www.wimjongman.nl

(homepagina)

"Terrorisme" Turkse stijl

door Uzay Bulut | 8 april 2018

"Erdogan heeft op cynische wijze studenten "terroristen" genoemd, en beloofd hen van de Boğaziçi-universiteit te zullen verwijderen, en hun het recht te zullen ontzeggen om aan een andere universiteit te gaan studeren." We hebben dit soort verbale aanvallen van Erdogan eerder gehoord en ze werden gevolgd door de opsluiting van duizenden academici, journalisten, kunstenaars en mensenrechtenactivisten. -- Open brief, ondertekend door meer dan 1800 gerenommeerde academici uit de hele wereld, waaronder Nobel- en Pulitzerprijswinnaars.

Op 19 maart demonstreerde een groep studenten van de Boğaziçi Universiteit in Istanbul, de belangrijkste instelling voor hoger onderwijs in Turkije, tegen een manifestatie op de campus. Het evenement waartegen zij demonstreerden, dat was georganiseerd door de Vereniging voor Islamitisch Onderzoek, was om de Turkse soldaten te verdedigen die hadden deelgenomen aan de invasie van Afrin. Terwijl de regeringsgezinde studenten snoepjes uitdeelden in Turkije, ontvouwden de tegendemonstranten een spandoek met de tekst: "Invallen en slachtpartijen gaan niet samen met vreugde".

De reactie van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan was, dat hij de anti-oorlogsstudenten arresteerde wegens de verspreiding van "terroristische" propaganda. Op 3 april heeft een Turkse rechtbank negen van hen gevangen gezet en liet zes anderen vrij in afwachting van hun proces.

Om te protesteren tegen wat zij een "verontrustende trend van criminalisering van politieke spraak en dissidentie in Turkije" noemden, ondertekenden meer dan 1800 gerenommeerde academici uit de hele wereld, waaronder Nobel- en Pulitzer-prijswinnaars, een "Open Letter of Support for Students Arrested at Boğaziçi University". De brief luidt gedeeltelijk:

"De arrestaties op de campus en de daarop volgende politie-invallen in studentenwoningen en slaapzalen zetten een verontrustende trend voort, waarbij politieke uitingen en andere meningen in Turkije strafbaar worden gesteld."

"Erdogan heeft op cynische wijze deze studenten "terroristen" genoemd, beloofde hen van de Boğaziçi-universiteit te zullen verwijderen en hun het recht te zullen ontzeggen om aan een andere universiteit te studeren. We hebben dit soort verbale aanvallen al eerder gehoord van Erdogan, gevolgd door de opsluiting van duizenden academici, journalisten, kunstenaars en mensenrechtenactivisten."

"Wij roepen de Turkse regering op onmiddellijk een einde te maken aan alle onderzoeken en arrestaties van studenten die een politieke toespraak houden."

De inperking van de vrijheid van meningsuiting is niets nieuws in Erdogans Turkije. Wie het geaccepteerde verhaal van de regering durft aan te vechten, loopt een reëel risico berecht en gestraft te worden. Niet-Turkse inwoners van het land vormen hierop geen uitzondering.

Neem bijvoorbeeld de Amerikaanse academicus Norma Jeanne Cox. Na haar postdoctorale diploma aan de Boğaziçi Universiteit in 1983 werkte Cox als docent aan de Universiteit van Istanbul en vervolgens aan de Technische Universiteit van het Midden-Oosten in Zuid-Turkije, waar ze gesprekken voerde met haar studenten en collega's over de Armeense genocide van 1915, de gedwongen assimilatie van Koerden en protesteerde tegen de film De Laatste Verleiding van Christus. Voor deze "misdaden" werd ze gearresteerd, ontslagen uit haar baan en uiteindelijk gedeporteerd. Het ministerie van Binnenlandse Zaken beweerde dat Cox was uitgezet en de toegang tot Turkije was ontzegd vanwege "haar separatistische activiteiten, die onverenigbaar waren met de nationale veiligheid". In een rechtszaak die zij heeft aangespannen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens - dat Turkije in 2010 heeft veroordeeld wegens schending van de vrijheid van meningsuiting - betoogde Cox dat Turkije haar rechten had geschonden vanwege haar christelijk geloof en afwijkende meningen.

