www.wimjongman.nl

(homepagina)


DEEL 3: DE WARE HELD SLUIT DE AFGROND EN HERWINT DE HEERSCHAPPIJ OVER DE AARDE

Beschadigde beeltenis 2

()

HOOFDSTUK 21: GEEN ANDERE WEG

Mensen denken soms dat een almachtige God in staat zou moeten zijn geweest om slechts met Zijn vingers te knippen direct nadat Adam en Eva hun gigantische blunder begingen en Satan uit te schakelen en alles weer normaal te maken. Satan rekende er echter op dat God ook eerlijk, waarachtig en rechtvaardig is. Hij overtreedt Zijn eigen wetten niet. Wat Hij heeft gezegd, dat zal Hij ook doen.

Hij kan niet zeggen: "Oh, ik heb het fout gedaan. Sorry, kan ik het nog eens overdoen?" Er zijn geen herkansingen, geen ratjetoe. Wat God zegt dat Hij zal doen, zal Hij volbrengen. Je kunt altijd staan op de beloften van God.

Satan heeft ook op de beloften van God gestaan. Hij vertrouwt absoluut op het standvastige karakter van God. Hij denkt hardop: "Nou, U zei dat op de dag dat Adam dit eet, zal Adam sterven. Dus nu is Adam gestorven. En U gaf gezag en heerschappij over de planeet aan Adam; en nu heeft hij zijn heerschappij verloren en alles aan mij verspeeld."

Toen de heerschappij over de aarde was verbeurd, had God nog steeds de macht om Satan te vernietigen, maar niet de autoriteit. Dat was het geniale van Satans plan. Hij vond de deze eigenschap van God: God kan niet liegen. Hij kan zichzelf niet tegenspreken en toch waarachtig en rechtvaardig blijven. Er zijn leraren die beweren dat God de autoriteit heeft om Zijn eigen edicten te breken; maar dit is onjuist. Onder de invloed van de Heilige Geest, verklaarde Bileam:

God is geen mens, dat Hij liegen zou, noch een zoon des mensen, dat Hij berouw hebben zou. Heeft Hij gezegd, en zal Hij niet doen? Of heeft Hij gesproken, en zal Hij het niet zal doen? (Num 23:19).

De Psalmist zei het zo: "Gerechtigheid en recht zijn het fundament van Uw troon; barmhartigheid en waarheid gaan voor Uw aangezicht uit" (Ps. 89:14). De schrijver van Hebreeën schreef dat "het voor God onmogelijk is te liegen" (Heb 6:18). Satan begreep het en stond daarom "op de beloften van God." Als God Satan aan gruzelementen had kunnen schieten en daarmee Zijn eigen woord had tegengesproken, dan zou Satans plan niet hebben gewerkt. Als Hij niet waarachtig of rechtvaardig zou zijn, dan zou Hij niet anders zijn dan Satan. Het is deze ene eigenschap die Satan heeft getracht uit te buiten.

Om de heerschappij over de aarde terug te krijgen, moest Jezus Satan te slim af zijn, en hij moest daarvoor een ongelooflijke prijs betalen. Jezus kwam niet als een groot opperheer met Zijn leger om Satan op het slagveld te verslaan; Hij kwam als een nederige Koning;

"Verheug u zeer, o dochter van Sion! Roep, o dochter van Jeruzalem! Zie, uw Koning komt tot u; Hij is rechtvaardig en heeft heil, nederig en rijdend op een ezelin, een veulen, het veulen van een ezelin (Zach 9:9).

Hoewel Jezus de machtige Leeuw van Juda is, de grootste van alles, die groot en trots rondloopt en voor niemand bang is, klaar om elke uitdager aan te pakken, kon Hij niet zomaar de Tablet der Bestemmingen uit Satans handen grijpen. De enige manier om verder te komen was door Zijn leven op te geven. Wij weten dat dit waar is omdat Jezus gekweld was en de Vader vroeg of er een andere manier was om de dingen te herstellen:

Hij begon bedroefd te zijn en diep bedroefd. Toen zei Hij tot hen: "Mijn ziel is zeer bedroefd, tot de dood toe. Blijft hier en waakt met Mij." Hij ging een eindje verder en viel op Zijn aangezicht en bad, zeggende: "Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze drinkbeker van Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt" (Matt. 26:37-39).

