www.wimjongman.nl

(homepagina)



()

Verwijzingen naar de Opname, deel 3 - Conclusie

1 april 2015 - door Jack Kelley

Dit is de laatste aflevering van onze driedelige serie over de verwijzingen in de Bijbel naar de opname. Deel twee sloten we af met Paulus' brieven aan de Tessalonicenzen. Geschreven ongeveer 20 jaar na het Kruis, waren ze de eerste duidelijke onderwijzingen over de opname. En we zagen dat Paulus dit plaatste vóór de eindtijdoordelen, want hij zegt dat de Gemeente niet bestemd is tot toorn maar voor het ontvangen van de zaligheid door onze Heer Jezus Christus (1 Thes. 5:9).

Kort na het schrijven van de brieven aan de Thessalonizensen, schreef Paulus 1 Korintiërs, en voegde daar in hoofdstuk 15 meer details toe aan zijn opnameonderwijs. We willen deze laatste aflevering daar beginnen.

Hoe zullen we eruit zien?

In 1 Korintiërs 15 leerde Paulus over de opstanding. Hij reageerde op vragen over hoe de doden zullen worden opgewekt en hoe wij er dan uitzien. Hij gebruikte een voorbeeld uit de landbouw om dit te beschrijven. Je kunt niet vertellen hoe een plant eruit zal zien door het onderzoeken van het zaad. Je moet het planten en wachten tot het groeit. En als het dat doet, dan ziet de plant er anders uit dan het zaad, maar de boer zal het herkennen dat het gekomen is uit het zaad die hij gezaaid heeft. Paulus zei dat dit ook de manier is hoe het met ons gaat. We kunnen de hemel niet binnengaan in onze aardse staat, dus moeten we worden veranderd in onze hemelse staat. Als we dat geworden zijn, zal de pracht van onze hemelse lichaam afwijken van die van ons aardse lichaam, maar we zullen nog steeds herkenbaar zijn. Net zoals wij de zon en de maan en de sterren van elkaar kunnen onderscheiden, zo zal het met ons zijn. We zijn allemaal unieke, herkenbare individuen.

Vervolgens schreef hij in 1 Kor. 15:51-53

"Zie, ik vertel u een geheimenis: Wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden.
Want dit vergankelijke moet zich met onvergankelijkheid bekleden en dit sterfelijke moet zich met onsterfelijkheid bekleden."

Het Griekse woord voor mysterie betekent geheim. Door te zeggen dat hij een mysterie zou gaan te vertellen aan hen, zei Paulus dat hij bezig was met een geheim te onthullen. En dat is het ook. Wanneer de Heer neerkomt om ons ontmoeten in de lucht, ontvangen we geen bericht van tevoren. In een onmiddellijk ogenblik zullen wij overgaan van onze staat hier op aarde en in de komende, waar we staan in het Koninkrijk. Het gebeurt zo snel dat we geen tijd hebben om met onze ogen te knipperen. We horen de oproep van de trompet van God en de stem van de aartsengel en we zullen uit deze wereld stappen in de volgende. Als we rondkijken zullen we ons realiseren dat een menigte van gelovigen uit de Gemeente-periode zich bij ons hebben aangesloten. Aan de doden zijn nieuwe lichamen gegeven en de levende zullen zijn veranderd van sterfelijk naar onsterfelijk. Paulus zei dat we dan zullen kennen zoals we gekend zijn (1 Kor. 13:12), net zoals de Heer ieder van ons zal herkennen, zo zullen wij elkaar herkennen. En Johannes zei, dat wat wij zijn zullen, niet bekend is, maar dat als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is (1 Johannes 3:2). Voor mij betekent dit dat we dezelfde mogelijkheden hebben die hij toonde na Zijn opstanding.

Verwar de trompet die wij zullen horen niet met de zevende bazuin uit Openbaring 11:15. In de eerste plaats is wat wij horen de trompet (stem) van God, elders alleen vermeld in Exodus 19:13 en 19. De zevende bazuin wordt geblazen door een engel in de hemel, die het begin aankondigt van de grote verdrukking, en die wordt nooit de laatste bazuin genoemd.

Zoals ik al zei, wordt de trompet van God slechts tweemaal genoemd in de Bijbel. De eerste keer is in Exodus 19 bij de berg Sinaï en de laatste keer in 1 Thes. 4. Er zijn enkele prachtige parallellen tussen het geven van de wet en de opname van de Gemeente. En zoals je zou verwachten, zijn er ook enkele grote verschillen. We zullen eerst kijken naar de gelijkenissen.

