www.wimjongman.nl

(homepagina)

Benny Morris weerstaat opnieuw de lasteraars van Israël (die hem graag willen citeren)

 

Strijders van Abd al-Kader al_Husseini klaar voor vertrek naar de strijd om het Kastel, April 1948

10 oktober 2016

Dit Haaretz opiniestuk van Benny Morris is een belangrijk stuk, aangezien Morris wordt beschouwd als de peetvader van de Israëlische revisionistische historici en als dusdanig vaak zo wordt geciteerd door Israëls tegenstanders.

Omdat het achter een betaalmuur staat, hier het hele artikel.

Aan het einde van zijn stuk vorige week, "Netanyahu, dit is hoe echte etnische zuiveringen eruit zien", wordt Prof. Daniel Blatman beschreven als een "historicus". In dat geval verraadt Blatman zijn beroep als hij dingen toeschrijft aan mij die ik nooit heb beweerd en hij vervormt de gebeurtenissen van de oorlog in 1948.

Als eerste negeert Blatman in het gehele artikel het basisfeit dat de Palestijnen degenen waren die de oorlog begonnen zijn toen ze het VN compromisplan verwierpen en begonnen met de vijandige handelingen waarbij 1800 Joden werden gedood tussen november 1947 en medio mei 1948. (De Joden wijken daarbij af van de Serviërs, die de Joegoslavische oorlogen van de jaren 1990 begonnen en in feite etnische zuiveringen verrichtten in Bosnië en elders).

Met betrekking tot de tweede fase van de 1948-oorlog, beweert Blatman dat de Arabische landen waren binnengevallen om hun Palestijnse broeders van Israël te redden van de etnische zuiveringen die de Joden hadden gelanceerd, en dat de meesten van hen door de nieuwe staat Israël werden aangevallen. Tijdens deze vermeende opruiming zijn "meer dan 400.000" Arabieren – volgens Blatman meer dan de helft van de Palestijnse Arabische bevolking – uit hun huizen verdreven en gedwongen om te vluchten op 14 mei. (Er waren feitelijk ongeveer 1,2 miljoen tot 1,3 miljoen Arabieren in het land op dat moment.)

Het werkelijke aantal mensen die gevlucht zijn en werden gedwongen om te vluchten was blijkbaar veel kleiner, maar nog belangrijker is, dat de Arabische landen de staat Israël hebben aangevallen grotendeels om het schaden, zo niet te vernietigen. Het is een feit dat hun leiders dreigden aan te vallen zelfs nog voordat de VN-resolutie werd aangenomen op 29 november 1947, en voordat er een enkele Arabier was verdreven uit zijn huis. Maar ze bleven dreigen met een invasie in de daaropvolgende maanden, tot aan mei 1948.

Het was niet de tragedie van de Palestijnen die de Arabische landen gemotiveerd hebben voor hun invasie. De waarheid is dat de vlucht en verdrijving van de Arabieren uit hun huizen in het in de maak zijnde Israël, vooral vanaf begin april tot 14 mei 1948 (in dit verband wordt altijd gesproken over de inname van Jaffa, Tiberias en Haifa en over het bloedbad in Deir Yassin) was door het bevorderen van het extremisme onder de Arabische bevolking die Israël omringde, en dit werd één van de redenen dat de Arabische leiders besloten om binnen te vallen aan de vooravond van 15 mei.
Maar belangrijkere factoren om de Arabische leiders te beïnvloeden was bijv. hun besluit dat de Jordaanse koning Abdullah zijn landsgrenzen wilde uitbreiden, terwijl de Egyptische koning ontkende dat de Jordaanse koning territoriale bedoelingen had. En de leiders van Syrië, Irak en Egypte vreesden de reactie van het thuisland als ze niet meededen in het binnenvallen. Zorg voor het welzijn van de Arabieren in het in de maak zijnde Israël was niet het belangrijkste motief voor de Arabische invasie.

Volgens Blatman beweerde ik dat "meer dan een halfjaar voordat de Arabische invasie begon", de leiders van de Yishuv, de Joodse Gemeenschap in Eretz Israël, ernaar streefden om de landsgrenzen uit te breiden, verder dan die waarover in de resolutie van de VN-algemene vergadering was besloten," en om het aantal Arabieren dat zou blijven in de Joodse staat te "beperken tot een minimum".

Dit is onzin, een verdraaiing van mijn woorden en van de geschiedenis. Natuurlijk, de leiders in de eerste jaren van het land waren geïnteresseerd in uitbreiding van 's lands grondgebied, maar er is een groot verschil tussen persoonlijke en politieke aspiraties.

In politiek opzicht streefden de Yishuv leiders ernaar het gebied van de staat in wording te vergroten, die pas begonnen was rond maart-april 1948, het startte niet in november 1947. Dit gebeurde pas na vier maanden in een Arabische strijd tegen de Yishuv, en dat was een organiseren van een strategische verdediging. En het gebeurde pas nadat de Arabische leiders duidelijk in de ochtend, middag en avond terwijl ze de bedoeling hadden om de Joodse staat aan te vallen wanneer de Britten vertrokken.

Met betrekking tot het minimaliseren van het aantal Arabieren, was er op geen enkel ogenblik in de oorlog van 1948 een besluit van de leiding van de Yishuv of van de staat om "de Arabieren te verdrijven" - noch in de Jewish Agency, noch in de Israëlische regering; noch in de generale staf van de Hagana of van de Israel Defense Forces. Noch door een belangrijke partij in de Yishuv, met inbegrip van de revisionisten, om een dergelijk beleid als haar platform te nemen.

