www.wimjongman.nl

(homepagina)



De drie vragen van Mattheüs 24

4 februari 2015 | door Jack Kelley

"Toen Hij op de Olijfberg zat, gingen de discipelen naar Hem toe toen zij alleen waren, en zeiden: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen gebeuren? En wat is het teken van Uw komst en van de voleinding van de wereld" (Matt. 24:3)

Een van de fouten die christenen maken bij het lezen van de Bijbel wordt veroorzaakt door onze neiging om naar alles te kijken door een "Kerk-gekleurde bril". Daarmee bedoel ik dat we het lezen alsof het allemaal rechtstreeks op ons van toepassing is, zonder acht te slaan op de context of de historische achtergrond waarin het wordt toegepast. Ik weet dat Paulus zei dat alles wat in het verleden is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen (Romeinen 15:4), maar dat betekent niet dat het allemaal was geschreven aan ons, of over ons. Het betekent dat we verondersteld worden om te leren van de ervaringen van hen die voor ons waren. Een goed voorbeeld van dit soort fout kan worden gevonden in onze interpretatie van het eindtijdrede (Matt. 24-25). Ik zal je laten zien wat ik bedoel.

"En Jezus ging weg en vertrok uit de tempel; en Zijn discipelen kwamen naar Hem toe om Hem op de gebouwen van de tempel te wijzen. Jezus antwoordde en zei tegen hen: Ziet u dit alles? Voorwaar, Ik zeg u: hier zal niet één steen op de andere steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden" (Matt. 24:1-2)

Deze twee verzen zetten al de toon voor de hele discussie, maar in onze haast om naar de kern van dit gedeelte te gaan, worden die vaak genegeerd. Van Markus' verhaal weten wij dat nadat Jezus dit zei, vier van de discipelen bij Hem kwamen voor een verduidelijking. Dat waren Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas (Markus 13:3), en ze stelden Hem 3 vragen: Wanneer zal dit gebeuren? (Wanneer zullen deze gebouwen worden afgebroken?) Wat zal het teken zijn van uw komst? Wat zal het teken zijn van het einde van der tijden?

Dus laten we deze vragen eens stuk voor stuk bekijken om meer van de achtergrond te zien die deze vragen opriepen. We vinden dan uit dat de eerste twee vrij eenvoudig zijn, maar de derde is een heel andere zaak.

Wanneer zal dit gebeuren?

Het uitzicht van Jeruzalem bij zonsondergang vanaf de Olijfberg is nog steeds adembenemend, zelfs vandaag de dag. In de tijd van de Heer was het zelfs nog meer zo, omdat de tempel daar nog steeds stond. Voor hen was dat het de mooist denkbare gebouw. Er is een gezegde op basis van de Talmoed dat luidt: "Wie niet de tempel uit de tijd van Herodes gezien heeft, heeft nog nooit een prachtig gebouw gezien." Er was al 46 jaar aan gebouwd en hij was nog niet klaar. Bij zonsondergang lichtte zijn witte kalkstenen buitenkant op met een heldere gouden tint, alsof het van puur goud gemaakt is.

Deze Palmzondag profetie herhalend van Lukas 19:41-44, zegt Jezus dat de tempel en de omliggende gebouwen volledig vernietigd zouden worden en dat niet één steen op de ander zou worden gelaten. Het verhaal van Lukas over de eindtijdrede wordt gevonden in Lukas 21. Lukas is de enige persoon die een gedetailleerd antwoord geeft op hun eerste vraag: "Wanneer zal dit gebeuren?" Lucas 21:12-24, dat een beschrijving geeft van de Romeinse verovering van 68-70 n.Chr, was het antwoord van de Heer.

Wat zal het teken zijn van uw komst?

