www.wimjongman.nl

(homepagina)

Libanese en Iraakse demonstranten overstijgen het sectarisme

Door Dr. James M. Dorsey - 12 november 2019

( )

Protest in Beiroet, Libanon, oktober 2019, foto via Wikipedia.

BESA Center Perspectives Paper No. 1.341, 12 november 2019.

Samenvatting: De protesten in Libanon hebben zich ontwikkeld tot meer dan een strijd tegen een mislukte en corrupte regering. Ze vormen een zeldzame vraag naar politieke en sociale structuren die de nadruk leggen op de nationale identiteit in plaats van de etnische of sektarische religieuze identiteiten in een wereld waarin beschavingsleiders een of andere vorm van raciale, etnische of religieuze suprematie bepleiten, waar de belangrijkste en regionale sleutel machten ter wereld regeren.

"Eén, één, één, wij zijn één volk", is een populaire slogan die door Libanese demonstranten wordt gezongen, ongeacht hun denominatie.

Op 27 oktober benadrukten tienduizenden demonstranten de zoektocht naar een politieke structuur en identiteit die de sekte overstijgt, door het vormen van een menselijke keten die zich uitstrekt langs de Libanese Middellandse Zeekust.

"Wij zijn één volk. Onze leiders houden ons al tientallen jaren voor de gek dat we niet één volk zijn, maar een groep van naties. De afgelopen 10 dagen hebben laten zien dat we echt één natie zijn, wij zijn Libanezen, en daarom zie je alleen de Libanese vlag," zei Sobhi Jaroudi, een 67-jarige inwoner van Beiroet die zich bij de keten heeft aangesloten.

"Het is een doe iets of sterf situatie... We zijn bereid om angst en verantwoordelijkheid onder ogen te zien wat gepaard gaat met een sektarische structuur die al 30 jaar bestaat," voegde Mohammed Shamas, een jonge demonstrant, eraan toe, die erop aandrong dat hij geen behoefte had om te leven in een land van corrupte, sektarische politici die het land voor hun eigen bestwil naar beneden hebben gesleept.

De demonstranten stellen hun eisen niet in termen die verder gaan dan hun fragiele Libanese natiestaat, maar hun eisen, komen voort uit het grondwettelijk geïnstitutionaliseerde sektarisme en die hebben een bredere betekenis.

Als de demonstranten erin slagen om de Libanese identiteit om te zetten in een constitutionele hervorming, zullen ze hebben bijgedragen aan het veiligstellen voor de toekomst van het protest als een effectief instrument voor verandering.

Die toekomst hangt af van de perceptie van de betogers van een gemeenschappelijk belang dat de sekte, de etniciteit en de klasse overstijgt en onderdeel wordt van het maatschappelijk weefsel.

Het succes dat de Libanese demonstranten vorige week hebben geboekt bij het dwingen van premier Saad Harari om af te treden, heeft ook duidelijk gemaakt hoe moeilijk het is om het sektarisme te overstijgen.

Soennitische moslimstemmen merkten op dat het een soennitische politicus was die was afgetreden en die de roep van de demonstranten om een nieuw kabinet van technocraten te vormen, versterkte.

Hariri's ontslag heeft niettemin de sjiitische demonstranten in Irak gesteund, wiens anti-sektarische instincten, volgens Fanar Haddad, een Iraakse geleerde aan de Nationale Universiteit van het Instituut voor het Midden-Oosten van Singapore, sinds 2015 zijn weerspiegeld in meer problematische dan identiteitsgerichte eisen.

In navolging van Libanon staat de Iraakse premier Adil Abdul-Mahdi ook onder toenemende druk om af te treden.

In de meest recente Iraakse protesten kwamen die instincten tot uiting in slogans waarin de Iraanse invloed in het land aan de kaak werd gesteld en waarin de regering de Iraanse belangen van de Iraanse regering voorrang gaf boven de Iraakse.

De demonstranten beschuldigden Iran en haar Iraakse gevolmachtigden van de harde reactie door de veiligheidstroepen, die het leven heeft gekost aan meer dan 200 mensen.

