(homepagina)

Verdediging van de Opname vóór de Verdrukking (opnieuw)

door Jack Kelley | 15 augustus 2013

Iemand vroeg mij een belangrijke vraag een paar dagen geleden: "Belooft de Schrift eigenlijk wel een opname vóór de verdrukking, of is het gewoon een mening die van leraar naar student wordt doorgegeven?" Hij daagde me zelfs uit een Bijbelvers te citeren dat iemand ertoe zou brengen in het standpunt van een pre-opname te geloven, als die er niet reeds van gehoord had van een bijbelleraar. Hij zei dat hij er in al zijn studies niet in staat was één te vinden. Laten we eens kijken of hij gelijk heeft.

Eerste enkele algemene punten

De opname is niet een andere naam voor de wederkomst. Zoals 1Thes. 4:15-17 en Johannes 14:1-3 verklaren, is de opname een ongeplande geheime gebeurtenis, waarbij Jezus richting aarde komt om zijn kerk te ontmoeten in de lucht, en ons mee te nemen om bij Hem te zijn waar Hij nu is. Ik zeg ongepland en geheim omdat de specifieke tijd onbekend zal blijven tot het daadwerkelijk gebeurt. Aan de andere kant is de wederkomst een geplande openbare gebeurtenis, waarbij Jezus terugkomt naar de aarde, met Zijn kerk, om zijn koninkrijk hier te vestigen. Ik zeg gepland en publiek, omdat de tijd van Zijn komst bekend zal zijn op aarde gedurende meer dan 3 1/2 jaar op voorhand; en publiek, omdat iedereen op aarde van zijn komst getuige zal kunnen zijn. Matteüs 24:29-30 zegt dat het zal gebeuren kort nadat de Grote Verdrukking is geëindigd en alle volken zullen de Mensenzoon zien komen op de wolken.

Lidmaatschap van de kerk en daarmee deelname aan de Opname is afhankelijk van het persoonlijk aanvaarden van de dood des Heren als de volledige betaling voor je zonden. Terwijl zijn dood eigenlijk genade voor iedereen heeft verschaft, moet ieder van ons dat persoonlijk vragen om dit voor zich te activeren. Iedereen die vraagt om verlossing, ontvangt een onvoorwaardelijk, onherroepelijk "Ja!" (Matt. 7:7-8, Johannes 3:16, Ef. 1:13-14). Want ongeacht hoeveel beloften God heeft gemaakt, ze zijn "Ja" in Christus (2 Korinthe 1:20).

Het is Grieks voor mij

En tot slot, hoewel cynici naar waarheid kunnen zeggen dat het woord opname in geen enkel gedeelte van de Schrift voorkomt, is de verklaring niet juist in zijn opzet. Opname is een woord van Latijnse oorsprong, geen Hebreeuws of Grieks, de talen van de Bijbel. Een van de eerste vertalingen van de Bijbel was in het Latijn, en het woord opname komt daar vandaan. Het Griekse equivalent is harpazo, dat wordt gevonden in de Griekse tekst van 1 Thess. 4:17. Als ze in het Engels vertaald worden, betekenen beide woorden: "te worden ingehaald", of "weggerukt". Harpazo, het woord dat Paulus feitelijk gebruikt, is afkomstig van wortels die de betekenis hebben van "uit de grond trekken" en "voor zichzelf nemen", en wijst erop dat de Heer ons heftig claimt voor Zichzelf. Dus terwijl het Latijnse woord niet voorkomt in onze bijbels, doet de gebeurtenis die het beschrijft het zeker wel. Er is een soortgelijke situatie met het woord Lucifer, ook van Latijnse oorsprong. Het verschijnt ook niet in een van de oorspronkelijke teksten, maar niemand zou naïef genoeg zijn om het bestaan van satan te ontkennen op zo'n flinterdunne basis. Laten we met deze inleiding eerst eens naar de bekendste van de opname-passages gaan.

