(homepagina)

Het goede versus het kwade

Waarom God het leven op aarde moest vernietigen met een zondvloed

Februari 2014

()

In de Tuin van Eden stond een boom waardoor de mens een keuze had om te kiezen tussen goed en kwaad. De mens koos voor het kwade. Als alle bomen goed waren geweest, had de mens geen echte keuze gehad. De mens kende dan alleen het goede en had geen ervaring met het kwade. Nieuwsgierigheid bracht de mens tot het kiezen voor het kwade en de eigen weg. Een eigenschap die ons nu ook nog vaak in de weg zit.

Na de zondeval zijn Adam en Eva hun lichtende bekleding, die gelijk was aan die van God (Matt:17:3), door de zonde kwijtgeraakt. En door die lichtende kleding die ze hadden, stonden in het begin niet naakt in de ontmoeting met God. Maar deze zijn ze kwijtgeraakt en ze moesten zich verbergen en bekleden met bladeren. Ook de Heilige Geest heeft hen verlaten. Sindsdien heeft de mens, ook vandaag, zonder de H.G., een behoefte om te zoeken naar iets wat deze leemte kan opvullen.

Vanaf dat moment gingen er al heel snel twee lijnen lopen, waarvan voortdurend melding wordt gemaakt in de Bijbel. Een lijn waarin het goede van de schepping wordt bewaard, en een lijn waarin wordt getracht deze te vernietigen en te misvormen.

Als Eva wordt verleid om tegen Gods geboden in te gaan, ontstaat deze tweedeling.

Met het baren van de twee opvolgende zoons wordt deze deling al verder zichtbaar. God spreekt nog steeds rechtstreeks met de mensen.
Kaïn volgt de lijn van satan in het niet dienen van God en Abel de lijn van het dienen van God. Dit is de reden waarom het offer van Kaïn wordt verworpen en dat van Abel wordt aanvaard.

Na de dood van Abel wordt Seth geboren, die de lijn van God voortzet. Genesis 5 geeft het verloop van de geslachten aan tot de zondvloed toe.

Het boek Henoch beschrijft hoe in die tijd een aantal engelen de hemel verlaten. Ook Genesis 6:2 maakt er melding van dat Gods zonen (Nephilim) de dochters van de mensen zagen, en dat zij mooi waren, en zij namen zich vrouwen uit allen die zij uitgekozen hadden.

Een kleine groep van engelen willen voor zichzelf vrouwen uitkiezen om gemeenschap met hen te hebben en kinderen te krijgen voor henzelf, zo staat te lezen in het boek Henoch.
Semyaza, die de leider is van deze groep, zegt in eerste instantie dat hij dit niet aandurft, en hij alleen de straf voor die zonde zal moet betalen. Dan zweren ze dat ze zich onderling aan elkaar verbinden om dit plan uit te voeren.

In totaal is het een groep van tweehonderd engelen. En dit zijn de namen van hun leiders: Semyaza, welke hun leider was, Urakiba, Ramiel, Kokabiel, Tamiel, Ramiel, Daniel, Ezeqiel, Baraqiel, Azazel, Armaros, Batriel, Ananel, Zaqiel, Samsiel, Satael, Turiel, Yomiel, Araziel. Allen leiders van tien en hun luitenants (Henoch 6:7).

Judas zei het op deze manier: En de engelen die hun oorspronkelijke staat niet hebben bewaard, maar hun eigen woonplaats verlaten hebben, heeft Hij voor het oordeel van de grote dag met eeuwige boeien in de duisternis in verzekerde bewaring gesteld (Judas 6:6).

Dit zijn dus niet de demonen in de hemelse gewesten.

Hiermee probeerde satan om het menselijk geslacht te corrumperen en het DNA van de mens te vervuilen, om zodoende de geboorte van de Messias te verhinderen, die beloofd was aan de vrouw, uit haar geslacht.
Hij wilde zijn zaad vermengen met dat van de mens. Dit had de Heer al voorzegd in de belofte aan de vrouw, Genesis 4: En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht. - Uiteindelijk is Yeshua het nageslacht van de vrouw. Het nageslacht van satan in de vorm van de antichrist moet nog komen.