Het is waar dat in de jaren 1930 en de vroege jaren veertig David Ben-Gurion en Chaim Weizmann een overdracht van Arabieren hun gebied naar de toekomstige Joodse staat ondersteunden. Maar later steunden zij het besluit van de VN, waarbij het plan was meer dan 400.000 Arabieren op hun plek te laten.

Het is ook waar dat op een bepaald punt tijdens de oorlog, Ben-Gurion zijn officieren liet weten dat het beter was zo weinig mogelijk Arabieren te laten blijven in het nieuwe land, maar hij gaf hen nooit een opdracht "tot het verdrijven van de Arabieren". (In juli 1948 besloot hij zelfs tegen de uitzetting te zijn van de Arabieren uit Nazareth, terwijl hij weifelend opdracht gaf tot de verdrijving van de Arabieren uit Lod en Ramle.)

De sfeer van overdracht die heerste in het land in het begin van april 1948 nooit werd vertaald in officieel beleid – dat is de reden waarom er officieren verdreven werden die wel Arabieren waren, en anderen niet. Noch werd er een groep berispt of gestraft.

Aan het eind van 1948 waren er 160.000 Arabieren overgebleven op Israëlisch grondgebied – een vijfde van de bevolking. In de afgelopen decennia is dit aantal gegroeid tot 1,6 miljoen. (Deze maand hebben hun leiders besloten om niet de begrafenis van Shimon Peres bij te wonen, die geprobeerd heeft om een compromis te sluiten op basis van een tweestatenoplossing.)

Als Blatman mijn boeken leest, kan hij leren dat al op 24 maart 1948 Israël Galili, Ben-Gurions plaatsvervanger in het toekomstige Ministerie van Defensie en hoofd van de Hagana, alle brigades van de Hagana de order gaf om de Arabieren niet te verdrijven tot buiten het grondgebied van de aangewezen Joodse staat. De dingen veranderden begin april als gevolg van de wankele toestand van Yishuv en door de dreigende Arabische invasie. Maar er was geen algeheel beleid tot verwijdering – op sommige plaatsen werden mensen verdreven, elders niet, en voor het grootste deel gingen de Arabieren gewoon op de vlucht.

Het is waar dat de nieuwe staat Israël medio 1948 een beleid heeft aangenomen ter voorkoming van de terugkeer van de vluchtelingen – dezelfde vluchtelingen die maanden en weken eerder hadden geprobeerd om de staat in de maak te vernietigen. Maar ik vind dit beleid nog steeds logisch en rechtvaardig.

Ik accepteer geen definitie van "etnische zuivering" voor wat de Joden deden in het in de maak zijnde Israël in 1948. (Als je aan Lod en Ramle denkt, kunnen we misschien praten over deels een etnische zuivering.) En er was zeker geen etnische zuivering als zijnde "een van de meest succesvolle uit de 20e eeuw," zoals Blatman beweert.

Integendeel.

Aan het eind bleven 160.000 Arabieren in het Israëlische grondgebied, en niet iedereen die probeerde om terug te keren uit Arabische landen na 1948 werd verdreven, zoals Blatman beweert. Velen werden verdreven, en velen zijn op de een of andere manier teruggekomen, en mochten blijven als burgers van de Joodse staat.

Overigens, het waren de Arabische landen die de etnische zuivering uitvoerden en alle Joden, tot op de laatste, van al het grondgebied dat zij kregen in 1948. Bijvoorbeeld zoals de Jordaniërs deden in Gush Etzion en Jeruzalems Oude stad; en de Syriërs in Masada, Sha'ar Hagolan en Mishmar Hayarden. De Joden daarentegen lieten de Arabieren wonen in de plaatsen Haifa en Jaffa, en in de dorpjes langs de hoofdverkeerswegen van het land – langs de Jeruzalem-Tel Aviv snelweg en de snelweg Tel Aviv-Haifa – een feit dat niet in overeenstemming is met een bewering van een "succesvolle" etnische zuivering.

Met betrekking tot de huidige vooringenomenheid met dit onderwerp is het absurd, om het op zijn zachts te zeggen, te claimen dat het verdrijven van Joodse gemeenschappen uit de Westelijke Jordaanoever een "etnische zuivering" is, maar het is logisch gezien de aanwezigheid van Joden in de Arabische gebieden, net zoals Arabieren in de Joodse staat wonen. In de huidige omstandigheden zijn de gemeenschappen in de nederzettingen in Judea en Samaria een obstakel voor een eventuele vrede tussen ons en de Palestijnen. Ik heb me altijd verzet tegen deze gemeenschappen, omdat de opsplitsing in twee staten voor twee volkeren een rechtvaardige en logische oplossing is.

Helaas, Benjamin Netanyahu heeft gelijk als hij zegt dat het belangrijkste obstakel voor de vrede de onwil is van de Arabieren aan beide zijden van de groene lijn om in te stemmen met een compromis op basis van twee staten voor twee volkeren, en hun afwijzing van de legitimiteit van een zionistische gemeenschap en de staat Israël.

Bron: Benny Morris again destroys the slanderers of Israel (who like to quote him) ~ Elder Of Ziyon - Israel News