www.wimjongman.nl

(homepagina)

Het grote begin, deel 9: Jezus versus de oude goden

12 maart 2017 - door Derek Gilbert

()

Jezus was zich natuurlijk ten volle van bewust deze voortdurende oorlog om zijn heilige berg. Deze oorlog was voor hem een persoonlijke.

Veel van de belangrijkste gebeurtenissen in het leven van Jezus vond plaats op de Tempelberg. Als kind werd Jezus in de tempel voorgesteld overeenkomstig de wet. Simeon was daar, een man die verteld was dat hij bij zijn leven de Messias zou zien; en Anna, een 84-jarige profetes, werd naar Jezus geleid door de Heilige Geest. Toen hij twaalf jaar was, bleef hij achter in de tempel toen zijn ouders teruggingen naar Nazareth, na de viering van het Pascha in Jeruzalem. Het duurde een volledige dag voordat ze beseften dat Jezus ontbrak, en nog minstens drie dagen extra voordat ze hem vonden in de tempel in gesprek met de rabbijnen.

In het begin van zijn bediening bezocht Jezus Jeruzalem tijdens een Pesach en dreef de geldwisselaars en dierenkooplieden weg uit de tempel. Later, waarschijnlijk tijdens het tweede Pascha van zijn bediening, genas Jezus een lamme man bij het badwater van Bethesda in het noordelijke deel van het tempelcomplex. Kort voor de kruisiging verdreef Jezus de geldwisselaars voor een tweede keer, en Mattheüs doet verslag van de vele lamme en blinde mensen die hij genas, die tot hem kwamen bij de tempel.

Is het niet interessant dat zelfs in het gebouw dat opgetrokken werd door de boze koning Herodes, zonder de Ark van het verbond in de tempel, Jezus nog steeds ijverde voor zijn Vaders huis?

En die passie breidde uit over de meer dan 35 hectare die deel uitmaakt van de Tempelberg. Israëls erfenis was Yahweh, en het land binnen de grenzen, dat Hij vestigde in de tijd van Mozes en Jozua, behoorde Hem toe. Dat is waarom Jezus zo veel van zijn bediening gewijd heeft aan het genezen van zieken en uitdrijven van demonen — die waren, vergeet dat niet - de geesten van de Nephilim. Hij was niet alleen bezig met het herstel van mensen en hun lichamelijke en geestelijke gezondheid, hij wierp die geesten uit zijn land, Israël.

Wanneer we een stap terug doen en een frisse kijk werpen op de gebeurtenissen van Jezus' leven, dan krijgen veel dingen een nieuwe betekenis als zij in het kader worden ingelijst van een oorlog tussen God en de afgoden. En natuurlijk, veel van de argumenten die worden aangeboden door sceptici om de goddelijkheid van Jezus weg te verklaren, zijn niets meer dan PSYOP's door de Gevallenen om de moderne geest daarvan te overtuigen, en het te vertroebelen door een mist van sciëntisme, waarin Jezus eerder een radicale politieke, of een sociale strijder voor rechtvaardigheid was of een onbegrepen rondreizende prediker — maar allesbehalve God gekomen in het vlees.

Bijvoorbeeld, de gedaanteverandering. Wat was het hele punt ervan?

"En na zes dagen nam Jezus Petrus en Jakobus en Johannes met Zich mee en bracht hen apart op een hoge berg, alleen hen; en Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd. En Zijn kleren werden blinkend, zeer wit, als sneeuw, zo wit als geen wolbewerker op aarde ze kan maken. En aan hen verscheen Elia met Mozes en zij spraken met Jezus. En Petrus antwoordde en zei tegen Jezus: Rabbi, het is goed dat wij hier zijn; en laten wij drie tenten maken, voor U één en voor Mozes één en voor Elia één. Hij wist namelijk niet wat hij zei, want zij waren zeer bevreesd. En er kwam een wolk, die hen overschaduwde, en uit de wolk kwam een stem, die zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, luister naar Hem! En plotseling, terwijl zij om zich heen keken, zagen zij niemand meer bij zich dan Jezus alleen."

