www.wimjongman.nl

(homepagina)

Jordaanse stemmers laten zien waarom verdedigbare grenzen nog steeds van belang zijn

Door Evelyn Gordon - 23 januari 2019

( )

Het Jordaanse parlement keurt een wetsvoorstel goed om de invoer van aardgas uit Israël te verbieden, 19 januari 2020. Bron: Jordaans parlement via Facebook.

Diep gewortelde haat tegen Israël is gemeengoed, zelfs in landen waarmee het een vredesverdrag heeft. Dit belemmert niet alleen de vrede, maar creëert ook een reëel risico dat de verdragen de val van een alleenheerser niet zullen overleven.

Als je het ware obstakel voor de vrede in het Midden-Oosten wilt begrijpen, kijk dan eens naar de unanieme goedkeuring van het Jordaanse parlement vorige week over een wetsvoorstel om de invoer van aardgas uit Israël te verbieden, slechts enkele dagen nadat het gas begon te arriveren.

Het energie-arme Jordanië heeft behoefte aan een stabiele, betaalbare brandstofvoorziening, waarin de Israëlische overeenkomst voorziet. Toen het in 2016 werd ondertekend, zei de Jordaanse regering dat het het land 500 miljoen dollar per jaar kon besparen - bijna 4 procent van de Jordaanse begroting voor 2019 en meer dan de helft van het verwachte tekort voor dat jaar (het werkelijke tekort was blijkbaar hoger). Kortom, de overeenkomst zou het koninkrijk aanzienlijke hoeveelheden geld laten doorstromen voor enkele van zijn andere schreeuwende behoeften.

Maar dat interesseert de Jordaanse wetgevers niet. Waar ze zich zorgen over maken is dat dit is "het gas van de vijand", om de demonstranten tegen de deal te citeren.

Het kan ze ook niet schelen dat Jordanië en Israël 25 jaar geleden een vredesverdrag hebben ondertekend. Zoals de stemming van vorige week duidelijk maakte, ziet elke Jordaanse wetgever Israël nog steeds als een vijand waarmee de handel een vloek is, ook al zou Jordanië zelf er veel baat bij hebben. Die stellingname is erg populair: Bijna alle Jordaniërs hebben een ongunstig beeld van de Joden en vergelijkbare opvattingen over de Joodse staat.

De grote inspanningen van Israël om aan de anti-Israëlische gevoeligheden van Jordanië tegemoet te komen, hielpen ook niet. Het gas komt uit een veld dat is ontwikkeld door een Israëlisch bedrijf, Delek, in samenwerking met een Amerikaans bedrijf, Noble Energy. Maar om de deal vooruit te helpen, heeft het partnerschap zich aangesloten bij de eis van het Jordaanse energiebedrijf dat geen enkele Israëlische entiteit een partij bij het contract is. Officieel is het contract dus niet met Israël, maar met Noble's Amerikaanse marketingdochter.

De overeenkomst gaat waarschijnlijk door ondanks de bezwaren van het parlement, want hoewel koning Abdullah zijn wetgevers graag anti-Israëlische retoriek laat horen, laat hij hen zelden toe zich te bemoeien met iets wat hij als een belangrijk Jordaans belang beschouwt. En voor nu, ondanks de groeiende onrust in het land, lijkt de greep van Abdullah nog steeds stevig.

Maar wat er ook gebeurt met de gasovereenkomst, de stemming werpt een schijnwerper op twee fouten die de westerse vredesinspanningen consequent hebben ondermijnd.

De eerste is het onderschatten van de diepte van de Arabische haat tegen Israël, en daarom niet begrijpen dat dit het belangrijkste obstakel voor vrede is. Westerlingen zijn geneigd te veronderstellen dat iedereen in de wereld in principe dezelfde dingen wil - vrede en welvaart - en daarom zullen alle partijen graag compromissen sluiten voor een vrede. Maar in werkelijkheid, zoals de stemming in Jordanië laat zien, is noch vrede noch welvaart voor veel mensen in dit deel van de wereld een belangrijke drijfveer, terwijl haat een zeer krachtige drijfveer is.

Toen de Jordaanse wetgevers dus moesten kiezen tussen een overeenkomst die de Jordaanse economie een impuls zou geven en een kans om hun haat tegen Israël in het openbaar te tonen, dus tussen een overeenkomst die het vredesverdrag zou versterken en wetgeving die het zou ondermijnen, kozen ze zonder aarzeling voor het laatste. En de Palestijnen hebben herhaaldelijk hetzelfde gedaan.