Ze kwamen dus bij de vrouwen en gingen samenwonen met hen. Waarbij ze de vrouwen allerlei banspreuken en toverij leerden. Deze vrouwen werden zwanger en baarden drie rassen, in de eerste plaats de grote reuzen, waarvan de lengte van elk dertig cubits werden. Deze grote reuzen werden de vader van de Nephilim, en de Nephilim brachten de Elioud voort. En ze bestonden en groeiden in macht op basis van hun grootheid.

()

Deze reuzen verslonden alles wat de arbeid van de werkende mannen voortbracht, tot deze mannen niet meer in staat waren om hen te onderhouden. Toen keerden de reuzen zich tegen de mensheid om deze te verslinden.
Ze begonnen te zondigen tegen de vogels, en tegen de dieren en tegen de reptielen, en tegen de vissen, en ze verslonden elkaars vlees en dronken hun bloed. Toen klaagde de aarde over deze wetteloze wezens.

Azazel leerde de mensen zwaarden, dolken, schilden en borstplaten maken. En hoe ze gouden munten konden maken. En hij liet hen de fabricage zien van spiegels, de kunst van het maken van armbanden en ornamenten, en de kunst van het opmaken van de ogen en de verfraaiing van hun oogleden, en de meest waardevolle stenen, en alle soorten van kleurstoffen. En de wereld was veranderd.

Er was een grote goddeloosheid en nog veel meer hoererij. Vrouwen begonnen grof te worden en velen dwaalden, en al hun wegen werden verdorven.
Semyaza leerde hen allen de banspreuken en het versnijden van wortels (drugs), Armaros leerde hen banspreuken, Baraqiel leerde de astrologie, Kokabiel leerde de voortekenen, Tamiel leerde de tekenen van de zon, en Asradel onderwees hen over de baan van de maan.

Hoe meer mannen er werden vernietigd, des temeer riepen zij, en hun stemmen bereikten de hemel.
Dit is ook te lezen in Genesis 4:25, waar staat dat de mensen de Naam van de Heer begonnen aan te roepen.

Vervolgens keken Michaël, Gabriël, Rafaël en Uriël naar beneden uit de hemel en zagen de massa van bloed dat werd vergoten op de aarde, en al het kwaad dat werd gedaan op de aarde.
En zij zeiden tot hun Heer, de Koning: “Heer der heren, God der Goden, Koning der koningen! Uw glorieuze troon duurt voor alle generaties van de wereld, gezegend en geprezen zij Uw naam!
U hebt alles gemaakt, en hebt macht over alles wat van U is. Alles is geopenbaard en ligt open voor U, en U ziet alles, er is niets dat kan worden verborgen voor U.
Zie, wat Azazel gedaan heeft, hoe hij alle ongerechtigheid heeft geleerd op aarde en de eeuwige geheimen heeft onthuld die gemaakt zijn in de hemel.
En Semyaza heeft hen bekend gemaakt met de banspreuken, hij aan wie U de autoriteit hebt gegeven om te heersen over degenen die met hem zijn.
Zij hebben gepaard met de dochters van de mensen, rustten bij die vrouwen, die onrein werden, en hebben deze zonden aan hen geopenbaard.
Deze vrouwen hebben reuzen gebaard, en vanwege hen is de hele aarde gevuld met bloed en ongerechtigheid.
Nu, de zielen die zijn gestorven schreeuwen en klagen tot aan de poorten van de hemel, en hun klaagzang is opgestegen, en zij zullen niet ophouden vanwege de ongerechtigheid, die wordt gepleegd op de aarde.
U weet alles voordat het gebeurt, en U weet dit, en wat elk van hen verwacht. Maar u zegt niets tegen ons. Wat nu moeten we doen met hen over dit alles? (Henoch 9:1-11)

