www.wimjongman.nl

(homepagina)

Irans Postmoderne Jihad tegen de Joden

Door Dr. Reza Parchizadeh - 20 juli 2020

( )

De Imam-moskee, Isfahan, Iran, beeld via Wikipedia

BESA Center Perspectieven Papier nr. 1.651, 20 juli 2020

SAMENVATTING: De opkomst van het islamisme als postmoderne ideologie is onlosmakelijk verbonden met een aangeboren, en fundamenteel antisemitische, ontkenning van de Joodse staat. Het voortbestaan van Israël is afhankelijk van de nederlaag van het islamisme en de ontwikkeling van de liberale democratie in het Midden-Oosten.

De benadering van het islamitische regime van Iran ten opzichte van Israël is niet gebaseerd op de materialistische kosten-batenanalyse die gebruikelijk is in de politiek in het Westen en het grootste deel van de rest van de wereld. Het is eerder een apocalyptische houding die geworteld is in een versluierde (en soms niet zo versluierde) vorm van postmodern antisemitisme dat netjes kan worden gedefinieerd als een jihad op de Joden. Dit eigentijdse soort antisemitisme wordt uitgevoerd door een wereldwijd conglomeraat van islamisten en linksen die zich richten op Israël als het voorouderlijk huis van het Joodse volk. BDS is de meest flagrante manifestatie van dit schijnhuwelijk, maar de anti-Israëlische band die islamisten en linksen delen heeft diepe wortels en gaat veel verder terug.

In de hitte van de jaren zestig van de vorige eeuw begonnen veel sympathieke Iraanse islamisten en linksen aan een epische reis naar de Levant, in het bijzonder naar Syrië en Libanon, om enerzijds de strijd tegen Israël aan te binden en anderzijds het fortuin van de sjiitische bevolking te veroveren. Toen koning Hoessein van Jordanië Yasser Arafat en zijn Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) verjoeg omdat ze probeerden de Hasjemitische monarchie omver te werpen, verplaatste de terreurgroep haar hoofdkwartier naar Beiroet via de bemiddeling van andere Arabische leiders. Daar verenigden de radicale Iraanse islamisten en linksen zich (om verschillende redenen) met Arafat, en gingen zij de strijd aan met pro-Westerse en pro-Israëlische maronitische christenen. Dit leidde tot de verwoestende Libanese Burgeroorlog (1975-1990), tot nu toe de langstlopende burgeroorlog in de hedendaagse geschiedenis van het Midden-Oosten.

De Libanese Burgeroorlog bleek een van de belangrijkste factoren te zijn die de islamisten aan de macht bracht in Iran. Deelname aan die oorlog verharde de islamistische en linkse strijders die hun nieuw verworven strategische en militaire vaardigheden zouden uitbuiten om het door het Westen gesteunde regime van de Sjah omver te werpen. Tijdens en direct na de Revolutie van 1979 in Iran zouden deze terugkeerders de zogenaamde "linkervleugel" van de prille Islamitische Republiek vormen. Beter bekend als de "lijn van de Imam" vanwege hun nabijheid tot Khomeini, waren zij een meedogenloze anti-Israëlische en anti-Westerse factie die zich tegen elke prijs toelegde op de "export van de revolutie" buiten de grenzen van Iran.

Daarom hadden ze het Pahlavi-regime niet eerder omvergeworpen dan dat ze Arafat naar Iran brachten en Khomeini onvoorwaardelijke steun aan zijn zaak lieten toezeggen. Iets later, in het begin van de jaren tachtig, zouden ze met de hulp van de Islamitische Revolutionaire Garde (IRGC) Hezbollah in Libanon oprichten. De beruchte Iran-Contra-affaire, waarbij hoge VS-functionarissen wapens verkochten aan Iran en de opbrengst gebruikten om de Nicaraguaanse Contra's te financieren, werd door de linkse factie ontmaskerd als een aanwijzing dat het Iraanse systeem was uitverkocht aan de VS en Israël. Op dat moment is Khomeini in actie gekomen om te voorkomen dat er scheuren in de gelederen van het regime zouden ontstaan. Het fortuin van de lijn van Imam nam vanaf dat moment geleidelijk af, totdat het na de dood van Khomeini in 1988 volledig werd overschaduwd door de Khamenei-factie.

