www.wimjongman.nl

(homepagina)

Vechten tegen een vijand is geen racisme

Door Martin Sherman - 27 juli 2018

()

Een van de meest voorkomende en ongefundeerde onwaarheden is dat de Israëlische zelfverdediging tegen de Arabische vijandigheid - die Joden alleen aanvalt omdat ze Jood zijn - racistisch van aard is. Deze beschuldiging vloeit voort uit de handhavingsmaatregelen die nodig zijn in deze zelfverdediging, die zijn ingevoerd, anders (en die dus volgens de klacht discriminerend zijn) ten opzichte van Palestijnse Arabieren dan ten opzichte van Joodse Israëliërs.

Op fundamenteel niveau is het een ongefundeerd argument - conceptueel, moreel en praktisch - om te beweren dat collectieve preventieve maatregelen van de ene partij tegen de collectieve inspanningen van een andere partij om haar of haar bondgenoten schade te berokkenen, worden bezoedeld met onaanvaardbare groepshaat. Op Israëlisch-Palestijns niveau is dit argument vertienvoudigd.

Uiteindelijk is het niet alleen overduidelijk irrationeel, maar ook overduidelijk immoreel om te eisen dat ene entiteit een vijandelijke entiteit - waartegen ze vecht - op precies dezelfde manier moet behandelen als haar vrienden. Het betekent immers intrinsiek dat het recht op zelfverdediging wordt uitgewist, of op zijn minst uitgehold, om de veiligheid van de entiteit zelf als groep en de veiligheid van de leden van de groep te beschermen.

Voor zover ik weet, ontkent de democratische leer de mogelijkheid van vijandigheid jegens een democratische staat niet, ook al bestaan er geen racistische ondertonen. Evenzo kan deze vijandigheid zeker voortkomen vanuit de entiteit waarvan de etnische identiteit verschilt van die van de meerderheid van de burgers in de democratie. Hoe kan men dan beweren dat het moreel gedrag van een democratie gebreken vertoont als zij een vijand als een vijand identificeert en ook als zodanig behandelt?

Als de vragen op deze manier worden gepresenteerd, lijken de antwoorden voor de hand te liggen en eenvoudig, bijna vanzelfsprekend. Helaas is dit echter niet het geval met Israël, vooral niet als het gaat om het conflict met de Palestijnen.

In dit conflict staat het democratische Israël tegenover een bittere, compromisloze vijand met een collectief, brandend verlangen om het land en zijn burgers schade te berokkenen; een verlangen dat in wezen hun bestaansrecht is. Bovendien definieert het Palestijnse collectief zich in de verklaringen van zijn leiders, in de oprichtingsdocumenten en in het gedrag van zijn leden ondubbelzinnig als vijand.

Van Israël kan dus niet worden verwacht dat het zijn middelen - om de vijandige daden van de vijand te dwarsbomen, tegen te gaan en te bestraffen - afstemt op de maatregelen die het toepast tegen de eigen burgers, die verstoken zijn van deze vijandigheid. Het is in deze context dat we moeten kijken naar de reeks maatregelen die ten uitvoer zijn gelegd tegen degenen die zich wel identificeren met het Palestijnse collectief, maar niet tegen de burgers van Israël, zoals reisbeperkingen op bepaalde wegen, veiligheidsinspecties bij controleposten, administratieve detenties, sloop van huizen, invallen 's ochtends vroeg, en beperkingen van andere vrijheden.

Deze handhavingsmaatregelen zijn niet geworteld in een doctrine van rassen-superioriteit, maar eerder in de verplichting om veiligheid te bieden aan de Israëlische burgers. Deze maatregelen zijn het nettoresultaat van tientallen jaren bittere ervaring met moord en vernietiging. We kunnen natuurlijk van mening verschillen over de vraag hoe verstandig, effectief en noodzakelijk al deze maatregelen zijn, maar niet over de vraag waarom ze bestaan. Ze bestaan zonder twijfel vanwege de Arabische vijandigheid, niet vanwege de Arabische etniciteit.

Het zou Israël dan ook goed doen om zijn critici duidelijk te herinneren aan deze eenvoudige waarheid, die ofwel vergeten, ofwel verborgen is: een vijand als vijand identificeren is geen racisme; het wordt gedicteerd door gezond verstand en het instinct om te overleven.

Martin Sherman is oprichter en CEO van het Israëlisch Instituut voor Strategische Studies.