En de HEERE zei tot Gabriël: Trek op tegen deze bastaards en deze verworpenen, tegen de zonen van de hoereerders. Vernietig de zonen van de hoereerders, en de zonen van de Wachters, van onder de mensen. Stuur ze weg en zet ze tegen elkaar op, en laat ze zichzelf vernietigen in de strijd, want hun dag zal niet lang meer duren.
Dan zullen die engelen vragen om genade, maar dat wordt hen niet gegeven. Alle slechtheid moet worden vernietigd van de aardbodem, zodat de rechtvaardigen zich kunnen voortplanten. Zij zullen de aarde weer bewerken en de zegen zal worden gegeven aan hen. Vrede en waarheid zullen worden verenigd, voor alle dagen van eeuwigheid, en voor alle generaties van eeuwigheid. (Henoch 10:11-13)

Dit zijn de aanvallen geweest van de satan om de zuivere DNA-code van de mens te vervalsen met zijn eigen inbreng. Dat is de hoofdreden voor de zondvloed, omdat er nog maar één geslacht was overgebleven dat niet was besmet met het valse DNA.

Daarop besloot God om de hele aarde te reinigen van dit kwaad, omdat alles wat leefde was aangetast door het kwaad, zelfs de dierenwereld was niet onberoerd gelaten. Wat niet wil zeggen dat bepaalde diersoorten nu wel hun hinderlijk en ziekteverwekkend gedrag hebben afgelegd.

Noach, in de onaangetaste lijn die overbleef, werd geboren en bracht een grote ontsteltenis teweeg bij zijn vader Lamech. Hij week af van wat tot nu toe werd geboren. Zijn lichaam was wit als sneeuw, en roze als de bloem van een roos, en het haar van zijn hoofd was zo wit als wol. Zijn ogen waren mooi en toen hij zijn ogen opende was of het hele huis glanzende was, net als de zon, zodat het hele huis uitzonderlijk helder was.
En toen hij uit de hand van de vroedvrouw werd genomen, opende hij zijn mond en zegende de Heer van Gerechtigheid.

Maar zijn vader Lamech was bang voor hem, en vluchtte, en ging naar zijn vader Methusalem.

Hij zei tegen Methusalem dat hij een vreemd kind had verwekt en twijfelde of het kind wel van hem is en niet van een engel, want daar lijkt hij meer op.

Lamech vroeg of zijn vader naar Henoch wilde gaan, die bij de engelen verbleef en vragen of er iets bijzonders ging gebeuren op aarde.

Deze voldeed aan het verzoek en ging naar het uiteinde der aarde en riep Henoch en vertelde wat er gebeurd was.

En ik, Henoch, antwoordde en zeide tot hem: “De Heer zal nieuwe dingen doen op aarde, en dit heb ik al gezien in een visioen, en maakte het bekend aan u. In de generatie van mijn vader, Jared, overtraden sommigen uit de hoge hemel het woord van de Heer.
Zij pleegden zonde en overtraden de wet, en zij hebben gemeenschap gehad met vrouwen, en pleegden zonde met hen, en zijn getrouwd met een aantal van hen, en hebben kinderen verwekt bij hen.
Daarom zal er een grote vernietiging over de hele aarde komen, en er zal een grote overstroming zijn, en er zal een grote vernietiging zijn voor de tijd van een jaar.
Maar dit kind, dat geboren is bij u, zal op de aarde blijven, en zijn drie zonen zullen gered worden met hem. Wanneer alle mannen op de aarde sterven, dan zullen hij en zijn zonen worden gespaard.
Ze hebben reuzen verwekt op de aarde, niet van geest, maar van vlees, en er is grote boosheid op aarde, maar de aarde zal worden gereinigd van alle corruptie.
Nu, maak aan uw zoon Lamech bekend dat degene die is geboren werkelijk zijn zoon is. Geef hem de naam Noach, want hij zal een overblijfsel zijn van u, en hij en zijn zonen zullen gered worden van de vernietiging die komt over de aarde vanwege al de zonde en alle ongerechtigheid, die op de aarde worden gepleegd in zijn dagen.
Maar na deze zal er nog groter onrecht komen dan die welke is gepleegd op de aarde daarvoor. Omdat ik de geheimen ken van de heiligen, want de Heer toonde ze mij en maakte ze mij bekend, en ik lees ze op de tafelen in de hemel.