"Want dit zeggen wij u met een woord van de Heere, dat wij die levend zullen overblijven tot de komst van de Heere, de ontslapenen beslist niet zullen voorgaan. Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn. Zo dan, troost elkaar met deze woorden." (1Tess. 4:15-17)

De meesten van ons zijn zeer vertrouwd met deze verzen. Maar merk op dat ze niet vertellen wanneer de opname geschieden zal, alleen dat het gebeurt. Merk ook op dat de Heer niet helemaal naar de aarde terugkomt. We ontmoeten hem in de wolken en dan, volgens Johannes 14:1-3, gaan we met Hem naar waar hij vandaan kwam. Als dit de 2e komst was, zou Hij hier komen om te zijn waar wij zijn, en niet komen om ons daar te laten zijn waar hij is. Paulus beschreef dezelfde gebeurtenis in 1Kor. 15:51-52. In een flits, in een oogwenk, zullen de doden in Christus opstaan, en de levenden worden getransformeerd. Daar zei hij dat hij een geheim onthulde, maar de opstanding van de doden was geen geheim. Dat kan al worden gevonden in het hele Oude Testament. Het geheim was dat sommigen niet zouden sterven, maar na een onmiddellijke transformatie in leven worden gehouden in de tegenwoordigheid van de Heer. De opname gebeurt heel snel. Het ene ogenblik lopen we nog op aarde en in het volgende zijn we in het koninkrijk.

[Editor: Hier is het punt waarom de mensen zeggen dat wij na de verdrukking opgenomen worden, dat dit er niet staat. "We zullen altijd bij de Here zijn." Dat wij hem inhalen; niet dat we terug gaan naar waar Hij vandaan komt. Dat is het discussiepunt. Waar dan weer tegenover wordt gezet dat zijn kinderen de toorn van God niet hoeven te ondergaan, dus niet door de verdrukking gaan. Dat is het argument van mensen die geloven dat de opname drie en een half jaar voor de wederkomst plaats zal vinden. De schrijver komt daarop terug. ]

Tussen haakjes, probeer niet om de verwijzingnaar de bazuin in vers 52 te gebruiken om de tijd van de opname te verbinden met een andere gebeurtenis. Aangezien zowel de Korinthe-passage en die van Thessalonicenzen dezelfde dingen beschrijven, is het veilig om te veronderstellen dat de term 'laatste bazuin' verwijst naar het feit dat de bazuin-oproep van God uit 1Thess. 4:16 het einde van de Kerkperiode zal kenmerken, op welk moment de kerk verdwijnt van de aarde. Dus deze twee verwijzingen zeggen beide dat een bepaalde generatie van mensen niet zal sterven, maar plotseling wordt veranderd van onze aardse vorm naar onze hemelse. En omdat zowel Matt. 24:31 (zij zullen Zijn uitverkorenen verzamelen van het ene uiteinde van de hemel tot het andere) als Openbaring 17:14 (met Hem zal Zijn geroepen, de uitverkoren, en trouwe volgelingen) zeggen dat we met de Heer zullen zijn als Hij terugkeert, moet dit ergens gebeuren vóór de 2de Komst. En het kan niet zo zijn dat alleen de opgestane gelovigen terugkomen met Hem, omdat de opname-passages hierboven zeggen dat we op hetzelfde moment zullen worden veranderd, nadat de doden worden opgewekt.

Dus wanneer gaat dit gebeuren?

In het Nieuwe Testament vinden de duidelijkste aanwijzing die we krijgen op dit gebied wat betreft de timing in 1Thess. 1:9-10. "Want zij vermelden zelf over ons hoezeer wij ingang bij u gekregen hebben en hoe u zich van de afgoden tot God bekeerd hebt om de levende en waarachtige God te dienen, en Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, Die Hij uit de doden heeft opgewekt, namelijk Jezus, Die ons verlost van de komende toorn."

Het Griekse woord "uit" in deze passage is "apo". Letterlijk vertaald betekent het dat we worden gered uit de tijd, de plaats, of uit welke relatie tot Gods toorn ook. Het staat voor zowel de vertrek als scheiding. Dit wordt ondersteund door 1Thes. 5:9 dat verklaart: "Want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de zaligheid, door onze Heere Jezus Christus."

