www.wimjongman.nl

(homepagina)


Het begrijpen van Gog en Magog (deel 6 van 7)

7 april 2021 - door Nathan Jones

()

Deel 1 - Deel 2 - Deel 3 - Deel 4 - Deel 5

De Gog-Magog-oorlog in relatie tot het Duizendjarige Rijk

Er bestaan drie visies die de Gog-Magog-strijd plaatsen in relatie tot de duizendjarige heerschappij van Jezus Christus op aarde, vaak het Koninkrijk van Christus of het Duizendjarig Rijk genoemd.

Tussen de Verdrukking en het Duizendjarig Rijk

Deze minst populaire opvatting plaatst de gebeurtenissen van Ezechiël 38 en 39 in een tussenperiode, tussen de Verdrukking en het Duizendjarig Rijk.

Pro's:

1. Dit is een consistent argument met de opvatting dat er een tussenperiode zou kunnen bestaan tussen de Opname en de Verdrukking.

2. De vijfde algemene tijdsaanwijzing, die vereist dat Israël nietsvermoedend en in vrede leeft vóór de Gog-Magog-strijd, kan gemakkelijk worden bereikt na de wederkomst van Christus (Ezechiël 38:11).

3. Een tussenperiode kan elke lengte van tijd zijn, zoals de zeven jaar die Israël kreeg om de wapens van de binnenvallende vijand te verbranden als brandstof (Ezechiël 39:9).

Tegen's:

1. Nu Jezus alle legers van de wereld bij Armageddon heeft verslagen, zou er geen leger meer over zijn om Israël zo spoedig binnen te vallen (Openbaring 19:19).

2. Met de wederkomst van Jezus Christus zal er geen Gog-Magog-invasie nodig zijn om Israël ertoe te brengen God opnieuw te erkennen (Ezechiël 39:22,29).

3. Slechts één tussenperiode wordt gegeven in de futuristische profetische tijdlijn als het betrekking heeft op de Verdrukking. Daniël openbaart: "Welgelukzalig is hij, die wacht, en komt tot de duizend driehonderd vijfendertig dagen" (Daniël 12:12 NKJV). Openbaring legt ook uit dat de heidenen "de heilige stad tweeënveertig maanden lang onder de voet zullen lopen" (Openbaring 11:2). Openbaring vervolgt: "En Ik zal macht geven aan mijn twee getuigen, en zij zullen profeteren duizend tweehonderd en zestig dagen, gekleed in rouwgewaad" (Openbaring 11:3). Het verschil tussen deze twee verslagen is 75 dagen. De 75 dagen zullen hoogstwaarschijnlijk door Jezus gebruikt worden om de wereld te oordelen in het Schapen-Bokken-oordeel en de planeet te herbouwen na de zevenjarige Verdrukking (Mattheüs 25:31-46).

4. De tot 75 dagen beperkte tussenpauze geeft Israël niet de zeven maanden die zij nodig hebben om de dode lichamen van de indringers uit de Gog-Magog-strijd te begraven (Ezechiël 39:12).

5. Met Jezus' aanwezig om in ieders behoeften te voorzien, zou de vloek gedeeltelijk opgeheven zijn, en de aarde opnieuw ingericht door aardbevingen, en zou het voor Israël niet nodig zijn om wapens te verbranden als brandstof tot in het Millennium (Jesaja 11:8; Openbaring 6:12-14; 16:17-21).

Aan het begin van het Duizendjarig Rijk

Voorstanders van deze opvatting, zoals Arno Gaebelein, plaatsen de Gog-Magog-strijd aan het begin van de duizendjarige regering van Christus.[46]

Pro's:

1. De vijfde algemene timing-aanwijzing die vereist dat Israël nietsvermoedend en in vrede leeft vóór de Gog-Magog-strijd zou gemakkelijk bereikt kunnen worden na de wederkomst van Christus (Ezechiël 38:11).

Tegen's:

1. Met Jezus' terugkomen bij de Wederkomst, zou er geen Gog-Magog-invasie nodig zijn om Israël ertoe te brengen God opnieuw te erkennen (Ezechiël 39:22,29).

2. Nu Jezus alle legers van de wereld bij Armageddon heeft verslagen, zou er geen leger meer over zijn om Israël zo spoedig binnen te vallen (Openbaring 19:19).

3. Geen goddeloze mensen zullen het Schapen-Bokken-oordeel hebben overleefd om het Duizendjarig Rijk binnen te gaan om een oorlog te beginnen (Jeremia 25:32-33; Mattheüs 25:31-46; Openbaring 19:15-18). Alleen gelovigen die de Verdrukking overleven gaan het Duizendjarig Rijk binnen, en zij hebben geen reden om Christus de oorlog te verklaren.

