(homepagina)

Deel Acht: Wie waren de Nephilim?

April 2011 | door Douglas Hamp

()

Eerder zagen we dat de zonen van God in feite gevallen engelen (demonen) waren die betrekkingen hadden met de dochters van Adam. Hun samenkomen produceerde de unieke nakomelingen, die de Bijbel Nephilim noemt.

“ In die dagen, en ook daarna, waren er reuzen op de aarde, toen Gods zonen bij de dochters van de mensen waren gekomen en die kinderen voor hen baarden; dit zijn de geweldenaars van oude tijden af, mannen van naam.” (Genesis 6:4).

Het Hebreeuwse woord Nephilim komt van de wortel naphal met de betekenis van vallen. Gesenius in zijn Hebreeuwse Lexicon merkt op: “Degenen die de passage in Genesis interpreteren over de val van de engelen, zijn gewend om het weer te geven als [נְּפִילִ֛ים] dalers, rebellen, afvalligen.” De Griekse Septuagint, vertaalde ongeveer 270 voor Christus het woord als “de reuzen” (oi Gigantes οι γιγαντες). We bevinden dat hetzelfde woord is gebruikt in de klassieke Griekse literatuur met het verwijzen naar mensen of wezens die half god en half mens zijn. [100] Jonathan M. Hall in zijn boek etnische identiteit in de Griekse oudheid merkt op dat gegenes in feite betekent “aards geboren”: Vanaf de tijd van de Ilias, werd Erekhtheus behandeld als een zoon van de aarde, en Herodotus noemt hem gegenes ( “aards geboren”) [101] “gigantisch” of “monsterlijk”.

In de Griekse mythologie waren de Reuzen (uit gegenes) de kinderen van de Hemel (Uranos Ουρανός) en Aarde (Gaea Γαία) (hoewel sommigen beweren dat hun vader de hel was Tartaros [102]). “De reuzen uit de Griekse mythologie, of Gigantes (‘op aarde geboren’), zoals ze genoemd worden in de Griekse taal, waren een klasse van reusachtige en menigmaal monsterlijke mannen die nauw verwant waren aan de goden.” [103] Denk ook Kekrops , die volgens Apollodorus (iii 14. § 1, & c.) de eerste koning van Attica was, en bekend stond als “een gêgenês, wiens lichaam voor het bovenste deel was als een mens, terwijl het onderste deel was als die van een draak.” [104]

Als de vertalers van de Septuaginta niet wilden dat we dachten over halfgoden of mannen met enorme gestaltes, dan hebben ze zeker het verkeerde woord genomen! Echter, met gebruik van gegenes begrepen zij de hybriden van gevallen engelen (“de goden”) en vrouwen, en kozen ze voor het perfecte woord voor de parallelle bijbelse beschrijving van deze goddeloze en onnatuurlijke wezens van die zonen van God die (uit de hemelse gewesten) naar beneden naar de aarde kwamen met het vaderschap van kinderen. Gezien de blootstelling die de Alexandrijnse joden zeer zeker moet hebben gehad van de Griekse literatuur en de vele verhalen over reuzen, zouden we hun getuigenis volledig negeren als we het woord anders begrijpen dan wezens die hybriden waren van gevallen engelen en mensen - die ook kolossaal van gestalte waren. In feite, in de Griekse mythologie waren deze reuzen soms 30 meter hoog! Als de vertalers alleen maar hadden willen aangeven dat deze mannen de nakomelingen waren van de goddelijke lijn van Seth en de goddelozen lijn van Kaïn, moesten ze toch hebben gekozen voor een ander woord.

Targum Jonathan vertaalt Genesis 6:4 als; “Schamchazai en Uzziël, vielen uit de hemel, en waren op de aarde in die dagen.” Shamchazai en Uzziël waren gevallen engelen die we zagen in het boek Henoch als degenen die de dochters van de mensen namen. Targum Jonathan voegt specifiek eraan toe “die vielen uit de hemel” daarmee het geven van een getuigenis over hoe zij het woord Nephilim begrepen. Targum Onkelos vertaalt het vers op een vergelijkbare manier:. “Gianten waren op de aarde in die dagen, en ook toen, nadat de zonen van de machtige was gegaan tot de dochters van de mensen” (Targum Onkelos, Genesis 6:4 mijn cursivering). De interpretatie van dit vers is zeer consistent in de oude getuigen: Demonen kwamen uit hun woning en namen vrouwen en met hun seksuele vereniging kwam er een ras van reuzen die waren hybriden: half-mens en half-demon.

