(homepagina)

Een inleiding tot het begrijpen van de Moslim Broederschap

Het volgende artikel is van Foreign Policy Research Institute ( http://www.fpri.org/~~V ).

door Barry Rubin

Vandaag de dag, is de Moslim Broederschap de belangrijkste internationale politieke organisatie in de Arabisch-sprekende wereld. Het is de dominante partij in het parlement van Egypte, met het behalen van ongeveer 47 procent van de stemmen daar, en in de Tunesische regering, met 40 procent van de stemmen. In de vorm van Hamas, is het nu een expliciete tak van de beweging, in de Gazastrook.

Het heeft de leiding van de oppositie in de Palestijnse Autoriteit (West Bank) en in Jordanië, terwijl de lokale Broederschap de internationaal erkende leiderschap (de Syrische Nationale Raad) regelt van de Syrische oppositie in de burgeroorlog daar. Veel kleiner Broederschap groepen bestaan er ​​in verschillende andere Arabische landen.

Maar zelfs dat is niet alles. De Broederschap is uitgegroeid tot de belangrijkste groep onder moslims in Europa en Noord- Amerika, die maar al te vaak de gemeenschappen leiden en zijn zij het die omgaan met de overheid en de niet-islamitische samenleving. Er zij evenwel op gewezen, dat het een gedecentraliseerde organisatie is en er is geen nauwe coördinatie bestaat tussen de vestigingen in de verschillende landen.

Wat is het meest belangrijk is om te begrijpen over de Broederschap is dat, ondanks haar op religie gebaseerde ideologie, het in politieke termen moet worden bekeken, niet in theologische termen. Het is altijd al een revolutionaire organisatie geweest die beslag wil nemen op de staatsmacht en daarna deze grondig de samenleving te transformeren van waarin zij actief is.

Dit punt impliceert geen noodzakelijke tegenstelling tot de democratische verkiezingen of het spelen binnen het kader van de parlementaire regels. Immers, de Broederschap kandidaten liepen voor jaren mee in Egyptische verkiezingen onder het Mubarak regime, al was het niet voor de eigen partij, en speelde ook een parlementaire rol voor jaren in Jordanië. In de Gazastrook echter, nadat het meedeed in de Palestijnse verkiezingen en won, greep Hamas de macht met geweld. De Broederschap meest belangrijke ideologische adviseur, is de Egyptische, maar in Qatar wonende Yusuf al-Qaradawi, heeft sterk de electorale politiek onderschreven voor bijna een decennium. In reactie op Al-Qaida, die de verkiezingen verwerpen, zei al-Qaradawi dat er geen reden was om kandidaten mee te laten doen, in het bijzonder omdat de Broederschap zou winnen.

Vroege geschiedenis

De Moslim Broederschap werd opgericht in 1928 in Egypte door de onderwijzer Hasan al-Banna. Op dat moment stond de islam een relatief laag niveau in het beïnvloeden van de politiek. De directe inspiratie voor de nieuwe groep was de afschaffing van het kalifaat, dat ten minste twaalf eeuwen lang bestond sinds de islam begon, door de nieuwe Turkse republiek. Voor al-Banna en zijn vrienden, moest de islam worden hersteld tot het centrumpunt niet alleen sociaal maar ook politiek.

In die tijd, nationalisme was in het overwicht. Met de Britse hulp, tijdens de Eerste Wereldoorlog waren de ​​Arabische nationalisten in opstand gekomen tegen het Ottomaanse Turkse sultan-kalief, aan wie zij zogenaamd trouw verschuldigd waren in islamitische termen. Arabische landen die zich hadden gevormd waren geneigt in de richting van het secularisme. Islamisten waren een kleine minderheid, velen van hen zijn Arabieren die de verliezende partij waren door de Ottomaanse heerschappij te blijven steunen.

Er was een aantal vooraanstaande denkers in Egypte, met name Mohammed Abdu en Rashid Ridda, die had betoogd dat de islam was een belangrijk element was in de landen voor de nationale identiteit en ontwikkeling. Ze hadden echter de voorkeur voor een wat gemoderniseerde islam. De Broederschap vertegenwoordigde een meer conservatieve reactie op de veranderingen die plaatsvonden in Egypte en de Arabische wereld.