Satan kwam toen, via Judas, met soldaten naar de hof en verraadde Hem, in het grootste van alle verraders, met een kus. Satan dacht zeker dat hij de overhand had in deze situatie. Toen hij uiteindelijk Jezus aan het kruis genageld zag, grijnsde hij misschien, denkend dat hij God weer eens te slim af was geweest. Hij stelde zich voor dat de onheilsprofetie die hem duizenden jaren boven het hoofd had gehangen, teniet was gedaan; Degene die zijn kop zou vermorzelen, was in doodsangst, bijna dood.

Psalm 22 geeft ons een venster in het geestelijke rijk om het leedvermaak en gebrul van Satan en zijn dansende volgelingen te zien. Deze Psalm is ongelooflijk omdat het in verbazingwekkend detail spreekt over het offer van onze Heer aan het kruis: Hij werd verlaten, Hij leed, Hij werd bespot door de mensen, Hij kon al zijn beenderen tellen, Zijn handen en voeten werden doorboord. Toch zijn er twee verzen die pas zin beginnen te krijgen in het licht van de ontdekkingen die wij hebben gedaan.

Allereerst zegt Jezus "Elohi, Elohi419 Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten? Waarom zijt Gij Mij zo verre voor hulp, en van de woorden mijns jammerklacht?" (Ps 22:1). Hij zei dit niet alleen als onderdeel van een afleidingsmanoeuvre, hij voelde zich echt verlaten en alleen. Niettemin zou een dergelijk woordgebruik Satans conclusie hebben bevestigd dat hij God had verslagen.

In Psalm 22, na de overdenking van Gods trouw aan anderen, zegt de tekst over de Messias:

Maar Ik ben een worm, en geen mens; een smaad der mensen, en veracht door het volk. Allen, die Mij zien, bespotten Mij; zij steken de lip uit, zij schudden het hoofd, zeggende: Hij vertrouwde op den HEERE, laat Die Hem redden; laat Die Hem verlossen, als Hij Zich in Hem verlustigt" (Ps 22:6-8).

Deze profetie uit de Psalmen werd met spectaculaire nauwkeurigheid vervuld:

En zij, die voorbijgingen, lasterden Hem, terwijl zij met het hoofd schudden en zeiden: "Aha! Gij, die de tempel verwoest en in drie dagen opbouwt, red U en kom van het kruis af!" Evenzo zeiden de overpriesters, onder elkaar spottend met de schriftgeleerden: "Hij heeft anderen gered; Zichzelf kan Hij niet redden (Marcus 15:29-31).

Zoals de Psalm zegt: "Weest niet ver van Mij, want de nood is nabij, want er is niemand om te helpen" (Ps 22:11), zo was er ook niemand van Jezus' vrienden en discipelen om te helpen, met uitzondering van Johannes en Jezus' moeder.

Maar dan gebeurt er iets vreemds in de tekst; er gebeurt iets dat niet op zijn plaats lijkt, tenzij je denkt aan onze ontdekking bij het ontcijferen van de inscriptietekst die onthulde wat er op Bashan gebeurde: "Volgens het bevel van de grote stierengod Batios." De Psalm gaat verder met het beschrijven van Jezus tijdens zijn kruisiging:

Vele stieren hebben Mij omsingeld; Sterke stieren van Bashan hebben Mij omsingeld. Zij grijpen Mij aan met hun bek, als een razende en brullende leeuw (Ps 22:12-13) (Nadruk van mij).

Stieren van Bashan waren aanwezig bij de kruisiging! We hebben nu het kader om de oude identiteit te herkennen van deze sterke stieren die Jezus omringden. In Psalm 22:12 is de eerste zin, "Vele stieren hebben Mij omringd," [ס ָבוּ ִני ָפ ִ ֵ֣רים ר ִ ֶׁ֑בּיםְּ svavooni parim rabbim] een uitstekende vertaling. De volgende zin is echter de uitdaging. Het woord "stieren" in de tweede zin, "stieren van Bashan", is het woord [ַא ִבי ָ֖רי abirei]. TWOT merkt op dat abirei "machtig", "sterk" of "dapper" betekent, en het draagt een connotatie van een stier-god.