Sommige mensen zijn er dol op om erop te wijzen dat je Gods toorn niet verwisselbaar kunt gebruiken voor de Grote Verdrukking. Ze zijn niet hetzelfde, zeggen ze. En ze hebben gelijk, de twee termen zijn geen synoniemen. De Grote Verdrukking is 3 1/2 jaar lang en begint in Openbaring 11-13. Gods toorn is veel langer, te beginnen in Openbaring 6, zoals vers 17 zegt. Voorstanders van een opname na de verdrukking of voor de toorn-opname proberen dit te ontkennen, maar de Schrift is duidelijk. De tijd van Gods toorn begint met de Zegeloordelen. Met de Schaaloordelen die later komen, begint niet de tijd van Zijn toorn, zij besluiten het (Openb. 15:1). Gered worden uit de tijd, de plaats en welke relatie met God's Toorn dan ook, betekent dat de kerk moet verdwijnen voordat Openb. 6 plaatsvindt, en dat is het waarom we geloven dat de opname zal plaats vinden in Openbaring 4 en de kerk de groep van gelovigen is, die gezien wordt in de hemel in Openb. 5.

Weest u de rechter

Laten we nu eens een lakmoesproef toepassen op mijn vraagsteller. Zou een gelovige, alleen op het spreekwoordelijke onbewoonde eiland, met niets anders dan een Bijbel, en zonder vooroordelen, concluderen dat er een opname is vóór de verdrukking alleen door erover te lezen, of kon hij alleen naar die positie geleid worden door eerst iemand te horen die hem daarover zou leren? Nou, van Jesaja 13:9-13 en Amos 5:18-20 zou hij geleerd hebben dat God de aarde gaat richten om haar zonden in een verschrikkelijke tijd, genaamd de Dag van de Heer, wanneer Hij Zijn toorn zal uitstorten over de mensheid. Lezend Matt. 24:21-22 zou hem gezegd hebben dat deze tijd van oordeel zo erg is, dat als de Heer er geen einde aan zou maken niemand het zou overleven. Maar de Heer zal er een eind aan maken door terug te keren in macht en heerlijkheid. Deze persoon zou weten dat de Heer dan nog niet is teruggekeerd, hij zou weten dat Gods toorn nog in de toekomst ligt.

Als hij dan bij 1Thes. 1:9-10 komt, zou hij een vrij duidelijke verklaring zien. Jezus redt ons van de komende toorn. In de 'wie, wat, waar, wanneer, en waarom' methodologie van de onderzoeksjournalist zou hij de Wie (Jezus), het wát (redt ons), en wannéér (de tijd van de komende toorn) zien. Al lezend zou hij bij 1Thes. 4:15-17 komen en het wáár krijgen (van de aarde naar de wolken), en in 1Thess. 5:9 het waaróm (omdat we niet tot toorn gesteld zijn). Van daaruit zou hij logischerwijs concluderen dat we rond de tijd van de komende toorn zullen worden gered; en omdat we niet gesteld zijn tot toorn, zal onze redding daaraan voorafgaan.

Hij zou ook nog één van de vragen van de onderzoeksjournalist in 1Thess. 4:15:17 kunnen beantwoorden, en dat is hóe het zou gebeuren. De Heer zelf zal uit de hemel komen, in onze atmosfeer, en ons plotseling wegrukken van de aarde om Hem daar te vergezellen. In hoofdstuk 5 zou hij leren dat hij nooit de exacte timing van deze gebeurtenis te weten zou komen, maar alleen wel dat het aan de komende toorn zou voorafgaan. Natuurlijk zijn er veel meer gedeelten waarnaar ik zou kunnen verwijzen, maar ik denk dat ik mijn punt gemaakt heb en de vraag beantwoord. Daarom zal ik een stap verder gaan.

Ik geloof dat, aangezien onze hypothetische lezer niemand anders heeft om hem te overtuigen, hij aanneemt dat wat hij leest als letterlijk moet worden genomen. En als dat het geval is, dan is het 'opname voor de grote verdrukking standpunt' de enige conclusie waartoe hij logischerwijs kon komen, omdat elk ander standpunt een matige tot volledige her-interpretatie van de Schrift vereist. Ik meen dat alleen gelaten met alleen de Heilige Geest als gids, hij zou verwachten opgenomen te worden voor de toorn van God begint in Openbaring 6. Je ziet, God heeft de Bijbel niet laten schrijven om ons te verwarren, maar om ons te informeren. Het is de mens die dat alles door elkaar heeft gemixed. Als je de Heilige Geest een puur denkende student zou geven, niet besmet door meningen en vooroordelen van andere mensen, zou hij die persoon het begrip kunnen bijbrengen van de opname die het meest in overeenstemming is met een letterlijke interpretatie van de Schrift. En dat vraagt om een voor-de-verdrukking-opname.