Sindsdien is er weinig veranderd. Op 11 januari 2016 werden de leden van de "Academics for Peace" - die een verklaring ondertekenden waarin werd opgeroepen tot geweldloosheid tussen de Turkse regering en de Koerden - door de politie in hechtenis genomen, en verboden om naar het buitenland te gaan, blootgesteld aan administratieve onderzoeken, en ontslagen uit hun baan voor het "maken van propaganda voor een terroristische organisatie", en andere waargenomen strafbare feiten.

Op 13 januari 2017 werd een Armeens parlementslid, Garo Paylan van de oppositiepartij HDP, geschorst voor drie zittingen van het parlement voor het houden van een toespraak waarin hij waarschuwde voor het herhalen van de fouten uit het verleden. "Tussen 1913 en 1923 werden Armeniërs, Grieken, Arameeërs en Joden verbannen met genocides en grote slachtpartijen, of werden ze onderworpen aan bevolkingsuitwisselingen," zei hij. Alle opmerkingen die hij maakte over de Armeense genocide zijn uit de notulen van het Parlement verwijderd.

Op 5 januari 2018, tijdens een gezamenlijke persconferentie met de Franse president Emmanuel Macron in het Élysée Palace in Parijs, beschuldigde Erdogan leden van de media van het koesteren van terrorisme, als reactie op Macron's bezorgdheid over het hardhandig optreden van de Turkse regering tegen studenten, docenten en journalisten:

"Terreur vormt zich niet vanzelf. Terreur en terroristen hebben tuiniers. Deze tuiniers zijn die mensen die gezien worden als denkers. Ze bevloeien het ... vanuit hun columns in kranten; en op een dag ontdek je dat deze mensen als een terrorist tegenover je verschijnen."

( )

De Turkse president Tayyip Erdogan beschuldigde leden van de media onlangs van het koesteren van het terrorisme en liet anti-oorlogsstudenten arresteren wegens het verspreiden van "terroristische" propaganda. (Foto: Defne Karadeniz/Getty Images)

Erdogans definitie van terrorisme is net zo scheef als de Turkse antiterrorismewetgeving, die vaak door de regering wordt gebruikt en misbruikt om vreedzame demonstranten te arresteren en op te sluiten - een praktijk die wordt bekritiseerd in een rapport van Human Rights Watch (HRW) uit 2010 met de titel: "Protesteren als een terroristische aanval."

Ondertussen sluiten de Turkse autoriteiten de ogen voor de daadwerkelijke terroristische activiteiten in en namens het land. Ankara weerhoudt ISIS er niet van om Yazidi-vrouwen en -kinderen in Turkije te verkopen; staat niet nader omschreven aantallen mensen toe om Turks grondgebied te gebruiken als toegangspunt tot Syrië en Irak om zich aan te sluiten bij ISIS of andere jihadistische groeperingen; herbergt en helpt Hamas, een terroristische organisatie die er trots op is dat het burgers aanvalt en geloften aflegt om Israël te vernietigen; en het maakt jihad-terrorisme mogelijk via de oliehandel.

Turkije, een bondgenoot van de NAVO, die zichzelf beschouwt als een waardige kandidaat voor het lidmaatschap van de EU, verwelkomt en helpt terroristen die de genocidemisdaden tegen de menselijkheid plegen, maar vervolgt niet-gewelddadige academici en journalisten van wie de meningen verschillen van die van het regime. De omkering is niet alleen surrealistisch, maar ook dodelijk.

Uzay Bulut is een Turkse journalist, geboren en getogen in Turkije. Zij is momenteel gevestigd in Washington D.C.

Vertaling door W.J. Jongman en H. Sleijster

© 2018 Gatestone Institute. Alle rechten voorbehouden. De artikelen hier afgedrukt geven niet noodzakelijkerwijs de standpunten weer van de vertalers of van Gatestone Institute.

Bron: "Terrorism" Turkish Style