En ik zag geschreven over hen die generatie na generatie verkeerd doen, tot er een generatie van gerechtigheid ontstaat, en het onrecht zal worden vernietigd, en de zonde zal wijken van de aarde, en alles daarop goed zal komen.
Nu, mijn zoon, ga, maak het bekend aan uw zoon Lamech, dat dit kind, dat geboren is, echt zijn zoon is, en geen leugen.
Toen Methusalem de woorden van zijn vader Henoch hoorde, die hem deze geheimen liet zien, keerde hij terug, na hem te hebben gezien, en gaf de naam Noach aan dat kind, want hij zal de aarde troosten na de vernietiging. (Henoch 106:13 - 107:3)

Na de vloed is er dus weer een onaangetast menselijk beeld van God op aarde.

()

Daarbij merkt Henoch op dat de geesten van deze reuzen niet in de hemelse gewesten thuis horen en ook niet op aarde. Zij zijn de demonen die een menselijk lichaam zoeken om in te wonen.
En nu werden de reuzen die werden geboren uit het lichaam en vlees, genoemd als de boze geesten op aarde, en de aarde zal hun verblijfplaats zijn.
Deze boze geesten kwamen vanuit hun vlees, omdat ze gemaakt zijn vanuit de hoge, vanuit de Heilige Wachters die hun begin en eerste oorsprong was. Boze geesten zullen zij zijn op de aarde en 'Geesten van het Kwade' genoemd worden.
De woning van de hemelse geesten is de hemel, maar de woning van de geesten is op de aarde, die geboren zijn op de aarde, is aards.
De geesten van de reuzen die teisteren, onderdrukken, vernietigen, aanvallen en strijden, bewerken daarmee de verwoesting op de aarde, en veroorzaken problemen. Zij eten geen voedsel, hebben geen dorst en zijn niet waarneembaar voor de ogen.
En deze geesten zullen opstaan tegen de kinderen van de mensen, en tegen de vrouwen, want ze kwamen uit hen voort, tijdens de dagen van slachting en vernietiging. Henoch 6:8-12

Als je de geslachtslijnen naleest in de Bijbel, dan zijn deze erop gericht aan te tonen dat er geen invloed was van de satan op deze lijn, dat dit niet heeft plaats gevonden. Vandaar dat de geslachtslijn van Jozef in het ene evangelie terug gaat op David en in de andere op Adam.

De zonde van Sodom en Gomorra was niet alleen de homoseksualiteit. Dan hadden meer gemeenschappen die straf moeten ondergaan, zeker vandaag de dag. Ook daar was de relatie tussen mens en gevallen engelen weer de oorzaak van een vernietiging. Merk op dat ze ook gemeenschap wilden hebben met de twee van God gezonden engelen.

Als je dan denkt dat het verder niet meer voorkwam, dan lees je in het boek Genesis dat deze vermenging toch weer plaats vond. Daar staat dat de 'zonen van God' weer verschenen na de zondvloed, want in Gen. 6:4 staat de opmerking: In die dagen (voor de zondvloed) en ook daarna.

In het land Kanaän had zich opnieuw een vermenging voorgedaan, waardoor er kinderen werden verwekt die uitgroeiden tot reuzen. Daar moet zich weer een vermenging hebben voorgedaan waarbij de reuzen werden verwekt.

