www.wimjongman.nl

(homepagina)



()

De eindtijdrede op de Olijfberg ... de Lukas-versie

14 februari 2015 | door Jack Kelley

Mensen die profetie bestuderen geven vaak meer aandacht aan de Mattheüs-versie van de eindtijdrede vanwege zijn grotere lengte en meer details. Maar wanneer we het relaas van Lukas omzeilen, dan missen we een derde van deze boodschap van de Heer. Dat komt omdat de discipelen de Heer drie vragen stelden en Hij in Mattheüs 24 alleen de laatste twee beantwoordde. Het is in Lukas dat het antwoord op hun eerste vraag komt, wat de hele boodschap met betrekking tot de eindtijd bevestigt.

Hier het waarom. Als een profeet gebeurtenissen openbaarde die zouden plaatsvinden na het leven van de mensen tegen wie hij ze uitsprak, verstrekte hij vaak een gedeeltelijke vervulling op korte termijn om de verre profetie te bevestigen. Zo ook de Heer. Dit is omdat Hij de mensen had verteld, dat wanneer niet zou uitkomen wat een profeet zei, dan hadden mensen niets te vrezen, want dan had hij niet gesproken door de Heer. (Deuteronomium 18:21-22)

Er zijn talrijke gedeeltelijke vervullingen in de Schrift die als goede voorbeelden daarvan kunnen dienen, maar misschien is de duidelijkste wel die komt uit Johannes 5:43. Sprekend tegen Israël zei Jezus: "Ik ben gekomen in de Naam van Mijn Vader maar u neemt Mij niet aan. Als een ander komt, in zijn eigen naam, die zult u aannemen." Hij verwees naar de anti-Christ, waarvan velen in Israël zullen geloven dat hij de Messias is wanneer hij op het toneel komt aan het begin van Daniels 70e week. Maar net voordat Jezus werd overgeleverd om te worden terechtgesteld, bood Pilatus aan het volk aan, als een teken van Romeinse genade, om Hem vrij te laten ter gelegenheid van de traditionele vrijlating op Pascha. Hij gaf de mensen een keuze: de onschuldige Jezus die kwam in zijn Vaders naam, óf een veroordeelde moordenaar die Barabbas heette, die kwam in zijn eigen naam. De mensen kozen voor Barabbas. Het was de gedeeltelijke vervulling, die de profetie van de Heer aangaande Israël en de anti-Christ in de 70e Week bevestigde.

En zoals we zullen zien, is de verwoesting van Jeruzalem in 69/70 de gedeeltelijke vervulling, die de profetie van de Heer over de eindtijd bevestigde. Laten we maar eens kijken.

Lukas 21:5-36

"En toen sommigen over de tempel zeiden dat hij met prachtige stenen en aan God gewijde geschenken versierd was, zei Hij: Wat betreft deze dingen waarnaar u kijkt: Er zullen dagen komen waarin niet één steen op de andere steen gelaten zal worden die niet afgebroken zal worden. En zij vroegen Hem: Meester, wanneer zal dat zijn en wat is het teken dat deze dingen zullen gebeuren? (Lukas 21:5-7)

Volgens Markus 13:3 waren het Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas die dit vroegen. En in Matt. 24:3 lezen we hun volledige vraag: "Zeg ons, wanneer zullen deze dingen gebeuren? En wat is het teken van Uw komst, en van de voleinding van de wereld?"

Dit is onze eerste hint dat de dingen anders zijn dan in het relaas van Lukas. Hij heeft alleen de eerste vraag van de discipelen beantwoord, namelijk die ene over hun nabije toekomst.

