www.wimjongman.nl

(homepagina)


"De As" vs. de Joden van Judea en Samaria

()

6 januari 2022 - door Victor Rosenthal

Psychologische oorlogsvoering verschilt qua organisatie niet zoveel van de kinetische soort. Er zijn campagnes en doelstellingen. Recentelijk was het doel van onze vijanden - de Arabisch-Europese as van antisemitisme - om de legitimiteit van de Joodse aanwezigheid in Judea en Samaria te vernietigen. De aanvallen komen uit verschillende richtingen, maar het doel is hetzelfde: in de hoofden van de doelbevolking, waartoe Israëli's, Europeanen en Amerikanen behoren, het idee vestigen dat Joden die in de gebieden wonen illegaal, immoreel en schadelijk zijn voor het vooruitzicht op vrede in de regio; en hun uitwijzing willen afdwingen.

De operaties omvatten de eis van de EU voor speciale etikettering van producten die door Joden in Judea en Samaria worden geproduceerd. Het besluit werd in 2015 genomen, maar de moeilijkheid om het uit te voeren zonder openlijk antisemitisch over te komen, lijkt veel landen ervan te hebben weerhouden om het te volgen. In 2019 bevestigde het Europees Hof van Justitie de uitspraak, maar sommige landen hebben nog steeds last van gewetenswroeging.

Een meer recente operatie is de campagne "kolonistengeweld" van de afgelopen weken, gevoerd door verschillende door Europa gefinancierde NGO's (bv. B'Tselem en anderen), die beweren melding te maken van gewelddadige intimidatie van Arabische inwoners door joodse "kolonisten" met de medeplichtigheid van het IDF. Afgezien van de enorme wanverhouding tussen het aantal en de ernst van de incidenten die kunnen worden toegeschreven aan Joden en de dagelijkse pogingen van Arabieren om hen te vermoorden, is "kolonistengeweld", vaak zelfverdediging die wordt uitgelokt door Arabische aanvallen, en dan "gedocumenteerd" door NGO-activisten, Israëlische en Europese, die toevallig in het gebied zijn met hun videocamera's. Toch blijkt uit feitelijke gegevens dat anti-Arabische activiteiten door Joden recentelijk zijn afgenomen:

...de gegevens die beschikbaar zijn gesteld door de Israëlische politie wijzen op iets opmerkelijks - het aantal incidenten van Joods geweld neemt af. Van 2019 tot 2021 is er een daling van 61,1% in de zogenaamde prijs-kaartje aanvallen. Bovendien is het aantal aanklachten tegen Joodse extremisten in het afgelopen jaar verdubbeld van 16 naar 32. Dat is niet het beeld dat de pro-Palestijnse groepen willen dat u ziet.

"Bezetting', 'nederzettingen' en 'kolonisten' spelen ook een prominente rol in de door NGO's geïnitieerde campagne om Israël tot een 'apartheidsstaat' te verklaren. Het opleggen van apartheid wordt beschouwd als een ernstige misdaad, gebaseerd op het prominente voorbeeld van het voormalige Zuid-Afrikaanse regime, waarvan bijna iedereen het ermee eens is dat het de mensenrechten van zijn onderdanen op wrede wijze heeft geschonden. Aangezien er echter geen enkele overeenkomst bestaat tussen Israël en het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime, moesten de beschuldigers van Israël (b.v. Human Rights Watch (HRW)) hun eigen definitie van "apartheid" verzinnen om deze op Israël toe te kunnen passen. Het Statuut van Rome, dat het Internationaal Strafhof oprichtte, definieert "apartheid" als een misdaad tegen de menselijkheid, waaronder...

... onmenselijke daden van een soortgelijk karakter als [moord, slavernij, uitroeiing, deportatie, marteling, verkrachting, enz., enz.] begaan in het kader van een geïnstitutionaliseerd regime van systematische onderdrukking en overheersing door een bepaalde raciale groep over een of meer andere raciale groepen en begaan met de bedoeling dat regime in stand te houden.