Een gevolg hiervan is overigens dat het westerse geloof in een economisch "vrede resultaat" pure fantasie is. Vredesverdragen kunnen geen significante economische impuls geven wanneer de ene ondertekenaar grotendeels weigert zaken te doen met de andere; bijgevolg heeft noch het Israëlisch-Jordaanse, noch het Israëlisch-Egyptische verdrag grote economische voordelen opgeleverd voor een van de betrokken landen. Uit een studie van 2018 van het Tony Blair Institute for Global Change blijkt dat de handel van Israël met de Golfstaten - waarmee het geen officiële betrekkingen onderhoudt - groter is dan de handel met Egypte en Jordanië samen.

Dit betekent niet dat economische banden nutteloos zijn; ze spelen ongetwijfeld een positieve rol. Jordanië heeft geprofiteerd van zijn vrede met Israël, met inbegrip van de tientallen miljoenen kubieke meters water per jaar die Israël op grond van het verdrag moet leveren, evenals een vitale route voor de handel met het Westen (nadat de Syrische burgeroorlog de vroegere route van Jordanië door Syrië onbegaanbaar maakte, begonnen de goederen in plaats daarvan via de haven van Haifa te gaan). Deze voordelen dragen vermoedelijk bij aan de terughoudendheid van Abdullah om te capituleren voor de periodieke eisen van het parlement om het verdrag af te schaffen. Maar wanneer materiële belangen botsen met de Arabische haat tegen de Joden en de Joodse staat, wint deze laatste het vaak.

De tweede grote westerse misvatting is dat vrede de noodzaak van verdedigbare grenzen overbodig maakt. Toegegeven, de Jordaanse en Egyptische grenzen zijn beide momenteel vreedzaam; de veiligheidssamenwerking van Israël met beide landen is nauw; en beide feiten zullen waarschijnlijk waar blijven zolang de huidige Jordaanse en Egyptische machthebbers aan de macht zijn. Maar zoals de Arabische Lente duidelijk heeft gemaakt, heeft geen enkele autocratische regering in het Midden-Oosten een garantie op lange termijn. En gezien de enorme publieke vijandigheid tegen Israël in zowel Jordanië als Egypte, is er ook geen garantie dat een nieuwe regering het verdrag niet zou afschaffen.

Hoewel het verdrag met Egypte de korte regeringsperiode van de Moslimbroederschap heeft overleefd, is het verre van duidelijk dat dit zo zou zijn gebleven als president Mohammed Morsi niet na een jaar uit zijn functie was verdrongen, lang voordat hij de tijd had om de meeste van zijn plannen uit te voeren. En het is nog minder zeker dat de Jordaanse vrede een val van Abdullah zou overleven, te oordelen naar de parlementaire stemming van vorige week en vele soortgelijke stemmingen in het verleden. In dat scenario zou de langste grens van Israël van de ene op de andere dag een vijandige grens kunnen worden.

De onverminderde vijandigheid tegenover Israël onder de meeste van zijn buren, gekoppeld aan de onzekere toekomst van een overeenkomst met een dictator, betekent dat Israël het zich niet kan veroorloven om een verdrag aan te nemen dat permanent is. Het moet bereid zijn om zichzelf te verdedigen als een nieuwe Arabische regering het verdrag verbreekt. Inderdaad, zowel de Jordaanse als de Egyptische verdragen werden opgesteld met dat in het achterhoofd. Dat is ook de reden waarom zelfs de belangrijkste centrumlinkse partij van Israël aandringt op het behoud van de Jordaanvallei in elke overeenkomst met de Palestijnen. Toch verwerpen de Westerse vredestichters routinematig de noodzaak van territoriale diepgang en een gunstige topografie, door erop aan te dringen dat "internationale machten" (die zullen optreden als er problemen ontstaan) en niet-gespecificeerde "technologische middelen" voldoende bescherming zullen bieden.

De stemming in Jordanië herinnert ons eraan dat de haat sterk is en de vrede broos. Als de vredestichters deze haat niet gaan bestrijden en in plaats daarvan doen alsof hij niet bestaat, zijn de vooruitzichten voor vrede op de lange termijn slecht. En in de tussentijd zal elk verdrag verdedigbare grenzen moeten bevatten.

Evelyn Gordon is journalist en commentator en woont in Israël.

Bron: Jordanian vote shows why defensible borders still matter - JNS.org