www.wimjongman.nl

(homepagina)

Palestijnen slaan vrouwelijke journalisten - De wereld ziet er geen kwaad in

door Bassam Tawil | 3 juli 2018

Tijdens protesten op de Westelijke Jordaanoever zijn de afgelopen week twee Palestijnse journalisten geslagen. De twee vrouwen, Lara Kan'an en Majdoleen Hassona, werden aangevallen door veiligheidsfunctionarissen van de Palestijnse Autoriteit, terwijl ze Palestijnse demonstraties versloegen waarin men president Mahmoud Abbas opriepen om de economische sancties op te heffen die hij vorig jaar aan de Gazastrook had opgelegd.

De fysieke mishandelingen van Kan'an en Hassona worden door de Palestijnen gezien als een onderdeel in de voortdurende inspanningen van de Palestijnse Autoriteit om critici het zwijgen op te leggen en journalisten te intimideren die er niet in slagen om "in de pas te lopen". De mishandelingen, die afzonderlijk van elkaar plaatsvonden in de steden Nablus en Tulkarem op de Westelijke Jordaanoever, markeerden een nieuwe hoogtepunt in het hardhandige optreden van het Palestijnse leiderschap tegen de openbare vrijheden: het mishandelen van een Arabische vrouw op straat wordt beschouwd als een vernedering van de hoogste orde voor haar en haar familie.

Terwijl dergelijke aanvallen protesten oproepen onder de Palestijnen, blijven de internationale gemeenschap en westerse correspondenten over het Israëlisch-Palestijnse conflict hun spel van "ik zie er geen kwaad in" spelen. Wanneer de daders Palestijnen zijn, kunnen ze wegkomen met - letterlijk, een moord - vanuit het perspectief van internationale mensenrechtenorganisaties en groepen die zich ogenschijnlijk zorgen maken over de vrijheid van de media. Wat zou het antwoord van de internationale gemeenschap en de pers zijn geweest als de twee Palestijnse vrouwen door Israëlische soldaten waren bedreigd?

Kan'an en Hassona echter hadden dat geluk niet. Hun benarde situatie zal niet op de voorpagina's van de New York Times of de Guardian worden geplaatst, omdat de mannen die hen in elkaar sloegen Palestijnen zijn en geen Israëliërs. Had een Israëlische soldaat deze vrouwelijke journalisten alleen maar uitgescholden, dan zouden vertegenwoordigers van westerse mensenrechtenorganisaties en grote kranten al lang voor hun deur hebben gestaan en geëist hebben dat ze het fysieke misbruik van vrouwen die hun werk deden, zouden rechtvaardigen.

Nu wat de details van deze aanvallen betreft. Het eerste incident vond plaats in Tulkarem op 28 juni, toen Hassona er arriveerde om verslag uit te brengen over een Palestijnse demonstratie die Abbas opriep de sancties tegen de Gazastrook op te heffen. Video's die op sociale media worden geplaatst tonen Palestijnse veiligheidsofficieren in burgerkleding die Hassona fysiek aanvallen, terwijl ze proberen om haar tegen te houden bij het opnemen of het filmen van dit anti-Abbasprotest.

( )

Een politieagent van de Palestijnse Autoriteit heft zijn stok op wanneer hij Majdoleen Hassona in Tulkarem benadert. (Beeldschermbron: videobeeld van Mohamad Kheiry/Facebook)

Een van haar vrienden, Ahmed Al-Dabash, omschreef de aanvallers als "misdadigers die behoren tot de Mukata [de presidentiële residentie van Mahmoud Abbas] in Ramallah".

Later verhaalde Hassona haar ervaring in een interview met een Palestijnse nieuwssite:

"Aan het eind van de demonstratie waren er problemen tussen de demonstranten en de politie. Ik behoorde tot een groep journalisten die het gebied probeerden te benaderen om erachter te komen wat er aan de hand was. Een man die volgens mij een politieagent in burgerkleding was, liep naar me toe en zei me dat ik niet meer moest filmen. Ik vertelde hem dat ik journalist ben en dat ik bleef filmen. Toen kwam er een andere man naar me toe en probeerde de camera uit mijn handen te pakken. Toen begon hij me te slaan en te bedreigen.

Hassona, die een ervaren freelance onderzoeksjournaliste is, zei dat zij niet door de aanval werd verrast. Ze vertelde dat ze onder toezicht staat van de Palestijnse veiligheidstroepen sinds 12 juni. Toen werd ze kort vastgehouden en ondervraagd bij haar terugkeer naar huis na een bezoek aan Turkije.