Markus 9:2-8 (HSV)

()

De eerste reactie van de moderne lezer is: verbazingwekkende effecten! Maar het doel van de gedaanteverandering was om zijn goddelijkheid aan te tonen, waarom nam Jezus slechts drie van zijn discipelen mee? Zou het niet veel productiever zijn geweest om ze alle twaalf mee te nemen? Of waarom niet een uitvoering van dit grote visuele effect voor de duizenden mensen die nu slechts genoegen moesten nemen met een wonderbaarlijke lunch van brood en vis?

Hier het waarom: het beoogde publiek was niet de mensen.

Het werkelijke doel van het evenement is de locatie. Markus, zowel als Mattheüs schrijven op dat de gedaanteverandering plaatsvond op een hoge berg. Nu, Israël heeft veel bergen, maar niet veel die kunnen worden omschreven als hoog — althans niet ten opzichte van de rest van de pieken in het land.

Ten tweede, houdt er rekening mee dat ze een berg beklommen in de buurt van Caesarea Filippi. Dat versmalt al het zichtveld. De stad lag in het noordoosten van het Heilige Land in het gebied van wat we nu de Golan-hoogvlakte noemen, ten noorden van de zee van Galilea en het meer Hula. Om precies te zijn, lag Caesarea Filippi aan de zuidwestelijke voet van de berg Hermon.

Ah. Schot in de roos!

Ja, juist de berg waar de Wachters/Titanen vanaf stammen en een pact sloten om de mensheid te corrumperen. Daar was het waar Jezus werd veranderd in een wezen van licht voor de ogen van Petrus, Jacobus en Johannes.

Toeval?

Helemaal niet! Jezus wist precies wat hij deed. Dit was een kosmische por in het oog, een verklaring voor de gevallenen, dat de Tweede Macht in de hemel daar was aangekomen in het vlees. Hij verklaarde dat de tijdelijke heerschappij van de opstandigen, de bene elohim, bijna ten einde was gekomen — dat JHWH's berg der vergadering snel de beloften zou vervullen die waren aangekondigd door de profeten. En hij deed het op de berg der vergadering van El, de allerhoogste god van de Kanaänieten.

Nauwkeuriger, het was waar de plek waar de gevallenen de naam van El Shaddai, de God van Abraham, Isaak en Jacob wilden overnemen.

Als we een hoofdstuk in Mattheüs en Markus terugkijken, is er een ander incident dat de voorbode is van wat er gebeurde op de berg Hermon. Aan de voet van de berg, buiten de stad Caesarea Filippi, ligt een plaats Paneas (vandaag Banias genoemd). Het is een grot en een bron die sinds de tijd van Alexander de Grote geheiligd was voor de Griekse god Pan.

Pan was de god van de wildernis, woeste plaatsen, herders en kudden, muziek, velden, boomgaarden en beboste dalen. Pan was ook gekoppeld aan de vruchtbaarheid, wat veel invloed had op zijn afbeelding als de god in de wereld van de klassieke kunst. Vaak hield deze zich bezig met het nastreven daarvan in fysieke betrekkingen tot godinnen, nimfen, vrouwen, jonge jongens genaamd eromenoi, en/of geiten. (Ecch. Sommige van die oude vazen en fresco's moeten worden beoordeeld als R of NC-17.) Als een god van het rustieke karakter werd Pan niet aanbeden in tempels zoals gewoonlijk. Hij verkoos de instellingen buiten, met name zoals zijn huis in Arcadia, een bergachtige regio in het zuiden van Griekenland.

De grot van Pan op de Paneas is sinds oude tijden heilig. Een stromende bron ontsprong ooit uit de grot, en stroomde door het moerassige gebied ten noorden van het Hulameer, en was een bron van de rivier de Jordaan. Een aardbeving jaren geleden verschoof het iets onder de berg, en vandaag loopt de stroom rustig vanuit het fundament onder de monding van de grot.

