www.wimjongman.nl

(homepagina)

Palestijnse kinderen: Slachtoffers van Arabische Apartheid

door Khaled Abu Toameh - 20 december 2018

Mohammed Majdi Wahbeh, een driejarige Palestijnse jongen uit het Nahr al-Bared vluchtelingenkamp in Noord-Libanon, is het jongste slachtoffer van de apartheid en discriminerende wetten tegen Palestijnen in een Arabisch land.

Wahbeh werd deze week dood verklaard nadat Libanese ziekenhuizen hem weigerden op te nemen, omdat zijn ouders de kosten van zijn medische behandeling niet konden betalen. Volgens berichten in de Libanese media vroeg een ziekenhuis aan de familie van de jongen om 2000 dollar te betalen voor zijn opname. De jongen was al drie dagen voor zijn dood in coma, maar geen enkel ziekenhuis stemde ermee in om hem te ontvangen omdat zijn familie het zich niet kon veroorloven om de kosten van zijn behandeling te betalen.

De dood van de Palestijnse jongen bij de ingang van het ziekenhuis heeft geleid tot een golf van woede onder vele Libanezen en Palestijnen. In een toespraak tot de Libanese minister van Volksgezondheid, Ghassan Husbani, schreef de Libanese journalist Dima Sadek op Twitter:

"Mijnheer de minister, als bewoners vragen wij u: Waarom stierf een driejarige jongen bij de ingang van een ziekenhuis en wie gaf het bevel om hem niet op te nemen? Draagt uw ministerie geen verantwoordelijkheid? Sinds wanneer maakt een ziekte onderscheid tussen een Palestijnse jongen en een Libanese jongen? Wat is uw verantwoordelijkheid met betrekking tot deze misdaad?"

De prominente Libanese journalist en tv-gastheer Neshan Der Haroutiounian plaatste een video op sociale media van de dode jongen die op een ziekenhuisbed lag, zijn grootmoeder huilend in de buurt. In de video klaagt de grootmoeder: "Niemand geeft om ons, de Palestijnen." In een tweet bij de video schreef de journalist: "Deze Palestijnse jongen stierf in Libanon. Hij was drie jaar oud."

Rabia Zayyat, een andere beroemde Libanese journaliste, gebruikte Twitter om haar verontwaardiging uit te drukken:

"Oh, mijn God! Hoe kan een jongen bij de ingang van een ziekenhuis sterven vanwege een hoop dollars? Als het ziekenhuis geen genade heeft, had de administratie dan niet een ambtenaar kunnen bellen om de kosten te dekken in plaats van het geld dat wordt uitgegeven aan een feestje of banket? Hoe kunnen we blijven leven in een land dat de mensenrechten niet erkent?"

Hussein Banjak, een Libanese inwoner, sprak ook zijn verontwaardiging en afkeer uit over de dood van de jongen vanwege het onvermogen van zijn familie om de kosten van zijn behandeling te betalen:

"De jongen is in mijn land, zonder oorlog, gedood door hen die geen geweten hebben. Hij stierf om 2000 dollar - de kosten van de stropdas van een leider, de kosten van de schoenen van de vrouw van een leider, de kosten van een fles reukwater voor de zoon van een leider, de kosten van een handtas van een leider, de kosten van medicijnen voor de hond van een leider."

Het Libanese Ministerie van Volksgezondheid zei in een verklaring dat de Palestijnse jongen eerder was opgenomen in drie verschillende ziekenhuizen, waar hij een operatie aan zijn hoofd had ondergaan. Volgens het ministerie werd Wahbeh op 17 december opgenomen in het Tripoli Government Hospital. De verklaring ging verder dat zijn vorige medische rekeningen waren gedekt door de United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees (UNRWA). "Hij stierf in het ziekenhuis", aldus het ministerie, waarbij het ontkende dat hij bij de ingang was gestorven.

De verklaring van het ministerie legt de schuld bij UNRWA vanwege het weigeren de kosten van zijn opname in het laatste ziekenhuis te dekken.

UNRWA van zijn kant heeft deze verantwoordelijkheid ontkend: de vertegenwoordigers zeiden dat het de financiële en medische dekking voor de jongen had bevestigd. Volgens het agentschap probeerden de artsen Wahbeh over te brengen naar een intensive care-afdeling voor kinderen in een ander ziekenhuis, maar ze kregen te horen dat er in geen van de Libanese ziekenhuizen plaats was.

