmate de Iraniërs steeds zelfverzekerder worden, is de echte vraag inderdaad of beide partijen een nieuwe bladzijde kunnen omslaan — niet van oorlog naar vrede, maar van een situatie waarin Iran elke onderhandeling wint naar een situatie waarin de Verenigde Staten ophouden Iran telkens opnieuw de overwinning te schenken.

Via WhatsApp