Nadat de Grieken in de Levant kwamen, verving Pan geleidelijk aan de eerdere lokale vruchtbaarheidsculten. Geleerden hebben de suggestie gedaan dat Aliyan, een kleine Kanaänitische god die van de bronnen was, en de godheid kan zijn geweest die vereerd werd op Paneas voordat de Grieken waren aangekomen. Dit zou de god Baal-Hermon zijn geweest, de heer van Hermon, genoemd in de Richteren 3:3.

Christenen hebben in de loop der eeuwen na Jezus deze Pan gelijkgesteld met Satan. Er is niet veel verbeelding nodig om te zien hoe de Griekse beelden van de geit-god de latere kunstenaars beïnvloed heeft, met horens, hoeven, staarten, en alles daarbij. Maar deze verbindingen kwamen vooral voort uit de hoofden van de fantasierijke middeleeuwse kunstenaars, aangezien er niets definitief in de Bijbel staat wat een verschijning van de Satan beschrijft, dan een waarschuwing dat hij zich kan voordoen als een engel van het licht. Echter, er zijn enkele interessante links die suggereren dat er meer aan de hand was met Pan dan alleen een liefhebber van plezier, als een seksuele natuur geest.

We gaan meer dan 1400 jaar terug vanaf het tijdstip van Jezus naar de Uittocht. Blijkbaar begonnen de Israëli's entiteiten te aanbidden tijdens hun veertig jaar in de woestijn, genoemd als se'irim, of "geit-demonen."

"De HEERE sprak tot Mozes: Spreek tot Aäron, tot zijn zonen en tot al de Israëlieten, en zeg tegen hen: Dit is het woord dat de HEERE geboden heeft: Iedereen uit het huis van Israël die een rund, een lam of een geit in het kamp slacht of die juist buiten het kamp slacht, en het dier niet bij de ingang van de tent van ontmoeting brengt om het de HEERE als offergave aan te bieden vóór de tabernakel van de HEERE – die man moet het bloed aangerekend worden; hij heeft bloed vergoten. Daarom moet die man uit het midden van zijn volk uitgeroeid worden, opdat de Israëlieten hun offers, die zij nu nog in het open veld brengen, naar de HEERE brengen, naar de ingang van de tent van ontmoeting, naar de priester, en ze als dankoffers aan de HEERE offeren. De priester moet dan het bloed op het altaar van de HEERE bij de ingang van de tent van ontmoeting sprenkelen en het vet in rook laten opgaan als een aangename geur voor de HEERE. Zij mogen hun offers niet meer aan de demonen brengen, waar zij als in hoererij achteraangaan. Dit is voor hen een eeuwige verordening, al hun generaties door."

Leviticus 17:1-7 (HSV)

De se'irim, letterlijk "harigen", waren satyr-achtige (dat wil zeggen, Pan-achtige) wezens, die de Israëlieten begon te aanbidden tijdens hun omzwervingen in de woestijn. De offers niet bij tabernakel waren steeds met de verering van Pan. Het schijnt dat het deel van de Tora opgenomen in Leviticus 17, vereist dat alle offers worden gebracht bij de tent der samenkomst, speciaal om de verering van deze geit-demonen te stoppen.

Nu, se'ir is een van die woorden waarvan de vertaling afhangt van de context. Meestal betekent het gewoon "geit" of "kind". Maar er zijn vier plaatsen in het Oude Testament waar het woord duidelijk verwijst naar een demon of de duivel. Hier is een ander voorbeeld: In Jesaja 34. En de poëtische gave van de profeet gebruikt voor het land van Edom:

Doornen zullen groeien over de bolwerken,
brandnetels en distels in zijn forten.
Het zal de kwelling van jakhalzen zijn
een tehuis voor struisvogels.
En wilde dieren bijeen met hyena's;
de wilde geit huilende met zijn kameraden;
voorwaar, waar de nachtvogel zetelt
en voor zichzelf een rustplaats vindt.

Jesaja 34:13-14 (ESV)

Nogmaals, de "wilde geit" is gebaseerd op de Hebreeuwse wortel se'ir. De KJV vertaalt het woord als "satyr", zoals zij het doet in Jesaja 13, maar de meeste Engels vertalingen zijn vergelijkbaar met de ESV als wilde geit, bok, harige geit, etc.