Het is onbetwistbaar dat 'ābı̂r verband houdt met het Akkadische abāru "wees sterk". Niet zo zeker is het verband met het Ugaritische 'br "stier" of "gebochelde buffel". Het kan echter, net als in het Hebreeuws, een element zijn in een goddelijke naam in het Oegaritisch. De Oegaritische vorm ibrd kan betekenen "de Machtige van Hadd."420

We zien dit aspect in Psalm 78, sprekend over manna: "De mensen aten het voedsel van de engelen [ַא ִבי ִרים ַ֭ abirim]" (Ps 78:25). De vertalers vertalen abirim correct als engelen, d.w.z. "machtigen", in plaats van stieren. Het voedsel was het voedsel van geestelijke wezens, net zoals de stieren die Jezus omringden geestelijke wezens waren - grote stier-goden. In het geval van manna, past de vertaling van abirim. Het is een goede zaak, want de Psalmist zou zich niet verheugen in Gods machtige daden als God de mensen slechts stierenvoer - gras - te eten had gegeven. De nadruk van Psalm 22:12 ligt niet alleen op de stieren. Het woord parim, "stieren", moet worden gezien in het licht van abirim. Samen beschouwd is de betekenis die we eruit afleiden een mengeling van het concept stier met de "machtigen", de wezens uit het andere rijk. We weten dat stieren vaak valse goden kunnen voorstellen. In feite concludeerden we dat de transcriptie op de berg Hermon was "Volgens het bevel van de grote stierengod Batios ... "De "grote stier" is Satan, die ook bekend staat als Baäl, Ninurta, Melqart, enz. We hebben artefacten uit de geschiedenis gezien die stier goden afbeelden, zoals Molech. Bij de berg Sinaï, maakte Israël een gouden kalf. Zelfs één van de mogelijke vertalingen van abirim is "Apis", de naam van de heilige Egyptische stier."421

Het volgende woord is natuurlijk Bashan [ב ָ֣שׁן], waarvan we hebben ontdekt dat het niet slechts een plaats is, maar verwijst naar Satan de Grote Draak, de slangendraak, Ninurta, Melqart, Herakles, Marduk, Og van Bashan, de Mušḫuššu, de Ušumgallu, en de Anzu, en natuurlijk, alle gevallen engelen die naast hem dienen. De Psalm geeft ons een venster om in het geestelijke rijk te kijken en niet alleen het fysieke!

De psalmist deelt dan Jezus' gezichtspunt: "Zij grijpen Mij aan met hun mond, als een razende en brullende leeuw" (Ps 22:13). Het beeld is krachtig: Jezus hing in doodsangst aan het kruis, vrijwillig en gewillig stervend voor onze zonden op de enige mogelijke manier, terwijl de machtige slang-draakgoden Hem omringden met hun monden open, brullend als leeuwen naar hun stervende prooi. "Jezus," zullen ze zich hebben verheerlijkt, "degene die zijn koninkrijksvlag op onze berg heeft geplant! Kijk naar jezelf, genageld aan een kruis! Je bent een zielige verliezer! Als je de Zoon van God bent, kom er dan af. Hoe ga je de wereld redden als je dood bent? Wie denk je wel dat je bent ? Jij bent geen Messias!" De woorden van de bespotting en de berisping moeten pijn hebben gedaan en diep hebben gesneden, als spijkers.

Satan dacht waarschijnlijk dat hij God had overwonnen; hij had Jezus de koninkrijken van de wereld aangeboden op de berg Hermon, voor slechts een kleine prijs. Als Jezus Satan maar zou aanbidden, zouden alle koninkrijken van de mensheid van hem kunnen zijn. Maar Jezus weigerde, en de kortstondige overwinning die Hij behaalde op de berg Hermon, de berg Bashan, zou eindigen met Zijn laatste ademtocht - en daarmee de mogelijkheid uitsluitend dat de Messias zijn kop zou vermorzelen, althans dat zou Satan arrogant gedacht kunnen hebben.

