www.wimjongman.nl

(homepagina)

Turkije roept Europa op om "islamofobia" te criminaliseren

door Uzay Bulut | 30 april 2018

Gezien de ongastvrije behandeling van niet-moslims door Turkije door de eeuwen heen, is het het toppunt van hypocrisie als de minister van Buitenlandse Zaken klaagt over de houding van Europa ten opzichte van moslims, wat het tegenovergestelde is van islamofobie.

Tijdens een evenement op 11 april ter onthulling van het verslag over de Europese islamofobia in 2017, dat was uitgebracht door de Stichting voor Politiek, Economisch en Sociaal Onderzoek, riep de Turkse minister van Buitenlandse Zaken, Mevlut Çavuşoğlu, de regeringen van de EU op om islamofobia strafbaar te stellen.

"Er is geen ideologie of terminologie die 'islamisme' wordt genoemd; er is maar één islam en dat betekent 'vrede'," verklaarde hij - ten onrechte: salaam betekent vrede; islam betekent onderwerping. Hij beweerde ook dat populistische politici "zich in toenemende mate bezighouden met extremistische, anti-immigranten-, xenofobe en islamofobe retoriek om nog maar een paar stemmen te krijgen", en dat "centrumpolitici ... een soortgelijke retoriek gebruiken om de verloren stemmen terug te krijgen".

Çavuşoğlu drong er bij alle politici op aan om deze islamofobia te erkennen als "een haatmisdrijf en een vorm van racisme" in hun grondwet, en beschuldigde Europese rechters ervan met twee maten te meten door minder aandacht te besteden aan islamofobia dan aan antisemitisme. Naar analogie ging hij verder met de Holocaust: "Het is niet nodig om Auschwitz te laten herleven of te wachten totdat de moslims verbrand worden in gaskamers zoals Joodse mensen.

Çavuşoğlu's visie is niet nieuw, maar het is een grove vervorming van het verleden en de hedendaagse geschiedenis, het lijkt gevormd te zijn door een opvatting dat de islam superieur is aan andere religies, evenals van surah 9:33 uit de Koran:

"Hij is het, die Zijn boodschapper met leiding en de godsdienst der waarheid heeft gezonden, om deze in alle godsdiensten tot uitdrukking te brengen...". (Sahih vertaling)

De standpunten van Çavuşoğlu komen ook overeen met die van de Turkse regering onder leiding van president Tayyip Erdogan.

Zoals we allemaal hebben gezien, worden niet-moslims in de hele islamitische wereld vervolgd. Moslims in Europa genieten daarentegen gelijke rechten en godsdienstvrijheid. Helaas gebruiken veel radicale imams de vrijheden die de Europese democratieën hun hebben toegekend om de jihad met jodenhaat en geweld te prediken, strijders te rekruteren en shariarechtbanken (islamitisch recht) op te richten in hun omgeving.

Sommige moslims, geïnspireerd door de leer van en de sfeer gecreëerd door deze imams, begaan gruwelijke, religieus gemotiveerde misdaden tegen de niet-moslims. Zo is onlangs een gehandicapte holocaustoverlevende van 85 jaar in haar appartement in Parijs verkracht, gemarteld en vermoord door een extremistische moslim.

Çavuşoğlu heeft in zijn toespraak tegen islamofobia geen melding gemaakt van de gruweldaden van radicale islamisten in Europa. Deze misstanden liggen aan de basis van het debat over de vraag hoe de oproepen tot geweld in de islam kunnen worden aangepakt zonder dat de burgerlijke vrijheden van gezagsgetrouwe moslims worden aangetast. Door voor te stellen alle kritiek op de islam te blokkeren op grond van het feit dat deze "extremistisch, anti-immigranten, xenofoob en islamofoob is", laat Çavuşoğlu zien dat hij een verbod op vrije meningsuiting ter bescherming van een religieuze ideologie zou verwelkomen.