Tijdens de jaren 1920 en 1930, groeide de beweging snel, met de oprichting van vestigingen in andere landen, met name Syrië. Het reikte de hand uit naar bondgenoten, vooral de Groot-Mufti van Jeruzalem, Hajj Amin al-Husaini, en ontwikkeld contacten ver weg als naar het Indiase subcontinent. Maar over het geheel genomen bleef het een relatief kleine kracht in het Egyptische nationale leven gedomineerd door de koning en de relatief liberale partijen die een meer Europese- stijl systeem en wereldbeeld zochten voor het land.

Een belangrijk element in de ontwikkeling van de Broederschap was de bewondering voor en een eventuele alliantie met nazi- Duitsland. De Duitsers subsidieerden de Broederschap voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een hoogtepunt in de samenwerking kwam in 1942. Als Duitse troepen Egypte naderden vanuit het westen, was de Broederschap bereid een opstand uit te voeren en riepen op tot de massamoord op de Joden en Christenen in het land. Grote hoeveelheden Duits- geleverde wapens werden verborgen om klaar te zijn voor de opstand. Maar de Britten brachten het leger van generaal Erwin Rommel een nederlaag toe en met een beslissende Britse actie in Caïro hield men het land onder controle.

Na 1945 zat Egypte in een onstabiele situatie. De Broederschap organiseerde een geheime groep voor terrorisme activiteiten en ook, in 1947, voor vrijwilligers in de strijd om heel Palestina in een islamitische staat te veranderen, gewapend met de wapens die de Duitsers hen vijf jaar eerder van hadden voorzien. Een de soldaten was Yasser Arafat.

Als een revolutionaire situatie zich ontwikkelde in Egypte, verbood de monarchie de Broederschap in december 1948, de Broederschap vermoorde premier Mahmoud al- Nukrashi, en al-Banna werd vervolgens daarop vermoord, waarschijnlijk door de overheid als vergelding.

In plaats van dat de Broederschap, nu een radicaal nationalistische groep in het leger, de macht greep, in 1952, waarbij de Broederschap had gewerkt met veel van deze mensen in de anti-Britse en pro-Duitse beweging, hadden de officieren, geleid door Gamal Abdel Nasser, echter geen interesse in het delen van de macht of om een dergelijke sterke concurrent intact te laten.

Na een controversiële vermeende moordpoging op Nasser in 1954, verpletterden de nationalisten de Broederschap. De leiders werden gearresteerd, en naar concentratiekampen gestuurd, en zeer hardhandig aangepakt. Drie jaar later, kreeg de Syrische tak een soortgelijke behandeling door Nasser zijn collega’s. Onder de gevangenen in Egypte was Sayyid Qutb, een Islamitische theoreticus die verantwoordelijk is voor een groot deel van de basis van het moderne islamisme. Hij werd geëxecuteerd in 1966.

Vanaf het midden van de jaren 1950, ging de Broederschap ondergronds en in ballingschap. Op basis van banden met Saudi-Arabië, dat de financiering heeft aangeboden en een veilige haven, bouwde de Broederschap aan de internationale structuur. Een infrastructuur is opgebouwd in Europa, gevestigd in Duitsland en Zwitserland, om de beweging te laten overleven. Hoewel dit niet de bedoeling was, zou deze operaties van onschatbare waarde zijn in het verstrekken van een voet aan de grond door de Broederschap, decennia later, die zou helpen om een leidende rol te spelen in de nieuwe moslimgemeenschappen in Europa.

Herleving van de Broederschap

Nadat Nasser overleed in 1970, wilde zijn opvolger, Anwar al-Sadat, zijn basis tegen de linkse fractie versterken in het regime dat hem tegen hem was. Hij liet de Broederschap leiders uit de gevangenis halen en liet de beweging toe zich te laten herleven, zij het ​​niet officieel. In ruil daarvoor, beloofde de Broederschap om niet deel te nemen aan het geweld in Egypte, maar niet het voorkomen van geweld in het buitenland.

Gelouterd door hun lijden, waren de Broederschap leiders zeer voorzichtig. Ze verkondigde dat de huidige fase in de politiek er een was van basis-opbouw en het werven van (da'wa) maar niet van revolutionaire acties. Toch de opleving van de revolutionaire islamisme krachten bij de nieuwe denkers en activisten in Egypte, die ongeduldig waren over de voorzichtigheid van de Broederschap.