Mozes krijgt daarom de opdracht in Num. 33:51: Wanneer u de Jordaan oversteekt naar het land Kanaän, dan moet u alle inwoners van het land van vóór uw ogen verdrijven, en al hun beeldhouwwerken vernielen; ook moet u al hun gegoten beelden vernielen en al hun hoogten wegvagen... Maar als u de inwoners van het land niet van voor uw ogen verdrijft, dan zal het gebeuren dat zij die u van hen liet overblijven, als doornen zullen worden in uw ogen en tot prikkels in uw zijden; zij zullen u benauwen in het land waar u woont.
In Numeri 13:32,33 worden ze genoemd: de zonen van Anak, de Anakieten, later bekend als Enaks kinderen. De verkenners zeggen: Wij hebben er ook reuzen gezien, nakomelingen van Enak, afkomstig van de reuzen (Nephilim). Wij waren in onze eigen ogen als sprinkhanen, en zo waren wij ook in hun ogen.
Deze mannen waren half mens en half demonen.

Meer bewijs voor reuzen zien we in Deut. 2:10: De Emieten woonden er vroeger, een groot en talrijk volk, even lang als de Enakieten. Zij werden ook tot de Refaïeten gerekend, evenals de Enakieten, maar de Moabieten noemden hen Emieten. En vers 20: Ook dit werd tot het land van de Refaïeten gerekend. De Refaïeten woonden er vroeger, maar de Ammonieten noemden hen Zamzummieten, Deut. 3:13b. Dat gehele Basan wordt het land van de Refaïeten genoemd.

De Kanaänieten waren grotendeels reuzen, bastaards, die voortkwamen uit de verboden verbintenis tussen andere afvallige zonen van God en de dochters der mensen, en moesten daarom uitgeroeid worden door de Israëlieten toen ze het beloofde land binnentrokken.
Bij monde van Mozes kregen ze daarvoor zelfs de uitdrukkelijke opdracht van de Heer: "Maar in de steden van de volken die de Eeuwige uw God u in eigendom geeft, mag u niemand in leven laten. U moet Chethieten, Amorieten, Kanaänieten, Perizieten, Chiwieten en Jebusieten aan de vernietiging wijden, zoals de Eeuwige uw God u bevolen heeft. Anders brengen zij u ertoe mee te doen met al de gruwelen die zij voor hun goden hebben bedreven en te zondigen tegen de Eeuwige uw God!" (Deuteronomium 20:16.)

()

De eerste verkenners die het land Kanaän verkenden, waren dan ook zeer onder de indruk van de afmetingen van de bevolking en zeiden: daar kunnen we niet tegenop.

Met het oog op de komst van de Verlosser kon de Eeuwige echter geen vermenging toestaan tussen de engelen en de dochters van de mensen, waaruit deze reusachtige bastaardvolken waren ontstaan. Daarom zegt Hij in Deuteronomium 23:2 (in sommige vertalingen 3) nadrukkelijk: "Kinderen uit verboden huwelijken zijn uitgesloten van godsdienstige bijeenkomsten. Ook hun nakomelingen, zelfs die van het tiende geslacht, zijn uitgesloten!".

Dit gebod geldt misschien ook voor de buitenechtelijke relaties, waaruit de zogenaamde ‘bastaarden’ voortkomen. Maar op de eerste plaats voor de verboden relaties tussen deze corrupte wezens en de mensen, waaruit bovennatuurlijke gedrochten voortkomen. De Eeuwige heeft een gruwel aan deze vermenging en heeft keer op keer Zijn volk gebruikt om te strijden tegen deze bastaards.

Om vermenging koste wat het kost te voorkomen was het voor de Israëlieten noodzakelijk om de reuzenvolken tot in de de kiem uit te roeien! Men zal zich waarschijnlijk wel eens afgevraagd hebben, waarom er bij de vernietiging van deze volken ook de vrouwen en baby's inbegrepen waren. Wel, gezien het feit dat er slechts mannelijke reuzen in de Bijbel voorkwamen, moesten hun moeders dus gewone menselijke vrouwen zijn en zodoende werden de reuzen ook niet als reuzen geboren, maar als gewone baby's, die pas op latere leeftijd uitgroeiden tot de gigantische afmetingen.