Om te protesteren tegen de dood van de jongen gingen de Palestijnen in het Nahr al-Bared-kamp de straat op, waar ze banden verbrandden en wegen blokkeerden, terwijl ze slogans riepen die zowel UNRWA als de Libanese autoriteiten veroordeelden omdat ze het leven van de jongen niet wilden redden.

De tragedie van de Palestijnse jongen was niet de eerste in zijn soort in Libanon. In 2011 stierf een andere Palestijnse jongen, Mohammed Nabil Taha, 11 jaar oud, ook bij de ingang van een Libanees ziekenhuis, nadat artsen weigerden hem te ontvangen omdat zijn familie zich geen medische behandeling kon veroorloven.

De laatste mislukking herinnert ons aan de apartheid en de discriminatie waarmee de Palestijnen in Libanon te maken hebben. Volgens verschillende mensenrechtenorganisaties worden de Palestijnen daar systematisch gediscrimineerd in bijna elk aspect van het dagelijks leven. Het is hun verboden om te werken in de meeste beroepen, waaronder medicijnen en vervoer.

Het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor Vluchtelingen (UNHCR) meldde:

"Er bestaan nog steeds wettelijke verboden op de toegang voor Palestijnse vluchtelingen tot 36 vrije of gesyndiceerde beroepen (onder andere in de geneeskunde, landbouw, visserij en openbaar vervoer). Bovendien hebben Palestijnse vluchtelingen in Libanon naar verluidt slechts gedeeltelijk toegang tot het Nationaal Fonds voor sociale zekerheid. Om te kunnen werken moeten Palestijnse vluchtelingen in Libanon een jaarlijkse werkvergunning aanvragen. Na een wetswijziging in 2001 zouden Palestijnse vluchtelingen naar verluidt geen legaal onroerend goed in Libanon kunnen verwerven, overdragen of erven".

Alsof dat nog niet genoeg is, wijst de UNHCR er ook op dat de Palestijnen in Libanon geen toegang hebben tot Libanese openbare gezondheidsdiensten en voor de gezondheidszorg vooral op de UNRWA vertrouwen, of op non-profitorganisaties en de Palestijnse Rode Halve Maan. De Palestijnen wordt ook de toegang tot de Libanese openbare scholen ontzegd.

De leiders van Libanon lijken echter te leven in ontkenning en misleiding. In plaats van te erkennen dat Palestijnen lijden onder discriminatie en apartheid in dit Arabische land, proberen de leiders van Libanon met een beschuldigende vinger naar Israël te wijzen. Verscheidene Libanese leiders, waaronder president Michel Aoun, blijven Israël beschuldigen van "racisme" tegen Palestijnen.

Deze beschuldigingen vertegenwoordigen het toppunt van hypocrisie van de kant van een Arabisch land dat zelf de Palestijnen de meeste basisrechten ontzegt. Door de schuld bij Israël te leggen, proberen de leiders van het apartheidsregime in Libanon hun mishandeling en de discriminatie van de Palestijnen die onder hen leven te verdoezelen.

Een land dat een driejarige jongen een dringende medische behandeling ontzegt, heeft niet het recht om tegen de wereld te blijven liegen dat het de Palestijnen en hun zaak steunt.

Tot slot is er de vraag die zich voordoet wanneer men over dergelijke tragedies hoort: Waar zijn alle internationale mensenrechtenorganisaties en pro-Palestijnse groepen over de hele wereld die zich zorgen maken over het lijden van de Palestijnen? Blijven ze zwijgen over de verwaarlozing van Wahbeh, omdat hij in een Arabisch land is gestorven en Israël niets te maken had met zijn dood?

Khaled Abu Toameh, een bekroond journalist, gevestigd in Jeruzalem, is een Shillman Journalism Fellow bij Gatestone Institute.

Vertaling door W.J. Jongman en H. Sleijster

© 2018 Gatestone Institute. Alle rechten voorbehouden. De artikelen hier afgedrukt geven niet noodzakelijkerwijs de standpunten weer van de vertalers of van Gatestone Institute.

Bron: Palestinian Children: Victims of Arab Apartheid