[Opmerking: Dit gaat niet op voor de Nederlandse vertalingen, die hebben, bok, wilde honden, wilde dieren gebruikt.]

Nu, terug naar Mozes: het boek Leviticus registreert een interessante vereiste voor de Grote Verzoendag. Het betrof een geit die werd verdreven uit het kamp, de woestijn in, voor een wezen genaamd Azazel.

"Dan moet Aäron de jonge stier aanbieden als zondoffer dat voor hem bestemd is, en voor zichzelf en zijn gezin verzoening doen. Hij moet ook de beide bokken nemen en die voor het aangezicht van de HEERE plaatsen, bij de ingang van de tent van ontmoeting. Aäron moet namelijk het lot over de twee bokken werpen: één lot voor de HEERE en één lot voor de weggaande bok. Dan moet Aäron de bok waarop het lot voor de HEERE gevallen is, aanbieden en hem als zondoffer bereiden. Maar de bok waarop het lot is gevallen om weggaande bok te zijn, moet levend voor het aangezicht van de HEERE geplaatst worden, om daarmee verzoening te doen door hem als weggaande bok de woestijn in te sturen."

Leviticus 16:6-10 (HSV)

Geleerden interpreteren het ritueel als de complementaire rite van een verzoening, met de opofferende geit en de tweede bok die de zonden wegdraagt van de mensen. De priester die zijn handen oplegt op de bok Azazel en de zonden van de mensen meegeeft voordat het uit het kamp werd geleid naar de wildernis. Dit is de oorsprong van de term "zondebok".

Omdat u er misschien aandacht voor had, herinnert u zich, dat de naam Azazel al een keer eerder hier is voorgekomen. Dat komt omdat het boek Henoch Azazel noemt als een van de leiders van de opstandige Wachters, die neergedaald zijn op de berg Hermon. En gelijk er een verband is tussen Azazel en de se'irim, de satyr-achtige goden die dansen in de wildernis; die vertonen toevallig ook een sterke gelijkenis met de Griekse god Pan.

Natuurlijk, tenzij je een toevalstheoreticus bent, zie je deze details als een rode draad, en als onderdeel van een vijandelijke PSYOP om de Joden af te leiden van hun toewijding aan Jahweh. Maar dat is niet alles.

Griekse mythen hebben fascinerende verbindingen tussen Pan en een paar andere goden die we al tegen zijn gekomen in deze studie. In een verhaal wordt Pan als de geit-god met de naam Aegipan bijgestaan door Zeus de oppergod in zijn epische strijd met de god van de chaos, Typhon. Toen Typhon zich wendde tot het aanvallen van de Aegipan, dook de geit-god in de Nijl-rivier, met de delen boven het water als geit, maar het deel onder de waterlijn omgevormd als vis. Dus, Aegipan werd de geit-vis Capricornus of Steenbok.

Hoewel het sterrenbeeld Steenbok vaag is, is het toch consequent afgebeeld als een hybride geit-vis sindsdien, tenminste, de tijd van de 21e eeuw voor Christus, de tijd van de laatste Sumerische koningen in een regering over heel Mesopotamië. En hier is de knaller — de geit-vis was een bekend symbool van de god van de abzu, Enki.

We kunnen dus nu rechtstreeks een link leggen van Enki, god van de afgrond, naar de geit-demonen van de Exodus en de geit-god die werd aanbeden aan de voet van de berg Hermon in de tijd van Jezus Christus.

En het was bij Caesarea Filippi, net buiten de grot van Pan, waar deze uitwisseling heeft plaatsgevonden tussen Jezus en zijn discipel de heethoofdige, Petrus:

Toen nu Jezus in het district kwam van Caesarea Filippi, vroeg hij zijn discipelen, "Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des mensen, ben?" En zij zeiden: "Sommigen: Johannes de Doper, en anderen: Elia, en weer anderen: Jeremia of een van de profeten."

Hij zei tegen hen: Maar u, wie zegt u dat Ik ben? Simon Petrus antwoordde en zei: U bent de Christus, de Zoon van de levende God."