Beide gaan vergezeld in een hoorbare stem van God, en beide scheppen een koninkrijk. Bij de berg Sinaï zijn het de Israëlieten die uit de slavernij zijn verlost, bij de opname zijn wij verlost van de zonde. Zij waren toegewijd, wij worden volmaakt. Zij hebben hun kleren gewassen, wij krijgen nieuwe kleren. God kwam naar de top van de berg, Jezus komt in de lucht. Bij berg Sinaï gingen Mozes en Aaron omhoog, bij de opname gaan wij omhoog. Op de berg Sinaï werd Israël uitgehuwd aan God. De Gemeente huwt in de opname met Jezus. Bij de berg Sinaï woonde God bij Israël en in de opname zal de Gemeente wonen bij Jezus.

Aangezien veel bijbelse modellen noodzakelijkerwijs onvolledig zijn, zijn er ook enkele duidelijke verschillen. Alleen Mozes en Aaron konden opstijgen naar de berg. Ieder ander die de berg aanraakte ging van het leven naar de dood. Met de opname gaan wij allen omhoog en iedereen zal overgaan van de dood naar het leven. God beloofde met Israël mee te gaan als zij gehoorzaamden. We zullen met Jezus meegaan, omdat Hij gehoorzaamde. Zij zijn tijdelijk veranderd, Hij heeft ons permanent veranderd. Voor hun was het een gebeurtenis die gepaard ging met grote angst, voor ons is het een gebeurtenis die met grote vreugde verwacht wordt. Uiteindelijk was de Sinaï een presentatie van Gods wet, en de opname een manifestatie van zijn genade. God blies de Eerste Bazuin in Exodus 19 ter voorbereiding van het geven van de wet, en zal de Laatste Bazuin blazen in 1 Thes. 4:16 om de opname te starten.

De rechtvaardigen redden

Abraham heeft de Heer eraan herinnerd dat Zijn karakter Hem niet zou toestaan de rechtvaardigen te oordelen samen met de goddelozen. Hoewel er niet voldaan was aan de vraag via de onderhandelingen, dat er 10 rechtvaardige mannen vereist waren om Sodom en Gomorra te sparen, instrueerde God de engelen om eerst Lot te verwijderen vóór het vernietigen van de steden. Petrus schreef: "als dit het geval is, dan weet de Heere ook nu de godvruchtigen uit de verzoeking te verlossen, maar de onrechtvaardigen te bewaren tot de dag van het oordeel, om gestraft te worden." (2 Petrus 2:9)

Petrus wilde ons met het voorbeeld van Lot laten zien, dat zijn zaak niet een geïsoleerd incident was, maar bedoeld was om een algemeen beginsel over te brengen. Het Griekse woord "voor" in sommige vertalingen wordt in de Statenvertaling duidelijker weergegeven als "uit". Het betekent uit de tijd en de plaats van de gebeurtenis waarnaar wordt verwezen. We zien een soortgelijk idee dat wordt overgebracht in Jesaja 57:1:

"De rechtvaardige komt om, en er is niemand die het ter harte neemt. De goedertieren mensen worden weggenomen, zonder dat er iemand op let dat de rechtvaardige weggenomen wordt vóór het onheil. Hij zal ingaan in de vrede; zij zullen rusten op hun slaapplaatsen, eenieder die in zijn oprechtheid wandelt."

Hier betekent het Hebreeuwse woord dat vertaald is met "weggenomen": om te worden verzameld, te ontvangen, of te verwijderen. Gods karakter is zodanig dat Hij niet kan toestaan dat de rechtvaardigen worden gestraft met de goddelozen.

De 7 gemeenten van Openbaring 2-3

In een eerdere studie heb ik aangetoond hoe de zeven gemeenten van Openb. 2-3 een kroniek zijn van de kerkgeschiedenis. Ik liet zien hoe de eerste 3 kerken (Efeze, Smyrna en Pergamus) zijn verdwenen en de resterende 4 (Thyatira, Sardes, Philadelphia en Laodicea) vandaag allemaal aanwezig zijn. Gezien in de chronologische volgorde en in vergelijking met de kerkgeschiedenis vertegenwoordigen deze vier de katholieke, protestantse, evangelische en afvallige kerken van vandaag.