De slang-draak-goden kunnen ook Jezus omringt hebben als leeuwen die staan te popelen om hun prooi op te vreten. Satan was er misschien op gebrand om Jezus het lot te zien ondergaan dat voor Satan was verordend:

"De hel [Sheol] van beneden is over u opgewonden, om u bij uw komst te ontmoeten; zij wekt de doden [Rephaïm] voor u op, alle leiders van de aarde; zij heeft alle koningen der natiën van hun tronen doen opstaan. Zij allen zullen tot u spreken en zeggen: Zijt gij ook zo zwak geworden als wij? Zijt gij geworden als wij? (Jes 14:9-10).

VERKONDIGING AAN DE GEESTEN IN DE GEVANGENIS

Toen Jezus stierf, haalde Satan misschien zijn schouders op met een gebaar van "Is dat alles wat je hebt?" Hij dacht misschien dat, nu Jezus "in het vlees ter dood gebracht is" (1Petr. 3:18), Hem een lot zou worden toebedeeld samen met de Rephaïm, en dat was prima, want Satan had de sleutels van Hades en Dood (Heb 2:14-15). Zoals we zagen in de Ugaritische teksten, is dit het lot van de onderwereld (chthonische) god in Bashan, Og van Bashan; en in de Mesopotamische teksten werd de onderwereld bewoond door Ninurta / Pabilsag, Nergal / Melqart / Heracles, allemaal syncretismen van Ninurta die in een gibbor werd veranderd en de zoon van Enlil werd.

Satan stuurde Jezus naar een plaats die hij beheerste en waar hij gezag over uitoefende. Stel je echter de schok voor toen Jezus in Sheol / Hades verscheen en zijn overwinning aankondigde aan de geesten die op de berg Hermon waren neergedaald, "volgens het bevel van de grote stierengod Batios" en die vervolgens, "zwerende een eed op deze plaats voortgaan."

Hij ging en predikte [κηρύσσω kerusso] tot de geesten in de gevangenis [φυλακή phulake], die vroeger ongehoorzaam waren, toen eens de Goddelijke lankmoedigheid wachtte in de dagen van Noach, terwijl de ark in gereedheid werd gebracht, waarin enkelen, dat wil zeggen acht zielen, door het water werden gered (1 Petr. 3:19-20).

Dat Jezus naar de onderwereld ging, wordt verklaard door Irenaeus in "Tegen de Ketterijen 5, 31, 2", (C. 180 AD): "de Heer ging weg in het midden van de schaduw van de dood, waar de zielen van de doden waren". De Schrift vertelt ons over de gevangenis waar de ongehoorzame geesten naar toe gaan:

Te dien dage zal het geschieden, dat de HERE op den hoogte de scharen der verhevenen zal straffen, en op de aarde de koningen der aarde. Zij zullen verzameld worden, zoals gevangenen verzameld worden in de put, en zij zullen opgesloten worden in de gevangenis; na vele dagen zullen zij gestraft worden (Jes. 24:21-22).

De gevangenen worden in de put "bor" gestopt, wat ook de plaats is waar Satan zal worden geworpen, genaamd "Sheol, naar de diepste diepten van de put [bor]" (Jes. 14:15). Dit is de plaats waar God "de engelen die gezondigd hebben" heen zond en "hen neder wierp ter helle [Tartarus] en hen overleverde in ketenen der duisternis, om bewaard te worden voor het oordeel" (2 Petr. 2:4); dit is dezelfde gevangenis als waar "wanneer de duizend jaren verstreken zijn, Satan uit zijn gevangenis [φυλακής phulakes] zal worden losgelaten" (Openb. 20:7).

Er is dus geen vraag van waar Jezus heen ging; Hij daalde af naar de onderwereld. De vraag is wat Hij precies "predikte"? Was het een boodschap van onheil voor de boze engelen of een boodschap van hoop voor de menselijke zielen? Irenaeus, in datzelfde werk, interpreteert Zijn afdaling als volgt:

De Heer daalde af naar de gebieden onder de aarde en verkondigde daar het goede nieuws van zijn komst en van de vergeving van de zonden aan hen die in Hem geloven.422

Dat sentiment wordt ook herhaald door de heilige Cyrillus van Jeruzalem, Catechetische Lezingen 4, 11 (C. 350 AD) die zegt dat Jezus: "Afdaalde naar de onderaardse gebieden om van daaruit de rechtvaardigen te bevrijden..." Deze twee vroege-kerk-commentatoren dachten waarschijnlijk aan een bijbelwoord dat Jezus zou vervullen: "Om gevangenen uit de gevangenis te halen, hen die in duisternis zitten uit het gevangenhuis" (Jes. 42, 7). De vraag komt dus neer op het woord "predikte". Was het het evangelie dat Hij bracht?