De Israëlieten konden dus niet weten of de Kanaänitische vrouwen zwanger waren van reuzen of niet en of de pas geboren baby's zich later tot reuzen zouden ontwikkelen of niet. Daarom mochten zij bij de zuivering van het land geen enkel risico nemen. Israël schoot er echter in tekort om alle reuzen te vernietigen. Maar we kunnen op geen enkele manier te weten komen hoeveel van hen dit hebben overleefd en naar andere delen van de wereld zijn ontsnapt.

Veel van de folklore uit de menselijke geschiedenis zoals de Griekse mythen, waarbij reuzen betrokken zijn, zouden daardoor verklaard kunnen worden, want de reuzen duiken op in de verhalen van alle oude volken op aarde. Wanneer we al deze feiten in ogenschouw nemen, dan krijgen sommige gruwelijke Bijbelse verhalen voor ons een nieuwe betekenis. Het verbod voor de Israëlieten om zich door het huwelijk te verbinden met de Kanaänitische volken, was dan ook om Israël als Gods volk genetisch zuiver te houden, en te voorkomen dat opnieuw een vermenging zou plaatsvinden met het nageslacht van de afvallige godenzonen. Maar zoals bekend volbrachten de Israëlieten hun opdracht tot uitroeien niet helemaal en gedoogden sommigen van deze volkeren met alle gevolgen van dien.

Wanneer dan de Israëlieten aankomen in het beloofde land, zien dus de verspieders tot hun ontsteltenis dat in het land grote mensen wonen. De 10 laten het helemaal afweten. Ze zagen geen mogelijkheid om het land te veroveren.
Num.13:28 Het volk echter dat in dat land woont, is sterk, de steden zijn versterkt en heel groot, en ook hebben wij daar nakomelingen van Enak gezien. In het Zuiderland woont Amalek, in het bergland wonen de Hethieten, de Jebusieten en de Amorieten, aan de zee en aan de oever van de Jordaan wonen de Kanaänieten. Toen bracht Kaleb het volk tegenover Mozes tot bedaren, en zei: Laten wij vrijmoedig optrekken, wij zullen het land in bezit nemen, want wij zullen het zeker overmeesteren. Maar de mannen die met hem opgetrokken waren, zeiden: Wij kunnen tegen dat volk niet optrekken, want het is sterker dan wij.

We lezen in Deut. 3:11: Want alleen Og, de koning van Basan, was van de rest van de Refaïeten overgebleven. Zie, zijn bed was een bed van ijzer. Bevindt het zich niet in Rabba van de Ammonieten? De lengte ervan is negen el, en de breedte vier el, gemeten naar de elleboog van een man.

Israël heeft dus niet aan de opdracht voldaan, en zo lezen we in Richteren dat er nog steeds sterke mensen waren in het land, die de Israëlieten belaagden, en waar ze niet tegen opgewassen waren.
Er moesten Richters komen om het volk te leiden. Zo werd Simson van grote kracht voorzien om tegen hen te strijden.
Ook onder de Filistijnen woonden er reuzen. Een van de bekendste is Goliath die door David werd verslagen. Goliath en zijn broers waren Anakieten of Refaieten. In 2 Sam 21:16, staat: En Isbi Benob, die een van de kinderen van Rafa was... die man woonde bij de Filistijnen, iets verder. Toen versloeg Sibbechai uit Husa, Saf, die een van de kinderen van Rafa was... en dan de zoon van Jaäre-Oregim, versloeg Beth-halachmi, die met Goliath uit Gath was. In vs 20: Er was een man van grote lengte die zes vingers aan zijn handen had en zes tenen aan zijn voeten, vierentwintig in getal. Ook deze was bij Rafa geboren. Vs. 22: Deze vier waren bij Rafa geboren in Gath. Zij vielen door de hand van David en door de hand van zijn manschappen. Het is ook te lezen in 1 Kronieken 20:4-8.

