www.wimjongman.nl

(homepagina)

Erdogans onbeantwoorde Arabische liefde

Door Burak Bekdil - 18 maart 2018

De gebeurtenissen van de afgelopen weken lijken te bevestigen dat de ambities van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan richting een door Turkije geleide 'oemma' (moslimgemeenschap) in de Arabische wereld niet welkom zijn. Deze opkomende tweedeling onder soennitische islamisten - Turkije, Saoedi-Arabië e.a. - is belangrijk voor het Westen.

In Turkije is een hysterie ontstaan. Het lijkt erop dat een nationale competitie van patriottisme tot de Turkse verbeelding heeft gesproken. Overal in het land klinken oproepen tot een martelaarsdood en jihad. Zelfs kinderen blijven niet gespaard voor dit lelijke "doodspreken".

Aan deze jihadistische euforie ligt een verhaal ten grondslag. In 2016 gaf het Turkse Directoraat Religieuze Zaken (Diyanet), de ultieme religieuze autoriteit in het land, stripboeken uit aan de kinderen van de natie, waarin ze vertelden hoe glorieus het is om een islamitische martelaar te worden. Een tekenfilm met een dialoog tussen een vader en zijn zoon. "Hoe wonderbaarlijk het is om een martelaar te worden," zegt de vader. De zoon is er niet van overtuigd en vraagt: "Zou iemand martelaar willen worden?" - "Ja," antwoordt de vader, "dat zal wel zo zijn." Wie wil de hemel nu niet winnen?

( )

In 2016 gaf het Turkse Directoraat Religieuze Zaken (Diyanet), de ultieme officiële religieuze autoriteit in het land, stripboeken uit aan de kinderen van de natie, waarin ze vertellen hoe geweldig het is om een islamitische martelaar te worden.

Aan leerlingen, waaronder kleuters, is gevraagd om militaire marsen te houden en ultranationalistische gedichten voor te dragen in de scholen. Sommige staatsscholen hebben hun aanvangssignaal vervangen door Ottomaanse militaire marsen.

President Tayyip Erdogan zag onlangs tijdens een partijcongres in militair uniform een huilend zesjarig meisje. Hij riep haar op het podium om haar te vertellen dat als ze als martelaar stierf, haar doodskist bedekt zou zijn met de Turkse vlag. Die had ze in haar zak. "Je bent voor alles klaar, nietwaar? vroeg Erdogan. Het doodsbange kind slaagde er in haar snikken nauwelijks in om 'ja' te zeggen.

Erdogans islamitisch militarisme in een natie die een eeuw geleden een rijk verloor, vindt nog steeds miljoenen aanhangers. Op een ander partijcongres op 11 maart begroetten duizenden fans, met blauwe baretten, Erdogan. De president betreurde het verlies van het Ottomaanse Rijk: "Ons (Turkse) land heeft een oppervlakte van 780.000 vierkante kilometer. Vanaf 18 miljoen vierkante kilometer kwamen we hier op terecht." - "Neem ons mee naar Afrin," zei de menigte tegen Erdogan, verwijzend naar de Koerdische enclave in Noord-Syrië, nu het doelwit van een wrede Turkse militaire campagne.

Parlementsvoorzitter İsmail Kahraman, een van Erdogans oudste politieke bondgenoten, had een jihad tegen de Syrische Koerden afgekondigd. "Kijk, we zijn nu in Afrin. Wij zijn een groot land. Zonder jihad kan er geen vooruitgang zijn," zei Kahraman op 29 januari, negen dagen nadat het Turkse leger zijn "Operatie Olijftak" begon. Blijkbaar is dit voor de extremistische moslims in Turkije een oorlog tussen "ons goede moslims" en "die ongelovigen".

Toch is het Midden-Oosten gecompliceerder dan Erdogan denkt. Erdogans machtige islamitische ideologie heeft hem ertoe aangezet de heersende anti-Arabische stereotypen in de Turkse samenleving om te keren. Terwijl de Arabieren trots zijn op hun opstand tegen het Ottomaanse Rijk in een alliantie met de Westerse mogendheden aan het begin van de 20e eeuw, beweerde Erdogan: "Arabieren die ons in de rug staken, dit was een leugen." De werkelijkheid is heel anders dan wat Erdogan wil geloven.