Zulke mensen verlieten regelmatig de Broederschap kleinere, om meer militante en soms gewelddadige groepen te vormen. Deze omvatten de Jihad beweging, die Sadat vermoorde in 1981 en waar de overlevende leiders uiteindelijk lid werd van Al-Qaida. Andere groepen hielden zich bezig met het organiseren van gemeenschappen. Een kleinere groep van relatieve gematigden drong er bij de Broederschap op aan om de Wahda partij te vormen en haar revolutionaire doelen te geven. De hervormers werden gedwarsboomd, verleiten uiteindelijk de Broederschap, en werd openlijk kritisch op hen.

Ten onrechte kwam de conclusie dat er een revolutionaire kans aanwezig was in de jaren 1990, als de militante groepen zich wenden tot het terrorisme en voor meerdere jaren Egypte werd geplaagd door geweld, met honderden gedode mensen. De Broederschap bleef afstandelijk en de overheid de bedwong de opstand.

Zo bleef de situatie tijdens de laatste twee decennia van het Mubarak-regime. In zijn belangrijkste uitdrukking tot de doelen, verspreiden de Broederschap leiders een politiek verklaring in 2007 dat onder haar bewind, “de Islam de officiële staatsgodsdienst is en dat de islamitische sharia de belangrijkste bron van wetgeving zal zijn.” Dit zou verenigbaar zijn met de democratie, omdat dit programma “zal worden uitgevoerd op een wijze die voldoet aan de [wil van de] natie, door middel van een parlementaire meerderheid verkozen in vrije, schone, en transparante verkiezingen.”

Echter, zou een Hoge Raad van Geestelijken worden ingesteld om te bepalen welke wetten aanvaardbaar zouden zijn. Met de belofte voor bescherming van de niet-islamitische burgers in hun praktijk van religie, zou de staat “ervoor zorgen dat er geen rituele propaganda, of bedevaart die in tegenspraak is met islamitische activiteiten kan worden uitgevoerd” wat zouden kunnen worden geïnterpreteerd, als bijvoorbeeld het verbieden van de bouw of herstellen van kerken en andere dingen.

De Broederschap functioneerde goed, maar zonder volledige juridische sancties. Het deed het goed in verschillende professionele verenigingen, over het algemeen in uitspraken van de artsen, advocaten, en andere organisaties. Bij verschillende gelegenheden in samenwerken met andere partijen om kandidaten onder hun partner auspiciën te laten meedoen, maar zelf werden geweigerd. De Broederschap had zo zelfs leden in het parlement, hoewel ze werden verkozen op de lijsten van andere partijen.

In het buitenland, bepleite de Broederschap een anti-Amerikanisme, geweld tegen de Verenigde Staten en terrorisme tegen Israël, dat land te laten sterven; en het anti-semitisme, in de verkondiging dat de joden het aangeboren kwaad waren en de vijanden van de islam.

De Syrische tak van de Broederschap probeerden een opstand in 1982 die werd onderdrukt door het regime met zware verliezen. De leiders vluchtten naar Europa. Broederschap groepen in Libanon, Irak en andere landen bleven klein. In Jordanië groeide de tak echter en vormde het Islamitisch Bevrijdings Front dee mee in de verkiezingen. Hoewel ze het goed deden in de stemming, is deze groep niet toegestaan door de monarchie -die de regels gemanipuleerd heeft en de resultaten- om te winnen en een regering te vormen.

De grootste uitbreiding was echter in het Westen. Als de islamitische immigranten naar Europa en Noord-Amerika kwamen, de Broederschap was de enige internationale Arabische organisatie die klaar was voor een sterke infrastructuur, een duidelijke ideologie, en voldoende financiering. Land na land is in beslag genomen met de leidende positie, hoewel het alleen de directe steun genoten heeft van een kleine minderheid in de gemeenschappen.

In de Gazastrook, bestond de Hamas uit een kleine tak van de Broederschap maar was nominaal onafhankelijk. Het werkt in het algemeen, maar niet altijd, samen met de PLO, in de geleidelijk verhoging van de aanvallen op Israëlische burgers. Hamas heeft de beslissing van Arafat afgewezen tot het aangaan van onderhandelingen met Israël in 1993, maar gebruikt de Palestijnse Autoriteit voor de eigen opbouwen. In 2000, sloot het weer een verbond met Arafat in de volgende opstand tegen Israël. Na het winnen van de verkiezingen, maakte het nog een deal met de Fatah nationalisten maar al snel verbrak men deze en lanceerde een staatsgreep met het in beslag nemen van de Gazastrook in 2007. In 2011, na de Egyptische revolutie, is Hamas formeel toegetreden tot de moslim Broederschap.