Het woord dat vertaald wordt met "predikte" is κηρύσσω, wat betekent "een officiële aankondiging doen, aankondigen, bekend maken, door een officiële heraut of iemand die als zodanig fungeert."423

Het woord betekent niet noodzakelijkerwijs het brengen van goed nieuws, zoals in het evangelie. In plaats daarvan was Jezus' boodschap een publieke verklaring. Hij deed een openbare dienstmededeling aan "de geesten in de gevangenis die vroeger ongehoorzaam waren ... in de dagen van Noach ..." Dus, het was goed nieuws voor de menselijke gevangenen, maar was zeker slecht nieuws voor "de engelen die hun eigen plaats niet behielden, maar hun eigen verblijfplaats verlieten ... in eeuwige ketenen onder de duisternis voor het oordeel van de grote dag (Judas 1:6). "Er was duidelijk een speciaal gebied van de Hades gereserveerd voor die engelen in ketenen van de duisternis. Petrus' gebruik van het Griekse "Tartarus" is veelzeggend, omdat het werd beschouwd als het slechtste deel van de Hades, een speciale gevangenis voor de Titanen.

Volgens Hesiod's Theogonie was Tartarus, god van de onderwereld, vader van de Giganten, die we onderzochten in de studie over Nimrod. Het Griekse woord "Titanen" (τιτάνες) komt twee keer voor in de Schrift, en beide keren in 2 Samuël 5:18-22 (LXX 5:17- 21), "Ook de Filistijnen gingen heen en ontplooiden zich in het dal van Rephaïm [την κοιλάδα των τιτάνων]" (2 Sam 5:18).

Zo wordt Rephaim in het Grieks vertaald als "Titanen"! De Titanen werden in de Tartarus geworpen, de laagste trede van de Hades, de plaats waarvan Petrus zegt dat de slechte engelen erheen werden gestuurd.

Jesaja zegt dat de Rephaïm naar de afgrond werden gestuurd. De Griekse mythologie is gebaseerd op de historische werkelijkheid. Ze hebben het over dezelfde wezens die zich op dezelfde plaats bevinden.

Met andere woorden, Tartarus is de gevangenis die was gereserveerd voor de engelen die in de dagen van Noach neerkwamen op de berg Hermon en een eed aflegden, volgens Satans bevel, om de dochters der mensen te nemen en de Nephilim te scheppen.

Bijbelgeleerde Dr. Bob Utley merkt in zijn commentaar op 1 Petrus op:

Wanneer dit alles vergeleken wordt, lijkt een boodschap aan de gevallen engelen van Gen. 6 of de mensen uit Noachs tijd die verdronken de enige tekstuele opties. De tijd van Noach wordt ook genoemd in 2 Petr. 2:4-5, samen met Sodom en Gomorra (vgl. 2 Petr. 2:6). In Judas worden opstandige engelen (vgl. Judas 6) en Sodom en Gomorra (vgl. Judas 7) ook met elkaar in verband gebracht.424

Jezus maakte dus niet alleen aanspraak op de top van de fysieke berg Bashan en toonde Zijn heerlijkheid, maar Hij deed ook een mededeling aan diezelfde engelen die ongehoorzaam waren in de dagen van Noach. Na millennia van Satan (als Enlil, enz.) die beweerde de grote berg te zijn, de grote draak, degene die het lot beheerst, de vernietiger, de koning van de onderwereld, degene die de dageraad veroorzaakt, de god van de 33 sterren, de heer van de aarde, heer wind (vorst van de macht van de lucht) - Jezus verkondigde Zijn overwinning.

