(homepagina)

Na Genève: "De islamitische bom"

door Guy Millière | 20 december 2013

Op de dag dat de "interim-overeenkomsten" werden geratificeerd in Genève, 24 november 2013, werd de Iraanse Minister van buitenlandse zaken, Mohammad Javad Zarif, glimlachend gefotografeerd. Hij had dan ook goede reden voor een tevredenheid, aangezien sinds het Verdrag van München in 1938, westerse leiders zo veel voor zo weinig hebben gegeven. Zoals Bret Stephens schreef in The Wall Street Journal, gedroegen deze westerse leiders in Genève zich zelfs schandaliger dan zij die naar München waren gekomen.

In München waren slechts twee westerse politici aanwezig, Chamberlain en Daladier; de Verenigde Staten was er niet bij betrokken. Op de foto's keken vervolgens alle deelnemers bezorgd.

Winston Churchill leverde na München, de beroemde zin af: "U kreeg de keuze tussen oorlog en schande. U koos schande en u zult oorlog krijgen". Na Genève was Israël's eerste Minister, Binyamin Netanyahu de enige leider die meningsverschillen uitte. Hij sprak van een "historische fout". Diplomatiek kon hij niet spreken van schande, hoewel het heel duidelijk schande bleek te zijn. En hij kon werkelijk het woord "verraad" gebruiken.

In München was het grote, onuitgesproken item in de kamer de vervolging van de Joden in Europa. Hoewel Chamberlain en Daladier alles wisten over de verspreiding van antisemitische handelingen en besluiten sinds Adolf Hitler aan de macht kwam, kunnen ze gedacht hebben dat ze in een zwakke positie zaten, en maakten zich niet echt zorgen over de Joden. Ze praktizeerden opzettelijke blindheid. Hitler zag dat - en de Kristallnacht, minder dan zes weken later, was het gevolg in Duitsland: een nacht waarin meer dan 91 Joden werden vermoord en er 30.000 werden gearresteerd en naar concentratiekampen gezonden, Joodse huizen, bedrijven, ziekenhuizen, scholen werden geplunderd, en meer dan 1.000 synagogen verbrand.

In Genève was het grote, onuitgesproken item in de kamer: Israël. Laurent Fabius, Guido Westerwelle, Catherine Ashton en John Kerry wisten alles over de oproepen tot het vernietigen van Israël, decennialang uitgesproken door Iraanse leiders. Zij zaten in een positie van macht, maar hadden blijkbaar geen zorgen over Israël. Ze praktizeerden opzettelijke blindheid. Mohammad Javad Zarif heeft dat gemerkt. Ali Khamenei in Teheran heeft het ook gemerkt. Er is nog geen Kristallnacht gepleegd tegen Israël - nog niet.

( )

Amerikaanse minister van buitenlandse zaken John Kerry (3de van rechts), Iraanse minister van buitenlandse zaken Javad Zarif (4de van links), en andere ministers van buitenlandse zaken, luisteren als EU hoge vertegenwoordiger Catherine Ashton (3e van links) spreekt in Genève na onderhandelingen met Iran op 24 nov. 2013. [State Department Foto / Public Domain]

Het is onmogelijk om het bewijs te verbergen: Israël staat alleen, verlaten door een land dat verondersteld werd een bondgenoot te zijn.

Sancties tegen Iran zijn gedeeltelijk opgeheven; die nooit weer worden hersteld. Miljarden dollars zullen nu vloeien naar de kas van de Iraanse regering.

Iraanse leiders kunnen bezig blijven met het verrijken van uranium en bouwen aan een voor wapens opgewaardeerde plutoniumreactor; en het bieden van ondersteuning aan de bloedbaden in Syrië; en de financiering van terroristische organisaties zoals de Islamitische Jihad en Hezbollah, en om Israël, een collega lid-staat van de Verenigde Naties - wat illegaal is onder het VN-Handvest - straffeloos te bedreigen. De internationale erkenning die de Iraanse leiders nu genieten zal van al hun activiteiten een aanfluiting van de mensenrechten maken, en het legitimeren.

De Iraanse leiders blijven hun inspanningen ontkennen betreffende het ontwikkelen van wat onlangs de Amerikaanse Senator Daniel Patrick Moynihan "de islamitische bom" noemde. Maar men zal die ontwikkelen, hoe dan ook. Ze weten blijkbaar ook dat Israël niet militair zal ingrijpen tegen hen zonder groen licht van de Verenigde Staten, en dat de "overeenkomst" in Genève een enorm rood licht is. Zij nemen de gezamenlijke militaire oefening van de VS-Israël die gepland is in mei 2014 voor wat het is: een middel om het Israëlische leger tegen te houden gedurende de komende zes maanden.