Revolutionaire strategie in de “Arabische Lente”

In het najaar van 2010 kreeg de Egyptische Broederschap een nieuwe leider, Mohammed al-Badi, die een dramatische toespraak maakte en het veranderen van de koers van de organisatie en het initiëren van een nieuwe revolutionaire fase. “De verbetering en verandering die de [Muslim] natie zoekt kan alleen worden bereikt door middel van de jihad en een opoffering met het opstaan van een jihad-generatie die streeft naar de dood net als de vijanden het leven nastreven.”

Volgens zijn analyse, was het moment gekomen om toe te slaan omdat de Verenigde Staten zwak was en in retraite (“In het ervaren van het begin van het einde en op weg naar haar ondergang”); de islamitische groeperingen waren Israël aan het verslaan en het Mubarak regime, -waarvan de leider ziek is en zijn keuze van de zoon als opvolger uiterst impopulair was,- stond op instorten. Een van de redenen voor die afgang, zoals al-Badi beweerde, was dat niet "Allah's gebod vervuld was voor het voeren van de jihad ...“ zodat Allah’s woord” ook zou heersen over alle niet-moslims.

De volgende februari, lanceerden de liberaal-radicale groepen, die met de Broederschap hadden samengewerkt, massale demonstraties in het centrum op het Tahrir Square. Bewust dat een hoge deelname repressie van de overheid zou kunnen krijgen en ze eerst wilden zien of de beweging erin slaagde alvorens mee te doen, hield de Broederschap zich afzijdig voor enkele dagen. Dan, als de beweging in een stroomversnelling komt, meedoet in een volwaardige participatie.

In Tunesië, had ook het leger de revolutie gesteund, de kreeg de Broederschap afdeling 40 procent van de stemmen in de daarop volgende verkiezingen en nam de leidende rol in het vormen van de overheid. Er werd beperkt, door de noodzaak om een coalitie te vormen met seculiere partijen.

Nadat Mubarak uit de macht was gedwongen door het leger in Egypte, kwam de Broederschap in de schijnwerpers. In Februari 2011, met een enorme demonstratie aangevoerd door de headliner en meest invloedrijke ideoloog van de Broederschap, Yusuf al- Qaradawi, riep naar schatting maar dan een miljoen mensen naar Cairo, waarbij de liberale evenementen in het niet zonken. Vanaf dat moment nam de Broederschap de leiding in de revolutie.

De Broederschap moest drie moeilijke strategische beslissingen maken:

- Hoe sterk zou het zijn bij het ​​zoeken naar de macht? De Broederschap had al besloten om volledig deel te nemen aan de verkiezingen, zoals het al eerder had gedaan onder Mubarak, maar eerst hield het vol dat het alleen kandidaten zou laten meedoen tot een derde van de zetels in het parlement. In de daaropvolgende maanden werd dit verhoogd tot de helft en tenslotte al de zetels. In de verkiezingen van 2012 voor het parlement zou het 47 procent krijgen.

Ook heeft de Broederschap herhaaldelijk verklaard dat het geen presidentskandidaat zou voordragen, maar de voorkeur geven een liberale of nationalistische kandidaat. Met het verwerpen van dit beleid, wees het een toonaangevende Broederschap official aan en naar men zegt de relatieve gematigde, Abdul Moneim Aboul Fotouh, die zijn kandidatuur verklaarde maar werd verdreven. In het mei 2012 met eerste ronde, kwam de Broederschap Mohammed Mursi op de eerste plaats met meer dan 25 procent van de stemmen, terwijl Fotouh een vierde plaats kreeg met 19 procent.

- Wie moeten ze nu identificeren als de belangrijkste bondgenoten en vijanden in de Egyptische politiek? De Broederschap heeft soms gewerkt in het maken van een deal met de militaire junta, terwijl ze een andere keer samenwerken met de liberale en radicale seculiere groepen tegen de overgangsregeling in van het militaire regime. Uiteindelijk waren ze in staat om goede relaties te onderhouden met beide.