Maar wacht, er is meer

Terwijl we het onderwerp bespreken, is er een ander probleem dat wijst op een voor-verdrukking-opname en dat komt tot ons in de vorm van een aanwijzing in 1 Thess. 4:15, direct aan het begin van het opname gedeelte. Vers 15 opent met de zin: "Want dit zeggen wij u met een woord van de Heer." Er is gewoon geen andere plaats in het Nieuwe Testament, waar Jezus spreekt over sommigen die worden opgewekt en enkele anderen die worden getransformeerd om de Heer in de lucht te ontmoeten. Hij zei nooit iets dergelijks, noch heeft hij zelfs een toespeling gemaakt op zoiets. Zij die denken dat ze het zien in Matt. 24:40-41 moeten eerst het feit negeren dat Jezus de gebeurtenissen op de aarde op de dag van Zijn wederkomst uitlegde, welke de opname zouden plaatsen na de 2de Komst, iets wat niemand gelooft. Ze moeten ook het feit negeren dat in Matt. 24:40-41 zowel gelovigen als niet-gelovigen ergens heen worden gezonden, gelovigen worden verenigd met Hem, terwijl niet-gelovigen worden weggestuurd. Je moet de Griekse woorden onderzoeken die vertaald zijn als "genomen" (paralambano) en "achtergelaten" (alphiemi) om je dit te realiseren, maar als je dat doet, zie je dat de vertaling misleidend is. Geen opname-standpunt bevat een plaatsing van niet-gelovigen, noch noemt hen zelfs.

Tusen haakjes, dit is een geweldig voorbeeld van waarom de letterlijke, historische, grammaticale interpretatie zo belangrijk is. Onze Bijbel werd voornamelijk geschreven in het Hebreeuws en het Grieks. Elke vertaling is gebaseerd op het overzetten van woorden van de ene taal naar de andere. Dit proces leidt niet altijd tot een perfecte pasvorm, en zo moeten geleerde mannen dit in aanmerking nemen en hun eigen oordeel van tijd tot tijd trainen. Maar mensen zijn niet perfect. We hebben allemaal onze vooroordelen. Als het een belangrijke kwestie is waar je een exacte betekenis wilt hebben, dan is het altijd een goed idee om eenextra controle te doen over hun werk. Gelukkig hebben we een ongelooflijk stuk gereedschap in Strong's Concordance. Het bevat alle Hebreeuwse en Griekse woord in de Bijbel met hun primaire en secundaire betekenissen, hoe vaak elk woord in de Bijbel verschijnt en welke betekenissen worden gebruikt bij elke verschijning. U kunt deze vergelijken met de betekenis die de vertalers gebruikten en kijken of u akkoord gaat met de behandeling van de passage. Door dit te doen met Matt. 24:40-41, zult u merken dat de primaire betekenis van 'paralambano' is 'ontvangen', en de primaire betekenis van 'alphiemi' is 'weg te sturen'. Mensen met een opname-na-de-verdrukking standpunt lezen 1 Thes. 4:15, en keren zich dan naar Matt. 24:40-41, waar ze een groep zien die wordt "genomen" en een andere groep die wordt "weggezonden" na het einde van de Grote Verdrukking. Ervan uitgaande dat dit de woorden van de Heer waren waar Paulus naar verwees, dan stoppen ze. Ze hebben dan gezien wat ze wilden zien.

In werkelijkheid is Matt. 24:40-41 het meest waarschijnlijk een voorbeeld van het schapen-en-bokken-oordeel over de overlevenden van de Verdrukking. Het woord genomen (ontvangen) verwijst naar de gelovigen die gaan wonen in het Koninkrijk, en het woord 'Ga weg' (weggestuurd) geldt voor niet-gelovigen die naar de plaats worden gezonden die is voorbereid voor de duivel en zijn engelen (Matt 25:31-46). Natuurlijk heeft niets van dit alles betrekking op onze lezer op het onbewoonde eiland hierboven. De verzen die ik daar gebruikte zijn duidelijk genoeg, zodat zij geen onderzoek vereisen in de oorspronkelijke taal. Hij zou geen Strong's Concordantie nodig hebben, alleen zijn Bijbel.