Gezien de ongastvrije behandeling van niet-moslims door Turkije door de eeuwen heen, is dit het toppunt van hypocrisie, aangezien de minister van Buitenlandse Zaken klaagt over de houding van Europa ten opzichte van moslims, die het tegenovergestelde is van islamofobia. Om de nagedachtenis van Çavuşoğlu op te frissen is een herziening van de staat van dienst van Turkije op zijn plaats.

Niet-moslims in Turkije zijn blootgesteld aan ernstige vervolging en pogingen tot vernietiging, zoals de christelijke genocide in de jaren 1914-1923, de dienstplicht voor de "twintig klassen" van alle mannelijke christenen en joden, met inbegrip van ouderen en geesteszieken, in de periode 1941-1942 en de vermogensbelasting in 1942, die erop gericht was niet-moslims te verarmen en hun rijkdom aan moslims over te dragen.

Vandaag de dag is slechts 0,2 procent van de Turkse bevolking van bijna 80 miljoen christen of Jood. Hieronder volgt een kort overzicht van de manier waarop Turkse regeringen het land hebben bevrijd van zijn niet-islamitische burgers:

Grieken: Er zijn iets minder dan 2000 Grieken overgebleven in Istanbul, wat tot de 15e eeuwse invasie door de Ottomaanse Turken, de Griekse stad Constantinopel was. Ondanks haar geringe omvang heeft de gemeenschap nog steeds te lijden onder schendingen van haar rechten. Eén daarvan was de gedwongen sluiting in 1971 van het orthodoxe Halki-seminarie, de enige school om de leiding van het orthodoxe christendom op te leiden. Sindsdien is het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel, het geestelijk centrum van het orthodoxe christendom, dat gevestigd is in Turkije, niet in staat geweest geestelijken en potentiële opvolgers op te leiden tot patriarch.

Het is ook belangrijk om op te merken dat de steden in Klein-Azië of Anatolië, die in de 9e en 8e eeuw voor Christus door de Grieken werden gesticht, geen Grieken meer hebben. Zij zijn vermoord, gedeporteerd of op de vlucht geslagen voor ernstige vervolging, zoals de anti-Griekse pogrom van september 1955 in Istanbul en de uitwijzing uit 1964 van Grieken uit heel Turkije.

Armeniërs: Zelfs na de genocide van 1915, waarbij 1,5 miljoen Armeniërs omkwamen, eindigde de vervolging van Armeniërs in Turkije niet. Sindsdien zijn de resterende Armeniërs getuige geweest van de voortdurende inbeslagname van hun eigendommen en andere activa. Bovendien komen nog steeds verbale en fysieke aanvallen voor van het Turkse publiek en de media op leden van de Armeense gemeenschap, scholen en de enige Armeense krant in het land.

Joden: Sinds 1923, toen de Turkse Republiek werd opgericht, worden Joden blootgesteld aan systematische discriminatie en diverse vormen van druk. De wetten die in de jaren twintig Joden en andere niet-islamitische burgers van bepaalde beroepen hebben uitgesloten en het vrije verkeer van Joden hebben belemmerd, de anti-Joodse pogrom in Oost-Thracië in 1934 en de aanhoudende anti-Joodse haatzaaiende uitlatingen in de Turkse media en in bepaalde politieke kringen behoren tot de vormen van vervolging en discriminatie van Joodse burgers in Turkije.

Assyriërs: Volgens de Minderheid Rechtengroep Internationaal, zijn de Assyrische christenen in Turkije...

"slachtoffer van gedwongen uitzettingen, massaverpaatsing en het platbranden van hun huizen en dorpen, ontvoeringen (ook van priesters), gedwongen bekeringen tot de islam door verkrachting alsmede gedwongen huwelijken, en moord. Deze druk en andere verraderlijke vormen van vervolging en discriminatie hebben de gemeenschap gedecimeerd.

Vandaag de dag zijn er nog maar zo'n 20.000 Assyriërs over in het land. En ze hebben nog steeds moeite met het openen van een basisschool in Istanbul, omdat de overheid weigert hen financiële steun te geven. Ondertussen blijven zowel de regering als een aantal Koerdische moslimbewoners in het zuidoosten van Turkije illegaal hun land en bezittingen in beslag nemen.