De Guardian citeerde een Iraakse intelligentieambtenaar die zei dat het commando dat de veiligheidsreactie op de demonstraties coördineerde door Iraanse en Iraakse militiecommandanten werd geleid. "Deze milities werden het instrument om de demonstraties te onderdrukken," zei de officier.

De "anti-Iraanse slogans weerspiegelden ook de houdingen die door Ayatollah Ali Husseini Sistani, één van de belangrijkste geleerden en de geestelijke leiders van de Sjiitische Islam worden uitgedrukt. Bekend als de "veiligheidsklep van Irak" heeft hij geprobeerd om zich te verzetten tegen sektarisme, en daarbij enige afstand te houden van Iran en Irak en het te sturen in de richting van een meer samenhangende samenleving.

Het kwam ook neer op wat journalist Ghaith Abdul-Ahad noemde: "woede in de richting van een corrupte religieuze oligarchie."

Ayatollah Sistani betuigde zijn steun aan de demonstranten met het uitdelen van gratis voedsel, water en drankjes en het ter beschikking stellen aan de demonstranten van de toiletten van het Imam Ali heiligdom in Najaf, dat wordt geleid door zijn vertegenwoordiger.

De woede past als een breuk in de machtsbasis van Hezbollah, de door Iran gesteunde Libanese sjiitische politieke beweging en militie, en Amal, een andere sjiitische groep onder leiding van parlementsvoorzitter Nabih Berri, in een trend die niet alleen in het bredere Midden-Oosten duidelijk zichtbaar is, maar ook in landen als Rusland, waar de kritiek op de Russisch-orthodoxe kerk toeneemt vanwege de nauwe verbondenheid met het Kremlin.

Uit een peiling onder Arabische jongeren eerder dit jaar bleek dat tweederde van de ondervraagden vond dat religie een te grote rol in hun leven speelde, tegen 50% vier jaar geleden. Negenenzeventig procent stelde dat religieuze instellingen hervormd moesten worden, terwijl de helft zei dat religieuze waarden de Arabische wereld tegenhielden.

Wees verzekert, de Iraakse aanklachten tegen Iran zijn geworteld in de geschiedenis van de Iraakse sjiitische trouw aan de staat. Dit blijkt uit het feit dat een meerderheid van de Iraakse soldaten sjiieten waren, die in de jaren tachtig van de vorige eeuw omkwamen in een acht jaar durende oorlog tegen Iran, en uit de langdurige rivaliteit tussen Najaf, de Iraakse heilige stad waar Ayatollah Sistani woont, en het Iraanse Qom.

Deze geschiedenis staat, ondanks het gemene sektarische geweld in de jaren na de invasie van Irak onder leiding van de VS in 2003, in schril contrast met de historische nadruk in Libanon op de sektarische identiteit die in 1975 tot een 15-jarige burgeroorlog is geëxplodeerd.

Als gevolg daarvan waren de Libanese demonstranten explicieter in hun afwijzing van een sektarisch politiek systeem. Zelfs aanhangers van Hezbollah overstijgen de sektarische identiteit door de oproep te negeren van de leider van de groep, sjeik Hassan Nasrallah, om een einde te maken aan de protesten.

Genoemde demonstrant Alaa, een Nasrallah-aanhanger in het protest op het Riad Solh-plein in Beiroet: "Zijn prioriteiten hier zijn anders dan de onze. We willen het systeem veranderen, een beter leven krijgen, kortom we willen een nieuw leven, terwijl de prioriteiten van Hezbollah zijn om het systeem in stand te houden en ervoor te zorgen dat ze op goede voet staan met hun bondgenoten. Voor de eerste keer ooit, hebben we een duidelijke diversiteit in visie."

Dr. James M. Dorsey, een niet-ingezeten Senior Associate aan het BESA Center, is een senior fellow aan de S. Rajaratnam School of International Studies aan de Nanyang Technological University in Singapore en co-directeur van het Institute for Fan Culture van de University of Würzburg.

Bron: Lebanese and Iraqi Protesters Transcend Sectarianism