Wat is je punt?

Dus als Jezus nooit geleerd heeft over de opname, naar welke "eigen woorden des Heren" verwijst Paulus dan? Sommigen verwerpen deze uitdrukking, dat Paulus sprak over een gesprek dat hij had met de Heer, dat niet in de Schrift voorkomt. Maar ik denk dat we een beter antwoord verdienen dan dat. Vergeet niet, 1 Tessalonicenzen was waarschijnlijk de eerste schriftelijke mededeling van Paulus, in 51 n.Cr. Afhankelijk van wiens mening je accepteert, was het evangelie van Matteüs ofwel net geschreven of dat zou nog bijna 10 jaar duren. Degenen die een vroege datum accepteren zeggen dat het was geschreven in Jeruzalem voor de Joden en zelfs in het Hebreeuws geschreven kan zijn. In ieder geval was noch dit of enig ander evangelie al wijd verspreid. (Het evangelie van Marcus, de andere kandidaat als het vroegst geschreven, bevat geen equivalent van Matt 24:40-41.) Dus als Paulus verwees naar de Schrift, wat ik geloof dat hij deed, dan moet dit het Oude Testament zijn. Ja, zoals alles in Gods plan, zul je zelfs hints van de opname vinden in het Oude Testament.

[Editor: We wijzen er even op dat Paulus is opgetrokken geweest in de hemel en daar heel veel heeft gehoord. 2 Kor.12:2-4]

Kijk eens naar deze passage uit Jesaja 26:19-21: "Uw doden zullen leven – ook mijn dood lichaam – zij zullen opstaan. Ontwaak en juich, u die woont in het stof, want Uw dauw zal zijn als dauw op jong, fris groen en de aarde zal de gestorvenen baren. Ga, Mijn volk, treed uw kamers binnen, sluit uw deuren achter u. Verberg u voor een klein ogenblik, totdat de gramschap over is. Want zie, de HEERE gaat uit Zijn plaats om de ongerechtigheid van de bewoners van de aarde aan hen te vergelden. De aarde zal het bloed dat erop vergoten is, aan het licht brengen. Zij zal haar gedoden niet langer bedekt houden."

Merk op hoe de voornaamwoorden veranderen van tweede persoon, wanneer God spreekt van Zijn volk, tot derde persoon wanneer hij spreekt over de mensen op de aarde. Dit betekent dat de twee groepen verschillen van elkaar. Zij die genoemd worden "mijn volk", wordt verteld: "treed uw kamers binnen" (de kamers van Johannes 14:1-3?). Omdat de anderen, genaamd "de bewoners van de aarde", zullen worden gestraft voor hun zonden in een tijdsperiode met Zijn Toorn. Klinkt dat bekend? (Let op: het Hebreeuwse woord "ga" in de zinsnede "Ga mijn volk" wordt vertaald als "komen" in sommige vertalingen, wat herinnert aan het bevel aan Johannes in Openbaring 4, "Kom hier omhoog!" Maar het woord heeft nog een andere primaire betekenis en dat is mijn favoriet. Het betekent verdwijnen. "Verdwijn, mijn volk!" Ja, wij willen.)

Niet door een stuk verbeelding is deze passage letterlijk vervuld. Het is een eindtijdprofetie en gaat over een opstanding van de doden en het verbergen van Gods volk, terwijl God's toorn losbarst over de mensen op de aarde vanwege hun zonden. Het werd 2750 jaar geleden geschreven. De schuilplaats van de Joden in de woestijn op aarde in het begin van de Grote Verdrukking (Openb. 12:14) kan niet worden beschouwd als een vervulling van deze passage, omdat er geen opstanding mee gepaard gaat. (De opstanding van de gelovigen van Oude Testament vindt plaats aan het einde van de Grote Verdrukking (Daniël 12:2). Natuurlijk, niemand weet zeker of dit de passage is die Paulus noemt, maar laten we het, als bewijs van haar invloed op hem, eens vergelijken met wat Paulus schrijft in 1Tessalonicenzen 4-5.