Als men zou vragen hoe er daarna nog Nephilim zouden kunnen zijn, toen ze allemaal vernietigd waren in de vloed is het antwoord eenvoudig: de vaders van de Nephilim waren demonen. Hoewel het erop lijkt dat de demonen die de lijn overschreden in de vermenging met mensen in de put werden gegooid, dan moeten andere demonen vrouwen hebben gehad en de Nephilim met hen, na de zondvloed. Als gevolg daarvan hebben we ontdekt dat er Nephilim waren in het land Kanaän als de kinderen van Israël aankwamen om bezit te nemen van het hun Beloofde Land. Bij het zien van de Nephilim verloren zij het geloof dat God de strijd voor hen kon winnen en werden ze dus teruggebracht naar de woestijn waar ze gedurende veertig jaar rond zwierven. Toen ze terug kwamen in het land veertig jaar later, waren de Nephilim er nog, maar de kinderen van Israël vertrouwden eindelijk op God.

Volgens de Bijbel, wie waren de Nephilim?

Kijkend naar de oude vertalingen geven die ons een goed begin van wat het woord Nephilim betekent. Laten we nu eens kijken naar wat nog meer de Bijbel te zeggen heeft over deze gigantische half-mens, half-demon hybriden. Eerst en vooral merken we op dat er een reeks verzen zijn die fungeren als vergelijkingen net alsof je zegt: A = B = C Hoewel elke letter uniek is en een andere naam heeft, de waarde is hetzelfde voor iedereen. Bijvoorbeeld vier kwartjes is gelijk aan tien cent, die gelijk zijn aan een Gulden. Op dezelfde manier laten de verzen over de Nephilim ons zien dat ze bekend waren onder verschillende namen in verschillende landen, maar ze waren gelijk en een en dezelfde.

De volgende tabel toont de vergelijking van de reuzen met elkaar wat verschijnt in de Schrift. In de linker kolom is de naam gegeven aan een groep van reuzen (te beginnen met de Nephilim) met een is gelijk teken voor de naam van de corresponderende reuzen in een andere plaats. De rechterkolom geeft de afgeknotte deel van de Schrift dat de relatie bewijst. De volledige verzen zijn opgenomen in bijlage vier voor onderzoek (ESV wordt gebruikt voor de duidelijkheid van de namen).

Tabel: Correlatie van Namen van de Nephilim

Namen Schrift (mijn cursivering)
Nephilim = Anakim Wij hebben er ook reuzen gezien, nakomelingen van Enak, afkomstig van de reuzen [Nephilim], (Numeri 13:33)
Enakieten = Refaim = Emieten De Emieten woonden er vroeger in, een groot en talrijk volk, even lang als de Enakieten. Zij werden ook tot de Refaïeten gerekend, evenals de Enakieten, maar de Moabieten noemden hen Emieten (Deuteronomium 2:10,11)
Refaim = Zamzummim = Enakieten Ook dit werd tot het land van de Refaïeten gerekend. De Refaïeten woonden er vroeger, maar de Ammonieten noemden hen Zamzummieten, een groot en talrijk volk, even lang als de Enakieten (Deuteronomium 2:20-21a).

Og, King of Bashan = Rephaim Want alleen Og, de koning van Basan, was van de rest van de Refaïeten overgebleven. (Deuteronomium 3:11)

Basan = Refaim

Dat hele deel van Basan heet het land van de reuzen, (Deuteronomium 3:13).

Sihon van de Amorieten = Refaieten = Amorieten

Want Hesbon was de hoofdstad van Sihon, de koning van de Amorieten (Numeri 21:26).

Og, de koning van Basan = reuzen = Amorieten

Zijn land en het land van Og, de koning van Basan, de twee koningen van de Amorieten, die leefden ten oosten van de Jordaan;. (Deuteronomium 4:47) Wat u gedaan heeft aan de twee koningen van de Amorieten [...] Sihon en Og. (Jozua 2:10).
Goliath en zijn broers = Enakieten = Refaim In Gath, waar een man van grote gestalte was, [...] en ook hij was een afstammeling van de reuzen [reuzen, LXX leest: van de reuzen, γιγαντων]., (2 Samuël 21:20) Lahmi de broer van Goliath de Gathiet [Gath]. [...] Aan Gath, [...] ook hij was een afstammeling van de reuzen [reuzen, LXX luidt als volgt: reuzen, γιγαντες]. [...] Deze waren afstammelingen van de reuzen in GATH (1 Kron. 20:5-6-8).

