()

Beschermen wij onze bezit?

Artikel door Jack Kelley

In de duidelijkste boodschap die de Heer mij ooit gegeven heeft sinds een lange tijd, zei Hij, om nu te schrijven over deze dingen. Ik was in bed en half in slaap toen het bericht kwam. Bang om het te vergeten, stond ik op en maakte een aantal willekeurige notities en ging toen terug naar bed. Toen ze nog zinvol waren de volgende ochtend besloot ik dat het echt van Hem moest zijn geweest. Hier is de boodschap die ik kreeg.

De menselijke religie vertelt ons:

Voor onze redding, is geloof en daden nodig. Voor onze gezondheid, is geloof en de moderne geneeskunde nodig. Voor ons leven, is geloof en zelfredzaamheid nodig.

De meerderheid van de religieuze mens denkt dat het geloof slechts een deel is van de mogelijkheid die leidt tot succes. Ze denken dat geloof een goed begin is, maar moet worden aangevuld door de menselijke inspanning om het resultaat te geven dat we willen bereiken.

Maar Gods Woord zegt ons:

U kunt niet God dienen en de mammon. (Matt. 6:24). Hij is een dubbelhartig man, onstandvastig in al zijn wegen. (Jakobus 1:7-8). Bewaar geen schatten op aarde (Matt. 6:19). ga heen, verkoop alles wat u hebt en geef het aan de armen en u zult een schat hebben in de hemel. (Marcus 10:21).

Volgens de Bijbel is geloof niet slechts een deel, maar de hele zaak. We wandelen in geloof of we doen het niet. Er is geen middenweg, geen evenwichtige aanpak, geen bescherming van ons bezit.

“En Hij zei tot hen een gelijkenis en sprak: Het land van een rijke man had veel opgebracht.
En hij overlegde bij zichzelf en zei: Wat zal ik doen? Want ik heb geen ruimte om mijn vruchten op te slaan.
En hij zei: Dit zal ik doen: ik zal mijn schuren afbreken en grotere bouwen en ik zal daarin al mijn koren en al mijn goederen opslaan.
En ik zal tegen mijn ziel zeggen: Ziel, u hebt veel goederen liggen voor veel jaren. Neem rust, eet, drink en wees vrolijk.
Maar God zei tegen hem: Dwaas! In deze nacht zal men uw ziel van u opeisen; en wat u gereedgemaakt hebt, voor wie zal het zijn?
Zo is het met hem die voor zichzelf schatten verzamelt en niet rijk is in God.”
(Lucas 12:16-21)

De gelijkenis van de rijke dwaas had deze boodschap. Hij was zich aan het voorbereiden op een toekomst die er nooit zou komen voor hem en in het proces daarvan miste hij een aantal kansen om zijn dankbaarheid te uiten voor de manier waarop de Heer hem gezegend had (en rijk te zijn in God). Wie onder ons kan de toekomst garanderen waarop we ons voorbereiden zoals die zal geschieden voor ons? In de tussentijd missen we hoeveel mogelijkheden om onze dank te betuigen aan God, door onze vrijgevigheid aan anderen? Er zijn mensen in elke gemeenschap die niet genoeg te eten hebben vandaag de dag. Hoe kunnen we dan verantwoorden het maximale opslaan voor onszelf vanwege de mogelijkheid voor moeilijke tijden in de toekomst als er een dringende nood om ons heen is, vandaag? De Heer vertelde ons dat we ons geen zorgen moesten maken over morgen, want morgen zal zijn eigen zorgen hebben. In plaats daarvan moeten we Zijn Koninkrijk zoeken en Zijn gerechtigheid en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden. (Matt. 6:31-34).

Onthoud dit: “En dit zeg ik: Wie karig zaait, zal ook karig oogsten; en wie zegenrijk zaait, zal ook zegenrijk oogsten.
Laat ieder doen zoals hij in zijn hart voorgenomen heeft, niet met tegenzin of uit dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief.
En God is bij machte elke vorm van genade overvloedig te maken in u, zodat u, wanneer u in alles altijd al het nodige bezit, overvloedig kunt zijn in elk goed werk.”
(2 Kor. 9:6-8)

De Heer heeft ons niet geroepen om goederen op te slaan voor onszelf in het geval we ze nodig zullen hebben in de toekomst, maar Hij heeft ons geroepen om te delen wat we nu hebben, met de belofte om ons meer te geven als wij dat doen. En voordat je zegt: “Hoe zit het dan met Jozef in Egypte?” Lees Genesis 41 opnieuw.