Protestanten: De Turkse regering erkent de protestantse gemeenschap niet als "rechtspersoon". Volgens een rapport uit 2017 over schendingen van de mensenrechten van de Turkse Vereniging van protestantse kerken hebben protestanten nog steeds niet het recht om vrij gebedshuizen op te richten en in stand te houden. Andere problemen waar protestanten mee te maken krijgen, zijn onder andere haat- en spraakdelicten, verbale en fysieke aanvallen en discriminatie op de werkvloer.

Yazidi's: De Turkse overheid erkent het Yazidisme niet als religie. Daarom is het vakje "religie" in het identiteitsbewijs van de Yazidi's in Turkije ofwel leeg gelaten of met een "X" gemarkeerd. Door aanhoudende vervolging en druk vanuit overheid en samenleving zijn veel Yazidi's uit Turkije naar Europa gevlucht. Naar verluidt zijn hun particuliere gronden overvallen en zijn de eigenaren bedreigd. Sommige van hun verlaten dorpen zijn onbewoonbaar geworden. De meeste van de voormalige Yazidi-dorpen in Turkije zijn volledig geïslamiseerd. De geschatte bevolking van Yazidi's in het land bedraagt vandaag ongeveer 350 - met uitzondering dan van de recente asielzoekers uit Irak en Syrië. Onlangs is hierover verslag uitgebracht:

"De Yazidi's, die onlangs het doelwit waren van moordpartijen, verkrachtingen en seksslavernij door ISIS, worden nu geconfronteerd met gedwongen bekering tot de islam onder bedreiging met de dood door Turkse strijdkrachten die op 18 maart de Koerdische enclave van Afrin hebben ingenomen.

Alevieten: De Turkse regering erkent het alevitisme, een ander minderheidsgeloof, niet. De Alevieten in Turkije zijn voortdurend afgeslacht en worden geteisterd door pogroms, waaronder het bloedbad van Dersim (Tunceli) in de jaren 1937-1938, het bloedbad van Malatya in 1978, het bloedbad van Sivas in 1978, het bloedbad van de jachthavens in 1978, het bloedbad van Corum in 1980, het bloedbad van Sivas in 1993 en het bloedbad van Gazi in 1995. De alevieten in Turkije worden vandaag de dag nog steeds vaak bedreigd en willekeurig gearresteerd.

( )

De gezichten van veel van de slachtoffers die werden vermoord tijdens het bloedbad van Alevieten in Sivas in 1993 zijn te zien op deze affiche, dat in 2012 in Duitsland werd gebruikt. (Bron van het beeld: Bernd Schwabe, Wikimedia Commons)

Sinds de 11e eeuw - toen Turkse stammen oorspronkelijk uit Centraal-Azië, die zich tot de islam hadden bekeerd en steden in Klein-Azië en het Armeense hoogland begonnen te bezetten - lijken de Turken een traditie te hebben, zoals hierboven, om geen niet-moslims als buren te willen. Het Westen moet eraan herinnerd worden dat deze traditie in het moderne Turkije springlevend is.

De kritiek van Çavuşoğlu op Europa zal een poging zijn geweest om het smerige verleden en het precaire heden van zijn land te verdoezelen, het zou echter moeten dienen als een waarschuwing voor het gevaar dat liberale democratieën overal ter wereld lopen.

Uzay Bulut is journalist uit Turkije en medewerker bij de nieuws- en openbare ordegroep Haym Salomon Center. Zij is momenteel gevestigd in Washington D.C.

Vertaling door W.J. Jongman en H. Sleijster

© 2018 Gatestone Institute. Alle rechten voorbehouden. De artikelen hier afgedrukt geven niet noodzakelijkerwijs de standpunten weer van de vertalers of van Gatestone Institute.

Bron: Turkey Calls on Europe to Criminalize "Islamophobia"