De Amorieten

Naast de bovenstaande verzen, zien we dat Abraham de eerste was die de reuzen in het land tegenkomt, de Zuzim (vermoedelijk de Zamzummim) en Emieten. Ze verbleven daar gedurende de dagen van Jozua en de Richteren.

Na de slag, die Abram leidde om zijn neef Lot te redden, kwam God en beloofde Abram dat hij een zoon zou krijgen en het land zou beërven. Hij zegt dan iets heel interessants over de Amorieten: “ De vierde generatie zal hier terugkeren, want de maat van de ongerechtigheid van de Amorieten is tot nu toe niet vol.” (Genesis 15:16). Merk op dat de reden, dat zijn nakomelingen terug zullen komen in de vierde generatie, is, vanwege de ongerechtigheid van de Amorieten wat suggereert dat de Amorieten, die de Nephilim waren, een dergelijk groot kwaad uitvoerden in die tussentijd.

De volgende ontmoeting met de Amorieten was net nadat Israël de wet had ontvangen bij de berg Sinaï. Binnen een jaar tijd, leidde God hen tot aan de grens van het Beloofde Land en God vermelde specifiek dat Zijn Engel “ Mijn Engel zal namelijk vóór u uit gaan en u brengen bij de Amorieten en de Hethieten en de Ferezieten en de Kanaänieten en de Hevieten en de Jebusieten, en Ik zal hen uitroeien. U mag zich voor hun goden niet neerbuigen en ze niet dienen. U mag niet doen overeenkomstig hun werken. Voorzeker, u moet ze volledig omverhalen en hun gewijde stenen helemaal in stukken slaan.” (Exodus 23:23,24). We zien dat de Amorieten nog in het land zijn in de tijd van de richters uit de passage “En Ik zei tegen u: Ik ben de HEERE, uw God! Vrees de goden van de Amorieten niet, in wier land u woont. Maar u hebt niet naar Mijn stem willen luisteren.” (Richteren 6:10).

Tot slot het moment van de waarheid voor de Israëlieten kwam na het komen uit Egypte, toen ze aankwamen op de grens van het Beloofde Land, in Kades Barnea. Ze stuurden de spionnen naar het land die toen ze terug kwamen zeiden dat het land helemaal was zoals God had gezegd dat het was.

“In het Zuiderland woont Amalek, in het bergland wonen de Hethieten, de Jebusieten en de Amorieten, aan de zee en aan de oever van de Jordaan wonen de Kanaänieten. Toen bracht Kaleb het volk tegenover Mozes tot bedaren, en zei: Laten wij vrijmoedig optrekken, wij zullen het land in bezit nemen, want wij zullen het zeker overmeesteren. Maar de mannen die met hem opgetrokken waren, zeiden: Wij kunnen tegen dat volk niet optrekken, want het is sterker dan wij. En zij lieten een kwaad gerucht uitgaan bij de Israëlieten over het land dat zij verkend hadden, door te zeggen: Het land waar wij doorgetrokken zijn om het te verkennen, is een land dat zijn inwoners verslindt, en heel het volk dat wij in het midden daarvan gezien hebben, bestaat uit mannen van grote lengte. Wij hebben er ook reuzen gezien, nakomelingen van Enak, afkomstig van de reuzen. Wij waren in onze eigen ogen als sprinkhanen, en zo waren wij ook in hun ogen.”(Numeri 13:29-33,).

Het feit dat God de Israëlieten geboden had om man, vrouw en kinderen te vernietigen wordt logisch als we begrijpen dat (zoals de tekst zegt) alle mensen in het land niet alleen maar zonen van Adam waren, maar ook een mix waren tussen de zonen van God (demonen) en menselijke vrouwen net als in de dagen van Noach.

Deel zeven

Deel negen

Bron: DouglasHamp.com - Researcher and Teacher of God's Word From Creation to the End Times

Printen??? Spaar papier en inkt.