Bij het vernemen van de komende hongersnood, heeft Jozef de Egyptenaren niet vertelt om te beginnen met het opslaan van hun eigen voorraad. Integendeel, hij legde een 20% heffing op de oogst en verzamelde alle extra graan in Egypte gedurende zeven jaren van overvloed. Toen de hongersnood kwam verkocht hij het terug aan de mensen waarvan hij het had weggenomen. Als hij al hun geld had gekregen, nam hij hun dieren, en als hij al hun dieren had af genomen nam hij hun land, en uiteindelijk nam hij henzelf. Tegen het einde van de hongersnood was het volk van Egypte berooide slaven geworden die letterlijk toebehoorden aan de Farao (Genesis 47:13-21). Jozef had hem de rijkste man ter wereld gemaakt.

De enige vrije mensen in Egypte overbleven waren de farao, de priesters die hij ondersteunde en de 70 leden van de familie van Jakob, die nog nooit iets hadden bijgedragen aan Egypte, maar de meest vruchtbare grond kregen. Tot een paar jaar geleden was dat waarschijnlijk de grootste door de regering georkestreerde overdracht van rijkdom in de geschiedenis. Ik ben ervan overtuigd dat het belangrijkste doel van de hongersnood was, dat Jacob zijn familie naar Egypte kwam en de band herstelde met Jozef. Het was zeker niet bedoeld om het lot van de Egyptische bevolking te verbeteren.

“ Verzamel geen schatten voor u op de aarde, waar mot en roest ze verderven, en waar dieven inbreken en stelen;
maar verzamel schatten voor u in de hemel, waar geen mot of roest ze verderft, en waar dieven niet inbreken of stelen;
want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.”
(Matth. 6:19-21)

Maar zelfs als men geen rekening houdt met die uitkomst, is de hongersnood in Egypte geen model voor onze tijd. In tegenstelling tot Jozef, is ons vertelt om geen schatten op aarde op te slaan en ons zo voor te bereiden op een tijdelijke tijd van ontbering. Ons is verteld schatten op te slaan in de hemel om ons voor te bereiden op een permanente verhuizing.

“ Voorzie u niet van goud of zilver of kopergeld in uw gordels, of van een reiszak voor onderweg of twee stel onderkleren of sandalen of een staf. Want de arbeider is zijn voedsel waard.” (Matt. 10:9-10)

Dit was de opdracht van de Heer aan de 12 discipelen gaf, als Hij hen op weg stuurde om het goede nieuws te prediken. Wanneer je werkt voor Hem, zorgt Hij voor de kosten. Zelfs toen hij hen waarschuwde dat er moeilijke tijden stonden te wachten, zoals in Lucas 21:12-19, heeft Hij hen nooit het advies gegeven om een geheime plek in de bergen te zoeken, maar om standvastig te blijven in hun geloof dat Hij Zijn belofte zeker zal houden. En Zijn waarschuwing voor de mensen in Israël is, als de Grote Verdrukking begint, om niets mee te nemen wanneer ze vluchten, (Matt. 24:15-18).

Paulus complimenteerde de Macedonische kerken als ze vanuit hun eigen zware beproevingen kwamen, overvloeiende van vreugde voor de gelegenheid om anderen te helpen, en die in hun eigen extreme armoede een rijke vrijgevigheid demonstreerden. Paulus noemde dit een manifestatie van Gods genade (2 Kor. 8:1-2). Ze hadden alle reden om wat kleine extra’s op te slaan tegen een onzekere toekomst, maar in plaats daarvan waren ze graag in de gelegenheid om anderen te helpen die nog slechter af waren dan zij

Sommigen die pleiten voor het opslaan van dingen voor de toekomst beweren dat het een demonstratie van goed rentmeesterschap is. Maar de Bijbelse definitie van het rentmeesterschap is om over onszelf te denken als een distributiekanaal voor de Heer zijn zegen. “Geef en aan u zal gegeven worden: een goede, vastgedrukte, geschudde, overlopende maat zal men u in de schoot geven, want met dezelfde maat waarmee u meet, zal er bij u ook gemeten worden.” (Lucas 6:38). Onze taak is om het proces te beginnen door het geven vanuit onze eigen rijkdom. De Heer, houdt van een gulle gever, en Hij stuurt ons dan meer, zodat we meer te geven zullen hebben.