"Ze vroegen me naar mijn journalistieke werk, ze wilden weten waarom ik vaak op bezoek was in Istanbul. Ik vertelde hen dat het normaal is dat een journalist reist en dat ik in Turkije studeer. Maar sindsdien ben ik het onderwerp geweest van een lastercampagne op sociale media door mensen die verbonden zijn met de Palestijnse veiligheidstroepen op de Westelijke Jordaanoever. Ze hebben me ervan beschuldigd deel te nemen aan de anti-Abbas protesten en sommigen gingen zelfs zover dat ze beweerden dat ik een agent van Hamas was. Dat is natuurlijk niet waar.

Het tweede incident vond plaats in Nablus op 30 juni, ook tijdens een protest tegen de sancties van Abbas tegen de Gazastrook, tegen Lara Kan'an. Haar ervaring was niet veel anders dan die van haar collega Hassona. Video's op Facebook laten het moment zien dat Kan'an en andere demonstranten werden aangevallen door mannen in burgerkleding waarvan men dacht dat het veiligheidsagenten waren of activisten die tot de heersende Fatah-fractie van Abbas behoorden. Ze namen ook haar mobiele telefoon in beslag en stuurden die pas terug nadat ze de video's en foto's die ze tijdens het protest had gemaakt had verwijderd.

Kan'an vertelde dat toen ze aanvankelijk weigerde om haar mobiele telefoon aan een veiligheidsagent te overhandigen, ze werd benaderd door een politieagent die haar op de arm sloeg en het apparaat met geweld uit haar hand trok. Zij zei dat nog eens twee mannen in burgerkleding haar van achteren aanvielen, waarbij de een aan haar haar trok en de ander haar linkerschouder sloeg. Kan'an werd meegenomen naar het lokale Rafidiyeh Ziekenhuis, waar röntgenfoto's lieten zien dat ze last had van kneuzingen in de nek en schouder.

Sommige Palestijnse mensenrechtengroeperingen veroordeelden de aanslagen al snel en deden een beroep op het Palestijnse leiderschap om op te houden journalisten aan te vallen.

Het Palestinian Center for Development and Media Freedoms (MADA) veroordeelde de aanvallen en sprak zijn diepe bezorgdheid uit over de "toenemende aanvallen op journalisten [door de Palestijnse veiligheidstroepen] op een wijze die bijzonder alarmerend en verontrustend is voor vrouwelijke journalisten". De groep wees erop dat hetzelfde scenario zich onlangs in verschillende Palestijnse steden heeft herhaald. "MADA eist van alle officiële instanties om alle aanvallen te onderzoeken en de resultaten daarvan te publiceren en de daders en de verantwoordelijken verantwoordelijk aan te houden en maatregelen te nemen om de voortzetting te verhinderen," zo zei de groep in een verklaring.

Ook het Palestijnse journalistensyndicaat op de Westelijke Jordaanoever, een orgaan dat wordt gedomineerd door Fatah-loyalisten, heeft in een verklaring de aanvallen veroordeeld en het Palestijnse leiderschap opgeroepen de daders ter verantwoording te roepen. Palestijnse journalisten zijn er echter aan gewend geraakt om lippendienst te bewijzen aan deze instelling, die openlijk Abbas en zijn medestanders steunt en als spreekbuis van de Palestijnse Autoriteit fungeert.

De hypocrisie van het Palestijnse journalistensyndicaat is gemakkelijk te begrijpen.

Het is echter moeilijker om het gedrag van de buitenlandse media en internationale mensenrechtengroeperingen te begrijpen, die in wezen het gedachtegoed van Abbas verdedigen door de wreedheid ervan te negeren.

De waarheid is dat de Palestijnse Autoriteit al langer functioneert als een dictatuur die de vrijheid van meningsuiting onderdrukt en Palestijnse journalisten en critici een terreur- en intimidatieregime oplegt.

Vandaag zijn het de Palestijnse journalisten die het slachtoffer zijn van onderdrukking en geweld. Morgen zullen het de buitenlandse journalisten zijn, die nu deze aanslagen zien, maar weigeren om iets te zeggen. Het is slechts een kwestie van tijd voordat een westerse journalist in een Palestijnse stad op straat wordt geslagen. Wanneer dat gebeurt, kunnen de internationale media en mensenrechtengroeperingen naar zichzelf kijken en naar hun eigen vooringenomen en onprofessioneel gedrag om antwoorden te vinden.

Bassam Tawil, een Arabische moslim, is gevestigd in het Midden-Oosten.

Vertaling door W.J. Jongman en H. Sleijster

© 2018 Gatestone Institute. Alle rechten voorbehouden. De artikelen hier afgedrukt geven niet noodzakelijkerwijs de standpunten weer van de vertalers of van Gatestone Institute.

Bron: Palestinians Beat Female Journalists; World "Sees No Evil"