www.wimjongman.nl

(homepagina)

Palestijnen: Met behulp van het Coronavirus de critici tot zwijgen te brengen

door Bassam Tawil - 6 mei 2020

( )

President Mahmoud Abbas van de Palestijnse Autoriteit en zijn functionarissen maken gebruik van de bezorgdheid van de wereld over het coronavirus om hun critici thuis te intimideren en het zwijgen op te leggen. (screenshot)

De Palestijnse leiders gebruiken de noodtoestand die na het uitbreken van de coronaviruspandemie op de Westelijke Jordaanoever is afgekondigd om de vrijheid van meningsuiting te beperken, journalisten te bestraffen en politieke rivalen te arresteren.

Dit hardhandig optreden vindt plaats op een moment dat de leiders van de Palestijnse Autoriteit (PA) hun opruiingscampagne tegen Israël voortzetten - door de Israëli's onder andere valselijk te beschuldigen van het opzettelijk verspreiden van de ziekte naar Palestijnse dorpen en steden.

Op 14 april kwam de regeringswoordvoerder van de PA, Ibrahim Milhem, met de laatste smaad tegen Israël. Hij vertelde verslaggevers:

"De nederzettingen zijn broedplaatsen voor de [coronavirus] epidemie, en ook de werkplekken in Israël, hotels, bussen, benzinestations, en direct onderling contact met de Israëli's. Israël heeft problemen omdat de Israëli's de preventieve maatregelen niet in acht nemen, omdat ze van geld houden en aan de wielen van de productie willen blijven draaien".

Aan de ene kant gaat het Palestijnse leiderschap door met zijn wrede opruiingscampagne; aan de andere kant maken president Mahmoud Abbas van de PA en zijn functionarissen gebruik van de bezorgdheid van de wereld over het coronavirus om hun critici thuis te intimideren en het zwijgen op te leggen.

Op 5 maart gaf Abbas een "presidentieel decreet" uit, dat de "noodtoestand in Palestina voor een maand lang uitriep", nadat zeven gevallen van het coronavirus in Bethlehem waren bevestigd. De noodtoestand is sindsdien met nog eens 30 dagen verlengd.

Palestijnse journalisten en mensenrechtenactivisten beschuldigen Abbas en zijn regering er nu van de noodtoestand niet alleen te gebruiken om de pandemie te bestrijden, maar ook om degenen die de Palestijnse leiders durven te bekritiseren, of hun aanpak van de coronaviruscrisis ter discussie te stellen, het zwijgen op te leggen en te intimideren.

De meest recente slachtoffers van de beknotting van de openbare vrijheden door de Palestijnse leiders zijn twee journalisten die werken voor het officiële persagentschap van de Palestijnse Autoriteit, Wafa. De twee, Jafar Sadaqa en Rami Samara, zijn onlangs door hun superieuren op de hoogte gebracht van het besluit om hun salarissen op te schorten. Hun misdaad: "Het niet naleven van de noodtoestand."

Palestijnse journalisten hebben het besluit om de salarissen van Sadaqa en Samara op te schorten krachtig aan de kaak gesteld als een "flagrante aanslag op de vrijheid van meningsuiting".

Wafa, die als spreekbuis fungeert voor de Palestijnse leiding, heeft geen details verstrekt over haar besluit om de journalisten hun salaris te ontnemen. De twee mannen kregen van het persbureau alleen te horen dat ze "de noodtoestand niet hadden nageleefd". Ze kregen ook te horen dat ze na afloop van de noodtoestand door een onderzoekscommissie zouden worden ondervraagd.

Ahmed Assaf, de General Supervisor van de Palestijnse Officiële Media, wachtte niet eens tot die tijd. Assaf gaf het Palestijnse ministerie van Financiën opdracht om de salarissen van de journalisten onmiddellijk stop te zetten, zonder enige uitleg te geven.

De Palestijnse journalisten zeiden echter dat de beslissing werd genomen naar aanleiding van opmerkingen die Sadaqa en Samara op sociale mediaplatforms hadden geplaatst over de manier waarop de Palestijnse regering met de coronaviruscrisis omging.

Blijkbaar bevatten de commentaren (die later werden geschrapt) kritiek op en sarcastische opmerkingen over het optreden van de Palestijnse regering tijdens de coronaviruspandemie.

De Palestijnse politieke analist en journalist Nour Odeh, die voorheen de eerste vrouwelijke woordvoerder van de Palestijnse regering was, heeft in een Facebook-post haar bezorgdheid geuit over het feit dat de Palestijnse Autoriteit de noodtoestand van het coronavirus aangrijpt om de openbare vrijheden, met name de vrijheid van meningsuiting, aan banden te leggen:

"Vanaf het allereerste moment van de afkondiging van de noodtoestand [medio maart] beweerde de regering dat de noodtoestand verband hield met de pandemie en dat deze niet zou worden gebruikt om de rechten van de burgers, waaronder de vrijheid van meningsuiting, te schenden. Helaas al meer dan twee weken volgden we in stilte de gevolgen van het gebruik van de noodtoestand om de salarissen van onze collega's Sadaqa en Samara op te schorten. Volgens de [Palestijnse] ambtenarenwet (artikelen 68, 69 en 70) en volgens de [Palestijnse] basiswet is wat er met de twee collega's is gebeurd onwettig en een flagrante schending van hun burgerrechten en hun rechten als werknemers in de publieke sector. De wet verbiedt het opleggen van enige straf aan een werknemer voordat het onderzoek is afgerond. Bovendien staat de wet in het geheel geen schorsing van het loon toe als straf. Dit is een schandelijke uitbuiting van de noodtoestand. Het chanteren van mensen is immoreel en juridisch onaanvaardbaar."