- Hoe radicaal of gematigd mogen ze blijken te zijn? De Broederschap voert nu een zorgvuldig gecoördineerd charme offensief naar het Westen om te overtuigen dat het nu gematigd is. Bijvoorbeeld, het Engels-talige blog laat de verklaringen weg van de standpunten van de Broederschap die in het Arabisch er wel staan.

Veel waarnemers in het Westen, inclusief de ambtenaren, academici en journalisten, betogen dat de Broederschap gematigd is geworden. Zij hebben vooral de persoonlijke contacten aangehaald met de Broederschap leiders of activisten, in de vermeende afwijzing door de organisatie van het geweld, en door haar deelname aan verkiezingen. Er werd ook aangevoerd dat de deelname aan de verkiezingen en het bestuur onvermijdelijk de Broederschap zou matigen.

Een ernstig probleem bij dit onderzoek was echter dat de Broederschap goedkeuring gehecht heeft aan de uiterst radicale houding tijdens de presidentsverkiezingen, met de oproep tot een sharia-staat en het herstel van het kalifaat. Dan, als velen van degenen die al eerder over de Broederschap hadden uitgeroepen veranderden de label naar de “gematigde islamist” als Fotouh.

Er waren zeker in Egypte mensen die de Brotherhood onvoldoende militant achten. Dergelijk groepen, veelal afstammelingen van de dissidenten uit de jaren 1990, werden collectief genoemd als salafisten. De meest extreme zijn betrokken bij de gewelddadige aanvallen op kerken en de Israëlische ambassade. Sommigen, met name in de Sinaï, begon met aanvallen op politiebureaus om wapens te verkrijgen en bij hebben herhaling het aardgas pijpleiding naar Israël gesaboteerd, waardoor het werd afgesloten.

Terwijl de salafisten ongeveer 25 procent kreeg in de parlementsverkiezingen, werd hun kandidaat uitgesloten van de presidentsverkiezingen op een technische kwestie. Sommige van de salafistische groepen onderschreven Fotouh. Het is niet duidelijk of de salafisten in staat zouden zijn om samen te werken met de Broederschap in de toekomst, als gevolg van verschillen in de tactiek en rivaliteit om de macht, hoewel hun fundamentele doelstellingen vergelijkbaar zijn.

De grote verandering in het fortuin van de Broederschap maakt duidelijk dat de groep een leidende rol zal spelen in het bestuur van Egypte en het mogelijk het de regerende macht zal zijn. Meer in het algemeen, zal de Egyptische Broederschap, met behulp van de staat, zichzelf plaatsen als het hoofd van een soennitische islamitische blok met inbegrip van Hamas, die de Gazastrook regeert, de Tunesische regering, de Syrische tak, die een leidende rol speelt in de burgeroorlog daar, en de Jordaanse tak, samen met kleinere groepen in Libië, Libanon en elders.

Met haar leidende rol in veel islamitische gemeenschappen in Europa en Noord-Amerika, heeft de Broederschap zich ontwikkeld tot een grote internationale troepenmacht. Het is duidelijk dat de leidende Soennitische islamitische groep in de wereld, misschien ook wel de belangrijkste revolutionaire organisatie in de wereld is.

Aanbevolen leesstof:

John Calvert, Sayyid Qutb and the Origins of Radical Islamism (Columbia University Press, 2010)

Steven A. Cook, The Struggle for Egypt (Oxford University Press, 2011)

Richard Mitchell, The Society of the Muslim Brothers (Oxford University Press, 1993)

Yvette Talhamy, "The Muslim Brotherhood Reborn," Middle East Quarterly, 19:2 (2012)

Eric Trager, “The Unbreakable Muslim Brotherhood: Grim Prospects for a Liberal Egypt,” Foreign Affairs, September-October 2011, Vol. 90, No. 3

Lorenzo Vidino, The New Muslim Brotherhood in the West (Columbia University Press, 2010)

Itzchak Weismann "The Politics of Popular Religion—Sufis, Salafis and Muslim Brothers in 20th Century Hamah," International Journal of Middle East Studies, 37:1 (2005)

Quintan Wiktorowicz, The Management of Islamic Activism: Salafis, the Muslim Brotherhood, and State >Power in Jordan (SUNY Press, 2000)

Printen??? Spaar papier en inkt.