In Openb. 2: 22-24 waarschuwde de Heer dat sommigen van de kerk in Thyatira een verdrukking zal treffen, terwijl anderen zullen worden gered en in de beloningen delen die uniek zijn en gereserveerd worden voor de ware gelovigen, welke de opname omvat. Het onderscheid zal worden gemaakt op basis van hun overtuigingen. Degenen die trouw bleven aan het evangelie zullen meegaan, terwijl degenen die de leer houden die toebehoort aan de katholieke kerk - Jezus plus Maria, genade plus werken, en Schrift plus sacramenten - niet.

In de brief aan Sardis, die de hoofdlijn van de denominaties vertegenwoordigt, waarschuwde Jezus voor een dode orthodoxie die alleen een uiterlijk schijn van leven heeft. "Vergeet niet wat u hebt ontvangen en gehoord, en gehoorzaam het," zei Hij, "of anders weet u niet op welk tijdstip Ik tot u zal komen." Hij verwees naar het evangelie, en in de aankondiging zei Hij: "tot u", niet: "voor u". Velen in de hoofdstroom van deze denominaties weten niet wat ze nodig hebben om wedergeboren te zijn, ze hebben geen idee dat we in de eindtijd zitten, en ze hebben zelfs nog nooit gehoord van een opname. Net als tegen Thyatira zei hij dat er een paar in Sardis zijn die trouw zijn gebleven. Zij zullen waardig zijn met Hem te wandelen. Ook hier zullen enkelen worden opgenomen en sommigen achtergelaten op basis van wat zij geloven.

Philadelphia is vaak genoemd: de kerk van de opname, vanwege Gods belofte om ons te bewaren voor het uur van oordeel dat gaat komen over de hele wereld (Openbaring 3:10). Het Griekse woord vertaald met "voor" of "uit" is het dezelfde woord dat Petrus gebruikt voor het beschrijven van het vermogen van de Heer om goddelijke mannen te redden uit beproevingen. Vergeet niet dat het betekent: uit de tijd en plaats van de gebeurtenis waarnaar wordt verwezen, in dit geval de eindtijdoordelen die zich over de hele wereld zullen uitstorten. Omdat we Zijn woord hebben bewaard en Zijn naam niet verloochend, heeft Hij beloofd ons een plaats te geven in het nieuwe Jeruzalem, waar alleen zij kunnen binnengaan wiens namen zijn geschreven in het Boek des Levens van het Lam (Openbaring 21:27). Dit is de persoonlijke bevestiging van de Heer van een opname voor de verdrukking, die toen Johannes dit schreef in 95 na Chr. al was onderwezen op aarde gedurende bijna 50 jaar.

De "kerk" van Laodicea is echter een afvallige beweging, in geestelijke opstand. Hoewel het altijd al door de hele kerkperiode heen werkte, is zijn huidige opvallendheid een teken dat het einde van het tijdperk nadert (2 Thes. 2:3). Het denkt van zichzelf dat ze rijk en zelfvoldaan is, ontbreekt haar dat ene ding dat met geld niet te koop is: een Verlosser. Hij staat buiten de deur te kloppen, in de hoop dat iemand het zal horen. Er is zelfs geen belofte om een deel te redden, ze zal worden uitgespuwd uit zijn mond. Misschien slechts een enkeling die hoort en zal reageren.

Kom op naar hier!

Aan het begin van Openbaring 4 werd Johannes naar voren geroepen, naar het einde van het tijdperk en omhoog in de hemel om de gebeurtenissen te bekijken en te rapporteren, die hij bijna 2000 jaar verder in de toekomst zag. Toen hij voor de troon van God kwam, zag hij een groep die daarvóór nooit in een bijbels beeld voor Gods troon gezien was. Jesaja zag hen niet (Jesaja 6), Ezechiël zag hen niet (Ezechiël 1 & 10), en zelfs Daniel niet, wiens visioen was georiënteerd op de eindtijd maar alleen een vage hint kreeg in de vorm van een meervoud aan tronen (Daniel 7:9). Ik spreek van de 24 oudsten die zitten op tronen rondom de troon van God (Openbaring 4:4).

Deze 24 oudsten verwarren sommige mensen. Maar dat zou niet moeten. Hun verschijning geeft hen precies weer. Ze hebben tronen, dus ze zijn heersers. Ze omringen de troon van God, dus ze staan Hem bij. Zij zijn gezeten, dus hun werk is gedaan. Ze zijn gekleed in het wit, dus ze zijn rechtvaardig. Ze dragen kronen, dus ze zijn koningen. Het Griekse "stephanos" is kroon, dus ze zijn overwinnaars. Ze heten oudsten, een titel die is gekoppeld aan de Gemeente. Dit alles is een vrij sterk argument dat zij de Gemeente vertegenwoordigen, en niemand is ooit naar voren gekomen met een betere associatie.