Als we aan de slag gaan, is het belangrijk om te begrijpen dat geen van de evangelieschrijvers van zichzelf dacht strikt een historicus te zijn. Indien de Heer alleen de geschiedenis wilde documenteren, dan zou één Evangelie voldoende zijn geweest. In plaats daarvan werd aan elke schrijver een ander publiek toegewezen, en om onder de inspiratie van de Heilige Geest, in zijn relaas op maat te voldoen aan de behoeften van dat publiek. Elk van hen gaf ook Jezus een beetje anders weer, om een bepaalde kant van Hem weer te geven. Mattheüs schreef voor de Joden om te laten zien dat Jezus hun Messias-Koning was en de Leeuw van Juda. Markus schreef voor de Romeinen en beschreef Jezus als de nederige Dienaar van de Heer. Lukas schreef voor de Grieken en beeldde Jezus uit als de Zoon des mensen; en Johannes schreef voor de Gemeente en identificeerde Jezus als de Zoon van God.

Dit alles was de vervulling van vier oudtestamentische profetieën over een figuur die God "de Spruit" noemde, een Messiaanse verwijzing. In Jeremia 23:5 heet de Spruit: de Koning. In Zacharia 3:8 is Hij de Knecht. In Zacharia 6:12 is hij de Man en in Jesaja 4:2 is hij de Spruit van de HEERE. Steeds wordt het woord Spruit met een hoofdletter geschreven. Oke, laten we nu naar het antwoord van de Heer gaan.

"En Hij zei: Pas op dat u niet misleid wordt, want velen zullen komen onder Mijn Naam en zeggen: 'Ik ben de Christus', en: 'De tijd is nabijgekomen.' Ga hen dan niet achterna.
En wanneer u zult horen van oorlogen en allerlei oproer, wees dan niet verschrikt. Want deze dingen moeten eerst geschieden, maar dat betekent niet meteen het einde.
Toen zei Hij tegen hen: Het ene volk zal tegen het andere volk opstaan en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen grote aardbevingen zijn in verschillende plaatsen, hongersnoden en besmettelijke ziekten. Er zullen ook verschrikkelijke dingen en grote tekenen vanuit de hemel plaatsvinden." (Lukas 21:8-11)

In het begin klinkt zijn antwoord heel sterk als dat in Matt. 24:4-7 en Markus 13:5-8. Maar dat gaat zich wijzigen.

"...en er zullen grote aardbevingen zijn in verschillende plaatsen, hongersnoden en besmettelijke ziekten. Er zullen ook verschrikkelijke dingen en grote tekenen vanuit de hemel plaatsvinden.
Maar vóór dit alles zullen ze de handen aan u slaan en u vervolgen, door u over te leveren in de synagogen en gevangenissen, en u zult voor koningen en stadhouders geleid worden omwille van Mijn Naam.
En dit zal u overkomen, opdat u zult getuigen.
Neem u dan in uw hart voor niet van tevoren te bedenken hoe u zich moet verdedigen.
Want Ik zal u mond en wijsheid geven die al uw tegenstanders niet zullen kunnen weerspreken of weerstaan.
En u zult ook door ouders, broers, familieleden en vrienden overgeleverd worden, en zij zullen sommigen van u doden.
En u zult omwille van Mijn Naam door allen gehaat worden.
Maar er zal beslist geen haar van uw hoofd verloren gaan.
Door uw volharding zult u uw leven verkrijgen."
(Lukas 21:12-19)

Deze verzen beschrijven duidelijk het leven van de apostelen in de vroegste dagen van de kerk. Petrus en Johannes getuigden voor het Sanhedrin. Paulus bevond zich aan twee kanten van deze profetie, eerst in de vervolging met zijn aanval op de christenen, en na zijn bekering getuigend voor de leiders, zoals Felix, Festus en Herodes Agrippa. Van de oorspronkelijke 12 discipelen is alleen Johannes een natuurlijke dood gestorven, alle anderen ondergingen de meest angstaanjagende vormen van foltering zonder ooit een enkel woord te herroepen van hun getuigenis.