4. Er zouden geen wapens beschikbaar zijn voor de indringers van de Gog-Magog strijd, noch worden achtergelaten om zeven jaar te branden, want zoals Jesaja zegt: "Zij zullen hun zwaarden tot ploegscharen smeden, en hun speren tot snoeimessen" (Jesaja 2:4).

5. Er bestaat geen oorlog tot het einde van het Duizendjarig Rijk. Jesaja beschrijft het Duizendjarig Rijk als een tijd van wereldvrede waarin "volkeren geen zwaard meer zullen heffen tegen volkeren, en zij geen oorlog meer zullen leren" (Jesaja 2:4). Openbaring beschrijft de enige oorlog die tijdens het Duizendjarig Rijk zal plaatsvinden, en dat is aan het eind van de duizend jaar wanneer Satan wordt losgelaten uit de Bodemloze Put om de ongelovigen in dat tijdperk tegen Jezus Christus op te zetten (Openbaring 20:7-9).

6. Met Jezus' aanwezig om de vloek gedeeltelijk op te heffen en de aarde te hervormen van de verwoestingen van de Verdrukking, zal het Duizendjarig Rijk beginnen in een bijna heilige staat (Jesaja 11:8; Openbaring 6:12-14; 16:17-21). Ezechiël beschrijft dat het land na de Gog-Magog strijd gereinigd moest worden vanwege zijn verontreiniging door de dode lichamen van de indringers (Ezechiël 39:12). Onreinheid is in tegenspraak met de ongerepte toestand die het Duizendjarig Rijk kenmerkt.

7. De Islam zal tijdens het Duizendjarig Rijk niet bestaan. Het verenigende thema vandaag onder de coalitie van naties die Israël aanvallen in de Gog-Magog-strijd is hun satanisch geïnspireerde islamitische haat tegen Israël en jaloezie op zijn rijkdom. Aangezien Satan gebonden zal zijn terwijl Jezus in eigen persoon over de gehele aarde regeert, zal er geen tegengestelde satanische godsdienst bestaan, zoals de Islam, om die naties te verenigen tijdens het Duizendjarig Rijk (Openbaring 20:1-3).

8. Nu Jezus Christus vanuit Jeruzalem met "een ijzeren staf" over de wereld regeert, zal geen enkele indringer het wagen Israël binnen te vallen (Psalm 2:9).

Aan het einde van het millennium

Henry Halley is een voorstander van deze opvatting.[47] Zo ook George Knight en Rayburn Ray.[48] Frank Gaebelein plaatst de Gog-Magog strijd ook aan het einde van het Duizendjarig Rijk.[49] Maar, zoals Dr. Rhodes opmerkt, de meerderheid van de voorstanders van deze opvatting komen meestal uit een niet-evangelische achtergrond.[50]

Pro's:

1. De tijdlijn van Openbaring plaatst een Gog-Magog strijd aan het einde van het Duizendjarig Rijk. De passage luidt: "Als nu de duizend jaren voorbij zijn, zal Satan uit zijn gevangenis worden vrijgelaten en zal hij uitgaan om de volken, die in de vier hoeken der aarde zijn, Gog en Magog te misleiden, om hen te verzamelen ten strijde, wier getal is als het zand der zee" (Openbaring 20:7-8).

2. Vergelijkbare terminologie bestaat tussen Ezechiël 38-39 en Openbaring 20 betreffende het grote aantal indringers waar het om gaat.

3. De voorspoed die Israël bezit zoals beschreven in Ezechiël 38-39 zou vervuld worden door Gods zegeningen over Israël tijdens het Duizendjarig Rijk.

4. God gebruikt in beide verslagen bovennatuurlijk weer om de indringers te vernietigen.

Tegen's:

1. De hoofdstukken van Ezechiël zouden in deze visie chronologisch uit de volgorde zijn. Ezechiël 33-39 behandelt het nationale herstel van Israël en wordt gevolgd door de hoofdstukken 40-48 die Israëls geestelijke herstel beschrijven dat het Duizendjarig Rijk ingaat en voortduurt.[51]

2. De chronologie van Openbaring 20 is niet in overeenstemming met de chronologie van Ezechiël. Openbaring 20 beschrijft het Duizendjarig Rijk, dat onmiddellijk gevolgd wordt door hoofdstuk 21 over de Eeuwige Staat.