Het behoeft geen betoog dat dit niet kenmerkend is voor het regime in Judea en Samaria. In het HRW-rapport wordt melding gemaakt van een "tweeledige burgerschapsstructuur en tweedeling van nationaliteit en burgerschap", maar het feit dat de geldende wetten in Judea/Samaria onderscheid maken tussen burgers en niet-burgers is een gangbare praktijk en houdt geen apartheid in. Andere beschuldigingen zijn de gebruikelijke overdrijvingen en verzinsels die kenmerkend zijn voor het gesprek van NGO's over Israël. En natuurlijk wordt het terrorisme dat veiligheidsgerelateerde reacties vereist nooit besproken, behalve om de relevantie ervan voor Israëlische tegenmaatregelen te ontkennen.

Zoals altijd belicht de geschiedenis wat de politiek verdoezelt. Het Britse Mandaat voor Palestina, dat Groot-Brittannië belastte met de uitvoering van de Balfour Verklaring om een Joods thuisland te creëren, omvatte het hele gebied tussen de rivier en de zee (tot 1921 omvatte het ook wat uiteindelijk het Koninkrijk Jordanië werd). Het Mandaat zelf riep op tot "nauwe vestiging" van Joden op het land. In 1947 beval de VN de verdeling van het land in een Joodse en een Arabische staat aan, en toen het Mandaat in mei 1948 werd beëindigd (midden in een door Palestijnse Arabieren uitgelokte oorlog), werd de Staat Israël uitgeroepen, "op grond van de resolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties".

Onmiddellijk daarna werd het gebied van het voormalige Mandaat en de nieuwe staat binnengevallen door vijf Arabische naties, in strijd met het VN-handvest. Toen het stof was neergedaald in 1949, bezette Jordanië illegaal het oostelijk deel van het grondgebied, dat het op moorddadige wijze etnisch zuiverde van de Joodse bevolking. Het jaar daarop annexeerde Jordanië het gebied officieel - opnieuw in strijd met het internationale recht - en bedacht het de naam "Westelijke Jordaanoever" om te verwijzen naar wat van oudsher Judea en Samaria werd genoemd.

Jordanië controleerde dit gebied gedurende 19 jaar, gedurende welke periode alleen Groot-Brittannië en (mogelijk) Pakistan de soevereiniteit erkenden. Gedurende deze periode, in strijd met de door Jordanië ondertekende Wapenstilstand overeenkomst, die opriep tot "vrije toegang naar de heilige plaatsen en culturele instellingen en gebruik van de begraafplaats op de Olijfberg", werd dit niet toegestaan om hun heilige plaatsen te bezoeken in de door Jordanië gecontroleerde gebieden, zoals de Westelijke Muur. Wat betreft de Olijfberg, die al 3000 jaar in gebruik is als Joodse begraafplaats:

Eind 1949 meldden Israëlische uitkijkposten op de berg Zion dat Arabische bewoners begonnen met het verwijderen van de grafstenen en het omploegen van het land op de begraafplaatsen. De vernieling van de begraafplaatsen ging door in de loop van de 19 jaar dat de Jordaniërs Oost-Jeruzalem bestuurden. Vier wegen werden door de begraafplaatsen geasfalteerd, waarbij graven werden vernietigd, waaronder die van beroemde personen. Skeletten en beenderen werden rondgestrooid en verspreid. Grafstenen werden gebruikt als straatstenen voor wegen in het Jordaanse legerkamp in Azariya, ten oosten van Jeruzalem. In Azariya werd een telefooncel gevonden die uit grafstenen was opgetrokken, en Joodse grafstenen werden ook gebruikt als vloerbedekking voor latrines. Uitgerukte grafstenen werden ook gebruikt in Jordaanse militaire stellingen rond de stad. Zowel de nieuwere delen als de oude graven, sommige duizend jaar oud, werden vernietigd.