"Wanneer u zult zien dat Jeruzalem door legers omringd wordt, weet dan dat zijn verwoesting nabij is.
Laten dan wie in Judea zijn, vluchten naar de bergen en wie in het midden van Jeruzalem zijn, daaruit wegtrekken en wie op de velden zijn, er niet in gaan. Want dit zijn dagen van wraak, opdat al wat geschreven staat, vervuld wordt.
Maar wee de zwangeren en de zogenden in die dagen, want er zal grote nood zijn in het land en toorn over dit volk.
En zij zullen vallen door de scherpte van het zwaard en in gevangenschap weggevoerd worden onder alle heidenen. En Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden, totdat de tijden van de heidenen vervuld zullen zijn."
(Lukas 21:20-24)

Nogmaals, het grootste deel van deze passage is identiek aan die van Mattheüs, maar er zijn twee opvallende verschillen die ons aantonen dat ze niet dezelfde gebeurtenis beschrijven. Ten eerste is het mene tekel in Matt. 24:15 als het waarschuwingsteken om te vluchten wanneer daar de gruwel van verwoesting zal staan in de Heilige Plaats. Hier gaat het over de stellingen van het Romeinse leger rondom Jeruzalem.

Normaal gesproken zou dit kunnen worden gezien als te laat om te vluchten, met een belegering van een leger rondom een stad. Maar in 68-69 was de politieke situatie in Rome onstabiel, op zijn zachtst gezegd. De voormalige generaal van de Romeinse legers in het Midden-Oosten was een man genaamd Titus Vespasianus. Hij had onlangs zijn commando overgedragen aan zijn zoon, die ook Titus genoemd werd, zodat hijzelf in de positie kwam om als de volgende keizer te worden uitgeroepen. (Dit geschiedde na de dood van Nero in 68 en Vespasianus werd uitgeroepen tot keizer op 1 juli 69.) Hij maakte zich zorgen dat hij meer militaire steun nodig zou hebben voor zijn vorderingen, dus hoewel de legioenen nu onder bevel van zijn zoon al aan hun beleg van Jeruzalem begonnen waren, beval Vespasianus hen dat los te laten en terug te keren naar Rome. Toen ze zich begonnen terug te trekken om zich voor te bereiden voor de reis, namen de gelovigen in Jeruzalem, die de waarschuwing van de Heer ter harte en haastten zich om uit de stad te ontsnappen.

Maar voordat de Romeinen volledig waren vertrokken, stuurde Titus Vespasianus een bericht aan zijn zoon Titus dat de troepen niet nodig waren en gaf hem opdracht om het beleg van Jeruzalem te hervatten. Tegen die tijd waren alle gelovigen ontsnapt.

In de maand die wij augustus noemen van het jaar 69 werden de muren neergehaald en de tempel ingenomen. Het interieur stond in brand en de hitte veroorzaakte dat de goudlaag op de houten balken begon te smelten. Waarbij het vloeibare goud over de muren heenstroomde in de spleten tussen de stenen. Toen het vuur uitgegaan was en de stenen waren afgekoeld, scheurden de Romeinse soldaten de ruïnes steen voor steen uit elkaar om het goud te krijgen dat ertussen was gestroomd en verhard. Niet één steen is op de ander blijven staan, als vervulling van de profetie van de Heer (ook in Lukas 19:43-44).

In 70 n.C. voltooide het Romeinse leger de verovering van het Heilige Land met het beleg van Masada. Hoewel meer dan een miljoen Joden omgekomen waren, stierf er volgens de traditie geen enkele gelovige bij de verwoesting van Jeruzalem. (Sommige historische berekeningen plaatsen de val van Jeruzalem en de tempel een jaar eerder in 68 maar de algemene consensus is dat het gebeurde zoals ik het heb beschreven.)