Uiteraard bedoelden ze: Zijn tweede komst. En in feite gaf Hij hen twee duidelijke tekenen. Na het beschrijven van verschillende dingen die niet specifieke tekenen zijn, maar alleen "geboorteweeën", gaf hij hen het eerste duidelijke teken in Matt. 24:15: Dat er de Gruwel van Verwoesting zou staan op de heilige plaats als markering van het begin van de Grote Verdrukking (Matt. 24:21). Het tweede ondubbelzinnige teken van zijn komst wordt beschreven als het Teken van de Mensenzoon. Dat zal het einde van de grote verdrukking aanduiden (Matt. 24:29-30), als de Heer zal terugkeren op de wolken met macht en grote heerlijkheid.

Wat zal het teken zijn van het einde van de tijden?

Deze vraag is veel complexer dan ze ooit gedacht hadden toen ze het vroegen, hoewel het antwoord simpel is. Uiteindelijk zal het teken van het einde der tijden komen als de Heer terugkeert als Koning over de gehele aarde (Zacharia 14:9). Daarna zal de tijd van het Koninkrijk beginnen. Dit is de kwestie waar zoveel gelovigen de weg kwijt zijn. Het is door de "kerk-gekleurde bril" die ik noemde. Maar als je de vooruitzichten van de discipelen begrijpt, zul je ziet dat het voor hen niet mogelijk was om te denken aan een 'Kerkperiode' toen ze de uitdrukking "einde der tijden" gebruikten zoals zo veel christenen die nu gebruiken. Hier is het waarom.

Meer dan 500 jaar eerder had de engel Gabriel aan Daniel verteld hoe en wanneer het einde van de tijd (Daniel 9:24-27) zou komen. Hij zei dat vanaf het moment dat ze toestemming kregen om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen na de Babylonische ballingschap, er 70 periodes van 7 jaar zouden zijn (waarbij deze 7-jarige perioden vaak "weken" worden genoemd omdat het Hebreeuwse woord dat Gabriel gebruikt betekent "een week van jaren"). Dit brengt ons op een totaal van 490 jaren (70 weken).

Toen de discipelen hun vragen aan Jezus stelden, waren 483 van die jaren (69 weken) verstreken en er waren slechts 7 jaren (1 week) over. U kunt zich hun verbazing voorstellen toen Hij hen vervolgens vertelde dat - aangezien het zo dichtbij was gekomen, het einde in zicht was, en dat de tempel en de eromheen liggende gebouwen alle zouden worden vernietigd. Hoe kon dit zo zijn? De tempel was essentieel voor hun verering. Er was gedurende 46 jaar aan gebouwd, en zoals ik hierboven al zei: hij was nog niet eens klaar. Hoe kan hij zo volledig worden afgebroken en vervolgens herbouwd worden opnieuw in slechts 7 jaar?

Het was deze verbazing die leidde tot hun vragen. Ze wisten niets over een Kerk-periode die zou leiden een pauze van 2000 jaar in Daniels profetie over de 70 weken. Zelfs vandaag de dag begrijpen de meesten van ons niet dat de Kerk-periode niet de periode van de wet beëindigde, het heeft deze zeven jarige geplande voltooiing ervan slechts onderbroken. Hoe konden zij het ook hebben begrepen? (Het feit dat de periode van wet nog niet is beëindigd, verklaart waarom er spoedig een tempel gebouwd gaat worden in Israël. Die hebben ze nodig om de laatste 7 jaar te voltooien.)

40 dagen na de opstanding, en zelfs na het ontvangen van de Heilige Geest (in Johannes 20:22), dachten de discipelen nog steeds dat het einde van het tijd aanstaande was. Toen Jezus hen meenam naar de Olijfberg, waar hij spoedig zou opstijgen tot de Vader, vroegen ze hem nogmaals: "Heer, zult U in deze tijd voor Israël het Koninkrijk weer herstellen"
Opnieuw legde Hij niet iets uit over de toekomst, maar zei: "Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft." (Handelingen 1:6-7)

Ik heb een geheim

Het antwoord aan de apostelen onthulde Jakobus voor de eerste keer 20 jaar na het kruis:

En heel de menigte zweeg, en zij hoorden Barnabas en Paulus vertellen wat voor grote tekenen en wonderen God door hen onder de heidenen gedaan had.
En toen zij zwegen, antwoordde Jakobus: Mannenbroeders, luister naar mij. Simeon heeft verteld hoe God voorheen naar de heidenen omgezien heeft, om voor Zijn Naam uit hen een volk aan te nemen.
En hiermee stemmen de woorden van de profeten overeen, zoals geschreven staat: Hierna zal Ik terugkeren en de vervallen hut van David weer opbouwen, en wat daarvan is afgebroken weer opbouwen en Ik zal hem weer oprichten, opdat de mensen die overgebleven zijn, de Heere zouden zoeken, en alle heidenen over wie Mijn Naam uitgeroepen is, spreekt de Heere, Die dit alles doet."
(Handelingen 15:12-17)

In feite, vertelde Jakobus hen dat Israël opzij was gezet, terwijl de Heer een volk uit de andere volken nam voor zichzelf. Hier verwees hij naar de Kerk. Nadat hij ons had opgenomen (letterlijk: ons wegvoerde) zou Hij zijn aandacht nogmaals op Israël richten. Als de Heer hen deze dingen had geleerd, dan zou Jakobus het niet nodig gehad hebben om het hen uit te leggen. Het was niet zo dat zij dit gehoord hadden en vergeten waren. Het was zo dat de Heer het hen nooit had verteld.

Er is een heel eenvoudige reden waarom de Heer nooit de Kerk-periode in detail heeft uitgelegd. Dat is omdat hij kwam om het Koninkrijk aan Israël aan te bieden. Het thema van zijn bediening naar Israël was: "Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij." (Matt. 4:17). En toen stuurde hij de eerste 12 discipelen uit op hun eerste missionarisreis, en vertelde hen: U zult u niet op weg begeven naar de heidenen en u zult geen enkele stad van de Samaritanen binnengaan, maar ga liever naar de verloren schapen van het huis van Israël. En als u op weg gaat, predik dan: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen." (Matt. 10:5-7). En dan is er nog het vreemde incident waar Jezus de Kanaänitische vrouw weigerde, die bij Hem bedelde om de genezing van haar dochter. Toen de discipelen er bij hem op aandrongen om op haar te reageren, antwoordde hij: "Ik ben alleen maar gezonden naar de verloren schapen van Israël." (Matt. 15:24).

Toen de leiders hem vroegen om een definitief teken dat hij hun Messias was, gaf Hij hen het teken van Jona, waarvan hij wist dat het niet duidelijk voor hen zou zijn tot na de opstanding (Matt. 12:38-40).

Mijn punt is dat Hij niet goed kon rondgaan met een beschrijving van de geweldige zegen die er kwam naar de Joden en de heidenen die deel van de Kerk zouden zijn, wanneer Hij al aan Israël het Koninkrijk had aangeboden. Een paar dagen voor de kruisiging waarschuwde Hij hen dat het Koninkrijk zou worden weggenomen en aan anderen gegeven (Matt. 21:43). Maar ik ben ervan overtuigd dat zijn aanbod aan Israël nog steeds op tafel lag, tot aan de dag dat Hij is opgevaren naar de hemel. En dat is waarom hij nog steeds predikte over het Koninkrijk de hemelen gedurende de 40 dagen na de opstanding (Handelingen 1:3). 40 is het getal van de beproeving. Het teken van Jona was vervuld en aan Israël werd 40 dagen gegeven om Hem ten slotte nog te accepteren.

Natuurlijk had de Heer altijd al geweten dat ze zouden falen voor de test. Daarom kon Paulus zeggen dat hij een oud geheim onthulde toen hij de kerk in Efeze vertelde dat de heidenen samen met Israël mede-erfgenamen zijn en tot hetzelfde lichaam behoren en mededeelgenoten zijn van Zijn belofte in Christus, door het Evangelie (Efeze. 3:4-6). Israëls afwijzing verraste Hem niet.

