Het boek Jubileeën

Dina verkracht: 1-3. Sichemieten afgeslacht: 4-6. Wetten tegen een huwelijk tussen Israël en de heidenen: 7-17. Levi is tot priester gekozen vanwege zijn afslachting van de Sichemieten: 18-23. Dina hersteld: 24. Jakobs berisping: 25-26 (zie Gen. xxxiii.18, xxxiv.2,4,7,13-14,25-30, xxxv.5).

Hoofdstuk 30

  1. En in het eerste jaar van de zesde jaarweek [2143 AM] ging hij in vrede naar Salem, ten oosten van Sichem in de vierde maand.
  2. En daar namen zij Dina, de dochter van Jakob, naar het huis van Sichem, de zoon van Hamor, de Heviet, de vorst van het land, en hij lag met haar en verontreinigde haar; en zij was een klein meisje, een kind van twaalf jaar.
  3. En hij smeekte zijn vader, en haar broers, dat zij aan hem mocht worden gegeven als zijn vrouw. En Jakob en zijn zonen waren vertoornd over de mensen van Sichem, want zij hadden Dina, hun zuster, bevuild, en zij spraken met kwade bedoelingen tot hen en handelden bedrieglijk met hen en misleiden hen.
  4. En Simeon en Levi kwamen onverwachts naar Sichem en voerden het oordeel uit over al de mensen van Sichem, en doodden alle mannen, die zij er vonden, en lieten er geen enkele over; zij doodden allen in kwellingen, omdat zij hun zuster Dina hadden onteerd.
  5. En laat daarom van nu af aan niet meer gebeuren dat een dochter van Israel bevlekt wordt; want het oordeel is in de hemel tegen hen verordineerd, dat zij al de mensen der Sichemieten met het zwaard zouden vernietigen, omdat zij schande in Israels hadden bewerkt.
  6. En de Heer gaf hen in de handen van de zonen van Jakob, opdat zij hen met het zwaard zouden uitroeien en hun oordeel zouden voltrekken, en opdat in Israël op deze wijze niet nog eens een maagd uit Israël zou worden verontreinigd.
  7. En als er iemand is, die in Israël zijn dochter of zijn zuster wil geven aan iemand, die van het zaad der heidenen is, dan zal hij zeker sterven, en zij zullen hem met stenen stenigen; want hij heeft schande in Israël bewerkt; en zij zullen de vrouw met vuur verbranden, omdat zij de naam van het huis van haar vader onteerd heeft, en zij zal uit Israël verdreven worden.
  8. En laat geen echtbreekster en geen onreinheid in Israël worden gevonden gedurende alle dagen van de geslachten der aarde; want Israël is heilig voor de Heer en een ieder die het heeft verontreinigd, zal zeker sterven; zij zullen hem met stenen stenigen.
  9. Want zo is het verordend en geschreven op de hemelse tafelen met betrekking tot al het zaad van Israël: hij die (het) verontreinigt zal zeker sterven, en hij zal worden gestenigd met stenen.
  10. En aan deze wet is geen limiet van dagen, geen vergeving, noch enige verzoening; maar de man, die zijn dochter bevlekt heeft, zal midden in heel Israël uitgeroeid worden, omdat hij van zijn zaad aan Moloch gegeven heeft, en ontheiliging bewerkte om het te verontreinigen.
  11. En laat Mozes u, de kinderen van Israël bevelen en hen aansporen hun dochters niet aan de niet-Joden te geven en geen dochters van de niet-Joden voor hun zonen te nemen, want dit is verschrikkelijk voor de Heer.
  12. Daarom heb ik voor u geschreven, in de woorden van de wet, alle daden van de Sichemieten, die zij tegen Dina smeedden, en hoe de zonen van Jakob spraken, zeggende: 'Wij zullen onze dochter niet geven aan een man die onbesneden is; want dat zou een schande zijn voor ons.'
  13. En het is een schande voor Israël, voor hen die leven, en voor hen die de dochters der niet-Joden nemen; want dit is onrein en afschuwelijk voor Israël.