Onthoud dit: “ Wie karig zaait, zal ook karig oogsten; en wie zegenrijk zaait, zal ook zegenrijk oogsten.”. (2 Kor. 9:6)

Een boer weet dat de grootte van zijn oogst uiteindelijk zal worden bepaald door de wijze waarop hij het zaad zaait. Zou hij daarom zo weinig mogelijk zaaien en de rest verbergen uit angst dat hij niet genoeg zou hebben in de toekomst? Zaaien brengt ruim een ​​overvloedige oogst op om te verzekeren dat er meer dan genoeg zal zijn voor de consumptie nu en voldoende zaad om in de toekomst te zaaien.

“Hij nu Die de zaaier zaad verschaft, moge ook brood tot voedsel schenken en uw zaaigoed doen toenemen en de vruchten van uw gerechtigheid vermeerderen.
Zo zult u in alles rijk worden, tot alle vrijgevigheid in staat, een vrijgevigheid die door middel van ons dankzegging aan God teweegbrengt.”
(2 Kor. 9:10-11)

Zo is het ook met God. Royaal zaaien van de zegeningen die God ons heeft gegeven zal zorgen voor een overvloedige oogst. We zullen meer dan genoeg hebben voor onszelf waardoor er nog voldoende over is om te delen met anderen. En hoe royaler we zaaien, hoe royaler we zullen oogsten.

Waar in dit advies staat de voorwaarde om ervoor te zorgen dat we eerst aan onze eigen toekomstige behoeften moeten voldoen? In plaats daarvan is ons verteld dat we royaal moeten delen van wat we nu hebben, wat het enigste is dat ons kan garanderen dat aan onze toekomstige behoeften zal worden voldaan.

Je kunt tegen jezelf zeggen: “Mijn eigen kracht en de macht van míjn hand heeft dit vermogen voor mij verworven.
Maar u moet de HEERE, uw God, in gedachten houden, dat Hij het is Die u kracht geeft om vermogen te verwerven, opdat Hij Zijn verbond zou bevestigen, dat Hij onder ede met uw vaderen gesloten heeft, zoals het op deze dag nog is.”
(Deut. 8:17-18)

Net als de Israëlieten, zou je kunnen zeggen: “Het is mijn geld en ik kan doen wat ik wil.” Nogmaals, de Bijbel is het daar niet mee eens. Er zijn genoeg mensen die net zo slim zijn en net zo getalenteerd als u. Ook zij werken net zo hard als u werkt, maar komen niet in de buurt van wat u hebt. Het verschil is dat je gezegend bent door God. Dat kan zijn gekomen in de vorm van een kans die je toevallig kreeg, of het gezin waarin je geboren bent, of zelfs het land waar in u woont. Maar wat het ook was, is er geen exclusieve verbinding tussen uw vermogen en uw beloning. U bent niet de spreekwoordelijke zelfgemaakte man. Het feit is, dat u gezegend bent waar u bent en uw vrijgevigheid is een demonstratie van de mate waarin je dit begrijpt en er dankbaar voor bent.

Na een vorig bericht als deze vroeg iemand, wat we moeten doen? Alles weg geven en alleen maar leven van de hand in de tand? Op basis van Marcus 10:21 zou het antwoord kan ja zijn, maar vergeet niet, het komt uit Gods hand naar onze mond en we kunnen afhankelijk zijn van Hem.

Dit hoeft niet te beginnen als iets groots en men hoeft niet te werken via de gemeente als u dat niet wilt, hoewel sommige kerken veel programma’s hebben om anderen te helpen. Als de jouwe niet zo’n programma heeft dat u kan helpen om te starten, kunt men naar een lokale Voedselbank, daklozenopvang, of gelijkwaardig iets gaan. Je zou kunnen beginnen door gewoon uw “nood-voorrad” te verminderen en het overmaken van een bijdrage aan een van deze organisaties. Of je kan een garageverkoop doen om zich te ontdoen van een hoop dingen die je niet meer gebruikt en een cheque geven.

Terwijl je een aantal vragen kan stellen om erachter te komen wat ze doen en hoe groot de behoefte is. Bekijk alle lokale programma’s, waar je de Heer ziet werken. Ik beloof je dat het al snel zal uitgroeien tot de meest persoonlijk beloning voor wat je doet, en je zult de Heer danken dat jullie zo rijk worden gezegend. Selah 11-19-11.

Bron: Are We Hedging Our Bets? | GraceThruFaith

Printen??? Spaar papier en inkt.