Na de bevrijding van Judea en Samaria in 1967 keerden Joden terug naar gebieden waar zij door de Jordaanse etnische zuiveringen waren verdreven, zoals Gush Etzion en Oost-Jeruzalem, maar ook naar andere plaatsen waaruit zij door Arabische pogroms en terrorisme waren verdreven, zoals Hebron. Zij stichtten ook enkele nieuwe gemeenschappen die zich aan de andere kant bevonden van de lijnen die in de Wapenstilstandsovereenkomst van 1949 waren getrokken. Er zij op gewezen dat in de overeenkomst duidelijk wordt gesteld dat de wapenstilstandslijnen geen politieke betekenis hebben en zijn getrokken "zonder vooruit te lopen op toekomstige territoriale nederzettingen of grenslijnen of op aanspraken van een der partijen dienaangaande".

In een onbedoelde ironie houdt de EU vol dat de Israëlische controle over het gebied neerkomt op een "oorlogvoerende bezetting", hoewel het gebied dat door Israël wordt "bezet" voorheen illegaal bezet was door Jordanië (dat zijn gestolen eigendommen in 1988 op onwettige wijze overdroeg aan de PLO). In feite kreeg Israël dus door de bevrijding van de gebieden de controle over al het land dat oorspronkelijk door het Mandaat was bestemd voor een Joods thuisland.

De EU interpreteert vervolgens artikel 49 van de Vierde Conventie van Genève, dat oorspronkelijk bedoeld was om daden te verbieden zoals de deportatie van Duitse Joden naar het bezette Polen met het oog op dwangarbeid en moord, verkeerd, zodat de ongeforceerde verplaatsing van Joden over de Groene Lijn (die geen politieke betekenis heeft) een schending is van het internationaal recht.

In deze tijd waarin professoren kunnen worden ontslagen omdat zij taal gebruiken die ongepast en beledigend wordt geacht, dient te worden opgemerkt dat de termen "Westelijke Jordaanoever", "kolonist" en "nederzetting" precies die dingen zijn. Maar hun gebruik is uiterst belangrijk voor de psychologische en diplomatieke/juridische oorlog tegen de Joodse staat. Het opgeven van Judea en Samaria zou een fatale klap zijn voor de veiligheid van de Joodse staat, omdat zij noodzakelijk zijn om verdedigbare grenzen te handhaven, en om de vestiging van een Gaza-achtige terroristenenclave naast het bevolkingscentrum van Israël te voorkomen. Het verlies van de heilige plaatsen in Hebron, Oost-Jeruzalem en andere plaatsen die onder Arabische controle zouden vallen, en het verlies van het optimisme voor de toekomst dat is ontstaan door de overwinning van 1967, zou een spirituele en psychologische nederlaag zijn, een grote overwinning voor de Arabisch-Europese as die de Joodse staat teniet wil zien gaan.

En we moeten onszelf niet voor de gek houden door te denken dat een terugtrekking uit Judea en Samaria het einde zou zijn. De PLO heeft nooit Arafats "Grote Strategie" opgegeven om een Arabisch Palestina van de rivier tot de zee tot stand te brengen, die afhangt van het eerst terugdraaien van Israëls winst in de oorlog van 1967. Het plan kreeg een grote stimulans met de Oslo-akkoorden, die legitimiteit gaven aan een door de PLO geregeerde entiteit (en later een door Hamas geregeerde entiteit het licht deden zien). Het is zeker dat een Israëlische terugtrekking onmiddellijk zou worden gevolgd door eisen voor de Arabische "vluchtelingen" om hun "recht op terugkeer" te realiseren.

Helaas lijken veel Israëlische politici zich de mentaliteit eigen te hebben gemaakt die wordt bevorderd door de psywar-campagne; anders zouden ze niet zo snel buigen wanneer er druk wordt uitgeoefend vanuit Europa of de VS over kwesties van Joodse en (illegale) Arabische bouw in Judea en Samaria.

Judea en Samaria zijn het spirituele hart van de Joodse staat in Eretz Yisrael en zijn essentieel voor haar veiligheid. Er is geen enkel ander doel dat van groter belang is voor Israëls overleving op lange termijn dan daar een sterke Joodse meerderheid te vestigen en hen volledig in de staat op te nemen - en de antisemitische leugens van onze vijanden te verwerpen.

Bron: “The Axis” vs. the Jews of Judea and Samaria | Abu Yehuda