3. De Gog-Magog indringers zouden niet langer lichamen hebben die Israël gedurende zeven maanden zou moeten begraven, aangezien het Openbaring-verslag vermeldt dat de indringers worden verbrand door vuur dat uit de hemel neerdaalt (Ezech. 39:12; Openbaring 20:9).

4. Israël zou geen reden hebben om zeven maanden nodig te hebben om de dode indringers te begraven, als God hen gewoon aan het einde van het Millennium zal doen herrijzen, hen zal oordelen bij het Grote Witte Troon Oordeel, en hen dan in de Vuurzee zal werpen (Ezech. 39:12; Openbaring 20:11-15).

5. Israël zou geen reden hebben om de wapens van de indringers te verbranden in de volmaakte Eeuwige Staat.

6. De beschrijvingen van Ezechiël en Openbaring van de binnenvallende legers komen niet overeen. Ezechiël beschrijft een coalitie van Rusland en moslim-naties die Israël aanvallen. Openbaring beschrijft een veel grotere reikwijdte, met de indringers die komen uit de "natiën die in de vier hoeken der aarde zijn" (Openbaring 20:8).

7. Ezechiëls en Openbarings beschrijvingen van de slagvelden komen niet overeen. Ezechiël beschrijft dat de Gog-Magog-strijd plaatsvindt op de "bergen van Israël," terwijl het verslag van de Openbaring zegt dat de strijd plaatsvindt "op de brede vlakte van de aarde" (Ezechiël 38:8; Openbaring 20:9).

8. Ezechiëls en Openbarings beschrijvingen van Israëls heersers komen niet overeen. Ezechiël 38-39 volgt op de hoofdstukken 36-37 die de wedergeboorte van Israël beschrijven, een natie die nog niet in God geloofde en ook Jezus nog niet als Messias had aanvaard. In het verslag van Openbaring 20 regeert Jezus reeds duizend jaar vanuit Jeruzalem.

9. De beschrijvingen van de leiders van de invasiemacht in Ezechiël en Openbaring komen niet overeen. Gog heeft de leiding over de coalitie tegen Israël in het verslag van Ezechiël, terwijl Satan de leiding heeft over de coalitie tegen Jezus in het verslag van de Openbaring. Hoewel Satan duidelijk genoemd wordt in het verslag van de Openbaring, is het onbekend of Gog bezeten is door Satan of een door Satan bezeten man is.

10. Ezechiëls en Openbarings beschrijvingen van Israëls geloof komen niet overeen. In Ezechiël 38-39 gebruikt God de Gog-Magog-strijd om Zichzelf bekend te maken aan Israël en de wereld. In Openbaring 20 heeft Israël al duizend jaar lang Jahweh erkend als God en Koning.

11. De ongelovige kinderen van de verdrukkingsheiligen die het hebben overleefd om in het Duizendjarig Rijk te leven, zullen degenen zijn die oorlog voeren tegen God aan het einde van de duizend jaar, in tegenstelling tot de kinderen uit het tijdperk van de "tijd der heidenen" die oorlog voeren in Ezechiël en Jezus' verslagen (Lucas 21:24 NKJV).

12. Johannes' gebruik van "Gog en Magog" in Openbaring 20:8 is waarschijnlijker om een vergelijking te trekken tussen Ezechiëls Gog-Magog strijd en de strijd die Johannes beschrijft aan het einde van het Duizendjarig Rijk. Met andere woorden, de etikettering werkt als een soort steno die zegt: "Het wordt Gog en Magog weer helemaal opnieuw. "52

In het zevende en laatste deel van deze academische uiteenzetting over de profetische Gog-Magog-oorlog van Ezechiël 38-39, zal ik afsluiten met het uiteenzetten van mijn visie over wanneer deze apocalyptische oorlog zal plaatsvinden.

Eindnoten:

46. Arno C. Gaebelein, The Prophet Ezekiel (New York, NY: Our Hope, 1918), 252-255.

47. Henry H. Halley, Halley's Bible Handbook (Grand Rapids, MI: Zondervan Publishing House, 1965), 334.

48. George W. Knight & Rayburn W. Ray, The Illustrated Everyday Bible Companion (Uhrichsville, OH: Barbour Publishing Co., 2005), 512.

49. Frank E. Gaebelein, 932.

50. Rhodes, 189.

51. Jeremia, 223.

52. Mark Hitchcock, 101 Antwoorden op Vragen over het Boek Openbaring (Eugene, OR: Harvest House Publishers, 2012), 223-224.

Bron: Understanding Gog and Magog (Part 6 of 7) | The Christ in Prophecy Journal