Na jaren van Akitufestivals waarin Ninurta, nagespeeld door de huidige koning, het "goede nieuws" (hetzelfde woord als "evangelie" in het Hebreeuws) aan Satan zou brengen dat hij de schepper had gedood, bracht Jezus het "goede nieuws" aan allen in de onderwereld. Had Hij maar een camera meegenomen om de reacties van die opstandige geesten vast te leggen, toen Hij de sleutels van Hades en Dood voor hun neus liet rinkelen - precies degenen die op Hermon waren neergedaald en de daden in gang hadden gezet die tot de zondvloed hadden geleid. Tot dan toe had Satan de sleutels van Hades en Dood stevig in handen, maar door het ongelooflijke offer van Jezus had Hij die sleutels teruggehaald en zou Hij die voor altijd houden.

Petrus geeft ons de uitwerking van Jezus' boodschap "die naar de hemel is gegaan en aan de rechterhand van God zit, en engelen en overheden en machten aan Hem onderworpen zijn" (1Petr 3:22). De engelen, overheden en machten, waaronder Satan tot dan toe, hadden voorheen de macht in deze wereld, maar door Jezus' dood werden zij aan Jezus onderworpen.

"Die, in de gestalte Gods zijnde, en het geen roof geacht heeft aan God gelijk te zijn, maar Zichzelf zonder aanzien des persoons gemaakt heeft, door de gestalte van een dienstknecht aan te nemen, en de gelijkenis der mensen aan te nemen. En in de gestalte van een mens gevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot in de dood, ja, tot in de dood des kruises. Daarom heeft ook God Hem verhoogd en Hem de naam gegeven die boven elke naam is, opdat voor de naam van Jezus elke knie zich zou buigen, zowel in de hemel als op de aarde en onder de aarde, en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heer is, tot eer van God de Vader (Fil. 2:2-11).

De voorheen ongehoorzame geesten, die onder de aarde gevangen zaten, hoorden het nieuws dat Jezus, de Leeuw uit de stam van Juda, de sleutels van de dood en de hel uit de hand van Satan had gerukt en dat er een einde kwam aan hun eeuwige schrikbewind. Gedurende die drie dagen daarover past Petrus de woorden van David op Jezus toe:

Daarom verheugde zich mijn hart en mijn tong was verblijd; bovendien zal ook mijn vlees rusten in de hoop. Want Gij zult mijn ziel niet in Hades achterlaten, noch zult Gij toelaten dat Uw Heilige de verderving zullen zien. Gij hebt mij de wegen des levens bekend gemaakt; Gij zult mij vol vreugde maken in uw nabijheid (Handelingen 2:26-28).

Met andere woorden, Jezus' verblijf in Satans onderwereldrijk was tijdelijk en van korte duur. Daarom "wekte God [Hem] op, nadat Hij de pijnen des doods had losgelaten, omdat het niet mogelijk was, dat Hij daardoor vastgehouden zou worden (Handelingen 2:24). De opstanding van Jezus uit het onderwereldverblijf van Satan toonde Satan hoe het vastnagelen van Jezus aan het kruis slechts zijn eigen nederlaag bezegelde. Satan hielp Jezus zijn eigen hoofd te vermorzelen, precies zoals beloofd. Hij had Jezus onbedoeld geholpen om uiteindelijk de belofte te vervullen die in Psalm 68 staat: "U bent opgevaren naar de hoogte, U hebt gevangenen gevangen genomen; U hebt gaven ontvangen onder de mensen, zelfs van de opstandigen, opdat de HERE, God, daar zou wonen" (Ps. 68:18).

Satan en zijn slangendraken dachten dat zij de Messias ontwapenden, terwijl het in feite Jezus was die "overheden en machten ontwapende, Hij maakte een openbaar schouwspel van hen, en triomfeerde over hen daar" Kol 2:15, (nadruk van mij). Wat Satan zich als zijn grootste overwinning had voorgesteld, werd zijn grootste en meest vernederende nederlaag. Satans wettelijke bolwerk over de wereld werd verbrijzeld. Het Tablet der Bestemmingen, waaraan hij zo hardnekkig vasthield, werd uit zijn hand gerukt. Jezus "heeft de schuldbrief die tegen ons getuigde door zijn inzettingen, die tegen ons was, uitgewist" (Kol 2:14). Het was door Jezus dat God "alle dingen met Zichzelf zou verzoenen, door Hem, hetzij dingen op aarde, hetzij dingen in de hemel, door vrede gemaakt te hebben door het bloed van zijn kruis" (Kol 1:20).