Het tweede verschil in de twee verhalen is dat Mattheüs' versie eindigt met de tweede komst en de focus wereldwijd is, Lukas de Joodse diaspora beschrijft en de daaropvolgende controle over Jeruzalem door de andere volken. Kortom, het relaas van Lukas heeft zich tot nu toe beperkt tot het beschrijven van de gebeurtenissen betreffende de val van Jeruzalem. Hij beschreef de gedeeltelijke vervulling van de korte termijn profetie binnen het leven van de toehoorders van de Heer, wat de uiteindelijke vervulling aan het einde van de tijden bevestigt.

"En er zullen tekenen zijn in zon, maan en sterren, en op de aarde benauwdheid onder de volken, in radeloosheid vanwege het bulderen van zee en golven.
En het hart van de mensen zal bezwijken van vrees en verwachting van de dingen die de wereld zullen overkomen, want de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden.
En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen in een wolk, met grote kracht en heerlijkheid.
Wanneer nu deze dingen beginnen te geschieden, kijk dan omhoog en hef uw hoofd op, omdat uw verlossing nabij is."
(Lukas 21:25-28)

Plotseling breidde de Heer zijn antwoord uit tot de hele wereld en het einde der tijden. Degenen die leven op aarde wanneer de tekenen die Hij beschreef zullen beginnen te gebeuren, zullen begrijpen dat de afsluitende gebeurtenis de terugkeer van de Heer zal zijn, net zoals Mattheüs en Markus zeiden. En aan de gelovigen wordt gezegd dat wanneer we de tekenen beginnen te zien, we moeten opkijken naar de hemel in verwachting, want de Heer zal op weg zijn naar ons. Zie hoe het verhaal verandert van de derde persoon, "mensen zullen bezwijken van vrees" en "ze zien de Zoon des mensen komen" naar de tweede persoon: "heft uw hoofden omhoog" en "uw verlossing is nabij". Hij maakte onderscheid tussen de gelovigen en de rest van de wereld.

Let ook speciaal op hoe de focus aan het eind van de reeks verandert van "ze zien de Zoon des mensen komen", naar het begin: "wanneer deze dingen beginnen te geschieden". Als u niet van Paulus' onderwijs wist, zou u hier niet herkennen dat Hij zinspeelde op twee afzonderlijke gebeurtenissen, de Opname en de Tweede Komst. Maar aangezien u dit wel weet, kunt u het ook herkennen. En u kunt ook zien dat de Tweede Komst staat aan het eind van de reeks, maar onze verlossing (opname) zal plaatsvinden aan het begin.

Hij vertelde hen deze gelijkenis: "Kijk naar de vijgenboom en naar alle bomen.
Zodra ze uitlopen en u dat ziet, weet u uit uzelf dat de zomer al nabij is. Zo ook u, wanneer u deze dingen zult zien geschieden, weet dan dat het Koninkrijk van God nabij is.
Voorwaar, Ik zeg u dat dit geslacht zeker niet voorbij zal gaan, totdat alles geschied is.
De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen beslist niet voorbijgaan.
Wees op uw hoede dat uw hart niet op enig moment bezwaard wordt door roes en dronkenschap en door zorgen over de alledaagse dingen, en dat die dag u niet onverwachts overkomt.
Want als een strik zal hij komen over allen die op het hele aardoppervlak wonen.
Waak dan te allen tijde en bid dat u waardig geacht zult worden om al die dingen die gebeuren zullen, te ontvluchten, en om te kunnen bestaan voor de Zoon des mensen."
(Lukas 21:29-36)

In het relaas van Mattheüs is de gelijkenis van de vijgenboom niet bedoeld als aanduiding van Israël, maar voor de snelheid waarmee deze gebeurtenissen zich zullen ontvouwen zodra ze beginnen. De vijgenboom was de laatste boom om zijn bladeren in het voorjaar te ontkiemen, dus wisten ze dat, toen ze de bladeren aan de vijgenbomen zagen ontkiemen, dat de zomer echt dichtbij was. Op dezelfde manier zal de tijdspanne tussen het begin van de eindtijdtekenen en de terugkeer van de Heer relatief kort zijn.

