www.wimjongman.nl

(homepagina)

()

Israëls populistische energiecrisis

Door Caroline B. Glick | 2 juli 2015

De directe buitenlandse investeringen in Israël zitten in een vrije val. Volgens een rapport dat vorige maand gepubliceerd werd door de VN-Conferentie over Handel en Ontwikkeling (UNCTAD), kwamen de buitenlandse directe investeringen in Israël in 2014, 46 procent onder het niveau van 2013, en daalde van 11,8 miljard dollar naar $ 6,4 miljard. Tijdens dezelfde periode daalden de directe buitenlandse investeringen wereldwijd slechts met 16%, wat betekent dat de daling van de investeringen in Israël bijna drie keer het mondiale gemiddelde bedroeg.

De werkelijke oorzaak van de daling in de investeringen in Israël ligt elders. En om dit te begrijpen moeten we de recente ontwikkelingen in de natuurlijke gasindustrie begrijpen.

Sommigen hebben op het verslag gereageerd met de beschuldiging dat de operatie Beschermende Rand of de boycot van Israël voor de plotselinge neergang zorgde. En is waarschijnlijk wel iets van waar, maar niet al te veel pleit voor die bepaalde weergave.

Israël heeft de neiging om relatief snel terug te veren na het einde van oorlogen. De gevolgen van de oorlogen op Israëls economische groei is sinds 2006 marginaal.

Wat betreft de boycots is het moeilijker om dat vast te stellen. Slechts 5% van de Israëlische export zijn consumentenproducten die in staat zijn om de toorn van de Jodenhaters aan te trekken. De overige 95% is een business-to-business verkoop, waarin de Israëlische export is opgenomen in geassembleerde producten in andere landen, en dit is dus grotendeels immuun voor boycots.

De werkelijke oorzaak van de dalende investeringen ligt elders. En om dit te begrijpen moeten we de recente ontwikkelingen in de natuurlijke gasindustrie begrijpen.

De regelgeving was zeer geschikt voor een markt waar de kosten van onderzoek en ontwikkeling erg hoog was en de kans op winst laag.

Opportuniteitskosten speelden ook een rol in de vaststelling van de belegger-vriendelijke licentievoorwaarden. Als gevolg van de economische Arabische boycot, riskeerden bedrijven die energiecontracten met de Joodse staat tekenden, dat energiecontracten met de Arabische Staten werden geweigerd. En overwegend dat de kans laag was dat een investeerder in Israëls energiemarkt weer winst maakte, was de kans op winst in de Arabische energiemarkten veel hoger.

Toen aan het eind van 2006 de Amerikaanse firma Noble Energy de onderzoeksconcessie voor de Leviathan gasvelden kreeg, waarin onder andere de gasvelden Tamar en Leviathan vielen, werd de kans op het vinden van gas niet erg hoog ingeschat. Noble betrad de markt nadat British Gas zijn rechten op de velden had losgelaten, omdat ze niet rendabel werden geacht.

Zonder Noble of een ander bedrijf met vergelijkbare mogelijkheden en ervaring zou Israël niet staat zijn geweest om de velden te ontwikkelen en te bewerken. Delek-Energie en de andere Israëlische partners ontbrak het aan capaciteit voor het verrichten van de complexe bewerkingen die nodig zijn. Voor de ontwikkeling van het aardgasveld van Tamar werd een put gebouwd in 500 meter van het water op een diepte van 5000 meter. Het boren werd uitgevoerd onder een buitengewoon hoge druk en door een dikke laag zout.

Het werk van het boren op Tamar kostte Noble en haar Israëlische partners 140 miljoen dollar. Dat vereiste een extra investering van $ 4 miljard voor het vervoeren van het gas naar Israël.

Toen Noble begon te boren aan het eind van 2008, werd de kans op succes gesteld op 35%. Tamar, zo werd verwacht, zou niet bijzonder groot te zijn. Maar in het begin van 2010 werd duidelijk dat Noble, Delek en hun kleinere partners de jackpot hadden gekregen. Tamar met haar 9 miljard kubieke voet (Tcf) (254.85 miljard kubieke meter) aan aardgas was de grootste vindplaats wereldwijd in 2009.

In 2011 werd het geluk van Delek and Noble voortgezet toen ze bij de eerste boringen in het aardgasveld van Leviathan een gasveld blootlegden met een geschatte 21 Tcf aan gas. De Leviathan-vondst was de grootste in het decennium. Samen hebben de twee velden voldoende gas om Israël energie-onafhankelijk te maken gedurende decennia. Er is genoeg gas in de twee velden om Israël om te vormen tot een belangrijke speler op de wereldwijde energiemarkt.