Vanuit dit perspectief is het duidelijk dat de eindtijdrede niet over de gemeente ging. Het gaat over de Joodse Messias die spreekt op de Olijfberg tot zijn Joodse volgelingen over de toekomst van Israël. Om dit punt te onderstrepen, maakte Hij in Matt. 24:15-21 de verwijzing naar een Joodse tempel en waarschuwde hen te vluchten als ze de gruwel van verwoesting daar permanent zien staan, omdat het het signaal van het begin van de grote verdrukking zou zijn. Hij vertelde hen om te bidden dat hun vlucht niet zou plaatsvinden op een sabbat. Dat betekent dat er gelovigen van het Oude Verbond zijn in Judea, de Bijbelse naam voor Israël, die in een tempel aan het einde van de tijd aanbidden. Zij zijn de enige mensen voor wie het zou onwettig zou zijn om te vluchten op een sabbat.

Dit zijn de enige specifieke verwijzingen naar een groep mensen in dit hele gedeelte. Ze wijzen beide op Israël en ze zijn beide geschreven in de 2e persoon (v.15: als je ziet... v.20: bid dat uw vlucht...), wat aangeeft dat de Heer de discipelen beschouwt als de vertegenwoordigers van Israël. Als u de Kerk wilt plaatsen in dit deel van de eindtijdrede, is dat een fundamentele fout in de interpretatie. Alleen de positie van de pre-verdrukking opname vermijdt deze fout.

Waarom staat het daar?

Dus waarom staat deze Olijfbergrede dan in het Nieuwe Testament als het niet voor de Kerk is? Er zijn verschillende goede redenen. Ten eerste geeft het de Kerk enkele vroege waarschuwingssignalen die we kunnen gebruiken om te weten hoe dicht we bij ons vertrek komen. De geboorteweeën van Matt. 24:4-8 dienen als "nabijheidsindicatoren". Hoe vaker ze zich voordoen, hoe dichterbij we zijn. En tevens, gedurende de gehele Kerk-periode zijn de tekenen die de Heer aan Israël gaf, geen bewijs geweest, omdat er tot 1948 geen Israël was. Dit is wat de wedergeboorte van de natie maakt tot het primaire teken dat de eindtijd over ons is gekomen.

Ten tweede toont het ontbreken van iedere verwijzing naar de Kerk ons dat we hier niet zijn gedurende de tijd waar Hij het over had.

En ten derde toont het de gelovigen in de verdrukking, zowel binnen als buiten Israël, waarnaar te zoeken voor hulp om hun geloof te behouden dat hij komt om hun beproeving te beëindigen.

Noch de engel Gabriel noch de Heer misleidden Israël door deze onbepaalde pauze tussen de 69e en 70e week van Daniels profetie niet te vermelden. Ten minste tot aan het kruis en misschien wel tot Zijn hemelvaart lag het aanbod van de Heer van een Koninkrijk voor Israël op tafel. Had Israël Jezus aanvaard als zijn Messias, dan zou de pauze nooit hebben plaatsgevonden. Dit kan ook verklaren waarom het evangelie een beperkte afkeuring ontving onder de andere volken tijdens en onmiddellijk na de bediening van de Heer, en waarom het 20 jaar na het kruis was dat zaken als directe deelname van de heidenen in de gemeente, de leerstellingen van redding door genade en eeuwige zekerheid, de opname voor de verdrukking, en de uiteindelijke bestemming van de Kerk werden geïntroduceerd.

Duidelijk is dat de Olijfbergrede werd gegeven aan en voor Israël. Welke weergave u ook hebt van de volgorde van de eindtijdgebeurtenissen, als u het hebt gebaseerd op een veronderstelling dat de discipelen de Kerk vertegenwoordigen in deze Olijfbergrede, dan is het tijd voor u om opnieuw na te denken over uw veronderstelling.

Bron: The Three Questions Of Matt. 24 - Gracethrufaith