Ik denk dat deze beide overzichten bedoeld waren voor de generatie due leeft tijdens de val van Jeruzalem, én voor de generatie die hier is aan het einde van de tijd. Vijfendertig jaar nadat de Heer deze woorden sprak, begonnen de Romeinen hun driejarige campagne om de omverwerping van de Joodse natie te voltooien. Velen die met deze profetie werden onderwezen, waren mannen die het rechtstreeks uit de mond van de Heer te horen kregen en nog in leven waren toen dit gebeurde. En aan het einde van het tijdperk zullen velen die leven wanneer deze tekenen beginnen te verschijnen nog steeds in leven zijn in het einde.

De laatste zin is met name zinvol: " Waak dan te allen tijde en bid dat u waardig geacht zult worden om al die dingen die gebeuren zullen, te ontvluchten, en om te kunnen bestaan voor de Zoon des mensen." Door te kijken naar het teken van de Romeinse legers rondom Jeruzalem en te bidden voor bevrijding (van alles wat stond te gebeuren), waren de gelovigen op aarde op dat moment in staat om te ontsnappen aan dood en vernietiging van Jeruzalems oordeel. Evenzo, door te kijken naar de tekenen in de eindtijd en te bidden voor bevrijding, zullen de gelovigen op aarde in onze tijd kunnen ontsnappen aan de dood en vernietiging van het aardse oordeel (om te staan voor de Zoon des mensen).

Zoals u weet, ik geloof niet dat de Heer ooit een duidelijker onderwijs gaf van de Opname van de Gemeente. Maar met twee korte vermeldingen: "Wanneer nu deze dingen beginnen te geschieden, kijk dan omhoog en hef uw hoofd op, omdat uw verlossing nabij is" (Lukas 21:28), en "Waak dan te allen tijde en bid dat u waardig geacht zult worden om al die dingen die gebeuren zullen, te ontvluchten, en om te kunnen bestaan voor de Zoon des mensen" (Lukas 21:36). Hij gaf daar de duidelijkste aanwijzingen van zijn gehele aardse bediening dat de Gemeente van de eindtijdoordelen verlost zal zijn. 60 jaar later, toen hij Johannes op het eiland Patmos bezocht, bevestigde Hij dit, toen Hij zei: "Omdat u het woord van Mijn volharding hebt bewaard, zal Ik ook u bewaren voor het uur van de verzoeking, die over heel de wereld komen zal, om hen die op de aarde wonen te verzoeken" (Openbaring 3:10). Voordat de eindtijdoordelen beginnen, zullen wij staan voor de Zoon des mensen, en hebben Hem ontmoet in de lucht (1 Thes. 4:16-17).

De King James leest in Lukas 21:36 "bid dat u geacht wordt om waardig te zijn om te ontsnappen". En er zijn mensen die dit vers gebruiken om een gedeeltelijke Opname te rechtvaardigen, en zeggen dat alleen de gelovigen die waardig zijn zullen worden genomen. Maar het is belangrijk om te onthouden dat net als het toen was, het ook nu zo is. Niemand zal waardig worden geacht op basis van zijn of haar eigen verdiensten. We bidden voor onze zaligheid en zijn waardig gemaakt door de aanvaarding de dood van de Heer als betaling voor onze zonden en te geloven in zijn opstanding. "Want met één offer heeft Hij hen die geheiligd worden, tot in eeuwigheid volmaakt." (Hebr. 10:14).

Zo kunt u zien dat de gedeeltelijke vervulling van deze profetie van de Heer, zoals die heeft plaatsgevonden in de eerste eeuw met de verwoesting van Jeruzalem, wordt bevestigd in de uiteindelijke vervulling van alles wat Hij zei dat spoedig zal gebeuren voor de hele wereld. U kunt bijna de voetstappen van de Messias horen. (Dit is een uitbreiding van een studie van 24 augustus 2013.)

Bron: The Olivet Discourse ... Luke's Version - Gracethrufaith