Ten eerste organiseert Turkije een militaire show in het Arabische Syrië: het richt zich op islamitische Koerden die volgens het land terroristen zijn. Erdogan heeft al beloofd dat de militaire campagne na Syrië gericht zal zijn op Noord-Irak.

Ondertussen tonen de "Arabische vrienden" van Erdogan tekenen van vijandigheid, de een na de ander. Temidden van de toenemende spanningen tussen Turkije en Egypte herzien de Egyptische autoriteiten de straatnamen in Caïro met het oog op oproepen om de historische straatnamen uit het Ottomaanse tijdperk te veranderen. Deze stap kwam nadat een Egyptische academicus die de Ottomaanse heersers de "kolonisatoren" noemde en een straat vernoemd naar de Ottomaanse sultan Selim I werd veranderd. De plaatsvervangende gouverneur van Caïro, Mohamed Ayman, zei: "Het is totaal onlogisch dat onze straten naar Ottomaanse figuren worden genoemd wanneer ons land mensen heeft die deze eer nog veel meer verdienen." De afgelopen weken hebben publieke en sociale media-initiatieven in Egypte de consumenten opgeroepen om geen Turkse producten meer te kopen.

Begin maart besloot het in Dubai gevestigde Saoedische MBC, het grootste particuliere medianetwerk in het Midden-Oosten, om de populaire Arabische nagesynchroniseerde Turkse televisieseries van alle kanalen te verbannen.

De Arabische klap voor het Turkse drama had een verklaring. De kroonprins van Saoedi-Arabië, Mohammed bin Salman bin Abdulaziz Al Saud, creëerde een nieuwe "as van kwaad" en identificeerde de drie grootste vijanden van zijn land als: Iran, Turkije en islamitische militante groepen, waaronder Hamas en de Moslimbroederschap, die beide door Erdogan worden omarmd. Salman is nu de belangrijkste diplomaat, Minister van Defensie en erfgenaam van de kroon van het Koninkrijk.

Dat alles weerklonk ook in de Golf. Een hoge ambtenaar van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) zei dat het beleid van Turkije ten opzichte van naburige Arabische staten niet redelijk was en adviseerde Ankara om hun soevereiniteit te respecteren. Anwar Gargash, minister van Buitenlandse Zaken van de VAE, tweette:

"Het is geen geheim dat de Arabisch-Turkse betrekkingen niet in een beste staat verkeren. Om het evenwicht te herstellen moet Ankara de Arabische soevereiniteit respecteren en in wijsheid en rationaliteit met zijn buren omgaan."

Er is meer dan genoeg bewijs wat Erdogan in aanmerking zou moeten nemen als hij wil genieten van zijn nep-liefdesaffaires met zijn Arabische buren. Maar zijn ambities om Turkije tot leider van de 'oemma' te maken, lijken hem verblind te hebben. Helaas is er weinig bewijs dat hij de rede zal kiezen in plaats van regionale intimidatie.

Erdogan vergelijkend met Zia ul-Haq, de militaire dictator van Pakistan tussen 1978 en 1988, zei Husain Haqqani, de vroegere Pakistaanse ambassadeur in Washington:

"Erdogan heeft de Pakistaanse formule genomen om hardnekkig nationalisme te vermengen met religiositeit. Zia legde bij decreet islamitische wetten op, wijzigde de grondwet, marginaliseerde seculiere geleerden en leiders, en richtte instellingen op voor een islamisering aan hen die hem overleefden. Erdogan probeert hetzelfde te doen in Turkije.

Burak Bekdil is een van de leidende journalisten die na 29 jaar onlangs werd ontslagen door de Turkse krant omdat hij voor Gatestone had geschreven wat er in Turkije gebeurde. Hij is medewerker aan het Midden-Oosten Forum.

Vertaling door W.J. Jongman en H. Sleijster

© 2018 Gatestone Institute. Alle rechten voorbehouden. De artikelen hier afgedrukt geven niet noodzakelijkerwijs de standpunten weer van de vertalers of van Gatestone Institute.

Bron: Erdogan's Unrequited Arab Love