Na verloop van tijd ontwikkelde de overwegend ideologische antipathie van het islamitische regime jegens Israël zich tot een grootse politieke strategie voor de opbouw van een imperium in het Midden-Oosten en daarbuiten. Na de lang gekoesterde aspiraties van de "heropleving van de Dar al-Islam (Huis van de Islam)" en de "leiding van de Islamitische Wereld" die begon met Khomeini en meer systemisch voortgezet werd onder Khamenei, exploiteert de Islamitische Republiek de Israëlofobie als een strategische hefboom om haar doelen onder de Moslim-meerderheid naties in de regio en de politieke Linkerzijde in het Westen te bevorderen.

Ondanks hun verschillen zijn zowel sjiitische als soennitische fanatici verenigd in hun haat tegen Israël, wat hen in hetzelfde schuitje zet voor wat betreft de linkse partijen in het Westen. Het kunstzinnige islamitische regime maakt gebruik van dit punt van convergentie tussen islamitische fanatici en links om haar project van ideologische en territoriale expansiedrang in het Midden-Oosten te bevorderen en zijn aanwezigheid in het Westen te consolideren. Daarbij komen nog de voortdurende pogingen van het regime om het Arabisch-Israëlische vredesproces een duwtje in de rug te geven, met name door ondersteuning van sektarisme, terrorisme en oorlog.

Het islamitische regime beschouwt hun vaak herhaalde zinsnede "Israël moet van de aardbodem worden geveegd" niet als een loutere slogan. Het heeft er principieel naar gehandeld en doet dat nog steeds. In 2006 liet het regime Hezbollah een dodelijk en vernietigend spervuur van meer dan 4000 raketten op Israël los in de loop van een maand, waardoor ernstige schade werd aangericht aan steden in Noord-Israël en 165 Israëlische militairen en burgers werden gedood. In het afgelopen decennium heeft het regime gebruik gemaakt van de Syrische Burgeroorlog om haar strijdkrachten te stationeren aan de Israëlische grens, van waaruit ze voortdurend op het grondgebied van het kleine land binnendringen en het bedreigen met drones, raketten en mortieren. Onlangs heeft het regime geprobeerd Israëlische burgers te treffen door middel van geavanceerde cyberaanvallen. In april van dit jaar hebben Iraanse hackers een cyberaanval uitgevoerd op het Israëlische waterbeheersysteem om het chloorgehalte in de nationale watervoorziening te verhogen met als doel een massavergiftiging van de Israëlische burgers te veroorzaken. Onlangs, ter gelegenheid van Quds Day, gebruikte de Opperste Leider, terwijl hij alle moslims hartstochtelijk opriep om een jihad op Israël uit te voeren, de nazi-term "Endlösung" om te beschrijven wat volgens hem het lot van de Joodse staat zou moeten zijn.

Het islamitische regime in Iran streeft, zowel om diepgewortelde ideologische redenen als voor grootse strategische doeleinden, obsessief en doelbewust de ontkenning en, indien mogelijk, de volledige vernietiging van Israël na. Daarom zal het regime, ook al lijdt het onder de "maximale druk"-campagne van Trump, zijn gedrag niet veranderen. Het uitwissen van Israël is essentieel in zijn aard.

Elke poging om het islamitische regime in de liberale wereldorde te "normaliseren" zonder rekening te houden met hun inherente antipathie jegens Israël, tot nu toe de enige liberale democratie in het Midden-Oosten, zal de Joodse staat voor een existentiële dreiging plaatsen. In de afgelopen jaren heeft de tactische oorlog tussen de oorlogen in Israël de reikwijdte en de intensiteit van de jihad van het islamitische regime op de Joden aanzienlijk beperkt. Maar om de jihad voor eens en altijd een halt toe te roepen, moet het Westen een consistente en robuuste strategie ontwikkelen om het islamitische regime in Iran te vervangen door een liberale democratie. Die grote strategie moet nog komen.

Dr. Reza Parchizadeh is politiek theoreticus, historicus en senior analist.

Bron: Iran’s Postmodern Jihad Against the Jews