Hij is degene die alles weer in elkaar heeft gezet, want er zijn veel dingen gebeurd bij het kruis; al het "wettige papierwerk" werd afgestempeld, zo je wilt. Jezus vertelde Zijn discipelen niemand te vertellen over de Hermon/Bashan ervaring "totdat de Zoon des mensen is opgestaan uit de dood." Hij kan dit gedaan hebben om vragen en speculaties van Zijn discipelen over het top-geheime plan de kop in te drukken. Nadat Jezus uit de dood was opgestaan, zouden de slangendraken, de machtigen van Bashan, maar al te goed begrijpen hoe hij hen volledig te slim af was geweest. Jezus gaf vrijwillig Zijn leven en verdroeg de hoon van de slangen-draak-goden, de machtige stieren, toen zij Hem omringden, tegen Hem brulden als leeuwen, zich verkneukelend in hun vermeende overwinning op Hem.

De epische, kosmische strijd die Satan zich bij Hermon inbeeldde, werd in werkelijkheid uitgevochten terwijl Jezus aan het kruis hing, daar neergehangen door de hand van Satan. Het was niet door een machtige daad van verslaan van Zijn vijanden dat Hij waardig gemaakt zou worden om de boekrol te openen. Het was geen uitdaging van kracht, maar van autoriteit. Om het gezag en de heerschappij over de aarde te herwinnen, stond Hij zichzelf toe het geslachte Lam te zijn; er was geen andere weg. Omdat Hij als een dienstknecht handelde, "zei de HEERE tot mijn Heer: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden tot uw voetbank zal maken" (Handelingen 2:34-35).

Het was in het licht van deze ongelooflijke achtergrond dat een ouderling tegen Johannes zei: "Ween niet. Zie, de Leeuw uit de stam van Juda, de Wortel van David, heeft de overhand gekregen om de boekrol te openen en de zeven zegels los te maken" (Openb. 5:5). Johannes keek en zag "een Lam alsof het geslacht was" (Openb. 5:6). Het was dit kenmerk dat Jezus in staat stelde "de boekrol te nemen uit de rechterhand van Hem die op de troon zat" (Openb. 5:7), hetgeen wordt bevestigd door de schepselen en de oudsten die zongen:

"Gij zijt waardig de boekrol te nemen en de zegelen te openen, want Gij zijt geslacht en hebt ons voor God vrijgekocht door uw bloed, uit alle stammen, talen, volken en natiën, en hebt ons gemaakt tot koningen en priesters voor onze God, en wij zullen heersen op aarde (Openb. 5:9-10).

Dank God dat Jezus niet de kortste weg nam. In plaats daarvan deed Hij het zware werk dat nodig was. Hij stierf aan het kruis, zodat Hij ons met Zijn eigen bloed kon verlossen. Jezus zegt: "Nu is het oordeel over deze wereld, nu zal de overste van deze wereld worden uitgedreven (Johannes 12:31). Dank God voor de held, de held die deed wat niemand anders kon doen. Door Zijn eigen bloed versloeg Hij de vijand waardoor Hij waardig werd de boekrol op zich te nemen.

WAARDIG IS HET LAM!

Door Jezus' heldendaad veranderde het hemelse tafereel voor Johannes die had toegekeken. De camera draait terug en we zien de miljoenen en miljoenen in de hemel zich verheugen en het Lam loven:

Toen keek ik, en ik hoorde de stem van vele engelen rondom de troon, de levende wezens en de oudsten; en hun getal was tienduizend maal tienduizend en duizenden, zeggende met luide stem: "Waardig is het Lam, dat geslacht is, om macht en rijkdom en wijsheid te ontvangen, en kracht en eer en heerlijkheid en zegening!" En alle schepsel, dat in de hemel, en op de aarde, en onder de aarde is, en al wat in de zee is, en al wat daarin is, hoorde ik zeggen: "Zegen, eer, heerlijkheid en macht zij Hem, die op de troon zit, en het Lam, voor eeuwig en altijd!" Toen zeiden de vier levende wezens: "Amen!" En de vierentwintig oudsten vielen neer en aanbaden Hem, die leeft tot in eeuwigheid (Openb. 5:11-14).