De Palestijnse journalist Yousef Shayeb veroordeelde de strafmaatregel tegen de journalisten en noemde het "catastrofaal". Hij zei in een Facebook-post dat hij bijzonder verontwaardigd was omdat de journalisten werden gestraft voordat hun zaak voor een onderzoekscommissie werd gebracht. Hij wees erop dat Sadaqa en Samara werden gestraft voor het eenvoudigweg uiten van hun persoonlijke mening op social media-platforms. "We zijn geschokt dat de Palestijnse Autoriteit de noodtoestand in verband met de pandemie gebruikt als een misselijk makend beleid," merkte Shayeb op.

Hij richtte zich tot de Palestijnse premier Mohammed Shtayyeh en voegde daaraan toe:

"Als u de noodtoestand wilt gebruiken voor meer inbreuk [op de openbare vrijheden] te maken, sterven we liever aan het coronavirus, maar niet aan dwang, onderdrukking en autoritarisme. Ofwel worden de vrijheden gevrijwaard, ofwel kondigt u in het openbaar aan dat u niet beter bent dan anderen als het gaat om het schenden van de openbare vrijheden. We willen niet dat onze medeburgers over ons heen rennen met de coronavirusvrachtwagen of onze tongen afsnijden."

Terwijl veel journalisten klaagden over aanvallen op de vrijheid van meningsuiting door de Palestijnse Autoriteit, onthulde de Palestijnse mensenrechtengroep Lawyers For Justice dat Palestijnse veiligheidstroepen op de Westelijke Jordaanoever het coronavirus hebben gebruikt om verschillende Palestijnse politieke activisten te arresteren.

In de afgelopen twee weken heeft de groep gezegd dat de Palestijnse veiligheidstroepen zes activisten hebben gearresteerd voor het uitvoeren van politieke en hulpactiviteiten tijdens de noodtoestand van het coronavirus. Het hulpwerk omvat de distributie van voedselpakketten aan behoeftige families, zo voegden Lawyers For Justice toe.

De zes gevangenen zijn: Mujahed Amarneh, Eyad Nasser, Mujahed Salim, Zakariya Khweiled, Ahmad al-Khawaja, en Mujahed al-Khatib.

"Tijdens zijn follow-up van deze gevallen van politieke gevangenen, namen de Lawyers For Justice nota van een falen [door de PA] om eerlijke gerechtelijke procedures te verzekeren," zei de bovengenoemde groep in een verklaring die op 20 april is gepubliceerd.

"We konden geen verzoeken indienen voor de vrijlating van de gedetineerden omdat de rechtbanken op vakantie zijn. De zes mannen werden gearresteerd vanwege hun politieke activiteiten en voor het uiten van hun mening [over sociale media]."

Muhanad Karajah, directeur van Lawyers for Justice, zei dat de Palestijnse veiligheidstroepen ook nog eens vijf politieke activisten hebben gearresteerd sinds de Palestijnse Autoriteit president Mahmoud Abbas vorige maand de noodtoestand afkondigde. "Een aantal van de gevangenen klaagde dat ze gemarteld waren terwijl ze in de gevangenis zaten," voegde Karajah eraan toe:

"Aan het begin van de [coronavirus] crisis hebben we slechts één politiek gemotiveerde arrestatie gedocumenteerd. Later echter begonnen wij rapporten te ontvangen over verscheidene mensen die of werden gearresteerd of voor het verhoor door de Palestijnse veiligheidsdiensten werden opgeroepen. Ik geloof dat er een besluit is van de politieke leiding om arrestaties [van politieke tegenstanders] uit te voeren. Ik geloof dat de arrestaties zullen doorgaan nadat de noodtoestand is opgeheven. Ik hoop dat internationale organisaties druk zullen uitoefenen op de Palestijnse Autoriteit en op degenen die haar financieren om de arrestaties van politieke activisten en mensenrechtenactivisten te stoppen".

Palestijnen die dachten dat de uitbraak van de coronaviruspandemie hun leiders ertoe zou aanzetten slechte gewoontes te vervangen door goede, zijn teleurgesteld. De Palestijnse leiders hebben nooit kritiek getolereerd, vooral niet als die afkomstig is van Palestijnse journalisten en politieke activisten.

Voor deze leiders is de noodtoestand een geschikte gelegenheid om critici te intimideren en het zwijgen op te leggen. De schorsing van de salarissen van de twee journalisten is bedoeld om alle journalisten te waarschuwen: "Als u iets negatiefs durft te zeggen over uw leiders, zult u uw broodwinning verliezen."

Bassam Tawil is een moslim-Arabier uit het Midden-Oosten.

Vertaling door W.J. Jongman en H. Sleijster

© 2020 Gatestone Institute. Alle rechten voorbehouden. De artikelen hier afgedrukt geven niet noodzakelijkerwijs de standpunten weer van de vertalers of van Gatestone Institute.

Bron: Palestinians: Using Coronavirus to Silence Critics