En Jezus antwoordde en zei tegen hem: Zalig bent u, Simon Barjona, want vlees en bloed hebben u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is. En Ik zeg u ook dat u Petrus bent, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen."

Matteüs 16:13-18 (HSV)

()

Vergeet niet dat de grot van Pan zich bevindt aan de voet van El's berg der vergadering, de plaats van de opstand door de Wachters. Het is ook in Basan, de toegangspoort tot de onderwereld. Was het toeval dat het daar was dat Jezus aan Petrus vroeg: "Wie zeggen jullie dat ik ben?"

Nee. Jezus legt een verklaring af tegen de gevallenen, een verklaring van zijn goddelijkheid: op hun rots, dat Hij zijn gemeente zou bouwen!

Toen beklom hij hun rots, de berg Hermon, en werd veranderd in een wezen van licht, zijn gezicht als de zon en zijn kleren verblindend wit — en de discipelen hoorden de stem van Yahweh uit de hemel.

- # -

We moeten kijken naar meerdere gebeurtenissen die hebben plaats gevonden in Noord-Israël, in de buurt van de berg Hermon. Dit is in Lukas 10, het hoofdstuk onmiddellijk na Petrus' geloofsbelijdenis en de verheerlijking op de berg Hermon. Met andere woorden, de tijd en de plaats van dit evenement was ook weloverwogen.

"Hierna wees de Heere nog zeventig anderen aan en zond hen twee aan twee voor Zijn aangezicht uit naar iedere stad en plaats waar Hij komen zou." […]

"De zeventig zijn teruggekeerd met blijdschap en zeiden: Heere, zelfs de demonen zijn in Uw Naam aan ons onderworpen. Hij zei tegen hen: Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen. Zie, Ik geef u de macht om op slangen en schorpioenen te trappen en de macht over alle kracht van de vijand; en niets zal u schade toebrengen. Verblijd u echter niet daarover dat de geesten aan u onderworpen zijn, maar verblijd u erover dat uw namen opgeschreven zijn in de hemel."

Lukas 10:1-20 (HSV)

Nu, zeggen sommige vertalingen dat er zeventig discipelen waren, anderen zeggen tweeënzeventig. Van de Griekse manuscripten van Lukas zijn er meerdere en er is enkele geen manier om zeker te weten welke Lukas het eerste schreef als zijn oorspronkelijke ontwerp van het evangelie. Maar hoe dan ook, gezien de locatie en het doel van de missie, zijn er goede theologische redenen om te geloven dat het getal niet toevallig was, weet je wel.

Hoeveel zonen van El waren er in El's vergadering op de berg Hermon? Dat klopt, zeventig — plus Ba'al en El is dat tweeënzeventig.

Hoeveel naties creërde Yahweh bij de toren van Babel? Zeventig — maar sommige vertalingen van de Bijbel noemen het eigenlijk tweeënzeventig.

Hoeveel oudsten van Israël beklommen berg Sinaï naar Jahweh, van aangezicht tot aangezicht? Zeventig — plus Mozes en Aäron maakt twee en zeventig.

Wat was het punt van Jezus uitzending van de discipelen voor hem? Het was het begin van de missie door de gemeente in het terugvorderen van de naties van de gevallenen, de gebeurtenis met de aftrap van de grote Opdracht. Satan, de nachash uit het boek van Genesis, viel "als een bliksem uit de hemel", omdat hij zijn juridische vordering als heer van de dood had verloren over degenen die in Christus sterven. Waarom? Omdat ons eeuwig leven is gegarandeerd door het vergieten van Zijn bloed.

Maar hoe u ook telt, het uitzenden van dat specifieke aantal discipelen, of het nu een toeval was of niet, het was een duidelijke boodschap aan de oude goden: Ga uit mijn land!

Volgende keer: De slechte maan rijst op – van Babylon naar Jericho naar Mekka

Deel 1 - Deel 2 - Deel 3 - Deel 4 - Deel 5 - Deel 6 - Deel 7 - Deel 8

Bron: The Great Inception Part 9: Jesus vs. the Old Gods » SkyWatchTV