  14. En Israël zal niet vrij zijn van deze onreinheid indien het een vrouw heeft van de dochters van de heidenen, of een van zijn dochters heeft gegeven aan een man die van iemand van de heidenen is.
  15. Want er zal pest op pest zijn, en vloek op vloek, en elk oordeel en pest en vloek zal over hem komen, als hij dit doet, of zijn ogen sluit voor hen die onreinheid begaan, of hen die het heiligdom van de Heer, of zijn heilige naam ontheiligen, (dan) zal het hele volk samen worden geoordeeld voor al de onreinheid en schennis van deze man.
  16. En er zal geen respect zijn voor personen [en geen consideratie met personen] en geen ontvangst uit zijn handen, van vruchten en offergaven en brandoffergaven en vet, noch de geur van zoetheid, om het te accepteren. En zo vergaat het elke man of vrouw in Israël die het heiligdom verontreinigt.
  17. Daarom heb ik u bevolen te zeggen: 'Getuig dit getuigenis aan Israël; zie hoe de Sichemieten het deden en hun zonen; hoe zij door de handen van twee zonen van Jakob werden omgebracht en zij hen onder martelingen doodden; en het werd hun tot gerechtigheid (gerekend), en het is hun voor gerechtigheid opgeschreven.
  18. En het zaad van Levi werd uitgekozen voor het priesterschap en om Levieten te zijn, opdat zij voor de Heer mochten dienen, zoals wij, voortdurend, en opdat Levi en zijn zonen voor eeuwig gezegend mogen worden; want hij was ijverig om gerechtigheid en oordeel en wraak uit te voeren over allen die tegen Israël opkwamen.
  19. En zo is het geschreven als getuigenis van Zijn gunst op de hemelse tafelen, zegen en gerechtigheid voor de God van allen.
  20. En wij gedenken de gerechtigheid die de mens heeft vervuld tijdens zijn leven in alle perioden van het jaar; tot aan duizend geslachten zullen zij het vermelden, en het zal tot hem komen en tot zijn nakomelingen na hem, en hij is opgenomen op de hemelse tafelen als een vriend en een rechtvaardig man.
  21. Dit alles heb ik u geschreven, en ik heb u bevolen dit tot de kinderen van Israël te zeggen, dat zij geen zonde mogen begaan, de verordeningen niet mogen overtreden, noch het verbond dat voor hen is verordend, mogen zij verbreken, maar dat zij het moeten naleven en als vrienden moeten vastleggen.
  22. Maar als zij zondigen, en onreinheid in welk opzicht dan ook bewerken, zullen zij als tegenstanders op de hemelse tafelen worden opgenomen, en zij zullen uit het boek des levens worden vernietigd, en zij zullen worden opgetekend in het boek van diegenen, die zullen worden vernietigd, en met hen van de aarde zullen worden verdreven.
  23. En op de dag waarop de zonen van Jakob Sichem sloegen, werd tot hun voordeel in de hemel opgeschreven, dat zij gerechtigheid en oprechtheid en wraak op de zondaars hadden uitgevoerd, en het was hun geschreven tot een zegen.
  24. En zij brachten Dina, hun zuster, mee uit het huis van Sichem, en zij namen alles in beslag wat in Sichem was, hun schapen en hun runderen en hun ezels, en al hun rijkdommen, en al hun kudden, en brachten het alles over naar Jakob, hun vader.
  25. En hij berispte hen, omdat zij de stad door het zwaard hadden omgebracht, want hij vreesde hen die in het land woonden, de Kanaänieten en de Ferezieten.
  26. En de vrees van de Heer was op alle steden die rondom Sichem zijn, en zij kwamen niet op om de zonen van Jakob te achtervolgen; want er was vrees op hen gevallen.

Bron: Jubilees 30

Hoofdstuk - 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27| 28 | 29

Bron: Jubilees 30

Bronpagina: From The Apocrypha and Pseudepigrapha of the Old Testament by R.H. Charles, Oxford: Clarendon Press, 1913
Scanned and Edited by Joshua Williams, Northwest Nazarene College