In plaats van deze wonderbaarlijke vondst te vieren en dan achterover leunen en wachten op de belastinginkomsten en royalty's die binnenstromen, en de onverwachte miljarden aan de Israëlische economie toe te voegen, en extra beleggers in drommen naar zijn kusten zouden komen om te bedelen voor ontwikkelingslicenties, ongeacht de kosten, besprongen Israëls populisten Delek en Noble's buitengewone vondst als een straatbende, en zijn ertoe overgegaan om hen aan te vallen.

Hier is het noodzakelijk om op te merken, dat afgezien van het verkopen van licenties, de regering niets deed voor de gasvelden. Het nam geen economische risico's. Nu zou u uit de teneur van het debat dat begon in 2010 kunnen denken dat de ambtenaren bij het ministerie van Financiën en de oppositie in de Knesset naar de bodem van de zee waren gezwommen en het gas met de hand hadden opgehaald.

Maar het riep een menigte op van socialistische politici en activisten, regelgevers en bureaucraten, allen boos dat de vrije marktwerking de beleggers verrijkte zonder hun toestemming, en eiste een beslag en besnoeiing in de opbrengst van de energiebron waarvan Israël nu zou genieten, alleen omdat particuliere ondernemingen honderden miljoenen dollars hebben geïnvesteerd om het uit de bodem van de zee te halen.

In plaats van achter de beleggers te gaan staan en de populistische pestkoppen tegen te houden, is de toenmalige Minister van Financiën, Yuval Steinitz, toegetreden tot die menigte en heeft het Sheshinski-comité benoemd. Het Comité werd belast om aanbevelingen te doen van manieren in het openbreken van de overheidscontracten met de energiebedrijven om een veel groter deel te confisqueren van hun toekomstige winsten.

Het Sheshinski-Comité, en de wetgeving van 2011 met betrekking tot de onverhoopte energiewinsten die waren afgekondigd op basis van die aanbevelingen, belastten de energiewinst op een tarief van tussen 52% en 62% in plaats van het zakelijke tarief van 27%. De hogere belastingen werden met terugwerkende kracht toegepast op Noble, Delek en de rest van de licentiehouders.

Nobel CEO, Charles Davidson, reageerde boos op de gewijzigde regelgeving, en vertelde aan The Wall Street Journal:: "Een zo flagrante verandering met terugwerkende kracht zal Israël snel verplaatsen naar het laagste niveau van landen voor investeringen in de energiesector."

Israël zou gaan zien hoe hij het bij het rechte eind had.

Toen in het begin de Europese Unie dreigde met economische boycots tegen Israël, heeft de regering terecht de exporteurs op hun markten opgeroepen te diversifiëren vanwege Israëls lagere uitstraling naar Europa. In de gasindustrie betekent een diversificatie van markten het gas exporteren naar Aziatische markten. Voor het openen van het Israëlische gas naar de Aziatische markten, begonnen Noble en Delek met onderhandelingen over de verkoop van een 25%-belang in de Leviathan gasveld aan het Australische Woodside Petroleum. Woodside heeft de technische en de marketingscapaciteit om het Israëlische gas te verkopen in Azië.

()

In mei 2014 stond Woodside klaar om de deal met Noble en Delek te ondertekenen en Leviathan binnen te komen met een investering van $ 2.7 miljard. Maar op het laatste moment liep Woodside weg van de deal. Het zei dat het haar besluit zou willen heroverwegen als Israël de zakelijk kant in het investeringsklimaat "wezenlijk ging wijzigen".

Ondanks de draconische belastingen met terugwerkende kracht waren Delek en Noble solidair. Ze hebben een nieuw contract getekend met de regering, overeenkomstig de nieuwe wet, ondanks de hoge belastingen en het feit dat de wet van hen eist om hun rechten op de kleinere velden Tanin en Karish te verkopen.

Maar dat was nog niet genoeg voor de populisten. Vorig jaar december kondigde David Gilo, het hoofd van de anti-trustwetgevingsautoriteit in het ministerie van Financiën, af dat de deal onwettig was omdat Delek en Noble een "verschrikkelijk monopolie" hadden met volledige controle over Israëls gasindustrie. Gilo stelde vast dat ze hun partnerschap moeten beëindigen en hun aandelen verkopen in Tamar of Leviathan.

