Inleiding
37.1 Het tweede visioen dat hij zag, was een visioen van wijsheid, die Henoch, de zoon van Jared, de zoon van Mahalaleel, de zoon van Kenan, de zoon van Enos, de zoon van Seth, de zoon van Adam, zag.
37.2 Dit is het begin van de woorden van wijsheid, ik verhief mijn stem om te spreken, zeggende: “Hen die gezeten zijn op de droge grond: Luister, jullie mannen van ouderdom, en zie, ook degenen die daarna komen, naar de woorden van de Heilige, die ik zal spreken voor de HERE der heerscharen.”
37.3 “Het zou beter zijn geweest om deze dingen al eerder te zeggen, maar van degenen die hierna komen, zullen we niet onthouden het begin van de wijsheid.”
37.4 Tot nu toe is er niet door de Heer van heerscharen de wijsheid gegeven zoals ik die ontving. Volgens mijn inzicht, in overeenstemming met de wens van de HERE der heerscharen: door wie de bestemming van het eeuwige leven is gegeven aan mij.
37.5 En de drie toespraken werden doorgegeven aan mij en ik verhief mijn stem, en zeide tot hen die wonen op de droge grond: -