()

De stam van Dan verhuisde in de tijd van de Richteren naar het gebied rond de berg Hermon, wat de toegangspoort is tot de hemelse gewesten en gezien werd als een heilige berg. Het stamsymbool van deze stam was een slang en deze stam begon weer met de oude aanbidding van de Kanaänitische verering van de engelen. Baäl en Astharoth waren de goden met de oorsprong in het gebergte van Hermon. De oude naam is dan ook Baäl-Hermon.
Volgens het boek Henoch kwamen daar de engelen via deze toegangspoort naar de aarde en was daar hun woongebied. Het was ook het gebied met de belangrijkste Baälverering, en waar de drie altaren stonden ter ere van deze god. Men richtte zich tot de berg Hermon om hulp van Baäl. Men sloeg de ogen op naar de bergen richting Baäl.
Dit is heden ten dage het gebied van de Hezbollah en Syrië.

Men had zelfs de moed om de berg te noemen naar de berg Moria, met de naam Sion. Zij hadden het land in bezit genomen, het land van Og, de koning van Basan, twee koningen van de Amorieten, die aan deze zijde van de Jordaan woonden, waar de zon opkomt, het gebied vanaf Aroër, dat aan de oever van de beek Arnon ligt, tot aan de berg Sion, dat is de Hermon. (Deut. 4:47,48)

Dat was ook de berg waar Yeshua Mozes en Elia ontmoette. In de Bijbel staat welke berg dat was. Er staat 'een hoge berg' en de Tabor die is aangewezen, alsof deze het zou zijn, is beslist geen hoge berg. De Hermon is de enige hoge berg in het gebied van Israël. Marcus 9:2: En na zes dagen nam Jezus Petrus en Jakobus en Johannes met Zich mee en bracht hen apart op een hoge berg, alleen hen; en Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd.
2 Petrus 1:18: En deze stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken, toen wij met Hem op de heilige berg verbleven.
Er was maar een heilige hoge berg in Israël en dat is de Hermon.

Satan heeft steeds weer pogingen ondernomen om de geslachtslijn vanaf Eva te verstoren met zijn zaad. Om op die wijze de belofte van God aan Eva - dat haar zaad de kop van hem zou vermorzelen - geen stand zou blijven houden.

()

Wat heeft dat te doen met de dag van vandaag? Wel, juist het DNA is onderwerp van de wetenschap in allerlei onderzoeken.
Veel programma's zijn er, waarin men het menselijk DNA wil veranderen en erop wil ingrijpen. De wereld-elite spreekt zelfs van het scheppen van mensen als arbeiders die gewillig het werk doen zonder een eigen inbreng.
Het is dus als in de dagen van Noach. De mens heeft kennis gekregen om dit te doen en zal, als God niet ingrijpt, dit ook gaan doen: het menselijke geslacht weer vervuilen met een DNA anders dan God het heeft bedoeld.

De wetenschap wil het DNA dusdanig veranderen dat men eeuwig zal overleven op welke wijze dan ook. Dat zal straks naar ik geloof ook het aanbod zijn van de anti-christ, een DNA-verandering en dus het teken van het beest. Let erop dat deze mens een beest wordt genoemd, hij is niet meer als het beeld van God, maar een corruptie ervan. Dat is de reden waarom mensen die dit teken aannemen niet in de nabijheid van God kunnen bestaan, ze gaan rechtstreeks naar een poel van vuur, zonder oordeel. Er is geen terugkeer meer mogelijk van deze verandering.

Dit is het waarop deze lijn van het kwaad zal uitlopen. Maar de lijn van het goede zal overwinnen door onze Heer Yeshua, die werkelijk de kop van de Satan geheel en al zal vermorzelen.

Willem Jan Jongman.

printen??? spaar papier en inkt.