Jezus heeft het gedaan. Hij nam de moeilijke weg en betaalde de volle prijs om ons te verlossen en de dood en de werken van Enlil, Satan de lasteraar, te vernietigen. Nu is het alleen maar goed dat zij in de hemel en op aarde Hem loven en Hem dienen. Wij moeten al onze genegenheid aan Hem geven, en wij moeten onze inzet en onze trouw en loyaliteit aan Hem geven, en aan Hem alleen, omdat niemand anders heeft gedaan, of zou kunnen doen, wat Hij heeft gedaan.

Hij legde Zijn leven af en liet Zich ter dood brengen aan een kruis. Er werden spijkers door Zijn handen en voeten geslagen, en Hij stierf aan een kruis. En toen overwon Hij de dood, en dat was slechts het begin van het einde voor Satan. Zoals we in de rest van het Boek Openbaring zien, gaat Satan niet voorgoed ten onder zonder een gevecht. Hij zal zijn best doen om de uiteindelijke verlossing van de planeet Aarde te dwarsbomen. Satan zal er extreem hard aan werken; dat garandeer ik je. Hij zal niet zeggen, ach ik heb verloren, dus ik zal me maar terugtrekken en in vlammen opgaan. Nee, hij zal nog steeds proberen te winnen.

Zonder zijn offer, zou Jezus niet waardig zijn om de boekrol te nemen en de zegels te openen. De boekrol is, denk ik, een beetje een mengeling van de eigendomsakte van de Planeet Aarde en ook een Ketubah, huwelijkscontract, omdat een huwelijk er uiteindelijk zal komen als een van de vele facetten van onze verlossing. De verlossing die Jezus biedt is allesomvattend, net zoals Boaz niet alleen het land verloste, maar ook diende als de bloedverwant-verlosser en de bruid nam. Jezus verlost de planeet, maar verlost ook de bruid, en dit alles wordt mogelijk gemaakt door Zijn offer. Heel de hemel en de aarde zeggen: "Zegening en eer en heerlijkheid en macht zij Hem die op de troon zit en het Lam, voor eeuwig en altijd." Zij zeiden: "Er is niemand zoals onze God. Er is niemand zoals onze Koning!"

Door Zijn dood versloeg Jezus de vreselijke slang-draak:

Want gelijk de kinderen vlees en bloed deelachtig geworden zijn, zo heeft ook Hijzelf daaraan deel gehad, opdat Hij door de dood hem, die de macht des doods heeft, namelijk de duivel, zou verdelgen en hen zou bevrijden, die door de vrees voor de dood hun leven lang onderworpen waren aan slavernij (Hebr. 2:14-15).

Jezus zei tegen Johannes aan het begin van zijn visioenen:

"Wees niet bang, ik ben de eerste en de laatste. "Ik ben Hij die leeft, en dood was, en zie, Ik leef in eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels van Hades en van de Dood (Openb. 1:17-18).

Satan is degene die de sleutels van Hades en Dood bezat, de Tablet der lotsbestemmingen waarmee hij het lot van de mensen verordende. Door Jezus' dood werden deze sleutels verbeurd; Jezus overwon door zwakheid! Satan bood Jezus al zijn autoriteit aan, maar door Zijn leven af te leggen, kon Jezus tegen Zijn discipelen zeggen: "Mij is gegeven alle autoriteit in hemel en op aarde" (Matt 28:18).

Voetnoten:

419 Het ontdekken van de taal van Jezus - Hamp 420 TWOT: Abir
421 Ibid.
422 Tegen Ketterijen, Boek 4, Hfdst. 27, Para. 2 423 BDAG κηρύσσω
423 BDAG κηρύσσω
424 Bob Utley, "You Can Understand the Bible," Bible Lessons International, maart 2013. Opgehaald van de Word Bijbel Software.

Bron: Store | DouglasHamp.com: Checkout