www.wimjongman.nl

(homepagina)


Dagen van belediging

Door Hal Lindsey 3 oktober 2022

()

Toen Hij de tekenen van Zijn terugkeer aangaf, noemde Jezus iets waar je misschien niet veel tijd aan hebt besteed - belediging. In MatteĆ¼s 24:10 (NKJV) zei de Heer: "En dan zullen velen beledigd zijn, elkaar verraden en elkaar haten."

Er is nog nooit een tijd geweest waarin meer mensen over meer dingen beledigd waren dan nu. Belediging is overal in onze tijd. Mensen zijn beledigd door zowel echte als ingebeelde dingen; door woorden die worden uitgesproken en woorden die niet worden uitgesproken. Ze zijn niet alleen beledigd door je politieke voorkeur, maar zelfs door het soort auto waarin je rijdt. Ze zijn beledigd door namen en door hele regio's van het land. De meeste mensen hebben tegenwoordig een goed ontwikkeld gevoel voor belediging. En ze houden het altijd alert, voor het geval dat.

Pas hiervoor op. Jezus zei, belediging wordt gevolgd door verraad en haat. Die gebeuren ook.

Het grootste deel van onze samenleving is besmet. We hebben aanstoot nemen tot een teken van deugd gemaakt, en het tot een kunst verheven. Het is een van de belangrijkste dingen die nu op openbare scholen worden onderwezen, ook al schaadt het zowel de samenleving als geheel als de individuele kinderen die er les in krijgen. De muziek van onze tijd is erdoor doordrenkt, evenals ander amusement. De maatschappij versterkt het in de nieuwsmedia (links en rechts), thuis, en ja, zelfs in de kerk. Wat een trieste zaak!

De oorspronkelijke taal gaat nog verder. Het woord dat hier vertaald wordt als belediging komt van het Griekse woord "skandalizo". Daar komt het Engelse woord "scandalize" vandaan. Wij worden geschandaliseerd door de houding en het gedrag van anderen. Het grondwoord heeft te maken met vangen en verstrikken. Laat je niet strikken.

Begrijp alsjeblieft dat er momenten zijn dat de woorden of daden van mensen ons shockeren, beledigen of van streek maken. Dat is normaal, zelfs gezond. Maar we mogen daar nooit in leven. We moeten ook niet op zoek gaan naar dingen waarin we aanstoot kunnen nemen. En we moeten nooit en te nimmer proberen daar onze eigenwaarde te vinden. Steeds meer mensen proberen hun eigen gevoel van eigenwaarde te versterken door zich te laten schofferen door iemand anders. "Zij zijn gemeen, maar ik ben goed. Zij zijn niet slim, maar ik heb alles door."

We leven in een tijd waarin iets beledigend vinden van een politieke tegenstander, of een beroemd persoon, een van de meest gewilde gevoelens is geworden. Maar die kick is geen geluk, en ligt zelfs niet in de buurt van vreugde. Het kan een moment van voldoening geven om vast te stellen dat een rijk of beroemd persoon bijvoorbeeld een vreselijke racist is. Het kan iemand zelfs een kortstondig gevoel van superioriteit geven. Maar het zal nooit blijvende vreugde brengen.

Op andere momenten gebruiken mensen "overtreding" als excuus. "Ik zou geslaagd zijn, maar de wereld is niet eerlijk." Niemand heeft ooit gezegd dat de wereld eerlijk was. Laat je niet misleiden door je aanstoot aan de vermeende oneerlijkheid om niet hard te werken. God wil dat je aan Zijn kant staat. Als je aan Zijn kant staat, zullen er krachten tegen je opkomen, maar Hij zal je helpen een overwinnaar te worden. Hij wil dat we zijn zoals de apostel Paulus in Handelingen 20:24-25. "Maar geen van deze dingen beweegt mij," zei hij, "en ik acht mijn leven niet dierbaar, opdat ik met vreugde mijn loop en de bediening, die ik van de Here Jezus ontvangen heb, voleindig, om te getuigen van het evangelie der genade Gods."

De ziekte om overal aanstoot aan te nemen is een teken des tijds. Jezus zei dat het een van de tekenen zou zijn dat zijn komst nabij is. Dus wees niet ontmoedigd als je het ziet. In plaats van ontmoediging te brengen, moge het ons allen helpen te beseffen dat ons werk groot is en onze tijd kort.

Vergeet ook niet dat de ziekte van aanstoot nemen zeer besmettelijk is. Wees voorzichtig dat het je niet besmet. God heeft nog veel werk voor jou en mij. We moeten voorkomen dat we verzanden in deze aanstoot.

Bron: Hal Lindsey