Sommigen proberen de 24 tronen uit te leggen door te zeggen dat zij tot een niet geïdentificeerde groep van heersende engelen behoren. Maar vier profeten zagen de troon van God en hebben hun ervaring beschreven. Van die vier zag alleen Johannes hen. En let er op dat de Gemeente geen kronen zal ontvangen tot aan de Rechterstoel (de Bema) van Christus, wat na de opname plaatsvindt. Is dit een symbolische weergave van de kerk in de hemel voordat de oordelen beginnen? Het ziet er zo uit voor mij.

Het lied van de verlosten

"En toen Het de boekrol genomen had, wierpen de vier dieren en de vierentwintig ouderlingen zich vóór het Lam neer. Zij hadden elk een citer en gouden schalen vol reukwerk. Dit zijn de gebeden van de heiligen.
En zij zongen een nieuw lied en zeiden: U bent het waard om de boekrol te nemen en zijn zegels te openen, want U bent geslacht en hebt [ons] voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie. En U hebt [ons] voor onze God gemaakt tot [koningen] en priesters, en [wij] zullen als koningen regeren over de aarde."
(Openbaring 5:8-10)

Dit is een controversiële passage, en op zichzelf genomen moeilijk om te begrijpen. Maar hoewel het merendeel van de moderne vertalingen het heeft zoals deze hierboven, hebben sommige letterlijke vertalingen als de KJV de passage in de eerste persoon meervoud zoals ik tussen haken aangegeven heb. De eerste persoonsversie helpt de opvatting te ondersteunen dat de 24 ouderlingen de Gemeente vertegenwoordigen.

Ook is het Griekse woord voor koning en koninkrijk hetzelfde, ze verschillen alleen door geslacht. Koning is de mannelijke vorm en die wordt in Openbaring 5:10 weergegeven (koninkrijk is vrouwelijk). Dus is het vers meer grammaticaal en theologisch correct wanneer het vertaald wordt als koningen en priesters, wat de Gemeente beschrijft, in plaats van een koninkrijk van priesters. En er is geen andere groep die voldoet aan de beschrijving van vers 9. Tot slot, het lied is meer in overeenstemming met de context van de passage wanneer het wordt gezongen door de verloste Gemeente, niet door een derde partij die zingt over de kerk. Tezamen genomen: Openbaring 4-5 is een goede specifieke casus voor de aanwezigheid van de Gemeente in de hemel, voordat de toorn van God in Openbaring 6 begint. Zoals we al hebben gezien, is dit wat de Bijbel vanaf het begin heeft beloofd.

Wie is dat, die daar met de Heer is?

Als we spreken over de anti-Christ en zijn 10 koningen-confederatie, dan zegt Openbaring 17:14: "Zij zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar het Lam – want Heere der heren is Hij en Koning der koningen – zal hen overwinnen, en zij die samen met Hem zijn, geroepenen, uitverkorenen en gelovigen."

Dit is een overzicht verklaring die de Grote Verdrukking beschrijft, waarin Satan werkt via de anti-Christ en zal proberen zijn eigendom te claimen op de planeet aarde. Openbaring 17:13 zegt dat deze 10 koningen slechts één doel zullen hebben gedurende de tijd van hun regering. Openbaring 17:17 zegt dat de Heer zal instemmen met hun regering om Zijn doel te bereiken, niet hun doel, en dat is de vernietiging van de Grote Hoer. Zodra ze klaar zijn met haar, verschijnt Hij persoonlijk voor hun nederlaag. En raad eens wie met Hem zullen komen wanneer Hij terugkeert? Zijn geroepenen, gekozen en trouwe volgelingen. Dat kan alleen de Gemeente zijn, die in de hemel is tijdens de Grote Verdrukking, en die terugkomt met Hem op het einde.

Van Genesis tot Openbaring is er een overweldigend bewijslast, sommige specifiek, en sommige als een getuigenis dat aantoont dat de Heer altijd bedoeld heeft om de Gemeente van de aarde weg te nemen voordat de eindoordelen komen en ons te verbergen in zijn Vader's huis tot Zijn toorn over is. Daarom, kom Heer Jezus.

Deel 1 - Deel 2

Bron: Rapture References, Part 3 … Conclusion - Gracethrufaith