Jesaja: Maar uw doden zullen leven; hun lichamen zullen opstijgen. U die in het stof woont, zult wakker worden en schreeuwen van vreugde. Uw dauw is als de dauw van de ochtend, de aarde zal bevallen van haar dood.

Paulus: De doden in Christus zullen eerst opstaan.

Jesaja: Ga, mijn volk, betreed uw kamer en sluit de deur achter u; verberg jezelf voor een tijdje tot zijn toorn voorbij is.

Paulus: Daarna zullen wij, die nog in leven zijn, worden opgenomen in de lucht tezamen met hen, in de wolken, de Heer tegemoet in de lucht.

Jesaja: Zie, de HEERE komt uit zijn woning om de mensen van de aarde te straffen voor hun zonden.

Paulus: Hoewel mensen zeggen "Vrede en veiligheid", zal vernietiging plotseling over hen komen, zoals weeën een zwangere vrouw, en zij zullen niet ontsnappen.

De formulering is een beetje anders, maar het ziet er voor mij zeker uit alsof het de beschrijving is van dezelfde gebeurtenis.

En nog meer

Er zijn nog andere goede theologische redenen waarom de Kerk zal worden opgenomen vóór de eindtijdoordelen beginnen. Eén daarvan is dat het lijkt dat de Heer Israël en de Kerk gescheiden wil houden, nooit met beide tegelijk bezig is (Handelingen 15:13-18) Als het primaire doel van Daniëls 70ste week is het voldoen en eindigen van de zes beloften aan Israël in Daniël 9 : 24, dan moet de Kerk verdwijnen.

Een andere reden is dat de kerk werd gezuiverd door het kruis, en op dat moment werd alle straf van ons weggedaan en werd gedragen door de Heer Zelf. Vanaf die tijd wordt de kerk door God beschouwd als rechtvaardig, zoals Hij is (2 Kor 5:17,21). Het idee dat de kerk nog enige straf moet ondergaan om waardig te zijn om bij God te wonen, is niet schriftuurlijk en ontkent het voltooide werk van de Heer aan het kruis.

En ten derde is het verklaarde doel van de Grote Verdrukking tweeledig: om Israël te zuiveren, en de ongelovige naties volledig te vernietigen (Jeremia 30:1-11). De Kerk is niet bestemd voor een van deze. Er zijn ook verschillende subtiele aanwijzingen die op zichzelf niet kunnen worden gebruikt om het voor-verdrukking standpunt te ondersteunen, maar die de geldigheid onderstrepen van de gedeelten die ik zojuist citeerde. Neem bijvoorbeeld het feit dat Henoch, die een grote gelijkenis met de Kerk meedraagt, verdween vóór de zondvloed, dat de engelen Sodom en Gomorra niet konden vernietigen voor Lot en zijn familie weg waren, en dat Daniel ontbrak in het verhaal van de vurige oven, ook een model van de Grote Verdrukking.

Toen de Heer Zijn komst beschreef in Lukas 17:26-29, zei Hij dat het zou zijn als in de dagen van Noach (sommigen zullen worden bewaard door de oordelen heen) en de dagen van Lot (sommigen zullen worden weggenomen vóór deze). En hoe zit het met de belofte die Hij deed aan de kerk in Philadelphia dat hij ons uit het "uur" van de beproeving zal nemen, dat komt op de hele wereld. (Openb. 3:10)

Maar de vraag was naar verzen die geen voorkennis nodig hebben, dus pakte ik de twee die het duidelijkst zijn voor mij: 1 Thess 1:9-10 en Jesaja 26: 19-21. En dus, door het getuigenis van twee getuigen, één in het Oude Testament en één in de nieuwe, zien we de fysieke scheiding van gelovigen van de niet-gelovigen, voorafgaand aan het tijdstip van het oordeel. En door het getuigenis van twee getuigen wordt een zaak vastgesteld (Deut. 19:15). Natuurlijk zullen sommigen niet overtuigd worden voordat we ze een vers laten zien dat zegt dat de opname zal voorafgaan aan de Grote Verdrukking in die exacte woorden. Het is duidelijk dat zo'n vers niet bestaat. Ik denk dat we gewoon moeten afwachten en het hen uitleggen in de weg naar omhoog.

Bron: Defending The Pre-Trib Rapture (Again) | GraceThruFaith

printen??? spaar papier en inkt.