www.wimjongman.nl

(homepagina)

Soevereiniteit tegenover de internationale druk

Door res. Generaal-majoor Gershon Hacohen - 9 juli 2020

( )

Jordaanse Vallei gezien vanaf de top van berg Sartaba, foto door Eddie en Carolina Stigson via Unsplash

BESA Center Perspectieven Papier nr. 1.633, 9 juli 2020

SAMENVATTING: Op kritieke momenten mag van een nationaal leiderschap worden verwacht dat men het soevereine recht van een land handhaaft om haar eigen vitale belangen te behartigen, zelfs onder een zware internationale druk.

Er bestaat een fundamentele kloof tussen soevereiniteit als idee en soevereiniteit zoals die in de praktijk wordt uitgeoefend. Als een projectie van de soevereiniteit van God, die een absolute en grenzeloze heerschappij vertegenwoordigt, hebben de autocraten van oudsher geprobeerd zichzelf als opperste en onaantastbare heersers op te werpen. De komst van het nationalisme en de moderne staat heeft de natie vervangen door de heerser als de bron van soevereiniteit, terwijl deze aan wettelijke beperkingen werd onderworpen. Het internationale recht heeft de aard van de soevereiniteit bepaald door de mogelijkheden en de beperkingen in de interstatelijke betrekkingen op te sommen.

Met de oprichting van de VN en het ontstaan van internationale organisaties (de EU, de Arabische Liga, enz.) en supranationale organisaties (bijvoorbeeld economische conglomeraten en niet-gouvernementele organisaties) werden aan staten verregaande beperkingen opgelegd in hun onderlinge betrekkingen en werd het klassieke beeld van de soevereiniteit van de natiestaat aanzienlijk gewijzigd.

Er bestaat dus een spanningsveld tussen a) het verlangen naar soevereiniteit als opperste regeringsvoorrecht, dat blijk geeft van onafhankelijkheid tegenover de oppositie in binnen- en buitenland; en b) de notie van beperkte soevereiniteit die de besluitvorming binnen de staat ondergeschikt maakt aan de internationale wetgeving en de instemming van andere staten. In die spanning vinden we het geschil tussen premier Benjamin Netanyahu en aanhangers van de toepassing van de Israëlische soevereiniteit op delen van de Westelijke Jordaanoever aan de ene kant, en aan de andere kant, degenen die net als vice-premier Gantz en minister van Financieën Ashkenazi de maatregel op een regionale en internationale overeenkomst baseren.

Onder dergelijke omstandigheden rijst de vraag: voor welke doeleinden en in welke mate is de staat bereid en in staat om onafhankelijkheid te tonen tegenover internationale oppositie?

Het was juist op zo'n moment dat David Ben-Gurion in december 1949 opstond om Jeruzalem uit te roepen tot hoofdstad van Israël, in directe tegenspraak met het standpunt van de VN. "Wij zien het als onze plicht om te verklaren dat het Joodse Jeruzalem een organisch en onafscheidelijk deel is van de staat Israël, net zoals het een onafscheidelijk deel is van de Israëlische geschiedenis, het Joodse geloof en de geest van ons volk", zei hij. "Jeruzalem is het hart van de staat Israël."

Netanyahu beschouwt de kwestie van het toepassen van de soevereiniteit met een vergelijkbare ernst. Hij gelooft dat er zich een historische kans heeft voorgedaan voor Israël, die misschien nooit meer terugkomt. Om die kans te grijpen is het nodig om politieke onafhankelijkheid uit te oefenen, ongeacht de beperkingen en de risico's.

Netanyahu ontkent het scala aan internationale beperkingen niet, net zoals zijn tegenstanders niet volledig afstand hebben gedaan van de fundamentele waarde van soevereine besluitvorming. Maar ze lijken het niet eens te zijn over de aard van een dergelijke soevereiniteit en wat deze betekent voor de vrijheid van handelen van een natiestaat.

Dit is een bewerkte versie van een artikel dat in het juninummer van Liberal werd gepubliceerd.

Maj. Gen. (res.) Gershon Hacohen is een senior research fellow bij het Begin-Sadat Centrum voor Strategische Studies. Hij heeft 42 jaar bij de IDF gewerkt. Hij voerde het bevel over troepen in gevechten met Egypte en Syrië. Voorheen was hij korpscommandant en commandant van de IDF Militaire Hogescholen.

Bron: Sovereignty in the Face of International Pressure