De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken John Kerry die opnieuw naar Israël kwam op 6 december 2013, om te bevestigen dat de veiligheid van Israël "boven aan de Amerikaanse agenda staat". Hij benadrukte dat "er geen overeenkomst wordt ondertekend die de veiligheid van Israël niet verbetert". Eerste Minister Netanyahu had alle reden om sceptisch te zijn. Hij bevestigde nog eens Israëls positie: een definitief akkoord moet "een volledig einde zijn van het Iraanse nucleaire vermogen".

De volgende dag in het Saban Forum in Washington erkende de president van de Verenigde Staten Barack Obama het "recht van Iran" op een "vreedzaam" nucleair programma en "een bescheiden uraniumverrijking", en om zijn standpunt duidelijk te maken, kwalificeerde hij Netanyahu's standpunt als "onrealistisch".

Netanyahu herhaalde Israëls ondubbelzinnige standpunt, en voegde eraan toe: "Het Iraanse regime is toegewijd aan onze vernietiging."

Een recente enquête uitgevoerd voor het Israëlische Instituut van Democratie toonde de groeiende scepsis van het Israëlische publiek aan: 49% van Israëlische Joden gelooft dat Israël moet naar streven naar nieuwe bondgenoten en niet langer vertrouwen op een sterke vriendschap van de Verenigde Staten - een percentage dat ongekend is.

Slechts 18% van de gevraagden is van mening dat de akkoorden van Genève het militaire nucleaire programma van Iran zullen beteugelen; 77% denkt dat het programma ongestoord zal doorgaan en een existentiële bedreiging voor hun land zal worden.

In een column op 25 november schreef Jerusalem Post columnist Caroline Glick dat het doel van deze ondertekende overeenkomsten niet was, "het voorkomen dat Iran een kernmogendheid werd", maar "het verzwakken van de staat Israël".

Een paar dagen geleden zei de Canadese schrijver David Solway het heel eenvoudig: "De overeenkomsten bedreigen het voortbestaan van Israël. Ze [Obama en Kerry] zouden graag zien dat Israël... naar de wandelgangen van de geschiedenis wordt verbannen."

Toen de "interim-overeenkomsten" werden ondertekend, was de reactie van de Amerikaanse media gemengd. Debatten vonden plaats, en veel harde kritiek en bijval werd er gezien.

In Europa waren de media met eenparigheid van stemmen gunstig. Sommige waren enthousiast. Verschillende commentatoren hebben met duidelijk genoegen opgemerkt dat Israël nu "geïsoleerd" was en in een "precaire situatie" zat.

In 1938 waren de toonaangevende Europese kranten net als de vooraanstaande Europese politici: onverschillig tegenover het lot van de Joden. In 2013 zijn de toonaangevende Europese media en kranten zoals de vooraanstaande Europese politici: onverschillig tegenover het lot van Israël.

Israël is gedurende decennia niet zo geïsoleerd geweest. Kerry, Obama, en de Europese leiders lijken te profiteren van de situatie om een maximale druk op Israël uit te oefenen over de "Palestijnse kwestie" en de noodzaak van het creëren van een "levensvatbare Palestijnse staat", zo spoedig mogelijk. Het Palestijnse leiderschap is meer en meer onbuigzaam.

De Israëlische regering weet dat het niet op iemand kan vertrouwen op dit moment. Ze weet ook dat Israël niet het enige land is dat getroffen wordt door de Genève "interim-overeenkomst".

De Saoedi's begrijpen dat hun land onder toenemende dreiging staat, en dat Alliantie tussen de VS en Saoedi-Arabië zich ontrafelt. Prins Mohammed bin Nawaf bin Abdulaziz, de Saudische ambassadeur in Londen, heeft ondubbelzinnige opmerkingen gemaakt over de positie van de Saoedi-Arabische leiders: "We gaan niet werkeloos zitten kijken... door niet serieus na te denken hoe wij ons land en onze omgeving het beste kunnen verdedigen." De Golfstaten lijken zich misschien zelfs nog meer rechtstreeks bedreigd te voelen.

In een nota gepubliceerd 3 december op zijn Facebook-pagina, schreef Mohammad Jarad Zarif van Iran over zijn bereidheid om "Saoedi-Arabische officials te ontmoeten voor gesprekken die gaan over zowel landen, onze regio en de hele islamitische wereld". Hij bezocht de Golfstaten om ministers en koningen te ontmoeten en sprak over de noodzaak van "warmere banden" tussen hen en Iran.

Een paar dagen later toonde Ali Larijani, de voorzitter van het Iraanse Parlement en senior onderhandelaar bij het nucleaire programma van Iran tot 2007, dat deze "openingen" naar Saoedi-Arabië en de Golfstaten geen afbreuk deden aan de positie van het regime en in wezen een poging waren om Israël nog verder te isoleren. "Het Zionistische regime is een moderne vorm van racistisch fascisme," zei hij, en voegde eraan toe dat de overeenkomst van Genève een "geweldige overwinning" was voor Iran en een "grote stap voorwaarts" voor het regime.

Wie zou het beter kunnen zeggen?

Bron: After Geneva, "The Islamic Bomb" :: Gatestone Institute

printen??? spaar papier en inkt.