In reactie kondigde Noble aan dat het de ontwikkeling van het Leviathan veld zou opschorten. Waar van Leviathan in 2014 werd verwacht dat het in 2017 in werking zou worden gesteld, zal het nu niet eerder in productie komen dan in 2020 op zijn vroegst.

Toen de nieuwe regering aantrad, besloot premier Benjamin Netanyahu – die de wet van 2011 betreffende onverhoopte winsten ondersteunde - om Gilo te omzeilen bij de goedkeuring van de deal die de vorige regering met Delek en Noble had ondertekend. Alles leek vorige week op zijn plaats te vallen bij het veiligheidskabinet met de goedkeuring van de deal. Maar vervolgens besloot Minister van Economie, Arye Deri, het spel te verlaten en weigerde te tekenen bij de uitvoering van het kabinetsbesluit.

Deze week werden wij aan een nieuwe populistische aanval op Noble en Delek onderworpen. Nu eist de opgetrommelde menigte dat de regering de uitspraak van Gilo zou naleven, met behulp van zijn modewoord bij elke gelegenheid: "verschrikkelijk monopolie".

Maar zoals met de meeste populistische economische protesten, er is geen basis voor hun eis. Het idee dat Delek and Noble's partnerschap in gasontwikkeling een monopolie heeft, is volslagen onzin. Ze zijn licentiehouders. Ze hebben hun licenties rechtmatig gekocht, en de voorwaarden nageleefd. Ze zijn zelfs overeengekomen meer te betalen toen de staat schandalig genoeg een wet aannam met een draconische regelgeving in de toepassing met terugwerkende kracht.

Bovendien kan Delek en Noble niet de prijzen voor hun gas dicteren. Israël is niet verplicht om van hen gas te kopen. De enige reden dat Delek en Noble Israëls enige leveranciers zijn, komt omdat Israël besloot al zijn gas van hen te kopen, nadat de Moslimbroederschap-regering van Egypte de gas deal met Israël annuleerde, die was ondertekend door zijn voorganger.

Als de regering denkt dat Delek en Noble teveel vragen voor hun gas, is Israël vrij om elders te kijken.

Vanuit het perspectief van de toekomstige groei voor de Israëlische energiemarkten, is misschien het ergste aspect dat de staat misbruik kan maken van de beleggers in de timing. De regering ging achter de beleggers aan voordat ze de kans hadden om het Leviathan-veld in productie te brengen. In de huidige regelgevende chaos kan het gas evengoed blijven in de zeebodem.

Welke ernstige energiebedrijf zou hier nog willen investeren? De hele wereld-energiesector weet nu dat je de Israëli's niet kunt vertrouwen. Een onderzoeksproject in Israël is een dubbele gok. Eerst moet je de dobbelstenen laten rollen wanneer je begint met de ontwikkeling van een veld dat naar alle waarschijnlijkheid droog zal zijn. En dan, als je toevallig geluk gaat krijgen, heb je alle reden om te verwachten dat de staat een manier zal vinden om je toekomstige winsten te grijpen.

Dit brengt ons terug naar het UNCTAD-rapport van vorige week. Israëls populistische - en corrupte - behandeling van Delek en Noble is een enorme waarschuwing geweest aan investeerders. Niet alleen moet u niet snel naar Israël gaan, u moet wegblijven uit Israël.

Als we de schade willen herstellen - aan onze energiemarkt specifiek, en voor de Israëlische economie in het algemeen - is er slechts één pad te nemen. De Knesset moet de wet uit 2011 voor onverhoopte winsten terugtrekken en alle pogingen eindigen om het partnerschap van Delek-Noble te definiëren als een monopolie, aangezien het zo op zoek is naar nieuwe, creatieve manieren om hun winsten af te nemen.

Vervolgens moet de Knesset een wet invoeren die investeerders zal beschermen tegen pogingen om met terugwerkende kracht de voorwaarden te veranderen van licenties die zij van de staat Israël hebben ontvangen.

Israël heeft genoeg problemen met de antisemitische boycotbeweging die met sprongen en onbegrensd groeit. We moeten onze populistische tendensen beteugelen en stoppen met degenen die in Israël willen investeren het gevoel te geven dat ze dom zijn om dat te doen.

Bron: Column One: Israel’s populist energy crisis


printen??? spaar papier en inkt.